Coca-Cola’s groene fles, de ‘PlantBottle’, is een lege huls. Volgens de Deense Ombudsman zijn de claims over de CO2-voetafdruk niet hard te maken en worden consumenten misleid. “Consumenten moeten de groene verhalen van bedrijven kunnen vertrouwen. Er moet deugdelijke documentatie zijn,” meent Ombudsman Henrik Øe. Coca-Cola werd al eerder op de vingers getikt wegens het niet opvolgen van Europese marketingwetgeving.
Het rapport van de Ombudsman bevat negen punten van kritiek op de handelswijze van Coca-Cola. De kritiek omvatte het misleiden van klanten, het niet publiceren van onderzoeksmateriaal, het gebruik van onjuiste beweringen in de marketing en het negeren van eerdere aansporingen om deze overtredingen te beëindigen.
Volgens Kristian Jørgensen, woordvoerder van de Deense milieuclub Verdensskove (Bossen in de Wereld), is deze uitspraak een belangrijke zege in de strijd tegen ‘greenwashing’. Het was Verdensskove die in 2009 een klacht indiende tegen de frisdrankengigant. “Coke heeft zo’n beetje alle principes geschonden betreft eerlijke marketing rond milieuclaims,” zegt Jørgensen, “en dat is nu officieel erkend.”
Coke had beloofd om in 2011 een levenscyclusanalyse (LCA) te publiceren over de milieu-impact van de PlantBottle. Deze LCA heeft echter nooit het levenslicht gezien. Het bedrijf heeft al die tijd slechts gerefereerd naar de bevindingen van enkele medewerkers van het Imperial College in Londen.
Coca-Cola heeft wel de aanvankelijke beweringen naar beneden bijgesteld. Waar de PlantBottle eerst “tot 25%” minder koolstofemissies zou hebben, wordt nu gesproken over 7,5 tot 11 procent reductie. Volgens een woordvoerder zijn deze getallen echter niet zo relevant, omdat de LCA-methodiek zijn beperkingen kent. Het bedrijf wil de plantaardige fles niet op basis van simplificaties in de markt zetten. Op basis waarvan Coke dat wel doet, is echter onbekend.
In het geval van biologische grondstoffen, zoals die van de PlantBottle, is het van extra groot belang om de milieuwinst aantoonbaar te maken, meent Jørgensen. Het gebruik van zulke grondstoffen is controversieel sinds de opkomst van biobrandstoffen, een kleine tien jaar geleden
De PlantBottle-campagne werd met groot vertoon gelanceerd tijdens de beruchte klimaattop in Kopenhagen in 2009. De posters, waarop bloemen, planten en landschappen sierlijk uit een colafles stromen, werden met de nodige scepsis ontvangen. Dit zette het Deense Verdenskove aan tot actie. Zij vonden de uitingen over de vergroening van de beroemde Colafles verdacht en wilden een halt toeroepen aan zulke ‘greenwashing‘ (een woordspeling op ‘witwassen’). Zulke PR-tactieken maken het voor consumenten onmogelijk om te bepalen of een zeker product werkelijk goed scoort op milieugebied, of dat de groene marketing slechts een mooi verhaaltje is.
“Ons is verweten dat onze campagne tegen greenwashing bedrijven ontmoedigt om zich in te zetten voor groene initiatieven. Daar geloven wij niet in. Integendeel, wij zijn van mening dat groene marketing het privilege moet blijven van bedrijven die echt een verschil maken en het kunnen bewijzen. Het ergste scenario is dat wij als consumenten het idee worden aangepraat dat we ons geld duurzaam besteden, zonder het werkelijk te doen,” aldus Kristian Jørgensen van Verdenskove.

De PlantBottle heeft ook voet aan de grond gekregen bij andere merken
Dagblad Trouw berichtte op 27 mei 2013 dat de rijksoverheid de grip op de inzameling en het hergebruik van wegwerpverpakkingen compleet kwijt is. Daarbij wordt opgemerkt dat het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken, dat als onafhankelijke speler het nieuwe verpakkingsbeleid moet voorbereiden, wordt gefinancierd en gestuurd door de industrie.
Trouw verwijst hierbij naar een door haar gemaakte reconstructie van de periode sinds 1986, toen toenmalig minister Nijpels uitging van een uitbreiding van het succesvolle statiegeldsysteem.
Verder wordt onder andere opgemerkt:
Bron: Trouw op 27 mei 2013 door Hans Marijnissen
Er moet een Europees verbod komen op microplastics in cosmeticaproducten en producten zoals badschuim of tandpasta. Dat laat staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) weten in een brief over afvalbeheer aan de Tweede Kamer. Ook wil Mansveld dat consumenten worden geïnformeerd over deze kleine, moeilijk afbreekbare stukjes plastic in cosmetica en verzorgingsproducten. Verder wil de staatssecretaris dat de cosmeticabranche op zoek blijft gaan naar alternatieven voor het gebruik van microplastics. Met deze maatregelen wil Mansveld deze bron van milieuvervuiling aanpakken.
m ervoor te zorgen dat er geen microplastics meer via het afvalwater in het oppervlaktewater terechtkomen wil staatsecretaris Mansveld, samen met minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), pleiten voor een Europees verbod op microplastics in verzorgingsproducten. Mansveld: “Een groot deel van dit soort producten op de Nederlandse markt is afkomstig van buitenlandse producenten. Dan is een Europees verbod ook de meest effectieve maatregel. Hier wil ik echter niet op wachten. Ik wil in de tussentijd al iets doen voor de Nederlandse consument. Die moet weten of die tube tandpasta of dat flesje badschuim microplastics bevat.” In overleg met het ministerie van VWS en maatschappelijke partners wil Mansveld kijken hoe consumenten geïnformeerd kunnen worden over microplastics in cosmetica en verzorgingproducten.
Mansveld: “Ook wil ik consumenten een duurzame optie geven door de cosmeticabranche te vragen om alternatieven te gebruiken voor microplastics. De branche is al op de goede weg.” Een groot deel van de Nederlandse cosmeticabedrijven evalueert momenteel het gebruik van microplastics in hun producten opnieuw en onderzoekt of ze vervangbaar zijn door andere materialen. De branche verwacht dat over anderhalf jaar 80% van haar leden andere materialen gebruikt dan microplastics.
Microplastics zijn zeer kleine stukjes plastic die onder meer in scrub, tandpasta en doucheproducten kunnen zitten. Via het afvalwater komen deze stukjes in het oppervlaktewater en de zee terecht waar ze gifstoffen absorberen. Omdat microplastics moeilijk afbreekbaar zijn, vormen ze een bron van vervuiling. Vissen of andere zeediertjes kunnen de stukjes eten. Microplastics zijn een van de bronnen van plastic soep. De aanpak van microplastics is dan ook een speerpunt binnen de maritieme strategie van het kabinet voor de Noordzee om de plastic soep aan te pakken.
Bron: Persbericht Rijksoverheid
Recycling Netwerk is verheugd nu er een Kamermeerderheid blijkt te zijn voor behoud van het statiegeldsysteem. Het vorige kabinet had zich voorgenomen om statiegeld op grote plastic flessen af te schaffen. “Rutte-I had er echter niet op gerekend dat er zoveel weerstand tegen dit plan zou komen. Nu zit er een nieuwe Kamer en spreekt het gezond verstand,” aldus een tevreden Robbert van Duin, voorzitter van Recycling Netwerk.
Recycling Netwerk, een coalitie van milieuorganisaties waaronder Milieudefensie en Greenpeace Nederland, is één van de initiatiefnemers van de campagne “Een echte held kiest statiegeld”. Het motto van deze campagne is: statiegeld, niet afschaffen maar uitbreiden. Onderdeel van de campagne is een petitie die door zo’n 30.000 Nederlanders is getekend.
Remco Dijkstra, Tweede Kamerlid voor de VVD, reageerde ontstemd op het nieuws. Dijkstra meent dat recycling en bestrijding van zwerfafval beter geregeld zijn door een overeenkomst “die nu is gesloten met de verpakkingsindustrie”. Het behouden van statiegeld druist daar tegenin en zou leiden tot “onbetrouwbaar” overheidsbeleid.
Volgens Robbert van Duin zit Dijkstra er flink naast. “De verpakkingsindustrie – producenten van allerlei soorten verpakkingen – heeft die overeenkomst niet getekend. Het is het verpakkende bedrijfsleven, die spullen in verpakkingen stoppen, die achter de overeenkomst zit. En die overeenkomst is nog niet door alle partijen ondertekend.”
Van Duin vervolgt: “Laten we hopen op een betrouwbare overheid die niet blijft hangen in foute deals met bedrijven, maar weer voorrang geeft aan internationale afspraken, wetenschappelijk gefundeerd milieubeleid en aan de belangen van de meest milieubewuste bedrijven, aan lagere overheden en aan burgers.”
De milieuminister van de Canadese provincie Quebec, heeft bekend gemaakt dat hij het bestaande statiegeld voor blikjes en flesjes wil verhogen tot 10 cent en serieus overweegt ook statiegeld in te voeren op waterflesjes. Quebec heeft al statiegeld op kleine frisdrankflesjes. Bij de uitbreiding van het statiegeldsysteem gaat het om bijna een miljard flesjes per jaar. Dat zijn anderhalf keer zo veel flessen als alle Nederlandse statiegeldflessen voor frisdranken en water bij elkaar. Quebec, dat met 8 miljoen inwoners nog niet half zo groot is als Nederland, gaat hiermee zorgen voor veel meer en betere recycling van allerlei soorten drankverpakkingen.
Aanvullende informatie kwam echter pas twee dagen geleden beschikbaar en blijkt gebrekkig: het doorrekenen van de milieugevolgen was in zo’n korte tijd niet mogelijk. Volgens de milieubeweging is de nieuwe kostenbeschouwing fout van opzet en gebaseerd op onjuiste cijfers.
Staatssecretaris Atsma stelde twee weken geleden in debat met de Tweede Kamer dat statiegeld 6 cent per fles kost en gemengd kunststof inzamelen slechts 1 à 1,5 cent per fles. Die kostenvergelijking werd echter met succes aangevochten met een notitie van Recycling Netwerk, de coalitie van milieu-organisaties die opkomt voor goed afval- en materialenbeleid. Op verzoek van een groot aantal partijen werd door Atsma een reactie op de notitie van Recycling Netwerk toegezegd.
Het verzoek om de Tweede Kamer tenminste een week leestijd te gunnen is door Atsma genegeerd. De Staatssecretaris van Milieu sprak van “voldoende zekerheid om ook zonder ex ante doorrekening van alle milieu-effecten vast te houden” aan zijn plannen. Maar de brief die de Tweede Kamer twee dagen voor het debat ontving, bevatte wel een aantal bijlagen over de kostenvergelijking. De huidige kosten van het gemengd inzamelen van plastic flessen worden nu door het bedrijfsleven geschat op 2,6 cent per fles, twee keer zoveel als de 1 à 1,5 cent uit het vorige debat. En in de nieuwe versie van de statiegeldstudie werden maar liefst 11 van de 15 kostenposten gewijzigd ten opzichte van de “definitieve versie” van twee weken eerder. De kostencalculatie komt nu 3 tot bijna 40% lager uit. De kosten van het statiegeldsysteem zouden dus ook al in de buurt kunnen komen van het bewierookte alternatief.
Voorzitter Robbert van Duin van Recycling Netwerk pleit voor een deugdelijke kostenstudie: “De manier waarop de kosten nu worden vergeleken lijkt meer op een circus-act dan op een studie.” Opgemerkt wordt, dat alleen de variant met de 40% lagere kosten serieus kan worden genomen: “die gaat uit van een opbrengst van de PET-flessen die maar 10% ligt onder de huidige opbrengst, terwijl de maximumvariant uitgaat van een echt absurd lage opbrengst”. In een brief aan de Tweede Kamer zet Recycling Netwerk ook wat andere kostenposten onder het vergrootglas. Geconcludeerd wordt dat bij doorrekening van noodzakelijke correcties statiegeld zelfs goedkoper blijkt. Hoe dan ook is de conclusie dat er nog erg veel onzekerheden kleven aan de verschillende kostenposten.
Robbert van Duin van Recycling Netwerk: “Statiegeld afschaffen is het weggooien van je beste schoenen omdat de schoenverkoper zegt dat je het helemaal gaat maken op die teenslippers.”
Recycling Netwerk steunt, samen met de gemeenten en diverse afvalbedrijven, de petitie “Een echte held kiest statiegeld”. Op de website www.echteheld.nl hebben intussen ruim 23.000 mensen aangegeven dat zij voor uitbreiding van het statiegeldsysteem zijn.
Brief Recycling Netwerk aan Tweede Kamer-commissie I&M
Werkgeversorganisatie VNO-NCW en staatssecretaris Atsma bedienen zich van een groot aantal onjuiste gegevens en aannames in hun pleidooi voor afschaffing van statiegeld. Zij doen de kosten van het statiegeldsysteem een factor twee hoger voor dan deze werkelijk zijn, terwijl het alternatieve systeem juist veel te rooskleurig wordt voorgesteld. Dit stelt Recycling Netwerk, de coalitie van milieuorganisaties die zich inzetten voor een beter materialenbeleid.
In mei 2011 begon de Europese Commissie een zogenaamd ‘stakeholdersonderzoek’ om duidelijk te krijgen wat de mening van de Europeaan is ten aanzien van het terugdringen van het gebruik van plastic tasjes. Het onderzoek zou moeten leiden tot zo veel mogelijk ideeën en suggesties om, samen met een wetenschappelijke analyse, te leiden tot een beleidsstandpunt van de EC voor het EU-beleid. Inmiddels zijn de conclusies van de grootschalige enquête bekend.
Meer dan 60% van de inwoners van Breda doet niet of nauwelijks mee aan het inzamelen van plastic verpakkingsafval. Een enquête van eind 2011 wijst uit dat 29% van de inwoners (vrijwel) altijd plastic scheidt van het overig afval. Daarnaast zegt 10% meestal wel te scheiden, maar soms niet. Het overige deel scheidt het plastic afval meestal niet of nooit. Opvallend is dat maar liefst 44% van de inwoners nooit plastic afval scheidt.
De Environmental Protection Agency (EPA), de Amerikaanse rijksmilieudienst, heeft in 2010 een flink lager percentage recycling van PET-flessen en flacons gerapporteerd ten opzichte van eerdere jaren. Waar in 2009 het getal 28% werd genoemd, rapporteert de EPA 21% in 2010. De reden van deze afname is het voortschrijdend inzicht dat met flesjes geassocieerde materialen zoals dopjes en etiketten niet moeten worden meegerekend in de recyclingpercentages.
In reactie op de ‘2009 Facts and Figures‘ over huishoudelijk afval stelde het Container Recycling Institute (mirror) dat er ten onrechte niet voor dergelijke materialen, die ongeveer 13% van het gewicht uitmaken, was gecompenseerd. Ook foutief ingeleverde flessen van andere soorten plastic zorgen voor vervuiling van de PET-stroom. Met aftrek van de doppen, die ook recyclebaar zijn, bleek PET ingezameld met een statiegeldsysteem in 2009 gemiddeld voor 4% vervuild met waardeloze materialen, terwijl dat bij PET uitgesorteerd uit de reguliere afvalinzameling 13% is.
Onder de vervuilingen bevinden zich polypropeen doppen, die in 2009 dus nog werden meegeteld in het gewicht van het gerecyclede PET. Deze doppen zijn echter zelf recyclebaar, en werden, na scheiding van de PET-stroom, nog eens meegeteld in de recyclingcijfers voor polypropeen. Ook deze fout is er in 2010 op aangeven van het Container Recycling Institute uitgehaald.
Overigens bleef PET in 2010 hekkensluiter wat betreft percentage recycling (zie grafiek).
Is de doelstelling voor het recyclen van plastic afval echt in één klap ruim gehaald? Als we de gepubliceerde cijfers kunnen geloven werd vorig jaar bijna de helft van het plastic verpakkingsafval ingezameld en gerecycled. Volgens de leveranciers van de cijfers kan daarom het statiegeld op plastic flessen wel worden afgeschaft. Er kan echter sterk worden getwijfeld aan de juistheid van de cijfers. De gepubliceerde recyclingpercentages worden sinds vorig jaar gebaseerd op een nieuwe meetmethode. Die leidt volgens Recycling Netwerk tot slechtere metingen en ongeloofwaardige recyclingcijfers. Het gevolg is een ‘vals jubelverhaal’, dat statiegeld – dat zorgt voor de beste recycling – de kop kan kosten.
Consumenten spoelen onbewust miljarden kleine stukjes plastic door het doucheputje. In veel verzorgingsproducten zit namelijk plastic, met name in ‘scrubs’ en ‘peelings’.
Deze deeltjes komen in het (zee)milieu terecht wat schadelijk is voor het leven in zee.
“Een echte held kiest statiegeld”. Onder deze slogan start deze maand in heel Nederland een campagne om afschaffing van statiegeld te voorkomen.
De campagne is een reactie op plannen om het statiegeldsysteem voor grote plastic flessen af te schaffen. Begin deze week werd bij de opening van een sorteerfabriek voor plastic verpakkingsafval een nieuwe stap gezet op de weg naar afschaffing van statiegeld. De staatssecretaris van milieu omschreef afschaffing van statiegeld als een ‘beloning voor het verpakkende bedrijfsleven’ wanneer kunststofinzameling door Plastic Hero voor voldoende recycling zorgt.
Het initiatief vanuit milieubeweging, afvalbedrijven en gemeenten wil het statiegeld op flessen behouden en uitbreiden met statiegeld op kleine plastic flessen, omdat dát zorgt voor de hoogste inzamelresultaten, de beste recycling en de laagste opruimkosten.
Gisteren zijn de eerste twee MyBeach-stranden geopend in de gemeente Noordwijk. Dit initiatief van Stichting de Noordzee houdt in dat de strandbezoekers van MyBeach het strand afvalvrij houden. Om dit te bereiken staan er opvallende afvalbakken op het strand en kunnen rokers een handig asbakje krijgen om hun as en peuken in kwijt te kunnen. De paviljoens Take2 en Buitengewoon hebben de MyBeaches geadopteerd en zullen hun bezoekers ook stimuleren om de stranden schoon te houden.
De marketing van Coca-Cola legt de laatste tijd opvallend vaak een accent op haar prestaties op milieugebied, waaronder nu ook het statiegeld op flessen en kratten. Bij ’s werelds grootste producent van frisdranken en mega-grootverbruiker van kunststof verpakkingen werkt men niet alleen voortvarend aan lichtere flessen van betere materialen, maar lijkt er sinds vorig jaar ook een minder koude wind te waaien als het gaat over het statiegeld waarmee men de grootste milieubijdrage levert.
Eind vorig jaar bracht het marketing-apparaat van Coca-Cola statiegeld positief in het nieuws in het kader van de Serious Request manifestatie. Vanuit het Glazen Huis in Eindhoven werd toen actie gevoerd om Coca-Cola flessen in te zamelen en zodoende het statiegeld plus een aanvullende bijdrage aan het goede doel te schenken. Een bijzondere stap in de marketing van Coca-Cola, dat voorheen niet wenste te worden geassocieerd met lege flessen en afval. In Duitsland is nu, op 17 februari, een publiekscampagne begonnen onder de noemer “Kurt, die Kiste”. Daarin wordt niet alleen het gemak, maar ook de milieuvriendelijkheid van de statiegeldkrat met de statiegeldflessen centraal gezet. “Wir sind einer der führenden Mehrweganbieter und setzen auch weiter auf diese umweltfreundlichen Verpackungen“, zei Hendrik Steckhan, directeur van Coca-Cola GmbH in Duitsland. In het jaar 2010 verkocht Coca-Cola ongeveer 70% van zijn verkochte volume aan eindgebruikers in ‘mehrweg’-statiegeldflessen. Al in 1929 heeft Coca-Cola het Mehrweg-statiegeldsysteem in Duitsland ingevoerd. Eveneens ontwikkelde het bedrijf in Duitsland de lichte PET-Mehrwegfles en introduceerde deze als eerste op de markt (aldus het bedrijf).
Op 2 maart jl., 1 dag voor het Algemeen Overleg van de Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu over Afval en Verpakkingen, plaatste het NRC in haar bekende Opinie-rubriek een Ingezonden artikel, gezamenlijk opgesteld door Hans Baaij -voorzitter van Stichting Dier en Recht, onze uitvoerend voorzitter Robbert van Duin, en Anton Kiewiet.
U kunt het artikel hier downloaden.
In steeds meer staten en gebieden van de Verenigde Staten zijn statiegeldregelingen op drankverpakkingen van kracht en ook worden bestaande regelingen steeds meer uitgebreid, waarbij ook waterflessen, sportdranken en dergelijke onder de regeling worden gebracht. De regelingen lopen uiteen per staat of bestuursregio. Hieronder enkele recente voorbeelden, waarbij na jarenlang touwtrekken het pleit is beslecht ten gunste van het statiegeldsysteem, of waar dit kansrijk is te gebeuren. Momenteel is in 11 staten een statiegeld-regeling (‘Bottle Bill’) van toepassing. In 10 staten zijn regelingen in vergaande staat van voorbereiding.
Op 30 december 2010 werd op het eiland Guam (geen staat) statiegeld van kracht, ter grootte van 5 dollarcent. Dit ging niet zonder slag of stoot. In juni 2009 werd het voorstel dat tot de wet leidde aangenomen en dat was de derde keer in een periode van ruim 6 jaar dat het onderwerp door senator Muna Barnes aan de orde was gesteld. Nadat in juni 2009 ook het Amerikaanse leger bereid was om mee te werken aan de uitvoering, kon de maatregel worden ingevoerd. Guam is een eiland met circa 180.000 inwoners in de Stille Oceaan, en behoort tot de Verenigde Staten. Het eiland is ongeveer zo groot als Texel. Op het eiland zijn meerdere grote militaire bases, circa 40% van het grondoppervlak is in beheer bij het leger van de VS. Het statiegeld zal worden gestort in een “Beverage Container Recycling Deposit Fund”. Tachtig procent hiervan wordt weer uitgekeerd als statiegeld (4 ct), de overige 20% dient voor de bekostiging van administratie- en communicatiekosten. In feite is dus sprake van een soort combinatie van verpakkingenbelasting en statiegeld. Senator Muna Barnes: “This bill is not just an environmental issue. It is also an economic issue. Residents will be proactively engaged in reducing the litter on our beaches, roadways and jungles. This legislation will help alleviate the burden placed on the Tourism Attraction Fund and other tax dollars spent on removing and reducing litter. It will encourage the development of young entrepreneurs who will enter into public private partnerships while improving our environment and stimulating our economy. The Bottle Bill is the first step our youth will take toward jobs of the future… green jobs…”
In New York bestaat al sinds 1982 een statiegeldregeling op de verpakkingen van koolzuurhoudende dranken. Sinds oktober 2009 zijn ook waterflessen onder het regime van de regeling gekomen. De leveranciers van gebotteld drinkwater hebben de uitbreiding van de statiegeldregeling vergeefs aangevochten; wel heeft de door hen gestarte juridische procedure tot 5 maanden vertraging geleid. De uitbreiding van het regime is succesvol, ook voor de regering, die de inkomsten uit statiegeld flink zag toenemen. In de staat New York gaat 80% van het ongeclaimde deel uit het statiegeld-fonds naar de staat.
Ook in Massachusetts bestaat sinds 1982 een statiegeldregeling op verpakkingen van koolzuurhoudende dranken. Er zijn goede vooruitzichten dat na een strijd van 15 jaar, de statiegeldregeling wordt uitgebreid. Ook verpakkingen van water, sport- en fruitdranken komen naar verwachting onder de regeling. Eén van de argumenten hierbij wordt gevormd door de grote verschillen in recyclingpercentage tussen de flessen die via het statiegeldsysteem worden ingenomen (meer dan 70% reycling) en de overige flessen (20% recycling). Een ander argument wordt gevormd door de besparing op het opruimen van zwerfafval door gemeenten.
Zelfs in Texas is sprake van de invoering van een Bottle Bill Act in 2011. In de vorm van een burgerinitiatief pleit een alsmaar grotere groep mensen voor de invoering van een statiegeldregeling. De problematiek van zwerfvuil in waterlopen en natuurgebieden en de toenemende vervuiling van de Golf van Mexico zijn een belangrijke aanleiding.
Lees verder:
Guam – New York – Massachusetts – Texas
Milieubeweging blij met heldere standpunten.
De discussie over statiegeld op plastic flessen komt in een nieuwe fase. De NVRD, de branchevereniging voor afvalinzameling en reiniging, kiest onomwonden voor uitbreiding van statiegeld naar ook kleine plastic flesjes. Het NVRD-standpunt volgt op onderzoek van TNS-NIPO dat concludeert dat er massale steun is voor uitbreiding van statiegeld. De milieubeweging is er blij mee en hoopt dat een besluit over statiegeld op kleine flesjes niet voor de vijfde keer in vijftien jaar wordt uitgesteld.
MAATREGEL WELKOM, MAAR ALLESBEHALVE BAANBREKEND.
In de dagbladen van 11 en 12 januari waaronder de Volkskrant werd gemeld, dat in het gezamenlijke klimaatplan van supermarktketens en groothandels, ook de maatregel is opgenomen om dit jaar te stoppen met de verstrekking van gratis plastic hemdtasjes bij de kassa.
Het Klimaatplan vormt feitelijk samen met het Klimaatconvenant tussen gemeenten en supermarkten de opvolging voor de MJA-1 afspraken tussen Rijksoverheid en de gehele supermarktbranche (verenigd in CBL) die op 31 december 2010 zijn afgelopen.
Deze MJA-1 afspraken voor energiebesparing zijn overigens bij lange na niet gehaald door de branche. Ook wilde de branche geen vervolg in de vorm van deelname aan de MJA-2 of MJA-3 afspraken.
Het huidige plan is een eenzijdige afspraak en daardoor nog vrijblijvender dan de MJA-afspraken. Daarnaast betekent het in feite ook zo’n 10 jaar vertraging bij de realisatie van de doelstellingen die in 1999 in het kader van de MJA-1 waren overeengekomen (toen werd nl. een energiebesparing van 32% overeengekomen, te bereiken in 2010 tov referentiejaar 1995. In 2008 -het laatste jaar dat is gerapporteerd- was 11% gerealiseerd). De parallel met de ‘voortgang’ van de uitvoering van het verpakkingenbeleid sinds 1989 is niet toevallig.
Stichting Natuur en Milieu is door het CBL gevraagd een rol te vervullen als toezichthouder / gesprekspartner.
Ondanks deze kanttekeningen bij het bredere kader, wordt de maatregel zelf om geen gratis tasjes meer te verstrekken bij de kassa, uiteraard door Recycling Netwerk verwelkomd.
Het draagt immers bij aan de preventiedoelstelling in het verpakkingenbeleid, het leidt tot vermindering van zwerfafval èn het leidt tot extra bewustwording rond de milieu-aspecten van verpakkingen, consumptie en gemakzucht.
Uit het Nederlandse zwerfafval-onderzoek uitgevoerd door Oranjewoud blijkt dat take-away zakjes 5,6 % uitmaken van het wegwerpafval. Dit betreft een meting op aantallen (zwerfafval uitgezonderd kauwgum en sigaretten/peuken) wat natuurlijk heel wat anders is als een meting op gewichtsbasis of een meting op basis van visuele hinder. “Take-away zakjes” kunnen uit papieren of plastic zakjes bestaan. Daarnaast kan ook de categorie “plastic” in dit onderzoek plastic tasjes bevatten.
Het stoppen met de gratis hemdtasjes moet jaarlijks 500 duizend kg aan plastic verpakkingsafval voorkomen. Dat is nog geen promille van de totale jaarlijkse hoeveelheid kunststof verpakkingsafval in het consumenten circuit, die ongeveer 600 miljoen kg bedraagt.
Overigens is de maatregel voor Nederland niet nieuw. Tot 2002 was er in Nederland zelfs een verbod op het verstrekken van gratis tasjes in winkels en supermarkten, dit was onderdeel van de afspraken gemaakt in het Eerste Convenant Verpakkingen.
In steeds meer staten en gebieden van de Verenigde Staten zijn statiegeldregelingen op drankverpakkingen (“containers”) van kracht en ook worden bestaande regelingen steeds meer uitgebreid, waarbij ook waterflessen, sportdranken en dergelijke onder de regeling worden gebracht. De regelingen lopen uiteen per staat of bestuursregio. We behandelen hier enkele recente voorbeelden, waarbij na jarenlang touwtrekken het pleit is beslecht ten gunste van het statiegeldsysteem, of waar dit kansrijk is te gebeuren. Momenteel is in 11 staten een statiegeld-regeling (“Bottle Bill”) van toepassing. In 10 staten zijn regelingen in vergaande staat van voorbereiding.
De resultaten van de Benchmark kunststof-inzameling laten lang op zich wachten, hetzelfde gold voor de rapportages over de inzamelingsresultaten in 2008 en 2009 en ongetwijfeld zal het zelfde gelden voor de rapportage over de resultaten in 2010. Op basis van de karige gegevens die Nedvang publiekelijk heeft willen delen trekken wij alvast onze voorlopige conclusies, als “buest guess”.
Onze conclusie: de totale inzameling in heel Nederland zal over 2010 niet verder komen dan een 80 tot 85 kton, waarmee de landelijke doelstelling bij lange na niet zal zijn gehaald.
Uitgaande van een recyclingspercentage van 50 à 70, betekent dit immers dat maximaal zo’n 60 kton zal worden gerecycled. Dit is minder dan de helft van de te behalen doelstelling voor dit deel van de totale kunststof-afvalstroom.
Op 11 november vond het jaarlijkse gemeentelijk afvalcongres plaats van de VNG en NVRD.
PWC hield hier een presentatie over de resultaten van het door hen uitgevoerde evaluatie- en monitoringsonderzoek naar de praktijk-resultaten van kunststofinzameling.
Dit onderzoek, waarvan de start al in december 2009 plaatsvond, zou volgens de oorspronkelijke planning eind augustus worden afgerond. Het concept rapport zou al in juni worden opgesteld.
Echter, op 11 november konden nog geen eindresultaten worden gepresenteerd en zelfs geen concept-rapport (de eindrapportage is verschoven naar 2011).
DUITS SYSTEEM BIJNA TEN ONDER DOOR ONTDUIKING AANGIFTE EN GEBREK AAN ONAFHANKELIJK TOEZICHT. OOK IN NEDERLAND AAN DE ORDE?
Bij herhaling bereiken ons berichten over klaarblijkelijk moeilijk oplosbare manco’s in het Duitse registratiesysteem van verpakkingen en verpakkingsafval. Het probleem volgens de Duitse inzamelorganisaties en milieu-organisaties is onder andere, dat er geen onafhankelijk toezicht en monitoring is georganiseerd. Daardoor kunnen freeriders onvoldoende aangesproken worden op hun gedrag.
In Duitsland werkt het net als in Nederland zo, dat fabrikanten (en importeurs enz.) van verpakkingen moeten opgeven hoeveel verpakkingen zij op de Duitse markt hebben gebracht. Ook zij dienen hiervoor een bijdrage te storten in een fonds. De afvalinzamelende en verwerkende partijen krijgen vervolgens op basis van hun ingenomen hoeveelheden een bijdrage uit dit fonds.
Doordat bedrijven lagere hoeveelheden verpakkingen opgeven dan men in werkelijkheid op de markt brengt, wordt de betalingsverplichting ontdoken.
Was oorspronkelijk de DSD-organisatie de enige organisatie die in Duitsland de inzameling en verwerking van leichtverpackungen organiseerde, sinds enkele jaren zijn ook andere bedrijven toegelaten op deze markt.
De DSD-organisatie is oorspronkelijk opgericht vanuit het bedrijfsleven (drankenindustrie, verpakkingsindustrie) zelf en oorspronkelijk ook goed vergelijkbaar met de Nedvang-organisatie in Nederland.
De kritiek op de registratie en de constatering van de noodzaak van onafhankelijk toezicht en monitoring vanuit het inzamelende bedrijfsleven zelf, ondersteunt de eerdere berichten vanuit onze zusterorganisatie in Duitsland, de Deutsche Umwelthilfe, hierover.
Die kwam onder andere in december 2009 met een bericht dat de hoeveelheid van diverse soorten verpakkingen die volgens de registratie op de markt werd gebracht op onverklaarbare wijze vrij fors (tot 35%) was afgenomen, terwijl de daling normaliter beperkt bleef tot hooguit enkele procenten (die dan bijvoorbeeld veroorzaakt kan zijn door het gebruik van lichtere verpakkingen of een verschuiving richting statiegeld).
Wij melden dit onder andere omdat ook Nedvang eerder dit jaar een zeer opmerkelijke daling rapporteerde in de hoeveelheden kunststof verpakkingsafval die op de markt gebracht worden. Volgens Nedvang was sprake van een daling van 606 kton in 2007 naar 442 kton in 2008.
Hieronder een overzicht van enkele berichten uit de Duitse media.
Bij herhaling bereiken ons berichten over klaarblijkelijk moeilijk oplosbare manco’s in het Duitse registratiesysteem van verpakkingen en verpakkingsafval. Het probleem volgens de Duitse inzamelorganisaties en milieu-organisaties is onder andere, dat er geen onafhankelijk toezicht en monitoring is georganiseerd.
Daardoor kunnen freeriders onvoldoende aangesproken worden op hun gedrag. In Duitsland werkt het net als in Nederland zo, dat fabrikanten (en importeurs enz.) van verpakkingen moeten opgeven hoeveel verpakkingen zij op de Duitse markt hebben gebracht. Ook zij dienen hiervoor een bijdrage te storten in een fonds. De afvalinzamelende en verwerkende partijen krijgen vervolgens op basis van hun ingenomen hoeveelheden een bijdrage uit dit fonds. Doordat bedrijven lagere hoeveelheden verpakkingen opgeven dan men in werkelijkheid op de markt brengt, wordt de betalingsverplichting ontdoken. Was oorspronkelijk de DSD-organisatie de enige organisatie die in Duitsland de inzameling en verwerking van leichtverpackungen organiseerde, sinds enkele jaren zijn ook andere bedrijven toegelaten op deze markt. De DSD-organisatie is oorspronkelijk opgericht vanuit het bedrijfsleven (drankenindustrie, verpakkingsindustrie) zelf en oorspronkelijk ook goed vergelijkbaar met de Nedvang-organisatie in Nederland. De kritiek op de registratie en de constatering van de noodzaak van onafhankelijk toezicht en monitoring vanuit het inzamelende bedrijfsleven zelf, ondersteunt de eerdere berichten vanuit onze zusterorganisatie in Duitsland, de Deutsche Umwelthilfe, hierover. Die kwam onder andere in december 2009 met een bericht dat de hoeveelheid van diverse soorten verpakkingen die volgens de registratie op de markt werd gebracht op onverklaarbare wijze vrij fors (tot 35%) was afgenomen, terwijl de daling normaliter beperkt bleef tot hooguit enkele procenten (die dan bijvoorbeeld veroorzaakt kan zijn door het gebruik van lichtere verpakkingen of een verschuiving richting statiegeld).
Ook Nedvang rapporteerde eerder dit jaar een zeer opmerkelijke daling in de hoeveelheid op de markt gebrachte kunststof verpakkingen. Volgens Nedvang was sprake van een daling van 606 kton in 2007 naar 442 kton in 2008.
Deze berichten uit Duitsland versterken onze twijfels met betrekking tot de recyclingpercentages van Nederlandse kunststof verpakkingen, die in Duitsland worden verwerkt. Inzet van kunststof afval als secundaire brandstof wil nog wel eens meer of makkelijker geld opbrengen dan de inzet in recyclingsprocessen (zeker in geval van gemengde kunststoffracties). Nu de inkomsten vanuit de “Duitse verpakkingenbelasting” lager uitvallen, zal de druk voor Duitse sorteerbedrijven nog groter zijn om afvalstromen sneller als brandstof te gelde te maken en de Nederlandse afvalstromen worden zeer waarschijnlijk gezamenlijk verwerkt met de Duitse afvalstromen.
Dossier ‘Duale system neutrale prufung’
De resultaten van de Benchmark kunststof-inzameling laten lang op zich wachten, hetzelfde gold voor de rapportages over de inzamelingsresultaten in 2008 en 2009 en ongetwijfeld zal het zelfde gelden voor de rapportage over de resultaten in 2010. Op basis van de karige gegevens die Nedvang publiekelijk heeft willen delen trekken wij alvast onze voorlopige conclusies, als “buest guess”. Onze conclusie: de totale inzameling in heel Nederland zal over 2010 niet verder komen dan een 80 tot 85 kiloton, waarmee de landelijke doelstelling bij lange na niet zal zijn gehaald. Uitgaande van een recyclingspercentage van 50 à 70, betekent dit immers dat maximaal zo’n 60 kiloton zal worden gerecycled. Dit is minder dan de helft van de te behalen doelstelling voor dit deel van de totale kunststof-afvalstroom.
Tijdens het NVRD congres op 11 november presenteerde PWC resultaten die aangaven dat de gemeenten met Diftar gemiddeld ongeveer 25 kg ophaalden in 2009 en niet-Diftargemeenten bijna 9 kg per huishouden. Dat klinkt op zich als een redelijke opbrengst. Echter in het Benchmark-onderzoek zijn 18 onbekende Diftar-gemeenten opgenomen en 37 eveneens onbekende Niet-Diftar-gemeenten. Wanneer dit representatieve gemeenten zijn dan vertegenwoordigen deze Diftar-gemeenten in totaal circa 210.000 huishoudens en de Niet-Diftar-gemeenten 1.050.000, op basis van de gemiddelde grootte van Diftar- respectievelijk Niet-Diftar-gemeenten [Agentschap NL]. De totale opbrengst van alle huishoudens die in het Benchmark-onderzoek zijn meegenomen over 2009 zou dan namelijk maar liefst 15 kton bedragen en de gemiddelde opbrengst per huishouden 11,8 kg. Nedvang rapporteerde in september, dat over heel 2009 een hoeveelheid van 23 kton is ingezameld. Combineren we deze beide gegevens, dan blijkt dat het onderzoek dus nadrukkelijk níet als representatief kan worden beschouwd voor heel 2009, wanneer 55 van de in totaal 441 (12,5 %) gemeenten (in 2009) tweederde deel (65%) produceren van de totale hoeveelheid landelijk ingezameld kunststof afval.
Wij kunnen dan ook concluderen dat:
Wat daarnaast met zekerheid ook veelvuldig is gebeurd, is dat de resultaten die in het rapport worden gepresenteerd helemaal niet betrekking hebben op “heel 2009” maar enkel op de laatste maanden van 2009 en dat deze zijn geëxtrapoleerd. PWC merkt in de presentatie van 11 november op (sheet 11), dat in situaties waar gemeenten hun inzamelsysteem lopende het jaar hebben opgeschaald en deze wijziging minstens 3 maanden duurde, is uitgegaan van de situatie na de laatste wijziging…. PWC meldde verder niet, hoe vaak dit aan de orde is geweest, maar het kan niet anders dan dat dit bij een groot aantal gemeenten die in het onderzoek zijn betrokken, het geval is geweest.
Dit alles voedt onze veronderstelling, dat de gepresenteerde inzamelingsresultaten van de benchmark een heel aardige indicatie zullen vormen voor de inzamelingsresultaten van 2010 voor heel Nederland… Het is zeer waarschijnlijk dat de gewogen gemiddelde opbrengst over alle gemeenten waar met “beleidsintensiteit” inzameling plaatsvindt, in 2010 uit zal komen op 12 à 13 kg. In de resterende gemeenten (van in totaal ruim 1,5 mln. Huishoudens), waar nascheiding wordt toegepast of waar inzameling niet (Rotterdam) of nauwelijks (Den Haag, Amsterdam, Utrecht) plaatsvindt zullen de opbrengsten per huishouden nog aanmerkelijk lager liggen. De totale inzameling in heel Nederland zal daardoor over 2010 niet verder komen dan een 80 tot 85 kton, waarmee de landelijke doelstelling bij lange na niet zal zijn gehaald. Uitgaande van een recyclingspercentage van 50 à 70, betekent dit immers dat maximaal zo’n 60 kton zal worden gerecycled.
Recycling Netwerk berekent in de rapportage ‘De kunststofinzameling doorgelicht – Opbrengst en perspectief in de steden’ van maart 2010, dat een doelstelling van 38 % recycling op een totaal van 794 kton kunststof verpakkingsafval van huishoudens en bedrijven, impliceert dat 134 kton kunststof verpakkingsafval uit huishoudens zou moeten worden gerecycleerd (naast 26 kton statiegeldflessen). Wanneer slechts 60 kiloton wordt gerecycled in 2010, betekent dat maar de helft van de doelstelling is gerealiseerd.