Zwerfafval

Wandel door een stad of de natuur en je komt het overal tegen: zwerfafval. Flesjes frisdrank, blikjes bier, snoepwikkels, peuken, kauwgom, en allerlei andere soorten verpakkingen worden bewust of onbewust in het milieu achtergelaten.

 

Waarom is zwerfafval een probleem?

Zwerfafval wordt gedefinieerd als ‘afval dat door mensen bewust of onbewust is weggegooid of achtergelaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terecht gekomen’. De aanwezigheid van zwerfafval leidt tot beeldvervuiling van de wijken en aantasting van het milieu. Omdat plastic zwerfafval niet uit zichzelf afbreekt, blijft het vaak tientallen jaren in het milieu aanwezig. Koeien, vogels, vissen en andere dieren raken verstrikt in het afval of zien het aan voor voedsel, met alle gevolgen van dien.

Een deel van het zwerfafval wordt opgeruimd. Maar het deel dat niet wordt opgeruimd blijft achter op het land of belandt via rivieren en wind in zee. Daar blijken vooral de plastics een groot schadelijk effect te hebben. Plastic hebben een lange levensduur en verbrokkelen in zee tot heel kleine deeltjes (microplastics) die door hun geringe omvang nog schadelijker zijn. Zo ontstaat de plastic soep. Die microplastics worden opgenomen in het weefsel van mosselen en vis, en belanden zo via de voedselketen op ons eigen bord.

Naast de impact op het milieu en de irritatie, is zwerfafval ook nog eens enorm zonde. Al die eenmalige koffiekopjes, plastic flesjes en blikjes bestaan uit grondstoffen die we nog prima hadden kunnen hergebruiken voor nieuwe producten. Zo kan onze economie evolueren naar een circulaire economie, waarin we grondstoffen in een kringloop hergebruiken.

 

Wat kost het opruimen van zwerfafval?

In Vlaanderen worden de kosten van het voorkomen, opruimen en verwerken van zwerfafval in de openbare ruimte in 2015 op ongeveer 164 miljoen euro geschat (25,64 euro per inwoner jaarlijks). Hiervan werd 109,4 miljoen besteed aan het opruimen van zwerfafval via veegmachines en straatvegers, en het ledigen van de openbare vuilnisbakken.

De totale kosten van het zwerfvuilbeleid in Nederland liggen op circa 250 miljoen euro per jaar (15,10 euro jaarlijks per inwoner). Deze kosten worden voor 77 tot 90 procent door lokale besturen gemaakt en komen dus terecht bij de belastingbetaler via de gemeentebelastingen.

Daarnaast wordt een flinke smak geld uitgegeven aan bewustwordingscampagnes door Nederland Schoon en de Vlaamse Mooimakers. Met slogans als ‘Met hetzelfde gemak gooi je het in de afvalbak’ en ‘Doe alsof je thuis bent, gooi geen afval op de grond’ moedigen ze de burger aan afval in de vuilbak te gooien. Ze zetten ook allerlei acties op om te proberen burgers aan te zetten het afval van anderen op te rapen. Deze aanpak werkt echter niet voldoende. Na decennia van ‘sensibiliseren’ is de hoeveelheid zwerfafval niet gedaald.

 

Hoe raken we van het zwerfafval af?

Zolang de productie en verkoop van single-use koffiekopjes, rietjes en on the go-producten blijft toenemen, en deze verpakkingen na gebruik geen waarde meer hebben voor de gebruiker, zullen er altijd mensen zijn die deze verpakkingen achteloos weggooien. Dit probleem kan nooit worden opgelost door puur en alleen te sensibiliseren of boetes uit te schrijven.

Zwerfafval oplossen kan alleen als we het probleem aanpakken bij de bron. Wie deelt er jaarlijks miljarden blikjes en flesjes uit aan consumenten? Dat zijn de producenten. Zolang die kraan van 4.000 flesjes en blikjes per minuut wagenwijd openstaat, is sensibilisering en repressie dweilen met de kraan open.

De overheid en bedrijven geven onvoldoende aandacht aan preventie. Dat Daarnaast moet de belastingbetaler niet langer opdraaien voor de kosten van zwerfafval. Producentenverantwoordelijkheid voor het (zwerf)afval van verpakkingen dient serieuze aandacht te krijgen van de overheid.

 

Recycling Netwerk wil:

  • Betere monitoring van de samenstelling van het zwerfafval, zowel in aantallen, volume en gewicht, zodat we echt kunnen nagaan welke aanpak wel en niet werkt
  • Dat producenten 100% verantwoordelijk worden voor het (zwerf)afval van verpakkingen en producten die zij op de markt brengen.
  • Er is niet één aanpak die voor alle typen zwerfafval werkt. Daarom pleiten we voor een productgerichte aanpak in het tegengaan van zwerfafval die meer verantwoordelijkheid legt bij de industrie, zoals:
    • De invoering van statiegeld op drankverpakkingen;
    • Actief (financieel) stimuleren van herbruikbare verpakkingen

Hoeveel zwerfafval is er en hoe wordt er gemonitord?

Wanneer het gaat om het in kaart brengen van het zwerfafvalprobleem, is het een logische vraag om te willen weten hoeveel en welk soort zwerfafval er is. Ondanks dat het zeer lastig is om dit exact te meten, zijn er wel indicaties beschikbaar van de samenstelling van het zwerfafval.

Nederland

De hoeveelheid zwerfafval die jaarlijks vrijkomt wordt geschat op 50.000 ton. Dit cijfer is tot stand gekomen door de opschaling van de kilogrammen en inwoneraantallen per type gemeente uit zwerfvuilonderzoek in Vlaanderen.

In Nederland wordt jaarlijks, in opdracht van Rijkswaterstaat, gemeten hoe schoon Nederland gemiddeld is. Driemaal per jaar worden op basis van de CROW methodiek op 1.000 locaties de beeldkwaliteit gemeten en een fractietelling van het aantal stuks zwerfafval uitgevoerd. Hiermee worden uitspraken gedaan over het landelijke beeld van schoon en de perceptie daarvan bij burgers, en kan een ruwe indicatie worden gegeven van de samenstelling van zwerfafval.

Er is echter vanuit verschillende hoeken kritiek op deze methode: hij zou niet representatief zijn, statistische gebreken vertonen en te veel focussen op de subjectieve beleving in stedelijk gebied. Tegelijkertijd wordt er niet gemonitord in natuurgebieden, buitengebied/landbouwgebied, provinciale wegen, havens, NS-gebieden, eilanden enz. Om een goede, landelijke, monitoring van het zwerfafval te realiseren, zal de methodiek moeten worden aangescherpt.

Daartoe besloot Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, nadat in maart 2017 de motie van Plastic Soup Surfer was aangenomen. In deze motie is de ambitie neergelegd om in drie jaar tijd minimaal 90% van de plastic flesjes in zwerfafval in Nederland te verminderen. Om te monitoren of dit doel wordt bereikt, wordt in 2018 de methodiek uitgebreid met 5 extra gebiedstypen (waaronder bermen, waterwegen en natuurgebieden), worden er 6 meetrondes per jaar uitgevoerd en worden externe effecten (zoals weersomstandigheden en veegregime van de gemeente) ook meegenomen bij de interpretatie van de gegevens.

Niet alleen de overheid monitort zwerfafval. Stichting De Noordzee monitort al jaren zwerfafval op stranden, en is in 2017, samen met de Plastic Soup Foundation en het IVN, gestart met het monitoren van afval langs de Maal en de Waal. De Zwerfinator ruimde al op honderden kilometers zwerfafval op en registreerde ieder blikje, flesje en papiertje in de app Litterati. De verzamelde data gebruikt hij om aandacht te vragen voor oplossingen voor zwerfafval.

Vlaanderen

In Vlaanderen wordt tweejaarlijks onderzoek gedaan naar de hoeveelheid en beleidskosten van zwerfvuil. Het onderzoek is gebaseerd op interviews en een steekproef onder gemeenten. Op basis hiervan werd de hoeveelheid zwerfvuil in Vlaanderen in 2013 op 17.500 ton geschat. Het de beleidskosten met betrekking tot zwerfvuil werden op 61,5 miljoen euro geschat, waarvan 55,4 miljoen euro voor rekening van de lokale besturen (gemeenten en intercommunales). Andere partijen die kosten maken zijn het Agentschap Wegen en Verkeer (6%) en Mooimakers (4%).

Er kwam kritiek op de gebruikte methodiek voor het rapport van 2013. Er zouden fouten zijn gemaakt, o.a. in de steekproeftrekking en extrapolatie van de gegevens, en een te beperkte hoeveelheid aan informatie te zijn gebruikt.

Voor de meest recente studie werd de methodiek aangescherpt, onder andere door alle gemeenten te enquêteren (119 van de 308 reageerden) en werden ook provincies bevraagd. Dit onderzoek leidde tot een schatting van 20.426 ton zwerfvuil in 2015 (3,2 kg per inwoner), 17% meer dan de 17.500 ton die in 2013 werd geschat.

Interessant gegeven hierbij is dat Vlaanderen stelde zich tot doel om het zwerfafval tegen 2022 met 20% te laten dalen. Het grootste gedeelte van het zwerfvuil wordt opgeruimd door de gemeenten. Vooral het opruimen via veegmachines en straatvegers, maar ook het legen van straatvuilnisbakken kost veel geld. Grote steden en gemeenten aan de rand van Brussel hebben veel last van zwerfafval, maar ook gemeenten in toeristische gebieden en aan de kust. De beleidskosten voor het voorkomen en opruimen van zwerfvuil in Vlaanderen worden in 2015 op 164 miljoen euro geschat. De onderzoekers geven zelf aan dat de cijfers uit 2015 betrouwbaarder zijn dan die uit 2013.

OVAM ontwikkelde in 2012 een netheidsindex. Dit is een meet- en managementinstrument voor gemeenten om het zwerfvuil in kaart te brengen. Op basis van metingen in 40 gemeenten wordt een gewogen score voor de netheid van heel Vlaanderen bepaald. Deze resultaten gaan echter over beeldbeleving (‘hoe proper ziet het er uit op een schaal van 0 tot 100?’) en het aantal stuks zwerfvuil is slechts een van de 18 parameters die wordt meegenomen. De methode is ongeschikt om iets te zeggen over de daadwerkelijke hoeveelheid zwerfafval in Vlaanderen en bijvoorbeeld het effect van bepaalde beleidsmaatregelen daarop. Vlaams milieuminister Joke Schauvliege geeft zelf ook aan dat er een gebrek is aan voldoende actueel en voldoende gevalideerd cijfermateriaal. Daardoor worden cijfers voortdurend in vraag gesteld, genuanceerd, door elkaar gebruikt.

Bij de lancering van de Vlaamse netheidsindex werd wel besloten om één keer per 5 jaar met de methodiek van de netheidsindex een fractietelling te organiseren. Deze werd in mei en juni 2015 uitgevoerd op loopstroken van 100 meter in 40 representatief geselecteerde Vlaamse gemeenten. Er werd op 84,9 km loopstroken 46.000 stuks zwerfvuil gevonden. Omdat de voorlaatste telling uit 2006 een andere methodiek had, en er geen andere vergelijkbare tellingen zijn, kan op basis van deze telling niks worden gezegd over afname of toename van zwerfafval.

Bij gebrek aan Vlaamse cijfers over zwerfafval en het effect van regelmatige opruimacties, voerde de gemeente Mol in 2014 zelf onderzoek uit naar zwerfafval in haar gemeente. Gedurende 7 maanden werd in totaal 267,91 kilometer straten en bermen opgeruimd. Al het zwerfafval werd gewogen en geteld. De onderzoekers concludeerden dat het opruimen van zwerfafval geen zin had gehad: de verzamelde hoeveelheden blijven tijdens de onderzoeksperiode constant.

 

Aantallen of volume?

Zwerfafval wordt vaak gemeten in aantallen. Een peuk of een parkeerbonnetje telt dan net zo zwaar mee als een plastic fles of een blikje bier. Hierdoor lijkt het aandeel drankverpakkingen heel klein, omdat er (in aantallen) veel meer stukjes papier, peuken en kauwgom in het zwerfafval zitten. Deze nemen echter een bescheiden volume in. Bovendien vragen kauwgom en sigarettenpeuken om een specifieke behandeling wegens de grote hoeveelheid, de kleine afmeting en de moeilijkheid om deze componenten te verwijderen. Het is dan ook terecht dat de Nederlandse monitoring deze componenten afzonderlijk beschouwd.

Wanneer de resultaten van de Nederlandse stuksmeting worden omgerekend naar volume blijkt het aandeel van drankverpakkingen dominant. Plastic flesjes en blikjes zijn relatief volumineus en bepalen daardoor circa 40% van het totale zwerfafvalvolume. En het totaal aan alle drankverpakkingen (dus ook drankkartons, glazen flesjes en zakjes met sap) vormt ongeveer de helft van het zwerfafval als gemeten wordt in volume-eenheden.

Waar het gaat om de kosten voor het opruimen van (zwerf)afval is de hoeveelheid ruimte die het afval inneemt in de vuilniswagen de bepalende factor. Het gaat dus vooral om het volume en de kosten laten zich het best meten in euro per m3.

Bovendien wordt de irritatie aan zwerfafval vooral bepaald door de zichtbaarheid en de opvallendheid van het afval. Het gaat daarbij om het gedeelte van de straat of de natuur dat ingenomen is door zwerfafval: het gedeelte dat er ‘vervuild’ uitziet. Bepalend is hierbij dus de oppervlakte of het volume van het zwerfafval en de monitoring zou dat dus ook als basis moeten nemen. Zo bezien is monitoring in stuks per vierkante meter niet functioneel: het geeft niet de juiste verhoudingen aan van de componenten in het zwerfafval.

 

Meer over zwerfafval

Recente artikels over zwerfafval