Op zaterdag 10 maart 2018 informeerde staatssecretaris Stientje van Veldhoven de Tweede Kamer middels een brief over de invoering van statiegeld op plastic flesjes en over het circulair maken van de verpakkingsketen met de Raamovereenkomst Verpakkingen als focuspunt. Diezelfde zaterdag stond in Trouw een groot interview met de staatssecretaris over de invoering van statiegeld op plastic flessen.
In het interview maakt Van Veldhoven zich sterk dat de aanpak “linksom of rechtsom, gaat lukken.” In het voorjaar van 2021 zal er statiegeld op kleine plastic flessen met water en frisdrank zitten, staat in de brief aan de Tweede Kamer, tenzij het bedrijfsleven erin slaagt om het aantal flesjes in het milieu met 70 tot 90% terug te dringen én 90% van de kleine plastic flessen weet te recyclen.
Dit artikel is een uiteenzetting van de beslissing van de staatssecretaris en het tijdspad richting het voorjaar van 2021, op welk moment kleine plastic flesjes voorzien moeten zijn van statiegeld indien het bedrijfsleven de doelstellingen niet haalt. Het artikel bespreekt de context waarin de beslissing tot stand kwam en de politieke discussie die daarop volgde. Daar waar er nog onduidelijkheden zijn betreffende het proces tot en met het voorjaar 2021, probeert het artikel die zo zorgvuldig mogelijk aan te stippen.
Om de brief van de Staatssecretaris te duiden, is het nuttig om eerst terug te blikken op het ontstaan van de zogenaamde ‘petitiemotie’ van de Plastic Soup Surfer. In 2016 startte Merijn Tinga, alias de Plastic Soup Surfer, namelijk een handtekeningenactie om als burgerinitiatief het onderwerp statiegeld op de agenda te krijgen van de Tweede Kamer.

Met 55.000 snoephartjes trok Merijn op 14 Februari 2017 naar de Tweede Kamer en bood hij evenveel handtekeningen aan aan de politiek. De aanwezige politici waaronder Agnes Mulder (CDA), Carla Dik-Faber (CU), Liesbeth van Tongeren (GroenLinks), Henk Krol (50PLUS), Stientje van Veldhoven (D66), Erik Ziengs (VVD), Tjeerd van Dekken (PvdA), Eric Smaling (SP) en Esther Ouwehand, werden ter plekke ook gevraagd of ze zich wilden scharen achter de doelstelling om 90% minder plastic flessen in het milieu in 3 jaar tijd te realiseren. Die doelstelling werd door alle aanwezige politici onderschreven.
Twee dagen later, op 16 februari 2017, vond het terugkerende Algemeen Overleg Circulaire Economie plaats. Het was het laatste ‘AO’ voor de verkiezingen van 15 maart 2017. Op de agenda stond onder meer het initiatief van de Plastic Soup Surfer. In dat overleg verwees Eric Smaling (SP) naar de actie van Merijn als zijnde de ‘petitiemotie’ en in hetzelfde overleg zegde voormalig staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) toe dat de regering de doelstelling van die ‘virtuele motie’ zou overnemen, waarmee er waarschijnlijk ook meteen sprake was van een unicum in de parlementaire geschiedenis. Dijksma zegde ook toe om tegen het najaar 2017 met een voorstel te komen over 90% reductie kleine plastic flessen in het zwerfafval in 3 jaar tijd. Dijksma stelde ook dat de brede steun voor de doelstelling betekent dat de Tweede Kamer vraagt om extra maatregelen.
In de brief van 23 mei 2017 gaat staatssecretaris Dijksma in op de uitvoering van de ‘petitiemotie’. Daarin geeft ze ook aan dat prijsprikkels zoals statiegeld niet onbesproken kunnen blijven om de doelstelling te halen. De staatssecretaris stelde ook tegen eind 2017 een onderbouwde uitspraak te kunnen doen over de de haalbaarheid van de petitiemotie. Tegen die tijd zou ook de lopende studie naar de kosten en effecten van statiegeld afgerond moeten zijn.
Het kabinet Rutte III werd op 26 oktober 2017 beëdigd, waarmee ook staatssecretaris Sharon Dijksma werd opgevolgd door Stientje van Veldhoven.
Op 31 augustus 2017 informeerde Dijksma de Tweede Kamer via een brief over de studie “Kosten en effecten van statiegeld op kleine plastic flessen en blikjes.” De studie was toegezegd in het AO Circulaire Economie van 5 oktober 2016 en werd uitgevoerd door CE Delft.

De brief beschrijft kort enkele resultaten van de studie die specifiek ingaat op de Nederlandse situatie waarbij gedacht wordt aan uitbreiding van het huidige systeem. De onderzoekers concluderen dat statiegeld op kleine flessen en blikjes leidt tot een afname van die producten in het zwerfafval in de range van 70 tot 90%. De brief geeft ook aan dat de kosten van de uitbreiding van het een statiegeldsysteem “kunnen variëren van € 10 mln tot € 110 mln per jaar afhankelijk van de gekozen variant.”
Geen van de bovengenoemde inkomsten en kostenbesparingen staan vermeld in de brief van Dijksma, die daarom een onvolledig en vertekend beeld gaf van de werkelijke baten en kosten van de invoering van statiegeld.
De analyse van CE Delft dat statiegeld leidt tot 70% tot 90% minder flesjes en blikjes in het zwerfafval, is belangrijk. De range is gebaseerd op metingen uit de Verenigde Staten en Denemarken. De studie van CE Delft heeft niet gepoogd te verklaren waarom de effectiviteit van statiegeld in de verschillende Amerikaanse staten en Denemarken verschilt, maar dat kan bijvoorbeeld afhankelijk zijn van de hoogte van het statiegeldbedrag en het gemak waarmee de flesjes en blikjes kunnen worden ingeleverd.
Door de studie van CE Delft is statiegeld het enige middel waarvan is vastgesteld dat het de doelstelling uit de ‘petitiemotie’ van 90% minder flesjes in het zwerfafval in 3 jaar tijd, kan realiseren, eventueel met aanvullend flankerend beleid indien de effectiviteit onder de 90% valt.
De brief van 23 mei 2017 spreekt ook over een ander type prijsprikkel dan statiegeld. Onder de noemer van Schoon Belonen hebben Stichting Natuur & Milieu, VNG en het verpakkende bedrijfsleven het initiatief genomen om beloningssystemen voor flesjes en blikjes in de praktijk te testen. Daarbij kregen scholen en verenigingen een collectieve vergoeding of een tegenprestatie voor de flesjes en blikjes die zij inzamelden. 102 gemeenten hebben zich voor de pilot aangemeld en uiteindelijk hebben 77 gemeenten effectief deelgenomen volgens de initiatiefnemers.

In de brief van 18 juni 2015 aan de Tweede Kamer spreekt staatssecretaris Wilma Mansveld (PvdA) voor het eerst over een landelijke aanpak zwerfafval. Onderdeel van die aanpak is de ontwikkeling van een retourpremiesysteem voor kleine PET-flesjes en blikjes. In de brief zegt Mansveld dat “aan alle partijen [is] gevraagd na te denken over een creatieve aanpak voor de kleine PET-flesjes en blikjes. In een bijlage bij de brief (“Voorstel verpakkingscoalitie”, datum: 16 juni 2015) stellen het Afvalfonds, VNG, NVRD en Stichting Natuur & Milieu voor om vóór 1 oktober 2015 een plan van aanpak voor te stellen, waarin de betrokken partijen “verschillende uitgebreide experimenten in buurten, wijken en dorpen uitvoeren voor de inzameling van kleine PET-flesjes, drankenblikjes en eventueel andere verpakkingsmaterialen.” Op basis van deze pilot zou per 1 januari 2018 een landelijk dekkend plan moeten worden ingevoerd, aldus de brief van de ‘verpakkingscoalitie’.
In de brief van 14 oktober 2015 aan de Tweede Kamer presenteert Mansveld het plan van aanpak van de verpakkingscoalitie. Op 1 januari 2016 zou worden gestart met Schoon Belonen en aan het einde van 2017 zou de pilot worden geëvalueerd. Tijdens het VAO Grondstoffen en Afval op 1 september 2015 is een motie van Kamerleden Yasmin Çegerek en Stientje Van Veldhoven ingediend en uiteindelijk aangenomen. De motie vraagt om “een gedegen opzet van het onderzoek te waarborgen door onder andere te zorgen voor een wetenschappelijk verantwoorde bepaling van het onderzoekskader, een goede nulmeting en adequate monitoring, met een goedkeuringsverklaring van opzet, meetgegevens en conclusies door een onafhankelijke organisatie.” Staatssecretaris Mansveld heeft vervolgens Rijkswaterstaat als onafhankelijke partij gevraagd de nulmeting en de verdere monitoring uit te gaan werken om het effect van de Pilot Schoon Belonen te bepalen.
Zoals afgesproken werd eind 2017 de evaluatie van de pilot Schoon Belonen door Rijkswaterstaat opgeleverd. Samen met de brief van 28 november 2017 stuurde staatssecretaris Stientje van Veldhoven het betreffende rapport “Monitoringsrapportage Pilot Schoon Belonen” naar de Tweede Kamer.
De kern van de evaluatie betreft de vraag of de Pilot Schoon Belonen heeft geleid tot minder flesjes en blikjes in het zwerfafval bij de participerende gemeenten. Daarvoor werden in mei 2016 (meting 1) en september 2016 (meting 2) nulmetingen uitgevoerd naar aantallen flesjes en blikjes in het zwerfafval. In mei 2017 (meting 1) en september 2017 (meting 2) werd wederom gemeten wat het aantal flesjes en blikjes is in het zwerfafval bij de deelnemende gemeenten aan de pilot. Door de resultaten uit 2017 te vergelijken met 2016 zou worden geëvalueerd wat het effect is van de pilot.
Voor meting 1 werd in 2017 een lichte stijging van flesjes en blikjes waargenomen. Voor meting 2 was er een daling van 19% PET-flesjes en 36% blikjes in het zwerfafval. Op basis van meting 1 lijkt er dus geen positief effect te zijn, maar op basis van meting 2 lijkt de pilot wel een significant positief effect op te leveren. Rijkswaterstaat heeft de resultaten vervolgens vergeleken met de bredere nationale monitoring, dus ook met de gebieden waar de pilot niet werd uitgevoerd. Daaruit bleek dat er in de periode van meting 1 over het hele land 2 tot 3% meer flesjes en blikjes werden gevonden. In de periode van meting 2 werd voor zowel flesjes als blikjes een afname van 36% waargenomen. Door de resultaten van de pilot te vergelijken met de landelijke resultaten, bleek dat er geen breed significant positief effect van de pilot werd waargenomen. Enkel in de directe omgeving van deelnemende scholen en verenigingen (zeer beperkt aandeel van het gemeentelijk oppervlak) kon een positief effect op het zwerfafval worden vastgesteld (zie tabel 5.6 van de monitoringsrapportage).
Hoewel de resultaten van de Pilot Schoon Belonen amper een positief effect laten zien op het zwerfafval, stellen de initiatiefnemers in de brief van 17 november 2018 gericht aan staatssecretaris dat de pilot dat de resultaten van de pilot aanknopingspunten geven
om elementen van Schoon Belonen onderdeel te maken van de brede landelijke aanpak van zwerfafval. Schoon Belonen zou namelijk wel een positief effect hebben op maatschappelijke betrokkenheid.
Staatssecretaris Dijksma gaf in 2017 al aan dat prijsprikkels niet onbesproken kunnen blijven om die doelstelling van 90% minder plastic flessen in het milieu in 3 jaar tijd te halen. De studie van CE Delft naar de kosten en effecten van statiegeld liet zien dat statiegeld kan helpen om de doelstelling te halen. De evaluatie naar Schoon Belonen laat zien dat dit ‘alternatief voor statiegeld’ een minimaal effect heeft op het zwerfafval.
In 2012 maakte voormalig staatssecretaris Joop Atsma (CDA) de afspraak met het bedrijfsleven dat statiegeld op grote flessen zou mogen worden afgeschaft, mits aan zeven voorwaarden voldaan zou worden. Die voorwaarden zijn vastgelegd in de Raamovereenkomst Verpakkingen. In 2015 concludeerde zijn opvolger Wilma Mansveld dat het bedrijfsleven niet was geslaagd in de voorwaarde om PVC-verpakkingen te verwijderen uit de supermarkten, waarmee statiegeld definitief niet werd vrijgegeven.

Sindsdien is de steun voor uitbreiding van statiegeld gegroeid. De 55.000 handtekeningen die de Plastic Soup Surfer verzamelde zijn daar een teken van. Ook enquêtes die onder de Nederlandse bevolking worden gehouden laten zien dat het draagvlak zeer groot is en groeit.
De steun voor statiegeld blijkt ook uit de groei van de Statiegeldalliantie. 21 Nederlandse en Vlaamse organisaties en gemeenten lanceerden op 27 november 2017 samen het initiatief dat oproept om in beide regio’s statiegeld op plastic flesjes en blikjes in te voeren.
Op 10 januari was dat aantal gegroeid naar meer dan 100 en op 17 juli waren in totaal 751 Nederlandse en Vlaamse organisaties en gemeenten aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Daaronder valt maar liefst 86% van de Nederlandse gemeenten (328 in totaal). Naast gemeenten, bestaat de alliantie onder meer uit bedrijven en bedrijvenfederaties, milieuorganisaties, boerenorganisaties en consumentenorganisaties.
Staatssecretaris Stientje van Veldhoven informeerde de Tweede Kamer op 10 maart 2018 via een brief over de invoering van statiegeld en de aanpak van plastic flessen in het zwerfafval. In de brief reageert staatssecretaris Van Veldhoven “verheugd dat gemeenten en maatschappelijke organisaties met Schoon Belonen door willen gaan.” Ze concludeert echter ook “dat de resultaten van de pilot Schoon Belonen op zichzelf niet voldoende zijn om volledig uitvoering te kunnen geven aan de petitiemotie.”

In overeenstemming met het verpakkende bedrijfsleven heeft Van Veldhoven besloten een tweesporenbeleid te voeren. Allereerst heeft ze overeenstemming “bereikt over een recyclingdoelstelling voor kleine plastic flessen van 90% en een reductiedoelstelling voor kleine plastic flessen in het zwerfafval van 70-90%.” In de brief geeft de staatssecretaris aan daarmee te voldoen aan het doel van de petitiemotie (90% minder zwerfvuil in 3 jaar tijd).
Daarnaast heeft de staatssecretaris met het verpakkende bedrijfsleven afgesproken de introductie voor te bereiden van statiegeld op kleine plastic frisdrank- en waterflessen tot één liter voor het geval in het najaar van 2020 zou blijken dat de zwerfafval- en recyclingdoelstellingen niet zijn gerealiseerd. In het voorjaar van 2021 zou het statiegeld op die flessen dan effectief van toepassing moeten zijn, aldus de brief. Sappen en zuivel in plastic flessen – volgens CE Delft goed voor 150 miljoen van de 900 miljoen kleine plastic flessen in totaal – worden uitgezonderd.
De brief geeft aan dat de recyclingdoelstelling van 90% voor kleine plastic flessen wordt opgenomen in het Besluit beheer verpakkingen 2014. In het najaar van 2020 wordt getoetst of het afgesproken recyclingpercentage van 90% is bereikt en of de plastic flessen in het zwerfafval met 70-90% zijn afgenomen.
De staatssecretaris stelt verder dat kleine verkooppunten niet verplicht zullen worden om kleine flessen retour te nemen. De verkoopoppervlakte zal daarbij leidinggevend zijn. Verder heeft de staatssecretaris met het bedrijfsleven “afgesproken dat er een laagdrempelig en kosteneffectief inzamelsysteem komt, waarbij kosten evenredig worden verdeeld en inzamelpunten een vergoeding ontvangen.”
Op 15 maart 2018 vond het Algemeen Overleg Circulaire Economie plaats waarbij Tweede Kamerleden uitgebreid ingingen op de beslissing van de staatssecretaris. Vanwege tijdgebrek werd het overleg op 22 maart voortgezet. Tijdens het Algemeen Overleg Circulaire Economie van 6 september werd wederom gesproken over de plannen rond statiegeld.
De oppositie toonde zich kritisch over de plannen en de kritiek spitste zich toe op vier hoofdpunten, namelijk: 1) het tijdspad rond de invoering van statiegeld op kleine plastic flessen en de voorwaardelijkheid van de beslissing; 2) het verlagen van de doelstelling van het verminderen van plastic flessen in het zwerfafval van 90% naar 70%;
3) het uitblijven van een beslissing over de invoering van statiegeld op blikjes; 4) de onduidelijkheid betreffende de monitoring van het zwerfafval.
Frank Wassenberg (Partij voor de Dieren) verwees tijdens het Algemeen Overleg naar de afspraken die in 2002 zijn gemaakt onder voormalig staatssecretaris Jan Pronk, waarbij het bedrijfsleven beloofde om het aantal blikjes en flesjes in het milieu om 80% terug te dringen in 3 jaar tijd. De doelstellingen werden toen niet gehaald, maar statiegeld werd toch niet ingevoerd. Gijs van Dijk (Partij van de Arbeid) en Suzanne Kröger (GroenLinks) verwezen eveneens naar de gemaakte afspraken onder Pronk en stelden daarbij de vraag waarom het bedrijfsleven opnieuw een kans krijgt. Kröger stelde dat er geen definitief besluit ligt en gaf aan dat er sprake is van uitstel van een beslissing
Van Veldhoven gaf daarop aan dat er direct wordt gestart met het uitwerken van de wetgeving en dat het definitieve besluit nog in deze kabinetsperiode – het najaar van 2020 – valt. Van Veldhoven noemde vervolgens verschillende redenen waarom er geen sprake zou zijn van uitstel. Achtereenvolgens noemde Van Veldhoven de implementatietermijn voor het bedrijfsleven, consultatietermijnen, voorhang in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer en eventueel ook de nahang. Van Veldhoven noemde verder nog de Europese notificatie (3 maanden), de fraudetoets en de administratievelastentoets. De staatssecretaris geeft verder aan dat het haar doel is de behandeling van het wetsvoorstel afgerond te hebben vóór de laatste metingen (van flesjes in het zwerfafval). Volgens Kröger is de lengte van het tijdspad niet overtuigend. Ze vindt tweeëneenhalf jaar voor “het veranderen van enkele wetsartikelen en een ministeriële regeling […] erg overdreven.”
In de brief van 3 juli 2018 aan de Tweede Kamer betreffende de aanpak van kleine plastic flessen in het zwerfafval, schetst Van Veldhoven het tijdpad waarover tijdens het Algemeen Overleg discussie was:
“Het wettelijk traject zal op hoofdlijnen de volgende stappen omvatten:
Gekoppeld aan de vragen over het tijdspad voor de wetgeving, zijn de vragen over de plannen van het bedrijfsleven om de doelstellingen te halen in dezelfde periode. Tijdens het Algemeen Overleg spitste de discussie zich toe op de plannen om flesjes in het zwerfafval te verminderen met 70%.
Volgens Kröger is er op dit moment weinig vertrouwen in “wat het bedrijfsleven doet om zwerfvuil te reduceren. De aanpak die tot nu toe is gebruikt, heeft onvoldoende gedaan.” Ze vroeg zich af wanneer het concrete plan van aanpak er komt, op basis waarvan de staatssecretaris heeft gezegd “het bedrijfsleven nog twee jaar te geven?” Cem Laçin (SP) vroeg hierover eveneens om verduidelijking van de staatssecretaris. Laçin wilde weten wat de plannen zijn, wat de inzet is en welk budget beschikbaar wordt gemaakt. Gijs van Dijk deelde die mening en vroeg aan de Staatssecretaris of zij het plan van aanpak van het bedrijfsleven gaat delen.
Van Veldhoven antwoordde bij het AO dat het bedrijfsleven op hoofdlijnen heeft geschetst waar het ongeveer aan denkt. Van Veldhoven zei dat ze zou vragen om dat in een wat uitgebreider plan van aanpak te zetten, zodat het gedeeld kan worden met de Kamer. In de brief van 3 juli 2018 verwijst de staatssecretaris naar de ‘Aanzet voor de brede aanpak zwerfafval en kleine PET flesjes’ dat Stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft geproduceerd.
In de brief van 8 mei 2018, licht het Afvalfonds toe dat het inzet op 4 sporen, namelijk een privaat spoor, een innovatiespoor, een publiek-privaat spoor en een publiek spoor. De brief geeft aan dat 2018 wordt gebruikt om “concrete activiteiten uit te werken en de effecten te testen.” Het Afvalfonds is volgens de brief “committed dit proces voor einde van 2018” af te ronden en het definitieve plan van aanpak aan te bieden. In de brief van 3 juli 2018 stelt van Veldhoven dit plan te zullen aanbieden aan de Kamer wanneer zij het ontvangt.
Tijdens het AO van 6 september reageerde de oppositie op de plannen van het Afvalfonds. Van Dijk vroeg zich af waar die plannen blijven en Laçin merkt op dat de industrie “niet echt voortvarend van start [is] gegaan.” Wassenberg herinnert aan de tactiek van meestribbelen waarbij het bedrijfsleven “op een heel vriendelijke manier” ervoor zorgt dat “alles in stroop verandert, waardoor eigenlijk nauwelijks ontwikkelingen plaatsvinden. Wassenberg haalt aan dat “er […] nog niets [is] gebeurd. Er zijn nog niet eens plannen. Pas tegen het eind van het jaar komen er plannen. Dus het kost alleen maar tijd.” Van Veldhoven reageerde: “vanuit het perspectief van het bedrijfsleven is hun keuze dat het geen statiegeld wordt. Zij hebben er dus alle belang bij om een goed plan neer te leggen.”
Van Dijk kwam ook nog terug op het tijdspad van het wetgevingstraject en vroeg of de staatssecretaris een beeld had van wanneer statiegeld effectief op plastic flesjes zal zitten. Van Veldhoven gaf aan dat in het tweede kwartaal van 2021 (indien het bedrijfsleven niet levert) statiegeld op plastic flesjes zal zitten. Hierbij is ook rekening gehouden met een invoeringstermijn van een half jaar.
Tijdens het AO bleek dat de doelstelling van 70 tot 90 procent minder plastic flessen in het zwerfafval voor verwarring zorgde. Cem Laçin stelde de vraag of het bedrijfsleven voldoet aan de verwachtingen als ze 70% minder plastic flessen in het zwerfafval weet te realiseren. De staatssecretaris schepte duidelijkheid door aan te geven dat het bedrijfsleven de doelstelling haalt bij 70% en niet bij 69,5%.
De kamerbreed aangenomen petitiemotie sprak over 90% minder plastic flessen in 3 jaar tijd. De verlaging van de doelstelling tot 70% leidde tot de nodige discussie. Wassenberg herinnerde aan 16 februari 2017 waarop gezamenlijk werd beloofd de hoeveelheid plastic flesjes in het milieu met 90% terug te dringen en vroeg op welke gronden het percentage was teruggebracht. Kröger stelde dezelfde vraag en vroeg zich daarnaast af of de dopjes van de plastic flessen ook worden meegenomen. Laçin herinnerde eraan dat Van Veldhoven eerder als kamerlid de petitiemotie ook ondertekende en vroeg waarom de staatssecretaris “eigenhandig” aanpast en afzwakt.
Van Veldhoven stelde daarop dat je met statiegeld niet de garantie hebt dat de doelstelling van 90% wel wordt gehaald. De statiegeldstudie van CE Delft, aldus de staatssecretaris, hanteert een bandbreedte van 70 tot 90 procent. Volgens Wassenberg is dat juist reden om méér maatregelen te nemen bovenop statiegeld en niet om de doelstelling aan te passen; als statiegeld onvoldoende blijkt te zijn, dan is flankerend beleid nodig.
Tijdens het AO is niet besproken dat de effectiviteit van het middel statiegeld in belangrijke mate zelf kan worden bepaald. Belangrijke factoren zijn bijvoorbeeld de hoogte van het statiegeld en het aantal inzamelingspunten. In Duitsland waar het statiegeldbedrag relatief hoog ligt, is het inzamelpercentage ook hoger dan in andere landen met statiegeld op plastic flessen en blikjes. De effectiviteit van het middel statiegeld hangt tevens af van de scope ervan. Dranken in blikjes zijn uitgezonderd, maar ook sappen en zuivel (150 miljoen kleine plastic flessen ieder jaar) zijn uitgezonderd. Een onderbouwing voor de beperking van de scope tot frisdranken en water in plastic flessen, ontbreekt vooralsnog.
De beslissing van de staatssecretaris om enkel statiegeld te voorzien voor plastic flesjes en niet voor blikjes, kon op weinig begrip rekenen van de oppositie. Volgens Wassenberg komen er jaarlijks twee keer zoveel blikjes (1,8 miljard) als flesjes (900 miljoen) terecht in het zwerfafval. Wassenberg haalde aan dat de blikjes heel veel dierenleed [veroorzaken] doordat landbouwdieren die blikjes eten met het voer, wat tot inwendige bloedingen en geperforeerde darmen kan leiden.” Zowel qua omvang als qua verwondingen aan dieren is blik een groter probleem, dus daar zou ook statiegeld op moeten komen, aldus Wassenberg.

Kröger en Laçin haalden aan dat enkel statiegeld op plastic flesjes en niet op blikjes kan leiden tot meer blikjes in het zwerfafval. Laçin vroeg of de staatssecretaris van plan is om deze fout te herstellen. Jessica van Eijs (D66) vroeg aan Van Veldhoven hoe voorkomen kan worden dat die verschuiving richting blik plaatsvindt. Carla Dik-Faber (ChristenUnie) verwees eveneens naar de gevolgen van blik voor dieren en noemde dat ook als de reden dat LTO zich heeft aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Dik-Faber vroeg aan de staatssecretaris of ze afspraken wilt maken met het bedrijfsleven over het tegengaan van blik in het zwerfafval en of ze wilt “monitoren dat er geen verschuiving plaatsvindt in de productie van flesjes naar blikjes of aluminium flesjes?”
De staatssecretaris antwoordde dat het statiegeld op plastic flesjes inderdaad niet moet leiden tot extra blikafval en gaf aan dat als uit de monitoring van het zwerfafval blijkt dat er een toename is van blikjes in het zwerfafval, dat extra maatregelen met elkaar afgesproken moeten worden. Van Veldhoven verwees tevens naar de petitiemotie die enkel ging over plastic flesjes en dat het voorstel voor statiegeld daarom ook specifiek over plastic flesjes gaat. Wassenberg reageerde daarop nog met de vraag of, als er bij het Voortgezet Algemeen Overleg (VAO) motie komt om ook statiegeld op blikjes te heffen, of daar dan steun voor zal zijn.
Bij het VAO van 3 april 2018 werden verscheidene moties over blik ingediend. Wassenberg,
Kröger, Laçin, Van Brenk en Van Dijk dienden een motie in waarin de regering wordt verzocht “om ook reductiedoelstellingen voor blikjes in het zwerfafval op te stellen.” Wassenberg, Kröger, Laçin en Van Brenk dienden verder nog een een motie in waarin de regering wordt verzocht om zo spoedig mogelijk statiegeld in te voeren op plastic flesjes en metalen blikjes.” De kamerleden Dik-Faber, Van Eijs, Mulder en Ziengs dienden eveneens een motie in over blikjes in het zwerfafval waarin de regering wordt verzocht met het bedrijfsleven en de gemeenten afspraken te maken over een actieplan en reductiepercentage voor blik in 2020, met als doel het aantal blikjes in het zwerfafval te verminderen.
De eerste twee moties van de oppositiepartijen werden verworpen bij de stemming op 10 april. De regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, maar ook de PVV, stemden tegen. De motie van Dik-Faber, Van Eijs, Mulder en Ziengs werd unaniem aangenomen. In de brief van 3 juli 2018, geeft Van Veldhoven aan dat ze VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft gevraagd een voorstel te doen voor de aanpak van blikjes conform de motie Dik-Faber c.s. die spreekt van een actieplan en reductiepercentage voor blik in 2020. Vooralsnog is er geen actieplan opgesteld of doelstelling geformuleerd.
Bij het AO van 6 september werd opnieuw gesproken over statiegeld op blikjes. Cem Laçin gaf aan dat het was de SP betreft “een grote gemiste kans” is. Chris Stoffer (SGP) haalde aan dat jaarlijks “een paar duizend koeien dood [gaan] doordat ze scherpe stukjes blik binnenkrijgen.” Volgens Stoffer is statiegeld “de enige effectieve methode om dit terug te dringen.” Stoffer herinnerde verder eraan dat de staatssecretaris als reactie op de ‘blikjesmotie’ aan VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft gevraagd een voorstel te doen voor de aanpak van blikjes, en vroeg of dit traject in gang is gezet.
Van Veldhoven reageerde dat de partijen met elkaar in gesprek zijn, waarop Stoffer afvroeg of er statiegeld op blikjes komt wanneer het traject met VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen, geen resultaat oplevert. Van Veldhoven reageerde hierop dat dit niet een logische vervolgstap is omdat de ingediende moties daarover allemaal zijn verworpen.
Het klopt dat de eerder ingediende moties zijn verworpen, mede door D66 en ChristenUnie. Stoffer en Kröger hebben echter een nieuwe motie ingediend waarin de regering wordt opgeroepen “om ook voor blikjes het statiegeld als beleidsmaatregel voor te bereiden voor het geval dat het actieplan van het bedrijfsleven onvoldoende effectief is om blikjes in het zwerfafval aan te pakken.” De motie wordt waarschijnlijk na het congres van D66 op 6 oktober ter stemming gebracht. Op dat congres wordt namelijk ook een motie ingediend door D66-lid Aad Overgaag om zo spoedig mogelijk en uiterlijk 2021 statiegeld op blikjes in te voeren.
Tijdens het AO stelde Laçin dat er geen sluitende tellingen zijn van aantallen flesjes en blikjes in het zwerfafval. Laçin gaf aan dat er in belangrijke gebieden helemaal niet wordt gemonitord. Er is geen nulmeting en er is dus geen nuljaar, aldus Laçin. Het kamerlid gaf aan dat tellingen moeten plaatsvinden in natuurgebieden, op bedrijventerreinen en langs rijkswegen, rivieren, kanalen en havens. Laçin vroeg aan de staatssecretaris hoe de uiteindelijke monitoring eruit gaat zien en hoe vaak de Kamer hierover zal worden ingelicht.

Van Veldhoven verduidelijkte dat er per halfjaar kan worden gerapporteerd en dat Rijkswaterstaat (RWS) die tellingen uitvoert. De staatssecretaris gaf ook aan dat sinds 2015 het tellen van kleine plastic flessen in het zwerfafval wordt uitgevoerd volgens het monitoringsprotocol zwerfafval van Rijkswaterstaat. De staatssecretaris stelde dat er ook gesprekken zijn gevoerd over verbeteringsvoorstellen voor die monitoringsaanpak. RWS heeft geoordeeld dat bepaalde ingebrachte voorstellen een technische aanvulling op de telmethodiek kunnen zijn. De staatssecretaris gaf eveneens aan dat ze binnen een maand
de monitoringsaanpak naar de Kamer hoopte door te kunnen sturen. Tot slot stelde de staatssecretaris dat er ook afspraken over de monitoring zijn gemaakt.
Na het Algemeen Overleg op 15 maart stuurden Recycling Netwerk, Natuur & Milieu, Plastic Soup Foundation en Plastic Soup Surfer Merijn Tinga een gezamenlijke brief naar het ministerie I&W dat hoewel er eerder overleg en correspondentie is geweest, er geen definitieve overeenstemming is bereikt over de monitoringsmethodiek. Tijdens het Algemeen Overleg dat op 22 maart 2018 werd hervat, merkte Tweede-Kamerlid Laçin op dat uit de brief blijkt dat al vier maanden geen overleg geweest over de monitoringssystematiek en dat de milieuorganisaties zich er niet in kunnen vinden en dat er dus geen draagvlak is.
De staatssecretaris reageerde dat “het heel belangrijk dat die monitoringssystematiek onafhankelijk wordt vastgesteld, en dus niet door de ngo’s, niet door het bedrijfsleven en niet door mij.” Rijkswaterstaat is volgens Van Veldhoven de onafhankelijke partij die “bepaalt wat er nodig is om statistisch een betrouwbaar beeld te kunnen geven van wat er speelt.” Ze geeft aan dat er meerdere malen overleg werd gevoerd met de ngo’s en dat ze begreep dat daar toen overeenstemming over was bereikt. Verder worden de metingen door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) gevalideerd. In de brief van 23 mei 2017 stelde Sharon Dijksma dat ze het een vereiste vindt “voor dit proces dat we het eerst met partijen eens worden over de precieze methodiek voor het tellen van de kleine flesjes.”
In de brief van 3 juli 2018 geeft de staatssecretaris aan dat ze op 19 april een eerste bestuurlijk overleg gevoerd heeft met het verpakkende bedrijfsleven (Stichting Afvalfonds Verpakkingen, Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Stichting Natuur & Milieu.
In de brief staat dat tijdens het bestuurlijk overleg, RWS een presentatie heeft gegeven over de monitoring van het zwerfafval en van de kleine plastic flessen in het bijzonder. In de brief staat ook dat Stichting Afvalfonds Verpakkingen aan PwC de opdracht geeft om een contra-expertise op de monitoring uit te voeren en dat de partijen aan RWS een schriftelijke reactie zullen sturen op de monitoring. Deze reacties zijn inmiddels gegeven en staan ook in de Memo “Reactie RWS op zienswijzen bij voorstel monitoring kleine plastic flessen in het zwerfafval” van 30 mei 2018.
In de brief van 3 juli 2018 staat dat de VNG en Stichting Natuur & Milieu “de door RWS voorgestelde methodiek te kunnen ondersteunen. Stichting Afvalfonds Verpakkingen heeft diverse kritiekpunten die door RWS zijn beoordeeld en van een antwoord zijn voorzien.”
Tot slot is het de vraag met welk doel Stichting Afvalfonds Verpakkingen de contra-expertise laat uitvoeren en wat de timing daarvan is. De contra-expertise kan potentieel gebruikt worden om het proces zoals bepaald door de staatssecretaris, te delegitimeren.
Over de monitoring van de doelstelling van 70% minder plastic flessen in het milieu is er in de Kamer veel discussie gevoerd. Maar de opvolging van de doelstelling van 90% recycling van plastic flessen werd veel beperkter besproken.

Carla Dik-Faber vroeg tijdens het AO wel aan de staatssecretaris of de 90% recycling-doelstelling hoogwaardige recycling betreft en vroeg daarnaast hoe de monitoring door de ILT wordt vormgegeven. Van Veldhoven antwoordde dat deze doelstelling wordt toegevoegd aan het Besluit Beheer Verpakkingen. Van Veldhoven stelde verder dat het bedrijfsleven jaarlijks rapporteert over het halen van de recyclingdoelstellingen en die rapportages worden gecheckt door de ILT. Ze zei verder dat de methodiek vastgelegd is in een EU-richtlijn en dat het bedrijfsleven die methode hanteert. De ILT valideert of die methode op een goede manier is gehanteerd. Ze stelde tevens dat als het recyclingpercentage niet 90% maar 89,5% is, dat statiegeld dan wordt ingevoerd.
Het antwoord van de staatssecretaris wekt ten onrechte de suggestie dat er al een methode bestaat om het recyclingpercentage van plastic flesjes te bepalen. Er bestaat enkel een gevalideerde methode (die weliswaar tot overschatte recyclingpercentages leidt) voor ingezamelde plastics in brede zin, maar niet voor plastic flesjes.
Er is dus onduidelijkheid over de meetmethode waarmee de doelstelling van 90% recycling van plastic flesjes wordt opgevolgd. Op 29 augustus 2018 stuurde Recycling Netwerk hierover een brief naar staatssecretaris Van Veldhoven.
Op basis van de Europese afvalstoffenrichtlijn wordt jaarlijks vastgesteld hoeveel van de plastic verpakkingen wordt gerecycled. Na het sorteren van het afval in verschillende stromen, wordt gewogen hoeveel plastic is ingezameld voordat het wordt doorgestuurd naar de recycler.
De gescheiden PET-stromen waaronder ook de kleine plastic flessen vallen, komen terecht in twee fracties, namelijk het PET met specificatie DKR 328-1 en de DKR 350 mixfractie. Het is echter onduidelijk hoeveel PET-flesjes in deze fracties zitten. Er zijn geen afspraken gemaakt over hoe het aandeel kleine PET-flessen in deze fracties bepaald moet worden en daarvoor worden tot op heden geen metingen uitgevoerd. Het is dus niet bekend hoeveel van de kleine plastic flesjes worden gerecycled. En de DKR 350 mixfractie wordt laagwaardig gerecyled.
Er is dus nood aan een helder protocol voor het bepalen van een betrouwbaar recyclingpercentage van kleine plastic flessen. In de brief schetst Recycling Netwerk twee complementaire sporen om dat percentage te bepalen:
1) Bepalen aantal flesjes in plastic balen
Een statistisch verantwoord aantal DKR 328-1 balen en DKR 350 mixbalen wordt gecontroleerd op de aanwezige hoeveelheid kleine plastic flesjes als percentage van het totale gewicht van de balen. Met dit percentage kan worden bepaald wat het totale tonnage PET-flesjes is dat wordt gerecycled.
2) Bepalen aantal flesjes in overige stromen
Een deel van de plastic flesjes komt terecht in het restafval van huishoudens, in openbare afvalbakken, in afval van bedrijven en instellingen (bijvoorbeeld kantine-afval) en in het zwerfafval. In opdracht van de Rijkswaterstaat voert Eureco ieder jaar sorteeranalyses uit naar de samenstelling van het huishoudelijk restafval. Met aanvullende analyses van het zwerfafval, het afval in openbare afvalbakken en overige stromen die niet worden gerecycled, kan nauwkeurig worden bepaald hoeveel plastic flesjes niet worden gerecycled.
Verder is het nog de vraag over welke periode het recyclingpercentage wordt bepaald. Het recyclingpercentage van plastic verpakkingen wordt bepaald over een volledig kalenderjaar.
Tenzij er een alternatieve periode wordt gekozen, is 2019 het laatste meetjaar vóór de beslissing over statiegeld in 2020. Dat betekent dan ook dat het protocol voor de bepaling van het recyclingpercentage van kleine plastic flessen al snel zou moeten worden vastgesteld.
Tijdens het AO van 6 september 2018 vroegen Chris Stoffer en Frank Wassenberg naar de meetmethode voor het bepalen van de 90%-recyclingdoelstelling van plastic flesjes. Wassenberg haalde aan dat producten als wasmiddelflessen en zeepflessen eerder zijn meegeteld en het recyclepercentage voor drinkflessen hoger laten lijken. Stoffer haalt aan dat “CE Delft schat dat de hoofdstroom gerecycled plastic voor 90% uit plastic flessen bestaat. En omdat grote petflessen de statiegeldautomaat ingaan, is verondersteld dat die 90% uit kleine plastic flessen bestaat. Op basis daarvan komen ze op een actueel recyclingpercentage van ongeveer 60%.” Stoffer gaf aan dat bij die 90% ook grote niet-statiegeldflessen zitten, wasmiddelenflessen “en ga zo maar door.” Stoffer vroeg of de staatssecretaris op korte termijn gaat uitzoeken “wat het aandeel kleine plastic flessen in de plasticbalen daadwerkelijk is?”
Van Veldhoven reageerde dat wordt uitgezocht hoe dat precies gemonitord kan worden. Ze gaf aan dat “grote petflessen en andere verpakkingen […] daarin niet [worden] meegenomen.” “Het gaat echt om de kleine flesjes, de kleine plastic flesjes”, aldus de staatssecretaris.
Van Veldhoven heeft afgesproken twee keer per jaar een bestuurlijk overleg te voeren met een aantal betrokken partijen. Hoewel verschillende milieuorganisaties eerder betrokken waren bij het formuleren van opmerkingen op de monitoring en het voorzien van commentaar op de statiegeldstudie, is het bestuurlijk overleg beperkt tot drie federaties uit het bedrijfsleven (Stichting Afvalfonds Verpakkingen, FNLI en het CBL), de VNG en Stichting Natuur en Milieu.
In het najaar van 2018 dient de conceptregelgeving inclusief onderbouwing te worden opgeleverd. Het is verder afwachten wanneer VNG en Stichting Afvalfonds Verpakkingen het plan van aanpak en de reductiedoelstelling voor 2020 voor de vermindering van blikjes in het zwerfafval, presenteren aan de staatssecretaris.
Van Veldhoven heeft toegezegd dat in het najaar van 2020 een beslissing over statiegeld genomen wordt en dat bij een positieve beslissing in het voorjaar van 2021 het statiegeld effectief van toepassing is op kleine plastic flessen. Op 17 maart 2021 zijn er landelijke verkiezingen. Het moment van beslissing en invoering zit dus zeer dicht op de wisseling van de politiek, wat een potentieel risico inhoudt voor zowel de beslissing als de implementatie.
Rob Buurman
Directeur Recycling Netwerk
rob.buurman@recyclingnetwerk.org
Dat zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk in reactie op het onderzoek van 11 afvalintercommunales en de stad Antwerpen naar de werkelijke recyclagecijfers. Het onderzoek stelt vast dat slechts 50 procent van plastic flessen en flacons wordt gerecycleerd – terwijl Fost Plus al jaren beweert dat het om meer dan 80 procent gaat. Van de plastic flessen zou volgens Fost Plus zelfs 87,7% worden gerecycleerd.
Zie ook het live debat in het Vlaams parlement op woensdag 3 oktober na 15.30 op https://www.vlaamsparlement.be/plenaire-vergaderingen/1274143#video
De manier waarop Fost Plus rekent, ligt al langer onder vuur. Milieuorganisatie Recycling Netwerk voerde in juni 2018 een fact check uit op de Fost Plus-recyclagecijfers. Onze conclusie was dat maximaal maximaal 62,2 tot 66,3% wordt gerecycleerd, en het werkelijke recyclagecijfer wel eens lager zou kunnen liggen.
Het empirisch onderzoek van Recover, een samenwerking tussen 11 afvalintercommunales en de Stad Antwerpen, bevestigt deze bevindingen nu. Slechts de helft wordt gerecycleerd, stelt Recover vast. Bovendien worden die gerecycleerde flessen niet gebruikt om nieuwe flessen van te maken, maar belanden ze in isolatiemateriaal en fleecetruien. Die niet worden gerecycleerd, maar op de afvalberg of als plastic soep in zee belanden.
Het werkelijke recyclagecijfer van plastic flessen in Vlaanderen is dus 50 procent. Dit cijfer staat in schril contrast met de 96 tot 98% die Duitsland met een statiegeldsysteem haalt. In Litouwen, waar ze slechts twee jaar geleden een statiegeldsysteem introduceerden halen ze nu al 91,9% procent recycling van plastic flessen. Nu we de werkelijke Vlaamse recyclagegraad kennen, wordt meteen duidelijk hoeveel meer milieuwinst kan gehaald worden door het statiegeld in Vlaanderen uit te breiden van bierflesjes tot alle plastic flessen.
Zo kunnen we naar een circulaire economie gaan: een plastic fles wordt gerecycleerd tot een nieuwe plastic fles. Dat is een hoogwaardige toepassing, die de milieuvervuiling door plastic echt aanpakt. Met de geplande uitbreiding van de blauwe zak lijkt juist het tegenovergestelde te gebeuren. In de blauwe zak worden meer andere soorten plastics gezamenlijk ingezameld. Daardoor raken de plastic flessen meer vervuild en kunnen ze moeilijker hoogwaardig worden gerecycleerd.
Met het Recover-onderzoek is nu ook definitief vastgesteld dat de recyclagecijfers van Fost Plus geen correcte, maar fake cijfers zijn. Dat is een probleem omdat de regering vertrouwt op die cijfers. De zelfrapportage van de industrie via Fost Plus was de enige leidraad voor alle plannen tot dusver.
“Meten is weten. Als de Vlaamse regering een ernstig afvalbeleid wil ontwikkelen, moet ze snel zelf de metingen van de recyclage in handen nemen. Zolang de overheid zelf geen objectieve data heeft, en afgaat op de zelfrapportage van de industrie via Fost Plus, zullen alle doelstellingen – ook die van het “verpakkingsplan” dat de regering voor de zomer besliste – volledig op los zand gebouwd zijn”, besluit Recycling Netwerk.
Zie ook: Het Nieuwsblad, Amper de helft van de plastic flessen en flacons wordt gerecycleerd (en dat is helaas niet het enige probleem), 3 oktober 2018
43 koeien dood door zwerfafval, kopte Het Nieuwsblad deze maand. Wat is er aan de hand? Nauwelijks drie maanden na de oprichting van het Meldpunt scherp-ins bij runderen hebben de Vlaamse veehouders reeds tientallen dode koeien gemeld. De bevoegde Vlaamse ambtenaar zegt dat “het werkelijke aantal dode dieren (nog) hoger ligt”.
Bij het maaien worden de blikjes mee versnipperd in de maaimachine. Zo komen ze in het veevoer terecht. De stukjes blik veroorzaken wondjes in de koeienmagen, die tot ontstekingen, ziekte en de dood kunnen leiden.
Het meldpunt werd opgericht door Vlaams Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V). De minister nam de beslissing onder druk van de media-aandacht voor het rapport over drankblikjes en koeiensterfte, dat wij publiceerden in februari 2018. Er kwamen ook parlementaire vragen.
Dat rapport, “Als blikken konden doden”, concludeerde dat in Nederland naar schatting jaarlijks gemiddeld tussen de 11.448 en 13.110 koeien scherp-in letsel oplopen als gevolg van zwerfafval, waarvan er jaarlijks tussen de 3.813 (ondergrens) en 4.244 (bovengrens) runderen overlijden, op een totale landelijke populatie van 4,29 miljoen runderen.
In Vlaanderen worden jaarlijks 5.152 tot 6.227 koeien ziek door zwerfafval, op een totale landelijke populatie van 1,3 miljoen runderen. Met de nodige statistische voorzichtigheid kan geschat worden dat daarvan in Vlaanderen jaarlijks tussen de 2.051 (ondergrens) en 2.474 (bovengrens) runderen overlijden.
De resultaten van het rapport kregen veel aandacht in het journaal van EenVandaag, VTM Nieuws en Nieuwe Oogst, in de kranten AD, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, De Morgen, De Standaard, Gazet van Antwerpen en tientallen lokale media.
Bron: EenVandaag
Steeds meer veehouders kwamen naar buiten met hun verhaal. Landbouwers Paul Lassuyt en Marc Bonnaerens zagen enkele melkkoeien creperen door restanten van blikjes. Ze pleiten daarom vurig voor de invoering van statiegeld. Onder anderen ook een boer uit Gelderland trok aan de alarmbel. Hij verloor reeds 10 koeien door stukjes aluminium blikjes in het veevoeder. “Statiegeld is dringend nodig”, zei hij aan Omroep Gelderland.
„Twee koeien op de de boerderij van mijn broer stierven vorig jaar na het eten van snippers van blikjes”, vertelt Tjalling de Wit uit Ruinen, raadslid voor het CDA in De Wolden in het Dagblad van het Noorden. „Die blikjes slingeren rond en worden door maaimachines in kleine stukjes gehakt. Een koe merkt niet eens dat hij ze eet, zo klein. Maar ze zorgen er wel voor dat de magen van zo’n koe open worden gescheurd.” Een pijnlijke dood is het gevolg. De Wit is dan ook fervent voorstander van de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes.

Ook de Facebookpost van veehouder Jacco Draaijer over zijn gestorven koe ging viraal. ,,Ze lag te creperen van de pijn. Het was net of ging een groot mes te keer in haar magen en darmen. De ontlasting was dun en pikzwart, wat duidt op veel bloed. Ik heb de dierenarts er nog bij gehaald, maar er viel niets meer aan te doen. Binnen een paar uur was ze overleden.”, vertelde hij in de Leeuwarder Courant.
,,De problemen groeien”, vertelt Malda, veearts bij Dierenkliniek Deventer aan het Algemeen Dagblad. ,,De afgelopen vier jaar is het aantal dieren met problemen door plastic of blik gestegen. Het gaat nu om één op de tien koeien.”
De enige oplossing die de veehouders zelf zien is statiegeld. In landen met statiegeld zoals Duitsland vind je immers heel weinig drankblikjes op de velden. Het statiegeld op bierflesjes zorgt ervoor dat je ze heel weinig op straat ziet. De blikjes zonder statiegeld daarentegen zijn alomtegenwoordig in het zwerfvuil.

De grootste boerenvakbond van Nederland, LTO, was geschokt door het onderzoek en sloot zich meteen aan bij de Statiegeldalliantie die de snellere invoering van statiegeld op plastic flessen en drankblikjes vraagt aan de Nederlandse en Belgische regeringen.
Ook de Vlaamse boerenorganisatie Algemeen Boerensyndicaat (ABS) sloot zich aan bij de Statiegeldalliantie en lanceerde een affichecampagne: “Politici, stop met doen alsof uw neus bloedt”. Het Algemeen Boerensyndicaat ABS was dan ook teleurgesteld dat de Vlaamse regering in haar ‘Zomerakkoord’ nog geen statiegeldregeling besliste.
De grootste boerenorganisatie van België, de Boerenbond, pleit eveneens voor de invoering van statiegeld op drankblikjes. Ook de KVLV, Vrouwen met vaart, is aangesloten bij de Statiegeldalliantie, onder meer uit bezorgdheid over de effecten van blikjes op koeien.
Het verbond tussen milieuorganisaties, gemeenten en boerenorganisaties voert de druk voor de uitbreiding van statiegeld sterk op, schreef Trouw. Recycling Netwerk en Greenpeace Nederland deden een gezamenlijke oproep naar de regering Rutte III: “En vergeet ook al die blikjes niet”.
Op 10 maart 2018 gaf de Nederlandse regering het bedrijfsleven twee jaar de tijd om beter te gaan recyclen en het aantal flesjes in het zwerfafval met 70-90% te verminderen. Lukt dat niet, dan komt er vanaf 2021 statiegeld op plastic flesjes. Deze beslissing zal de koeiensterfte niet stoppen. Staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (D66) zei immers niks over hoe de de blikjes in het zwerfvuil worden aangepakt.
In april 2018 nam de Tweede Kamer een motie aan die de regering verzoekt met het bedrijfsleven en de gemeenten afspraken te maken over een actieplan en reductiepercentage voor blikjes in 2020, met als doel het aantal blikjes in het zwerfafval te verminderen.
Anno september 2018 is er echter nog geen actieplan opgesteld of reductiedoelstelling voor blikjes geformuleerd. Ook zijn er nog geen afspraken over de te nemen sancties en/of maatregelen indien het aandeel blikjes in het zwerfvuil niet significant gaat dalen.
Een motie van Tweede Kamerleden Suzanne Kröger (GroenLinks) en Chris Stoffer (SGP), ingediend tijdens het VAO Circulaire Economie van 7 september 2018, vraagt aan de regering om ook voor blikjes, net als voor plastic flesjes, het statiegeld als beleidsmaatregel in ogenschouw te houden indien het actieplan van het bedrijfsleven onvoldoende effectief is om blikjes in het zwerfafval aan te pakken.
De motie wordt besproken in de Tweede Kamer op dinsdag 2 oktober.
Elk jaar kunnen non-profitorganisaties en creatieve breinen meedingen naar de Standaard Solidariteitsprijs. Het creatief bureau bigtrees, zelf partner van de Statiegeldalliantie, maakte samen met de Statiegeldalliantie deze krantenadvertentie. De Standaard publiceerde ze op 17 juli.
U kan de vraag naar statiegeld en de Statiegeldalliantie steunen door te stemmen voor de advertentie van de Statiegeldalliantie op http://www.standaard.be/solidariteitsprijs, en uw vrienden te vragen om ook te stemmen.
Hartelijk dank.

Terwijl acht op de tien Vlamingen en de helft van de Vlaamse gemeenten vragen om statiegeld in te voeren, kijkt de Vlaamse regering de kat nog even uit de boom. Begeleid door trompetgeschal van supermarkten en drankenproducenten. Ze heeft de beslissing over invoering van statiegeld opnieuw voor zich uit geschoven.
De regering presenteerde haar nieuwe Afvalplan naar goed gebruik als vooruitstrevend en zeer belangrijk. Een inzamel- en recyclagepercentage van 90% voor drankverpakkingen tegen 2022, en zoniet hoge boetes voor de bedrijven. Eigenlijk klinkt dat best wel goed, toch?
Business as usual
Maar, hoeveel drankverpakkingen worden vandaag eigenlijk gerecycleerd? We deden zelf de analyse op basis van studiewerk van de OVAM en professionele onderzoeksbureaus. Daaruit blijkt dat slechts 61 tot 67% van de plastic flessen effectief wordt gerecycleerd. Van de blikjes slechts 65 procent, volgens Recover, samenwerkingsverband van gemeenten en afvalintercommunales.
Ieder jaar rapporteert Fost Plus namens het verpakkende bedrijfsleven nieuwe recyclagecijfers. Voor 2017 claimt de afvalbeheerder een recyclage van 87,7% voor petflessen, 91% voor drankenkartons en 102% voor metalen verpakkingen waaronder de blikjes. Overschattingen van de werkelijkheid. Maar het beleid steekt zo in elkaar dat de zelfrapportage van het bedrijfsleven leidend is voor het bepalen van de officiële recyclagegraad.
De harde doelstelling van 90% van Bourgeois en co lijkt dus een grote stap vooruit, maar is volgens de bedrijven anno 2018 al realiteit. De bedrijven zullen met een gerust hart vasthouden aan business-as-usual.
Denken dat de drankenproducenten en supermarkten zonder statiegeld het zwerfvuil even doeltreffend zullen verminderen is naïef. Dus wat gaat nu precies veranderen tussen nu en 2023? We zoeken in het Afvalplan tevergeefs naar een doelstelling voor de vermindering van het zwerfafval. Gemiste kans.
We lezen dat de Vlaamse overheid het gratis verstrekken van plastic tasjes gaat verbieden. Maar dat was al Europees beslist. Sterker nog: Wallonië en Brussel staan al een stap verder. Zij hebben de plastic tasjes categorisch verboden. Vlaanderen doet niet meer dan wat minimaal vereist is.
Dat terwijl er een wereldwijde dynamiek aan de gang is. De Europese Commissie maakt werk van een verbod op plastic single-use producten. Ook voor de landen die nu nog niets recycleren, eist ze 90 procent selectieve inzameling van flesjes en blikjes, in de feiten enkel mogelijk via statiegeld. De Conservatieve regering van het Verenigd Koninkrijk maakt er werk van. Zelfs Coca-Cola publiceerde deze week nog 11 principes voor een goed statiegeldsysteem op het Britse eiland.
En wat doet Vlaanderen? Geconfronteerd met het vele zwerfvuil, hebben de meeste lokale beleidsmakers de dringendheid wel al begrepen. 168 Vlaamse gemeenten vragen samen met honderd Vlaamse organisaties om statiegeld snel in te voeren. Als een overgrote meerderheid van de bevolking een milieumaatregel wenst, valt het moeilijk te begrijpen waarom er vijf jaar mee gewacht moet worden.
Ondertussen zal het zwerfvuil de komende maanden en jaren niet afnemen. Met een stijgende consumptie onderweg, zullen we blikjes en flesjes in de berm blijven zien. De jaarlijkse opruimfactuur van 164 miljoen euro blijft verder stijgen. Dit gebeurt voor ieders voordeur. Het uitzicht van de gemeente, de vervuiling van onze stranden, het zijn zaken in de leefwereld van iedereen.
Zolang het zwerfvuil straten, velden en stranden ontsiert, zullen de Vlamingen blijven vragen naar doeltreffende oplossingen zoals statiegeld. Zolang stukjes blik koeien ziek maken, zullen de veehouders zich roeren. Het thema zal dan ook voor boeiende debatten zorgen in de campagnes voor de gemeenteraden en de volgende Vlaamse regering.
Rob Buurman & Tom Zoete
De krant De Morgen publiceerde deze opinie op 21 juli.
Zelfs een doelstelling voor het verminderen van het zwerfvuil ontbreekt in het Afvalplan, analyseert milieuorganisatie Recycling Netwerk zaterdag.
Vraag uit samenleving naar statiegeld blijft
Statiegeld reduceert het volume blikjes en flesjes in het zwerfvuil met 70 tot 90 procent. Alternatieven die even doeltreffend zijn, zijn niet voorhanden. De tegenstanders van statiegeld weten dat ook. Anders had de regering en het parlement het alternatief al maanden geleden gehoord van de betrokken bedrijven.
Denken dat de drankenproducenten en supermarkten zonder statiegeld het zwerfvuil even doeltreffend zullen verminderen is naïef. Ze pogen door uitstel uiteindelijk afstel te bekomen.
Zolang het zwerfvuil straten, velden en stranden ontsiert, zullen de Vlamingen blijven vragen naar doeltreffende oplossingen zoals statiegeld. Zolang stukjes blik koeien ziek maken, zullen de veehouders zich roeren. Zolang plastic in zee belandt, zullen consumenten zich laten horen. Zolang de opruimfactuur stijgt, zullen Vlaamse gemeenten blijven pleiten voor statiegeld.
“We stellen vast dat de vraag voor een snellere invoering nu al de brede steun van 82 procent van de burgers, 168 Vlaamse gemeenten en honderd Vlaamse organisaties geniet. Buiten de betrokken bedrijven vroeg in de samenleving niemand om te wachten tot 2023. Het wordt dus uitkijken naar initiatieven die het beslissingsproces versnellen. Het wordt boeiend hoe dit thema zal evolueren in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen en Vlaamse verkiezingen”, besluit Recycling Netwerk.
Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk rob.buurman@recyclingnetwerk.org
Tom Zoete, communicatie Recycling netwerk tom.zoete@recy=
Nu al 168 Vlaamse gemeenten en 102 Vlaamse organisaties vragen dat de Vlaamse regering statiegeld invoert op alle plastic flessen en blikjes. Het dossier staat op de agenda van de superministerraad van vrijdag 20 juli.
De voorbije maanden groeide het aantal partners van de Nederlands-Belgische Statiegeldalliantie aan tot 751, waarvan 270 Vlaamse. Het initiatief breidt ook uit naar franstalig België.
Onder meer Stad Ronse en de gemeenten Overijse, Lede, Haaltert en Lille sloten zich de voorbije maanden aan bij het initiatief, dat het draagvlak voor de invoering van statiegeld toont. Ook de Provincie West-Vlaanderen, 4 Vlaamse waterbeheerders, creatief bureau bigtrees en de vzw Grote Routepaden kwamen er bij.
Maak Vlaanderen proper
Het vele plastic en blikken zwerfvuil stoort iedereen, vervuilt het milieu en brengt koeien letsel toe. Het opruimen van het afval kost de gemeenten en de Vlaamse belastingbetalers elk jaar 155 miljoen euro.
De vraag van de Statiegeldalliantie aan de Vlaamse, Brusselse en Waalse gewestregeringen is helder: “Voer dit jaar statiegeld in op alle plastic flessen en blikjes”. Het is een doeltreffende maatregel om het zwerfvuil te bestrijden en onze omgeving proper te krijgen. Nu is er al statiegeld op glazen bierflessen en sommige wijnflessen in België.
De uitbreiding naar alle plastic flessen en blikjes maakt integraal deel uit van het Afvalplan van minister van milieu Joke Schauvliege (CD&V). De beslissing staat geagendeerd op de ministerraad van de Vlaamse regering op vrijdag 20 juli.
De Standaard Solidariteitsprijs selecteerde de inzending van de Statiegeldalliantie en creatief bureau bigtrees overigens als een van de twintig organisaties die een gratis pagina advertentieruimte krijgen. De inzending van de Statiegeldalliantie is dinsdag gepubliceerd in de kwaliteitskrant.
L’Alliance de la Consigne
Ook in franstalig België vraagt de bevolking de invoering van statiegeld, bleek onlang uit een enquête van GfK. 82 procent van de Belgen willen de invoering van statiegeld. De Statiegeldalliantie roept bij deze dan ook franstalige organisaties en gemeenten uit Brussel en Wallonië op om zich aan te sluiten bij de Alliance de la Consigne. De website is nu ook in het Frans toegankelijk op alliance-consigne.org. De Brusselse gemeente Sint-Gillis sloot zich alvast aan bij het initiatief dat ook aan de Brusselse en Waalse regering vraagt om statiegeld in te voeren in België. Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) pleit ook voor de invoering van statiegeld.
In Nederland vragen bijna alle gemeenten en provincies uitbreiding statiegeld
In Nederland is de vraag om statiegeld uit te breiden naar alle plastic flessen en blikjes massaal. Maar liefst 328 gemeenten, 86 procent van alle Nederlandse gemeenten, dringen er bij de regering Rutte III op aan om statiegeld uit te breiden tot alle plastic flessen en blikjes. Ook 8 van de 12 Nederlandse provincies en 20 van de 21 waterschappen sloten zich aan bij de Statiegeldalliantie.
Sinds de regering Rutte III begin maart besloot om de industrie twee jaar uitstel te geven, hebben zich nog tientallen nieuwe gemeenten en organisaties aangemeld bij de Statiegeldalliantie. Elke week zijn er nog nieuwe toetredingen. Almere besliste vorige week de toetreding. Samen vertegenwoordigen alle aangesloten Nederlandse gemeenten inmiddels 15,6 miljoen inwoners.
Meer info
Voor één op twee kiezers speelt zwerfvuil bovendien een rol in zijn stemkeuze voor de gemeenteverkiezingen in oktober. Dat toont een analyse van de antwoorden die 5.134 Belgen gaven op een bevraging door GfK Social and Strategic Research.

Opmerkelijk: bij de kiezers van de N-VA en Open VLD is een hele grote meerderheid dus voorstander van statiegeld. Nochtans spraken deze twee regeringspartijen zich vooralsnog niet positief uit over statiegeld.
Bij de kiezers van CD&V is 82 procent voorstander van statiegeld, bij de kiezers van sp.a 80 en bij Groen 91 procent. Bij alle Vlaamse politieke partijen is een meerderheid van hun kiezers voor de invoering van statiegeld.
87% van de mensen is bovendien van mening dat statiegeld in België het zwerfafval kan verminderen.
Meer dan één kiezer op twee, 55 procent, zegt dat het zwerfvuil in zijn/haar gemeente een belangrijke tot heel belangrijke rol speelt bij zijn/haar stemkeuze voor de gemeenteraadsverkiezingen in oktober.
De Vlamingen willen dus dat de Vlaamse regering en andere gewestregeringen statiegeld invoeren. Het aantal voorstanders steeg ook flink door het maatschappelijk debat: van 66 procent in de enquête van Test-Aankoop in maart vorig jaar naar 82 procent vandaag, een flinke stijging op een dik jaar tijd.
Voor de supermarkten en drankenproducenten zijn deze cijfers een belangrijk signaal dat een grote meerderheid van hun klanten statiegeld wil.
Voor de politieke wereld tonen deze cijfers dat dit een belangrijk thema in de gemeenteraadsverkiezing op 14 oktober wordt. Het overgrote deel van hun kiezers is voorstander van statiegeld, over alle partijgrenzen heen.
De invoering van statiegeld als integraal onderdeel van het Afvalplan ligt sinds 18 mei op de tafel van de Vlaamse regering. De verwachtingen zijn zeer hoog. Het is nu aan de Vlaamse regering om de beslissing tot invoering van statiegeld te nemen, besluit milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux uit de enquête.
Technische gegevens van de enquête
In België worden plastic flessen en flacons, conservenblikken en drankenkartons ingezameld via de blauwe zak. Andere verpakkingen moeten bij het restafval. Het systeem van de blauwe zak is goed ingeburgerd. Er is een prijsprikkel voor de burger om de blauwe zak te gebruiken en doordat de inzameling aan huis gebeurt, is het voor de burger interessant en gemakkelijk om eraan deel te nemen.
Fost Plus is verantwoordelijk voor de blauwe zak. Deze organisatie organiseert in opdracht van supermarkten en drankenproducenten de inzameling en recyclage van de verpakkingen. Fost Plus publiceerde in mei 2018 haar recyclagecijfers van de op de markt gebrachte verpakkingen. Recycling Netwerk neemt in deze factcheck de cijfers onder de loep. De cijfers blijken hoger te liggen dan wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus (over 2017) wordt 89,1% van alle verpakkingen gerecycleerd. De berekening van de recyclage gaat als volgt. In België wordt het ingezamelde gewicht als gerecycleerd geteld. Bedrijven die producten op de markt brengen geven aan bij Fost Plus hoeveel het totale gewicht ervan is. Fost Plus zamelt die verpakkingen in via de blauwe zak en bepaalt het gewicht van de verschillende ingezamelde verpakkingen. Dit wordt vervolgens vergeleken met het aandeel dat bij Fost Plus is gerapporteerd.
Deze aanpak leidt tot verschillende fouten in de rapportering. Stuk voor stuk leiden die fouten ertoe dat de cijfers hoger uitvallen dan realistisch is. De volgende factoren spelen hierbij een rol:
Tabel 1 hieronder laat de recyclagecijfers van Fost Plus over 2017 zien. We bespreken achtereenvolgens de recyclagecijfers van glas, van metalen (met een focus op blikjes), van drankenkartons en van plastic flessen.

Tabel 1: recyclagecijfers België zoals gerapporteerd door Fost Plus (Fost Plus. Jaarverslag 2017)

De recyclage van glas wordt volgens Fost Plus geschat op 114,5% (tabel 1). Dat is een fout van minimaal 14,5 procentpunten en waarschijnlijk zal het significant meer zijn. Ervan uitgaande dat niet gefraudeerd wordt, geeft dit aan dat het gecombineerde aandeel van free riders, buitenlandse aankopen en sorteeronnauwkeurigheden, zeer hoog ligt.
Uit de cijfers uit het jaarverslag 2017 van Fost Plus volgt dat haar leden in Vlaanderen 171.099 ton glazen verpakkingen op de markt brengen en er 195.928 ton wordt gerecycleerd (1).
In Vlaanderen komt per jaar per inwoner 2,11 kg glas verpakking in het huishoudelijk restafval (dat niet gerecycleerd wordt) terecht. Dat blijkt uit een sorteeranalyse van het huisvuil uitgevoerd door de OVAM in 2013 en 2014 (2). Met het inwoneraantal van 6.516.011 komt dat in totaal neer op 13.749 ton glas. Dat is 8,0% van het glas dat in 2017 op de markt werd gebracht, dat dus al niet gerecycleerd wordt.
De recente zwerfvuilmeting in opdracht van Limburg.net laat zien dat 13,96% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit glazen verpakkingen (3). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 3.829 ton glas in het zwerfvuil (4) (5). Hiervan bestaat een deel uit buitenlandse aankopen (5-10%) en verpakkingen van free riders (8%). Gecorrigeerd is er sprake van 3.140 tot 3.331 ton verpakkingsglas in het zwerfvuil. Dat is 1,8% tot 1,9% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus. Ook dit deel van het glas wordt niet gerecycleerd.
Opgeteld bij de 8% glas in het restafval, is er dan sprake van 9,8 tot 9,9%, glas dat niet selectief wordt ingezameld. Er kan dus maximaal 90,1 tot 90,2% van het verpakkingsglas worden gerecycleerd. De door Fost Plus opgegeven 114,5% is dus tenminste 24,3 procentpunten te hoog. In het bedrijfsrestafval en in het niet opgeruimde zwerfvuil zit ook nog glas, waardoor de werkelijke recyclagecijfers waarschijnlijk nog lager liggen.
Specifiek voor glas valt nog op te merken dat (gebroken) glazen producten zoals vazen, glazen of kaarsjeshouders ook bij het glazen verpakkingsafval terecht kunnen komen. Verder kan het ook zo zijn dat een deel van de hervulbare flessen wordt meegeteld bij de recyclagecijfers van de eenmalige glazen verpakkingen. Het leidt ertoe dat bovenstaande berekening de werkelijke recyclage van glas vermoedelijk nog altijd te hoog inschat.
De Belgische markt van glazen verpakkingen verschuift verder steeds meer naar eenmalige drankverpakkingen. De hoeveelheid herbruikbare flessen daalt al jaren achtereenvolgens (zie grafiek 1 hieronder). Deze informatie is niet terug te vinden in het jaarverslag van Fost Plus, maar staat in het activiteitenverslag van de Interregionale Verpakkingscommissie (6).

Grafiek 1: Evolutie herbruikbare drankverpakkingen
Volgens artikel 3,§1, 2º van het Samenwerkingsakkoord dat in 1996 is vastgesteld, moet worden gewaarborgd dat: “het aandeel van de herbruikbare verpakkingen voor dezelfde goederen die in de handel zijn gebracht, niet vermindert in vergelijking tot het voorgaande jaar.” (7) Deze passage werd opnieuw bevestigd in het Samenwerkingsakkoord van 2008 tussen de gewesten en het is van toepassing op het bedrijfsleven (8).
De afname van herbruikbare verpakkingen in een markt die juist stijgt, betekent dat er een verschuiving van herbruikbare verpakkingen richting wegwerpverpakkingen plaatsvindt. Hierdoor wordt het Samenwerkingsakkoord, wat de basis is voor de erkenning van Fost Plus, geschonden.

De recyclage van metalen verpakkingen zoals drankblikjes en conservenblikken wordt door Fost Plus geschat op 102,6%. Maar volgens de statiegeldstudie van de OVAM wordt slechts 51% van de blikjes via de blauwe zak ingezameld (9). Van de 19.465 ton blikjes (aluminium plus staal), wordt namelijk slechts 9.999 ton selectief ingezameld (zie ook tabel 2 hieronder). De hoge recyclagecijfers worden verkregen doordat metalen uit de bodemassen van verbrandingsovens worden opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen.

Tabel 2: Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen
Hierbij worden ook metaal van niet-verpakkingen die uit bodemassen worden gehaald, opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen. Zo draagt bijvoorbeeld het metaal van een kleerhanger bij tot de score van gerecycleerd blik. Er ontstaat op deze manier een willekeurig en te hoog recyclagecijfer, opnieuw doordat de teller van de breuk stijgt zonder dat de noemer wordt aangepast.
Uit een Nederlandse studie naar de kosten en effecten van statiegeld blijkt daarnaast dat er ongeveer 38% van het aluminium verloren gaat wanneer het terecht komt in een verbrandingsoven (10). Nederland heeft echter modernere afvalverbrandingscentrales met modernere aluminium-scheidingsinstallaties. De verwachting is dat de verliezen in Vlaanderen hoger zijn.

De recyclage van drankenkartons schat Fost Plus op 91,0%. Dit is 8,4% lager dan in 2016. Deze sterke daling wordt niet toegelicht in het jaarverslag van Fost Plus.
Volgens de eerder genoemde sorteeranalyse van OVAM komt 1,45 kg drankenkartons per inwoner terecht in het restafval, dat niet gerecycleerd wordt (11). In tegenstelling tot metalen kunnen drankenkartons niet worden gerecupereerd uit bodemassen van verbrandingsovens. Voor heel Vlaanderen gaat het dan over 9.448 ton drankkartons die verloren gaan via het restafval.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus wordt 17.427 ton op de markt gezet in België. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het dan om 10.029 ton.
Als we buiten beschouwing laten dat een deel van de drankenkartons terecht komen in het zwerfafval, de openbare afvalbakken en de restafvalbakken van bedrijven, dan is er dus sprake (10.029-9.448)/10.029 = 5,8% recyclage.
Dit getal is zonder enige twijfel een sterke onderschatting van het daadwerkelijke recyclagecijfer. Een mogelijke verklaring is dat er bij drankenkartons nog veel meer dan bij andere verpakkingen sprake is van een zeer hoge vervuilingsgraad. Dat maakt zowel de verpakkingen in het restafval als in de blauwe zak zwaarder. Dat zou ook kunnen verklaren waarom beide cijfers zo ver uit elkaar liggen.
In Vlaanderen is niet vastgesteld wat de vervuilingsgraad van drankenkartons is, maar in Nederland zijn daar wel analyses van. Volgens een recente analyse van Eureco maken drankenkartons 2,6% van het Nederlandse restafval uit. Meer dan de helft daarvan (1,5%, oftewel relatief 57,7%) bestaat uit vocht en vuil (12). Als we op basis van de Nederlandse data het aandeel vocht en vuil aftrekken van de drankenkartons in het Vlaamse restafval, dan concluderen we dat 9.448*(1-0,577) = 3.997 ton drankverpakkingen niet worden gerecycleerd. We hanteren verder de aanname dat hiervan 5-10% uit het buitenland afkomstig is en dat 8% afkomstig is van zogenaamde freeriders. Als hiervoor wordt gecorrigeerd dan blijkt dat 3.277 ton tot 3.477 ton van de door de leden van Fost Plus op de markt gebrachte drankenkartons niet wordt gerecycleerd.
De recente meting van Limburg.net laat zien dat 0,24% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit drankenkartons (13). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 23 tot 24 ton drankenkartons in het zwerfvuil (14) (15). Gecorrigeerd voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht en vuil is dat 0,2% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus.
Uit de berekeningen blijkt dat ongeveer 3.300 tot 3.501 ton drankenkartons niet selectief wordt ingezameld en dus niet wordt gerecycleerd. Hieruit volgt dat maximaal 64,4 tot 66,4% van de drankenkartons via de blauwe zak wordt ingezameld en gerecycleerd.
Als ook nog wordt gecorrigeerd voor het aandeel drankenkartons in de restafvalbakken bij bedrijven, dan zal het recyclagecijfer lager uitvallen.
Tot slot merken we hierbij op dat deze berekening vooral inzicht moet geven in de mate waarin het recyclagecijfer van 91,0% is overschat.

Rekenmethode 1
De recyclage van plastic flessen en flacons schat Fost Plus op 82,9%.
Jaarlijks wordt door de leden van Fost Plus 84.990 ton plastic flessen en flacons op de Belgische markt gebracht. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het om 48.913 ton plastic flessen en flacons die op de markt worden gebracht.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus is het recyclagepercentage voor enkel de PET-flessen zelfs nog hoger, namelijk 87,7%. Maar het is niet waarschijnlijk dat het inzamelpercentage specifiek voor PET-flessen hoger ligt dan het gemiddelde percentage voor flessen en flacons, omdat een aanzienlijk deel van de PET-flessen buitenshuis worden geconsumeerd en daar ook wordt weggegooid. Voor verdere berekeningen gaan we daarom uit van het cijfer van 82,9%.
Eerder in deze nota is aangegeven op welke manier recyclagecijfers van verpakkingen kunnen worden overschat. Als we corrigeren voor de verschillende redenen die leiden tot een overschatting van de recyclage van plastic flessen, dan kunnen we stellen dat er waarschijnlijk minimaal 20-25% overschatting is voor de ingezamelde plastic drankflessen (op 100% van de verpakkingen) (16).
Het cijfer van 82,9% wordt dan gecorrigeerd; maximaal 62,2 tot 66,3% van de plastic flessen wordt gerecycleerd.
Het recyclagepercentage valt nog lager uit wanneer ook de sorteerfouten en/of recyclageverliezen worden meegeteld.
Rekenmethode 2

Het is ook interessant om te kijken naar de sorteeranalyse die de OVAM heeft uitgevoerd. Volgens deze sorteeranalyse komt er per burger gemiddeld 2,98 kg, dus voor heel Vlaanderen 19.104 ton plastic flessen en flacons in de restafvalzak terecht (17).
Uit de Vlaamse statiegeldstudie (zie tabel 2 hieronder), blijkt dat in 2014 in totaal 32.040 ton PET op de Vlaamse markt werd gezet op een totaal van 50.170 ton plastic flessen en flacons. We hanteren de aanname dat er relatief net zoveel plastic flessen als flacons in het restafval terecht komen.
Dit betekent dat 32.040/50.170*19.104 = 12.200 ton van de plastic flessen bij het restafval terecht komt. Dat staat gelijk aan een percentage van 38,1%. Als we hier corrigeren voor ongeveer 20-25% buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, dan constateren we dat ongeveer 28,6 tot 30,5% van de plastic flessen op de Vlaamse markt in het restafval terecht komt (9.150 tot 9.760 ton).
Volgens de statiegeldstudie uit 2015 bestaat ongeveer 19 tot 33% van het gewicht van het zwerfafval en het afval in openbare afvalbakken uit plastic flesjes en blikjes (18). De recente studie van Limburg.net geeft een gewichtspercentage van 11,34% voor blikjes en 6,67% voor plastic flesjes, wat samen 18,01% is. Voor verdere berekeningen wordt daarom een range van 18 tot 33% gehanteerd.
Volgens de OVAM werd in 2015 27.427 ton zwerfvuil en vermeden zwerfvuil (openbare afvalbakken) door gemeenten en andere publieke partijen zoals gemeenten en agentschappen, opgeruimd (19). Om de verhouding tussen blikjes en flesjes te bepalen gaan we uit van de recente zwerfvuiltelling van Limburg.net. Daarbij is in totaal 52,4 kg aan blikjes en 30,8 kg aan flesjes geteld. Dat betekent dat de flesjes een gewichtsaandeel van 37,0% uitmaken op het gecombineerde aandeel flesjes en blikjes in het zwerfvuil.
Uitgaande van 27.427 ton afval, waarvan 18 tot 33% drankverpakkingen zijn en waarvan 37% flesjes zijn, spreken we over 1.828 – 3.351 ton plastic flesjes die niet worden gerecycled maar in het milieu terechtkomen of in de afvalbakken op straat worden weggegooid. Ook deze cijfers corrigeren we voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, waardoor kan worden vastgesteld dat 1.371 tot 2.680 ton van de plastic flessen van de leden van Fost Plus in het Vlaamse zwerfvuil of in de openbare afvalbakken terecht komt.
Als we dit optellen bij de 9.150 -9.760 ton plastic flesjes die in het restafval zitten, dan kunnen we vaststellen dat 10.521 ton (32,8%) tot 12.441 ton (38,8%) van de plastic flesjes niet wordt gerecycleerd.
De conclusie volgens rekenmethode 2 is dan ook dat maximaal 61,2% tot 67,2% van de plastic flesjes wordt gerecycleerd.
In deze berekeningen zitten enkele onzekerheden :
Meer info: Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk Benelux rob.buurman@recyclingnetwerk.org
1. Fost Plus rapporteert cijfers over heel België. Voor deze en ook volgende berekeningen, rekenen we terug naar geproduceerde en gerecycleerde hoeveelheden afval voor Vlaanderen op basis van het inwonertal van Vlaanderen (6.516.011) en België (11.322.088) op 1 januari 2017. Dit maakt de cijfers vergelijkbaar met andere cijfers die op Vlaams niveau worden verzameld.
2. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.
3. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
4. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
5. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel glas in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.
6. IVC. 2017. Activiteitenverslag 2016.
7. 5 maart 1997 – Samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
8. 4 november 2008 – Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
9. OVAM. 2015. “Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen.”
10. CE Delft. 2017. “Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes.”
11. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.
12. Rijkswaterstaat. 2017. “Samenstelling van het huishoudelijk restafval, sorteeranalyses 2016”
13. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
14. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
15. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel drankenkartons in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.
16. Buitenlands aankopen 5-10%, freeriders 8%, vocht en vuil 7% (In Vlaanderen zijn er naar ons weten geen openbare studies beschikbaar die de mate van contaminatie bij gesorteerde PET-flessen in kaart brengen. In Nederland is hier wel onderzoek naar gedaan. In een studie in opdracht van het Afvalfonds (de Nederlandse tegenhanger van Fost Plus) wordt geschat dat de gesorteerde stroom PET voor 7% bestaat uit vocht en vuil. Bron: Wageningen UR Food & Biobased Research. 2016.).
17. Voor deze berekening wordt gebruikt gemaakt van het bevolkingscijfer van 1 januari 2014 omdat ook gerekend wordt met de hoeveelheid PET op de Vlaamse markt in 2014. Op dat moment had Vlaanderen 6.410.705 inwoners.
18. OVAM. 2015. Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen; OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
19. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
De verpakkingsindustrie stelt geen bijkomende of nieuwe maatregelen voor om het zwerfvuil en de plastic soep aan te pakken, blijkt woensdag uit de berichtgeving in De Morgen.
“De drankenproducenten en supermarkten tonen dus geen goede wil om verantwoordelijkheid voor een proper Vlaanderen op te nemen. Dan zal het van de Vlaamse regering afhangen om de industrie ertoe te verplichten”, zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux woensdagochtend in reactie op de berichtgeving in De Morgen over het afvalplan van de industrie.
“Het is nu dus aan de Vlaamse regering om met een beslissing te komen die de meest voorkomende types producten doeltreffend uit het zwerfvuil haalt. Voor de grootste fractie in het zwerfvuil, plastic flessen en blikjes die 43% van het zwerfvuil uitmaken, is dat uiteraard statiegeld. Enkel statiegeld is doeltreffend om flessen en blikjes uit het zwerfvuil te houden, toont de praktijk in Scandinavië en Duitsland. Voor de plastic zakjes is dat een verbod. Voor de overige fracties (peuken, kauwgommen, single-use koffiebekers en ander zwerfvuil) zal ook een specifiek systeem moeten komen om de 100% producentenverantwoordelijkheid concreet te maken”, zegt directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.
De producenten hebben heel lang – decennia – de tijd gehad, om zelf met oplossingen te komen voor het zwerfvuil. Ze weigeren dat te doen omdat blijkbaar enkele extra procentjes meer nettowinst belangrijker worden geacht dan duurzaamheid. De jaren uitstel die de industrie zichzelf wil geven is stuitend op een moment dat elke minuut het equivalent van een vrachtwagen plastic afval in zee belandt.
“Dan is het aan de Vlaamse en andere regeringen om de reductie van het zwerfvuil op te leggen aan de industrie, met scherpe reductiedoelstellingen boven de 90%. Anders blijft de Vlaamse belastingbetaler de factuur van 155 miljoen euro per jaar op op zijn bord krijgen en blijven we in gebreke tegenover wat de Europese Commissie vraagt”, besluit Recycling Netwerk.
Beeld: Gert Verbelen (@destandaard op Twitter)
De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.

De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje. Met de zo ingezamelde en opgeraapte flesjes hebben de organisaties maandag nog een plan.
Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Met de actie, die maandag 28 mei nog een vervolg krijgt, roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.
Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux brengen op maandag 28 mei honderden plastic flesjes die Spa zondag uitdeelde terug naar het Spadel-hoofdkantoor in Brussel. “U bent uw plastic afval gisteren vergeten op de 20 km van Brussel”, zeggen de ngo’s samen met een marathonloper aan de topman van Spadel.
De actie in het VTM journaal (vanaf 37:30)
![]() |
![]() |
Deze actie kadert in de Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Met deze campagne vraagt de milieuorganisatie samen met vele burgers de drankenproducenten om hun lobbyverzet tegen statiegeld op te geven.
“De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelde zondag tijdens de 20 km van Brussel opnieuw honderdduizenden flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dat is hypocriet”, zeggen de organisaties.

Zondag zijn er tussen de 300.000 en 350.000 plastic wegwerpflessen uitgedeeld. Met dit aantal kan men een route van plastic flesjes uitstippelen van tussen de 49 en 58 kilometer. Dat is bijna van drie keer de afstand van de marathon, ofwel van Brussel naar Gent .
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan deze plastic flessen naar de verbrandingsoven, net zoals doorheen het jaar gebeurt. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
Spadel-topman Marc du Bois liet zich eind maart laatdunkend uit over statiegeld. “Wij vinden het niet normaal dat een bedrijf, dat zijn imago bouwt rond proper bronwater en propere natuur, zich zo hard verzet tegen een maatregel die hun plastic verpakkingen uit de natuur kan houden”, aldus Recycling Netwerk en Conscious Crew. “Wij vragen Spa daarom om zich positief uit te spreken voor statiegeld”.
Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedseltoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Spadel heeft alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoord van Spadel op een enquête van Greenpeace.
De deelnemers aan de Back to Sender-campagne rapen PET-flessen en blikjes op uit het zwerfvuil en sturen ze terug naar drankenproducenten, met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen.
Achtergrond: Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?
Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.
Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.
In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.
In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.
In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.
Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.
Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.
Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.
Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.
Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.
De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.
Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.
“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.

Ook de marketing van Spadel is doordrenkt van het zuivere-natuurimago (screenshot website)
Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.
De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.
Conclusie:
1. Spadel heeft een grote plastic voetafdruk;
2. Dit is ongewenst voor natuur en past niet binnen imago en eigen doelstellingen Spadel;
3. De plastic voetafdruk en de ecologische voetafdruk in bredere zin zijn beiden te verminderen met een statiegeldsysteem
4. Spadel heeft als marktleider in verschillende landen de verantwoordelijkheid maar ook slagkracht om een verschil te maken en met recht haar product ‘zuiver’ te noemen.
“U bent uw plastic afval gisteren vergeten op de 20 km van Brussel”, zeggen de ngo’s samen met een marathonloper aan de topman van Spadel.
Bekijk de reportage over de actie op Bruzz
Deze actie kadert in de Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Met deze campagne vraagt de milieuorganisatie samen met vele burgers de drankenproducenten om hun lobbyverzet tegen statiegeld op te geven.
“De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelde zondag tijdens de 20 km van Brussel opnieuw honderdduizenden flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dat is hypocriet”, zeggen de organisaties.
Zondag zijn er tussen de 300.000 en 350.000 plastic wegwerpflessen uitgedeeld. Met dit aantal kan men een route van plastic flesjes uitstippelen van tussen de 49 en 58 kilometer. Dat is bijna van drie keer de afstand van de marathon, ofwel van Brussel naar Gent .
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan deze plastic flessen naar de verbrandingsoven, net zoals doorheen het jaar gebeurt. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
Spadel-topman Marc du Bois liet zich eind maart laatdunkend uit over statiegeld. “Wij vinden het niet normaal dat een bedrijf, dat zijn imago bouwt rond proper bronwater en propere natuur, zich zo hard verzet tegen een maatregel die hun plastic verpakkingen uit de natuur kan houden”, aldus Recycling Netwerk en Conscious Crew. “Wij vragen Spa daarom om zich positief uit te spreken voor statiegeld”.
Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedseltoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Spadel heeft alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoord van Spadel op een enquête van Greenpeace.
De deelnemers aan de Back to Sender-campagne rapen PET-flessen en blikjes op uit het zwerfvuil en sturen ze terug naar drankenproducenten, met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen.
De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.
De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje.
Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Met de actie roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.
Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?
Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.
Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.
In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.
In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.
In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.
Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.
Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.
Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.
Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.
Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.
Spadel streeft naar “een optimale inzameling van haar verpakkingen in uniforme materiaal stromen”
De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.
Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.
“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.
Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.
De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.
Conclusie:

In Nederland zijn nu in totaal al 260 gemeenten aangesloten bij de Statiegeldalliantie, bijna honderd meer dan de laatste update.
Sinds de regering begin maart besloot om de industrie twee jaar uitstel te geven, hebben zich nog tientallen nieuwe gemeenten en organisaties aangemeld bij de Statiegeldalliantie. De teller van het totaal Vlaamse en Nederlandse partners staat nu op 646. Dagelijks zijn er nog nieuwe toetredingen. De vraag van de Statiegeldalliantie blijft dat de regering dit jaar nog definitief besluit om statiegeld uit te breiden naar alle plastic drankflessen en blikjes.
Bij de nieuwkomers behoren Rotterdam (639.587 inwoners, Zuid-Holland), Nijmegen (173.627, Gelderland), Zoetermeer (124.750, Zuid-Holland) en Leeuwarden (122.485, Friesland). Samen vertegenwoordigen alle aangesloten gemeenten inmiddels 13,5 miljoen inwoners.
Inmiddels zijn ook 18 van de in totaal 22 Nederlandse waterschappen aangesloten. En met de aansluiting van de provincies Zuid-Holland, Groningen en Overijssel versterken ondertussen al 4 van de twaalf Nederlandse provincies de vraag naar statiegeld. Ook weer 6 afvalinzamelbedrijven sloten zich aan.
Verder vervoegden 35 extra Nederlandse verenigingen, stichtingen en bedrijven de Statiegeldalliantie. Daarbij de Vereniging van Nederlandse en Belgische Kustgemeenten (KIMO), het Wereld Natuur Fonds, de Keizersgrachtkerk uit Amsterdam, Rotaryclub Zwijndrecht Waal en Devel, het Nederlandse waterbedrijf Vitens en de politieke jongerenorganisaties DWARS en de Jonge Democraten.
In zowel Nederland als Vlaanderen blijven de partners van de Statiegeldalliantie hun oproep aan beide regeringen herhalen om in 2018 te besluiten tot de invoering van statiegeld op alle PET-flessen en blikjes.
De volledige lijst van partners van de Statiegeldalliantie vindt u op de website van de Statiegeldalliantie.
Deze opinie werd gepubliceerd op Knack.
De uitbreiding van het systeem, dat nu al bestaat voor bierflesjes naar alle plastic en blikken drankverpakkingen brengt veranderingen met zich mee. Dat de kleinhandelaar wat terughoudend reageert, is menselijk.
Maar een systeem van statiegeld is niet per definitie goed of slecht voor de lokale handelaar. Alles hangt af van hoe het georganiseerd is en welke rol de kleine handelaar daar in krijgt.
Inspiratie in het Noorden
Net op dat punt is milieuminister Joke Schauvliege heel vooruitziend geweest. Ze nam het Noorse statiegeldsysteem als model voor haar Afvalplan. Dat voorziet in een financiële compensatie voor het aantal ingenomen lege drankverpakkingen.
Hoe werkt het Noorse systeem? De Noorse producenten betalen 0,52 cent per blikje en 1,56 cent per flesje dat ze op de markt brengen aan een centrale systeembeheerder, Infinitum (waar Coca-Cola overigens in de raad van bestuur zit). Daarnaast is er de opbrengst van de verkoop van hoge-kwaliteit PET en blik. Tenslotte zijn er inkomsten van de plastic flesjes en blikjes die niet worden ingeleverd en waarvan het statiegeld meehelpt het systeem te financieren.
Vanuit die grote pot geld worden de supermarkten en de winkeliers vergoed met een zogenaamde ‘handling fee’. Omdat het gaat over honderdduizenden flesjes en blikjes per machine, lopen de inkomsten jaarlijks in de duizenden euro’s.
Volgens Infinitum, de centrale systeembeheerder in Noorwegen, verdienen de supermarkten hiermee hun investeringen binnen ongeveer 3 jaar terug. De geschatte levensduur van een statiegeldmachine is echter 7 tot 10 jaar, wat betekent dat de statiegeldmachines na 3 jaar echte geldmachines worden.
Lessen voor Vlaanderen
Vanuit milieuperspectief bekeken zijn de lokale kleinhandelaars beter dan megalomane shoppingcentra die mensen dwingen kilometers te rijden om hun boodschappen te doen. Het zou dan ook eerlijk zijn dat de financiële compensatie voor de kleinhandel in Vlaanderen voldoende hoog is om het systeem voor hen kostendekkend te maken.
Trouwens, een lokale handelaar die per dag een handvol klanten heeft die enkele blikjes en flesjes terugbrengen, hoeft helemaal geen statiegeldmachine aan te schaffen. In Duitsland zie je bijvoorbeeld dat die flesjes en blikjes zonder enig probleem handmatig worden ingenomen.
De uitwerking van het statiegeldsysteem in Vlaanderen zou voor winkels met een kleine oppervlakte ook de vrijwilligheid kunnen voorzien. Dan worden de kleine winkels niet gedwongen om mee te doen, maar mogen ze wel als ze de concurrentie van supermarkten zouden vrezen.
Impulsaankopen
Sowieso zijn er nog potentiële voordelen aan statiegeld voor de lokale handelaar. Iemand die zijn blikje leeg drinkt op het moment dat hij een winkel passeert, zal snel even binnenstappen.. In het vakjargon wordt dan gezegd dat de traffic wordt vergroot.
Wie weet doet deze toevallige passant wel een impulsaankoop. En met een goede service zit er misschien een trouwe klant in. Winkels investeren soms duizenden euro’s in etalages of promo-acties, enkel om klanten over de drempel te krijgen. Statiegeld doet net dat. Veel van de klanten die lege drankverpakkingen inleveren, kopen iets “nu ze toch in de winkel zijn”.
De winkelier kan via een statiegeldsysteem de band met zijn klanten aanhalen. Hij kan zo het verschil maken met de online leveranciers. De klant kan zijn flesjes niet meegeven aan de loopjongen van PostNL, DHL of UPS die voor zijn deur staat. Maar hij kan er wel mee terecht bij zijn lokale retailer. Dit is een uniek voordeel voor de lokale handelaar in de bikkelharde concurrentiestrijd met de online verkoop. De lokale sociale band en het contact dat ontstaat via statiegeld kan goud waard zijn.
De middenstand van Duitsland en Schotland
Het is interessant te weten dat retailers in statiegeldlanden veel positiever denken over het systeem. LIDL in Duitsland bijvoorbeeld heeft de loop zelf volledig gesloten en is daar ook trots op. Ze hebben zelf de faciliteiten om de flessen te produceren, te vullen en te recyclen. Zo slagen ze er ook in om hun flessen voor minstens 50% uit recyclaat te maken. Dat kan helaas niet met het minder schone plastic uit de blauwe zak. Dat statiegeld voor de kleinhandel positief kan zijn, was ook de conclusie van een Schotse retailfederatie die ook aangaf dat ze het belangrijk vinden om hun verantwoordelijkheid op te nemen.
Het is tijd dat de supermarkten en drankenproducenten andere keuzes gaan maken. We weten dat er binnen de sectoren ook positieve geluiden zijn over statiegeld. Het systeem is na 3 jaar winstgevend, versterkt de klantenbinding en vergroot het milieuvriendelijk imago. Laat de koplopers in de circulaire economie dus maar opstaan.
De beslissing van de regering Rutte om de uitbreiding van statiegeld uit te stellen is een slechte zaak voor het milieu. Het uitstel negeert bovendien de roep van meer dan 200 gemeenten om statiegeld dit jaar uit te breiden. De methodes van de industrie om zwerfafval te verminderen leiden niet tot resultaat. Het leidt er enkel toe dat statiegeld wordt geblokkeerd. Dat zeggen de milieuorganisaties Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee in reactie op de brief van de staatssecretaris van I & W aan de Tweede Kamer over zwerfafval en statiegeld.
Directeur Rob Buurman reageert op staatssecretaris Stientje Van Veldhoven.
“Drie jaar uitstel betekent miljoenen extra flesjes en doppen in het milieu die bijdragen aan de wereldwijde plastic soup voordat statiegeld – misschien – wordt uitgebreid. De beslissing van de regering stelt ons teleur”, zeggen de milieuorganisaties Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee zaterdagochtend in een gezamenlijke mededeling.
Een overgrote meerderheid van 80 procent van de Nederlanders vraagt de uitbreiding van statiegeld tot alle flessen en blikjes. Van de CDA-kiezers steunt 83% de uitbreiding ervan en bij de VVD-kiezers is dat 79%. Bij D66, de partij van staatssecretaris Stientje van Veldhoven, vraagt 85% van de kiezers om statiegeld uit te breiden naar plastic flesjes en blikjes. Dat bleek vrijdag uit een onderzoek van GfK.
De communicatiecampagnes van de verpakkingssector lopen al decennia, maar hebben onze straten en stranden niet schoon gekregen. In 2002 verijdelde het bedrijfsleven de uitbreiding van statiegeld door te beloven de flesjes én blikjes in het zwerfafval met 80% te verminderen in 3 jaar tijd. De doelstelling werd nooit gehaald, maar statiegeld werd niet ingevoerd. Nu, zestien jaar later, dreigt de geschiedenis zich te herhalen: uitstel en daarmee afstel.
Bekijk hier de reportage van Radar over het lobbywerk van de supermarkten
We weten dat de weg van het statiegeld wel werkt. Bewijzen zijn er in Scandinavië en Duitsland. Ook meer dan 200 gemeenten komen zelf tot die conclusie en hebben zich aangesloten bij de statiegeldalliantie. De federaties van de boeren en van de vissers zijn voor. En ook 80 procent van de bevolking ziet dit zitten. “Het valt niet uit te leggen aan de bevolking dat een eenvoudige milieumaatregel die de steun heeft van 80 procent van de Nederlanders en meer dan 200 gemeenten, wordt uitgesteld”, zeggen de milieuorganisaties.
Belangen landbouw, visserij en gemeenten
De brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zwijgt bovendien in alle talen over de blikjes. Halve maatregelen hebben grote risico’s. Er komt dus geen oplossing voor de blikjes in de natuur, en ook geen oplossing voor de veehouders waarvan koeien vlijmscherpe stukjes blik in hun maag krijgen. Die discussie over de uitbreiding van statiegeld naar blikjes gaat echter niet weg. Vorige week linkte LTO Nederland zich aan de Statiegeldalliantie. Ook VisNed pleitte vorige week voor uitbreiding van statiegeld in het belang van een schone zee.
Duizenden koeien dood door zwerfafval. De volledige reportage van EenVandaag.
De gemeenten blijven ondertussen ‘dweilen met de kraan open’. De strijd tegen zwerfafval kost hen zo’n 250 miljoen euro aan belastinggeld per jaar. Statiegeld op alle flesjes en blikjes zou de aanwezigheid ervan in de natuur met 70 tot 90 procent van het volume reduceren. Meer dan 200 Nederlandse gemeenten werden partner van de Statiegeldalliantie, met de vraag om statiegeld dit jaar nog uit te breiden.
Tweede Kamer
Het kabinet Rutte III beloofde het groenste kabinet ooit te worden, maar lijkt dit op het vlak van circulaire economie en statiegeld niet te zullen waarmaken.
De milieuorganisaties hopen dat de Tweede Kamer op 15 maart werk maakt van de onmiddellijke uitbreiding van statiegeld tot alle flessen en blikjes. “Het is heel belangrijk dat we en de regering verdere stappen zetten op de weg die wél werkt, de weg van statiegeld. Daarom moet Den Haag, regering en Tweede Kamer, heel snel concrete stappen zetten op de weg naar uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes”, besluiten Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee.
Recycling Netwerk – Rob Buurman, directeur +31 6 16401040. Tom Zoete, communicatie +31 616 10 10 50
Greenpeace Nederland – contactpersoon Meike Rijksen, campagneleider: +31639201986
Plastic Soup Foundation – contactpersoon Jeroen Dagevos, +31 6 46 83 78 86
Stichting De Noordzee – contactpersoon Marijke Boonstra, projectleider Schone Zee: +31 6 34401874
Lees ook: NOS, Vanaf 2021 statiegeld op petflesjes, tenzij industrie meer recyclet, 9 maart 2018
83 procent van de kiezers die bij de landelijke Tweede Kamer verkiezing voor het CDA stemden is op dit moment voorstander van de uitbreiding van statiegeld. Onder de D66-kiezers en ChristenUnie-kiezers gaat het in beide gevallen om 85%. Zelfs van de kiezers van de VVD, die zich nog niet voor statiegeld uitsprak, wil 79 procent uitbreiding van statiegeld naar kleine plastic flesjes en blikjes.
Dat blijkt uit de antwoorden van bijna 25.000 respondenten in een GfK-onderzoek. Het stemgedrag werd meteen na de Tweede-Kamerverkiezing in 2017 vastgelegd. De vragen met betrekking tot de uitbreiding van het statiegeld werden uitgevraagd in de periode van 8 februari tot 21 februari 2018.
Deze cijfers van GfK liggen in lijn met de cijfers die EenVandaag publiceerde op basis van een onderzoek onder het Opiniepanel.
De uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes staat op de agenda van het Algemeen Overleg circulaire economie in de Tweede Kamer, dat doorgaat op 15 maart.
“Opmerkelijk is dat er ook bij de regeringspartijen die zich nog niet uitspraken of standpunten tegen statiegeld innamen, er een hele ruime meerderheid van hun kiezers voorstander is van statiegeld”, analyseert directeur Rob Buurman van milieuorganisatie Recycling Netwerk.
Ook bij het electoraat van de oppositiepartijen is telkens een meerderheid voorstander van de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes: bij de kiezers van GroenLinks 90%, bij SP 84%, bij PvdA 88% en bij PVV 76%.
“Het is dus overduidelijk dat de meerderheid van Nederlanders die statiegeld willen, over alle partijgrenzen heen bestaat. Werkelijk bij alle partijen die landelijk opkomen bij de gemeenteraadsverkiezingen, is een grote meerderheid van hun kiezers voorstander van statiegeld”, stelt Rob Buurman vast.
Zwerfvuil factor voor stemkeuze gemeenteraadsverkiezingen
Bovendien speelt het zwerfafval in de gemeenten voor een grote groep (38 procent) van de kiezers een belangrijke rol in hun stemkeuze voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart. Kiezers die voor de vier partijen in het kabinet Rutte III stemden vinden de aanpak van zwerfvuil een belangrijke factor in hun stemkeuze voor de lokale verkiezingen: bij VVD gaat het om 32%, bij het CDA 36%, bij D66 37% en bij ChristenUnie 33%.
Algemeen Overleg Tweede Kamer op 15 maart
Het gemiddelde percentage van 81% voorstanders voor statiegelduitbreiding over alle partijen heen ligt ook in lijn met eerdere enquêtes over statiegeld.
Statiegeld doet het volume van flesjes en blikjes in de natuur met 70 tot 90 procent dalen. Dat is nodig omdat de strijd tegen zwerfafval de gemeenten miljoenen kost, het is nodig voor properder wijken, gezonde koeien en een plasticvrije Noordzee.
“Ook de mensen die voor partijen van het kabinet Rutte stemden, vinden de strijd tegen zwerfvuil belangrijk en vragen in meerderheid de uitbreiding van statiegeld. Wij zien dus geen enkele reden dat de regering en Tweede Kamer nog verder zou wachten met de uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes te stemmen. Het kabinet-Rutte beloofde de meest groene regering ooit te worden. De verwachtingen naar het Algemeen Overleg op 15 maart zijn zeer hoog”, besluit directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.
De uitkomsten van het onderzoek zijn gewogen en representatief naar geslacht, leeftijd, opleiding, regio en huishoudgrootte.
Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk
Perscontact: Tom Zoete, communicatie Recycling Netwerk
tom.zoete@recyclingnetwerk.org +31 6 16101050
Op nauwelijks een maand verdubbelde het aantal aangesloten Vlaamse gemeenten: van 36 begin februari tot 88 gemeenten eind februari. De steden en gemeenten tellen samen 2,15 miljoen inwoners. Bij de nieuwkomers onder meer Maasmechelen, Dilbeek, Turnhout, Beveren, Sint-Niklaas, Mechelen en Brugge.
De Statiegeldalliantie verenigt organisaties, bedrijven, steden en gemeenten achter één duidelijke vraag gericht aan de regering: “Voer in 2018 statiegeld op alle plastic flesjes en blikjes in.” De alliantie toont het brede draagvlak voor die maatregel.
Er kwamen in februari ook 15 nieuwe Vlaamse bedrijven en organisaties bij. De teller van het totaal aantal partners in Nederland en Vlaanderen is de kaap van een indrukwekkende 400 partners overschreden.
Eerder sloten ook energiecoöperatieve Ecopower, het Boomtown festival en de Provincie Limburg zich aan bij de eis. De grootste consumentenorganisatie Test-Aankoop en de grootste vrouwenbeweging KVLV waren bij de oprichters van de Statiegeldalliantie.
Op de politieke agenda
Zwerfafval leidt duidelijk tot grote ergernis bij mensen, organisaties en gemeenten. Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. De strijd tegen zwerfvuil kost de Vlaamse gemeenten handenvol belastinggeld. Elk jaar 155 miljoen euro in Vlaanderen, volgens het recentste onderzoek van OVAM. De strijd tegen het zwerfvuil duikt steeds meer op in de debatten over de gemeenteraadsverkiezingen dit najaar.
Dat zowel gemeenten, bedrijven, milieuorganisaties als middenveldorganisaties dezelfde vraag steunen, geeft aan dat het draagvlak voor statiegeld heel breed is. De snelle groei toont dat er een momentum is.
De Statiegeldalliantie verwacht dan ook van de Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD dat ze binnenkort voor de invoering van statiegeld beslist.
In Nederland steeg het aantal gemeenten aangesloten bij de Statiegeldalliantie tot bijna 200.
Ook de Nederlandse supermarktketen Ekoplaza sloot aan. De grootste boerenorganisatie van Nederland, Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) linkte zich vorige week aan de Statiegeldalliantie. LTO Nederland vertegenwoordigt bijna 50.000 agrarische ondernemers in Nederland.
Perscontact
Tom Zoete
Communicatie
+32 497 04 27 96
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
Lijst met nieuwe aansluitingen in de maand februari
NB: Deze lijst werd afgerond op 28 februari. Dagelijks zijn er nieuwe aanmeldingen, die we nauwkeurig verifiëren. Er zijn dus nog nieuwe aanmeldingen in behandeling (bijvoorbeeld de kustgemeenten die al de toetreding beslisten, maar zich nog niet formeel aangemeld hebben).
Lokale overheden
Gemeenten en steden (52 nieuwe in februari)
| Provincie |
Inwoners |
|
| Gemeente Vorselaar | Antwerpen |
7.778 |
| Gemeente Rijkevorsel | Antwerpen |
11.915 |
| Gemeente Boechout | Antwerpen |
12.908 |
| Gemeente Oud-Turnhout | Antwerpen |
13.447 |
| Gemeente Boom | Antwerpen |
17.955 |
| Gemeente Putte | Antwerpen |
18.000 |
| Gemeente Ranst | Antwerpen |
18.981 |
| Gemeente Zwijndrecht | Antwerpen |
18.991 |
| Gemeente Kontich | Antwerpen |
20.952 |
| Gemeente Westerlo | Antwerpen |
24.688 |
| Stad Mortsel | Antwerpen |
25.588 |
| Gemeente Mol | Antwerpen |
36.506 |
| Stad Turnhout | Antwerpen |
43.467 |
| Stad Mechelen | Antwerpen |
85.665 |
| Gemeente Zutendaal | Limburg |
7.270 |
| Gemeente Borgloon | Limburg |
10.668 |
| Gemeente Lummen | Limburg |
14.776 |
| Gemeente Tessenderlo | Limburg |
18.507 |
| Gemeente Heusden-Zolder | Limburg |
33.135 |
| Stad Lommel | Limburg |
33.996 |
| Gemeente Maasmechelen | Limburg |
37.655 |
| Gemeente Lierde | Oost-Vlaanderen |
6.563 |
| Gemeente Zomergem | Oost-Vlaanderen |
8.426 |
| Gemeente Melle | Oost-Vlaanderen |
11.321 |
| Gemeente Laarne | Oost-Vlaanderen |
12.520 |
| Gemeente Brakel | Oost-Vlaanderen |
14.797 |
| Gemeente Herzele | Oost-Vlaanderen |
17.766 |
| Gemeente Lebbeke | Oost-Vlaanderen |
19.066 |
| Gemeente Temse | Oost-Vlaanderen |
29.515 |
| Stad Deinze | Oost-Vlaanderen |
31.055 |
| Gemeente Beveren | Oost-Vlaanderen |
48.162 |
| Stad Sint-Niklaas | Oost-Vlaanderen |
76.028 |
| Gemeente Pepingen | Vlaams-Brabant |
4.409 |
| Gemeente Kapelle-op-den-Bos | Vlaams-Brabant |
9.382 |
| Gemeente Machelen | Vlaams-Brabant |
15.398 |
| Gemeente Ternat | Vlaams-Brabant |
15.428 |
| Gemeente Merchtem | Vlaams-Brabant |
16.302 |
| Stad Aarschot | Vlaams-Brabant |
29.654 |
| Gemeente Tienen | Vlaams-Brabant |
34.185 |
| Stad Halle | Vlaams-Brabant |
39.074 |
| Gemeente Dilbeek | Vlaams-Brabant |
42.024 |
| Gemeente Pittem | West-Vlaanderen |
6.702 |
| Gemeente Langemark-Poelkapelle | West-Vlaanderen |
7.948 |
| Gemeente De Panne | West-Vlaanderen |
10.915 |
| Gemeente Staden | West-Vlaanderen |
11.314 |
| Stad Nieuwpoort | West-Vlaanderen |
11.351 |
| Gemeente Zonnebeke | West-Vlaanderen |
12.352 |
| Stad Diksmuide | West-Vlaanderen |
16.650 |
| Gemeente Bredene | West-Vlaanderen |
17.585 |
| Stad Harelbeke | West-Vlaanderen |
27.500 |
| Stad Ieper | West-Vlaanderen |
34.950 |
| Stad Brugge | West-Vlaanderen |
118.225 |
Organisaties en bedrijven
| Aardman | is lokaal handwerk, interieur design met humor, upcylced stuff met een hoek af. |
| Gezondverstandig.be | een nieuwssite die zich richt tot iedereen die zijn ecologische voetafdruk op een leuke manier wil beperken. |
| Sisters At Work | zijn twee zussen die als ECO partyplanners zo weinig mogelijk afval proberen te genereren bij ieder project dat ze realiseren. |
| Woordbrigade | een redactiebureau dat (duurzame) bedrijven helpt om hun imago als expert op te bouwen en te behouden. |
| Aardewerk | beweging voor fundamentele sociaal-ecologische verandering |
| Algemeen Boerensyndicaat | met ca. 4.000 leden, voor iedere land- en tuinbouwer die begaan is met de toekomst zijn familiebedrijf. |
| Brugs Alternatief Forum | Een lokaal platform voor sociaal en ecologisch geëngageerde Bruggelingen. |
| BVBA Demeij – Rotsaert | |
| De Koer | een plek in volle ontwikkeling; een beweeglijk speelveld voor vele projecten en initiatieven: ciné rio, residentiewerking, collectief bouwproces, concerten, om zeep, keuken én een wispelturig café. |
| Masereelfonds | een kritisch, progressief en onafhankelijk cultuurfonds. |
| Natuurpunt en Partners Meetjesland vzw | regionale natuur- en milieuvereniging. |
| Transitie Limburg vzw | gezellige, lokale burgerinitiatieven voor meer veerkracht |
| Vreucht van eigen bodem | organiseert markten met lokale producten en diensten: de korte keten vermijdt transporten en verpakkingen. |
| Zennegroen vzw | |
| Pulse Transitienetwerk Cultuur Jeugd Media | ijvert voor een sociaal-rechtvaardige en duurzame samenleving. |
Bijna 200 Nederlandse gemeenten vragen via de Statiegeldalliantie aan het kabinet Rutte en de Tweede Kamer om statiegeld uit te breiden naar blikjes en kleine plastic flesjes. Ze hebben hoge verwachtingen van het Algemeen Overleg over statiegeld in de Tweede Kamer, dat doorgaat op 15 maart.
De gemeenten sluiten in steeds grotere getale aan bij de Statiegeldalliantie. Die zag het aantal aangesloten gemeenten meer dan verdubbelen op één maand tijd, tot bijna 200. Begin februari waren 72 Nederlandse gemeenten partner van de Statiegeldalliantie. Dagelijks komen er meerdere aanmeldingen bij.
Volgens Math Oehlen, ambtenaar afvalbeleid in de gemeente Weert, hebben de tweehonderd Nederlandse gemeenten opgeteld meer dan elf miljoen inwoners. Weert was afgelopen november de eerste gemeente die zich aansloot bij de Statiegeldalliantie.
Vorige week sloot Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) aan bij de Statiegeldalliantie. LTO vertegenwoordigt bijna 50.000 agrarische ondernemers en maakt zich sterk voor hun economische en maatschappelijke positie.
Ekoplaza, Nederlandse biologische supermarktketen met 75 vestigingen in Nederland vervoegde eerder al de alliantie. Ook tientallen milieuorganisaties zijn partner. Acht Waterschappen en provincie Noord-Brabant vervoegden de alliantie.
In totaal zijn er inmiddels meer dan 400 lokale overheden, bedrijven en organisaties aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Deze ongeziene beweging, heel divers en over de Nederlands-Belgische landsgrens heen, toont dat zwerfafval heel veel bedrijven, organisaties, gemeenten, waterschappen en provincies dwars zit.
Ze oordelen dat het permanente opruimen ‘dweilen met de kraan open’ is, en dat er via statiegeld eindelijk een structurele oplossing moet komen. De vraag van al die partners aan de regering is dezelfde: “Voer in 2018 statiegeld op alle plastic flesjes en blikjes in.” De alliantie toont zo het brede draagvlak steeds groter wordt.
De druk op het kabinet-Rutte en de Tweede-Kamerleden om te beslissen om statiegeld uit te breiden wordt zo steeds groter. Op 15 maart houdt de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over statiegeld. De Statiegeldalliantie en haar partners vragen dat de Tweede Kamerleden voor de uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine plastic flesjes stemmen.
De lijst van nieuwe Nederlandse gemeenten die de alliantie in februari vervoegden vindt u hier: https://statiegeldalliantie.org/2018/03/bijna-200-gemeenten-vragen-den-haag-nu-statiegeld-uit-te-breiden/
De economische schade voor de Vlaamse veehouderijsector loopt in de miljoenen.
Dat blijkt uit een studie van een Masterstudent Economie van Wageningen Universiteit in opdracht van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux, die de financiële impact van zwerfafval op de veehouderij voor het eerst in kaart poogt te brengen.
Bij het maaien belanden er soms stukjes van weggegooide blikjes of ander zwerfvuil in het veevoeder. Die stukjes veroorzaken letsels in de magen van runderen. Veeartsen kennen dit letsel als “scherp-in”. Dat kan leiden tot verminderde melkproductie, ziekte en soms tot sterfte van het dier.
De aantallen in Vlaanderen
145 Vlaamse veehouders antwoordden op de enquête over hun ervaringen met “scherp-in” in de voorbije vijf jaar. De enquête werd daarmee beantwoord door 1,48 procent van de totale beroepsgroep van Vlaamse veehouders.
In de antwoorden op de online survey zeiden 68,3 procent van de bevraagde Vlaamse veehouders in de voorbije vijf jaar minstens één ziek dier door scherp-in gehad te hebben.
Zij schatten dat zwerfafval in 79 procent van de gevallen de oorzaak van het letsel is. Bij de bevraagde veehouders gaat het naar schatting om 381 dieren die de afgelopen vijf jaar ziek werden door zwerfafval, op hun gerapporteerde veestapel van 19.655 dieren. Hiervan zouden 165 dieren zijn overleden.
Om de mogelijke bias – waarbij slachtoffers sneller ingaan op een enquête over het probleem – te corrigeren, werd bovendien een referentie-onderzoek gedaan. Mogelijke oververtegenwoordiging in de enquête van benadeelde veehouders werd dan ook met een wegingsfactor gecorrigeerd. Daardoor zijn extrapolaties naar de volledige Vlaamse veehouderijsector mogelijk. Die statistieken moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd, en daarom zijn telkens foutenmarges van de schatting aangegeven.
Gewogen door het referentie-onderzoek en geëxtrapoleerd naar de totale Vlaamse runderpopulatie, geeft dit de volgende schattingen:
In Vlaanderen worden jaarlijks 5.152 tot 6.227 koeien ziek door zwerfafval, op een totale landelijke populatie van 1,3 miljoen runderen.
Met de nodige statistische voorzichtigheid kan geschat worden dat daarvan in Vlaanderen jaarlijks tussen de 2.051 (ondergrens) en 2.474 (bovengrens) runderen overlijden.
Zware factuur voor veehouderijsector
De behandeling van zieke koeien, de verminderde melkproductie en het overlijden van koeien jagen de veehouders op kosten. Ze spenderen ook werktijd aan het opruimen van het land, om te pogen te vermijden dat koeien stukjes zwerfafval binnen krijgen. Dit onderzoek schat de totale economische kost voor de volledige Vlaamse veehouderijsector in op 4,5 tot 6,8 miljoen euro jaarlijks. De veehouders zijn zo het slachtoffer van vervuiling waar zij geen grip op hebben.
Voor milieu-organisatie Recycling Netwerk Benelux zijn de cijfers van dit onderzoek een belangrijke bron van informatie voor het actuele politieke debat over de aanpak van zwerfvuil. Het leed dat blikjes veroorzaken bij koeien, en de economische kost voor de veehouders, komen bovenop de hoge kosten van de strijd tegen zwerfvuil, 155 miljoen per jaar, waar de Vlaamse gemeenten reeds mee geconfronteerd worden.
Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. Vooral de scherpe stukjes blik zijn gevaarlijk voor de koeien. De uitbreiding van statiegeld kan het volume van flesjes en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent doen dalen, berekende het Nederlandse onderzoeksbureau CE Delft in september in een studie in opdracht van de Nederlandse regering.
Zwerfafval veroorzaakt elke dag zieke koeien. Er is dus urgentie. De Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD beloofde om te beslissen over de invoering van statiegeld in 2018. Recycling Netwerk vraagt dan ook dat de Vlaamse regering er vaart achter zet, en op korte termijn de invoering van statiegeld op alle plastic flessen en blikjes beslist.
Perscontact:
Tom Zoete
Communicatie Recycling Netwerk Benelux
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
+32 497 04 27 96
EenVandaag, maandag 26 februari 2018.
Dat blijkt uit een studie van een Masterstudent Economie van Wageningen Universiteit in opdracht van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux, die de financiële impact van zwerfafval op de veehouderij voor het eerst in kaart poogt te brengen.
Bij het maaien belanden er soms stukjes van weggegooide blikjes of ander zwerfafval in het veevoeder. Die stukjes veroorzaken letsels in de magen van runderen. Veeartsen kennen dit letsel als “scherp-in”. Dat kan leiden tot verminderde melkproductie, ziekte en soms tot sterfte van het dier.
De aantallen
250 veehouders uit Nederland antwoordden op de enquête over hun ervaringen met “scherp-in” in de voorbije vijf jaar. De enquête werd daarmee beantwoord door 0,95 procent van de totale beroepsgroep van Nederlandse veehouders.
In de antwoorden op de online survey zeiden 151 van de 250 Nederlandse respondenten-veehouders, dus 60,4 procent, in de voorbije vijf jaar minstens één dier met scherp-in gehad te hebben. Zij schatten dat zwerfafval in 73 procent van de gevallen de oorzaak van het letsel is. Bij de 250 veehouders gaat het naar verwachting om 520 dieren die de afgelopen vijf jaar scherp-in letsel opliepen als gevolg van zwerfafval, op hun gerapporteerde veestapel van 40.577 dieren. Hiervan zouden 184 dieren zijn overleden.
Om de mogelijke bias – waarbij slachtoffers sneller ingaan op een enquête over het probleem – te corrigeren, werd bovendien een referentie-onderzoek gedaan. Mogelijke oververtegenwoordiging in de enquête van benadeelde veehouders werd dan ook met een wegingsfactor gecorrigeerd. Daardoor zijn extrapolaties naar de volledige Nederlandse veehouderijsector mogelijk. Die statistieken moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd, en daarom zijn telkens foutenmarges van de schatting aangegeven.
Gewogen door het referentie-onderzoek en geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse runderpopulatie, geeft dit de volgende schatting: in Nederland lopen jaarlijks gemiddeld tussen de 11.448 en 13.110 koeien scherp-in letsel op als gevolg van zwerfafval, waarvan er jaarlijks tussen de 3.813 (ondergrens) en 4.244 (bovengrens) runderen overlijden, op een totale landelijke populatie van 4,29 miljoen runderen.
Flinke rekening voor veehouders
De behandeling van zieke koeien, de verminderde melkproductie en het overlijden van koeien jagen de veehouders op kosten. Ze spenderen ook werktijd aan het opruimen van het land, om te pogen te vermijden dat koeien stukjes zwerfafval binnen krijgen. Al met al schat dit onderzoek de totale economische kost voor de volledige Nederlandse veehouderijsector in op 10,8 tot 16,6 miljoen euro jaarlijks. De veehouders zijn zo het slachtoffer van vervuiling waar zij geen grip op hebben.
De Tweede Kamer bespreekt op 15 maart in het Algemeen Overleg de thema’s circulaire economie, de strijd tegen zwerfvuil en de uitbreiding van statiegeld. Voor milieu-organisatie Recycling Netwerk Benelux zijn de cijfers van dit onderzoek een belangrijke bron van informatie voor dat politieke debat. Het leed dat blikjes veroorzaken bij koeien en de economische kost voor de veehouders, komen bovenop de hoge opruimkosten voor zwerfafval waar de Nederlandse gemeenten reeds mee geconfronteerd worden.
De strijd tegen zwerfvuil is dus nog belangrijker dan gedacht. Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. Vooral de scherpe stukjes blik zijn gevaarlijk voor de koeien. De uitbreiding van statiegeld zal het volume van flesjes en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent doen dalen, meldde onderzoeksbureau CE Delft in september.
Zwerfafval veroorzaakt elke dag zieke koeien. Er is dus urgentie. Recycling Netwerk vraagt dan ook dat de Tweede Kamer in maart zonder dralen voor de uitbreiding van statiegeld tot alle plastic flessen en blikjes stemt.
Perscontact:
Tom Zoete
Communicatie Recycling Netwerk
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
+31 6 16101050
Op woensdag 14 februari, Valentijn, stappen buurtbewoners in een tiental Nederlandse gemeenten naar hun lokale AH-supermarkt met een Valentijnskaart en AH-flesje of blikje dat ze in het zwerfafval hebben gevonden. Zo vragen ze de supermarktketen vriendelijk om zich vóór statiegeld uit te spreken.
Albert Heijn is één van de partijen die nu nog het hardste lobbyt tegen de uitbreiding van statiegeld tot alle plastic flessen en blikjes. Deze actie, die ook op sociale media loopt met hashtag #ValentHeijn, stimuleert de Albert Heijn-keten om het voorbeeld van supermarkt Ekoplaza te volgen. Ekoplaza sprak zich als eerste supermarktketen uit vóór statiegeld als middel om zwerfafval te bestrijden.
De Tweede Kamer houdt op 15 maart een Algemeen Overleg over circulaire economie en meer bepaald statiegeld. De “warme hartewens” van de actievoerders is dat Albert Heijn voor die tijd laat weten met statiegeld akkoord te gaan. Om het met de woorden van de Valentijnskaart te zeggen : “Lieve Albert, wil jij mijn ValentHeijn zijn? Draag dan statiegeld ook een warm hart toe”.
De ValentHeijn-actie is deel van de succesvolle Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Mensen sturen flesjes en blikjes, die ze op straat of in de natuur vinden, terug naar de fabrikant met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen. Dit gebeurt op social media met hashtag #BackToSender. Daarnaast sturen vele mensen de drankverpakkingen ook daadwerkelijk per post, naar de gratis antwoordnummers van de fabrikanten.
Plastic flesjes en blikjes maken maar liefst 40% uit van het volume van het zwerfafval. Uit een peiling van Radar blijkt dat 74 procent van de Nederlanders positief is over de uitbreiding van het statiegeldsysteem naar kleine flesjes en blikjes. Onderzoek van CE Delft op toont aan dat met statiegeld het volume van blikjes en flesjes in het zwerfvuil met 70 tot 90 procent zal dalen. Het Verenigd Koninkrijk staat op het punt statiegeld in te voeren en ook de Franse regering denkt eraan.
In Nederland sloten 72 gemeenten zich aan, op minder dan drie maanden tijd. Het aantal aangesloten Vlaamse gemeenten steeg in januarivan 7 naar 36. Er kwamen in januari ook 16 nieuwe Vlaamse bedrijven en organisaties bij, onder meer de energiecoöperatieve Ecopower, het Boomtown festival en de provincie Limburg. In Nederland de supermarktketen Ekoplaza. De teller van de Statiegeldalliantie in Nederland en Vlaanderen staat nu op een indrukwekkende 216 partners.
Op deze kaart ziet u de 108 aangesloten gemeenten.
Zwerfafval leidt duidelijk tot grote ergernis. Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. De strijd tegen zwerfvuil kost de gemeenten handenvol belastinggeld. Een propere buurt en de die kosten zijn dan ook veelbesproken thema’s in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen dit jaar.
Draagvlak voor snelle beslissing Tweede Kamer en regering
Dat zowel gemeenten, bedrijven, milieuorganisaties als middenveldorganisaties dezelfde vraag steunen, geeft aan dat het draagvlak voor statiegeld heel breed is. De snelle groei toont dat er een momentum is. Het brede Vlaamse middenveld vraagt dat de Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD dit jaar eindelijk de invoering van statiegeld beslist.
In Nederland heeft de Tweede Kamer alvast op 15 maart een Algemeen Overleg gepland.
De nieuwe partners in Nederland werden woensdag 7 februari gepubliceerd: In Nederland zijn nu reeds 72 gemeenten waaronder Amsterdam, 61 organisaties en 1 provincie partner van de Statiegeldalliantie. Ook de Nederlandse supermarktketen Ekoplaza spreekt er zich uit voor statiegeld, en is aangesloten bij de alliantie.
Groei van de Statiegeldalliantie

Tom Zoete op +32 497 04 27 96 (BE), +31 6 16 10 10 50 (NL) of tom.zoete@recyclingnetwerk.org
Ook de eerste Nederlandse provincie, Noord-Brabant, voegt zich bij de beweging. Ekoplaza is de eerste supermarktketen die zich als voorstander van statiegeld uitspreekt en in de alliantie stapt.
Het draagvlak voor statiegeld groeit razendsnel verder. De Statiegeldalliantie ging van start eind november. De teller van het totale aantal organisaties, bedrijven en gemeenten die aansloten bij het Nederlands-Belgische initiatief staat nu op een indrukwekkende 216 partners. Dat is meer dan een verdubbeling binnen minder dan een maand.
De vraag van al die partners aan de regering is dezelfde: “Voer in 2018 statiegeld op alle plastic flesjes en blikjes in.” De druk op het kabinet-Rutte en de Tweede-Kamerleden om te beslissen om statiegeld uit te breiden wordt zo steeds groter. Op 15 maart houdt de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over statiegeld.
Ekoplaza, Nederlandse biologische supermarktketen met 75 vestigingen in Nederland en een webshop met landelijke bezorging en tevens de grootste bioketen van de Benelux, is de eerste retailer die toetreedt tot de Statiegeldalliantie. Daarmee beantwoordt de supermarktketen als eerste de vraag van meer en meer consumenten naar duurzaamheid en lokale circulaire economie. Ekoplaza wordt zo een koploper in de beweging naar een circulaire economie.
De steun van een supermarktketen toont ook dat respect voor het milieu en zaken doen perfect hand in hand kunnen gaan.
Ook Greenpeace Nederland, Natuurmonumenten, de LandschappenNL, Stichting Het Pieterpad en verschillende milieufederaties in Nederland versterken de alliantie.
Het aantal Nederlandse steden en gemeenten stijgt razendsnel. Na 1 Nederlandse gemeente, Weert, bij de start van de Statiegeldalliantie in november, en 29 gemeenten begin januari, zijn er nu in totaal al 72 Nederlandse gemeenten partner van de Statiegeldalliantie.
Zij tellen samen meer dan 6 miljoen inwoners. Van de 20 grootste Nederlandse gemeenten doen er alvast 13 mee. Daarnaast staan Arnhem en Nijmegen nog niet in de lijst maar hebben wel al toetreding goedgekeurd in gemeenteraad. De Statiegeldalliantie heeft dus spontaan tot expliciete bestuurlijke en politieke trajecten geleid in tientallen Nederlandse gemeenten. Die oordelen dat het permanente opruimen dweilen met de kraan open is, en dat er via statiegeld eindelijk een structurele oplossing moet komen.
Deze ongeziene beweging, heel divers en over de Nederlands-Belgische landsgrens heen, toont dat zwerfafval heel veel bedrijven, organisaties en gemeenten dwars zit. Alle politieke partijen hebben in bepaalde gemeenten al voor toetreding tot de statiegeldalliantie gestemd. Vaak wordt er unaniem vóór gestemd.
De verwachtingen naar het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer op 15 maart zijn dan ook hoog. Alle 216 partners van de Statiegeldalliantie vragen dat de Tweede Kamerleden voor de uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine plastic flesjes stemmen.
NB: Deze lijst werd afgesloten op 31 januari. Dagelijks zijn er nieuwe aanmeldingen, die we nauwkeurig verifiëren. Er zijn dus nog nieuwe aanmeldingen in behandeling (bijvoorbeeld van tientallen gemeentes die al voor toetreding stemden, maar zich nog niet formeel aangemeld hebben). Deze worden gecommuniceerd eind februari.
De volledige lijst van alle partners vindt u op https://statiegeldalliantie.org/2017/11/de-partners-van-de-statiegeldalliantie/
De nieuwe partners in Vlaanderen worden donderdag 8 februari gepubliceerd.
| Gemeente Alblasserdam | 20.005 inwoners |
| Gemeente Alphen aan den Rijn | 108.915 inwoners |
| Gemeente Amersfoort | 154.712 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Amstelveen | 89.608 inwoners |
| Gemeente Apeldoorn | 160.047 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Assen | 67.551 inwoners |
| Gemeente Bergen op Zoom | 66.164 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Beuningen | 17.210 inwoners |
| Gemeente Culemborg | 27.904 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Deventer | 99.311 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Dinkelland | 26.244 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Drimmelen | 27.000 inwoners, op initiatief van CDA en Groen Drimmelen (VP/D66) |
| Gemeente Ede | 113.421 inwoners |
| Gemeente Gouda | 71.916 inwoners |
| Gemeente Groningen | 202.636 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Heemskerk | 39.171 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Hillegom | 21.486 inwoners |
| Gemeente Hollands Kroon | 52.511 inwoners, besloten in de gemeenteraad |
| Gemeente Kampen | 52.777 inwoners, besloten in de gemeenteraad |
| Gemeente Leiderdorp | 27.128 inwoners, op initiatief van GroenLinks |
| Gemeente Lelystad | 77.000 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Leudal | 35.878 inwoners |
| Gemeente Leusden | 29.700 inwoners, op initiatief van CU-SGP, GL-PvdA en D66 |
| Gemeente Lingewaard | 46.185 inwoners |
| Gemeente Meppel | 33.155 inwoners, besloten door het college van B&W na een oproep van de Vereniging Drentse Gemeenten |
| Gemeente Noordoostpolder | 47.000 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Renkum | 31.380 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Rheden | 43.645 inwoners, op initiatief van D66 |
| Gemeente Schiedam | 77.838 inwoners, op initiatief van Groen Links |
| Gemeente Súdwest-Fryslân | 84.028 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Ten Boer | 4.500 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Tholen | 25.500 inwoners, op initiatief van Wethouder openbare ruimte J. Harmsen (CU) |
| Gemeente Tiel | 41.488 inwoners, op initiatief van PvdA |
| Gemeente Veenendaal | 65.000 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Velsen | 67.585 inwoners |
| Gemeente Vlaardingen | 71.000 inwoners, besloten door het college van B&W |
| Gemeente Vught | 26.183 inwoners |
| Gemeente Wageningen | 38.458 inwoners, op initiatief van Stadspartij Wageningen |
| Gemeente Westerveld | 19.084 inwoners, op initiatief van Progressief Westerveld |
| Gemeente Westland | 105.632 inwoners |
| Gemeente Wijk bij Duurstede | 23.629 inwoners, op initiatief van PCG, SP, D66, VVD, GL en PvdA |
| Gemeente Zaanstad | 153.679 inwoners, op initiatief van GL, ROSA, CU en ZIP |
| Gemeente Zwijndrecht | 44.417 inwoners |
| Provincie Noord-Brabant | 2,5 miljoen inwoners |
| HVC | het afval-, grondstoffen- en energiebedrijf van 46 gemeenten en 6 waterschappen. |
| Reinigingsdienst Waardlanden | Reinigingsdienst voor de gemeenten Giessenlanden, Gorinchem,Hardinxveld-Giessendam, Leerdam, Molenwaard en Zederik. |
| Aspergeboerderij Sandur | aspergeboerderij uit Nieuw Amsterdam (Drenthe) |
| AWG Montage | vakmanschap op maat |
| De Natuur en Milieufederaties | werken aan een gezond (leef)milieu, een gevarieerd landschap en veelsoortig natuur, samen met duizenden betrokken mensen, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. |
| Duurzaam Actueel | platform voor duurzaam nieuws |
| Ekoplaza | biologische supermarktketen |
| Energie Schijndel | energiecoöperatie |
| Greenpeace Nederland | (internationale) milieuorganisatie die als eerste doel heeft grootschalige milieuproblemen onder de aandacht te brengen van de politiek en het publiek door middel van lobbyen en geweldloze acties |
| Innovatiecentrum Kunststoffen | bedrijf dat nieuwe en betere kunststoffen ontwikkelt, zoals plastics van biologische oorsprong die in hun eigenschappen meer dan tot nu toe op de huidige “fossiele” plastics lijken. |
| John Visser cv-optimalisatie | gespecialiseerd in het waterzijdig inregelen van cv-installaties |
| KitchenHugs | alles voor duurzaam en gezond koken |
| LandschappenNL | behartigt de belangen van de provinciale Landschappen en de provinciale stichtingen |
| Milieuvereniging Benegora | Belgisch Nederlands GrensOverleg Regio Antwerpen, regio actief voor mens en milieu |
| Minderrr | verzorgt gastlessen over zwerfafval/plastic soep en afvalscheiding naar een circulaire economie. |
| Natuurmonumenten | onafhankelijke vereniging die natuur, landschap en cultuurhistorie veilig stelt door gebieden aan te kopen, te beheren en te beschermen.. |
| Nivon Natuurvrienden | vereniging van natuurvrienden (16.500 leden) én stichting met 13 natuurvriendenhuizen en 7 groene kampeerterreinen in Nederland |
| Occupation Just Communities (UC JUCO) | staat voor een wereld iedereen waar iedereen zich met respect behandeld voelt, respectvol deel kan nemen aan de maatschappij, ondanks hun kwetsbaarheid, beperking of andere nood. |
| Stichting De Brabantse Wal | zich in voor het behoud van de Brabantse Wal, een opvallend landschap in West-Brabant, op de grens met Zeeland en Vlaanderen (België). |
| Stichting Hooge Nesse/Veerplaat | vrijwilligersorganisatie die verschillende maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd uit Zwijndrecht en staat o.a. voor de duurzame ontwikkeling van de Hooge Nesse/ Veerplaat en voor meer bewegen in de natuur en natuurbeleving. |
| Stichting Natuur & Landschap Zwijndrechtse Waard | houdt zich bezig met Natuur & Milieu Educatie voor jong en oud in het gebied de Zwijndrechtse Waard. |
| Stichting Pieterpad | de bekendste langeafstandswandelroute van Nederland, van Pieterburen nabij de Groningse Waddenkust naar de Sint-Pietersberg bij Maastricht, met een lengte van 498 kilometer, |
| Stichting Tiel Tip Top | zet zich in voor een snelle, eenvoudige realisatie van een schoner Tiel. |
| Tandarts Dik | tandartsenpraktijk in Barneveld |
| Utrecht Natuurlijk | Utrecht Natuurlijk brengt de natuur dichtbij en maakt Utrecht groener, gezonder en duurzamer voor alle Utrechters. |
| Vereniging Arboretum Munnike Park | beheerders van het Arboretum Munnike Park te Zwijndrecht |