Dat staat in een antwoord van een OVAM-afdelingshoofd op een officiële vraag van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux naar de datasets achter twee OVAM-rapporten.
Zie ook het live debat in het Vlaams parlement op woensdag 3 oktober na 15.30 op https://www.vlaamsparlement.be/plenaire-vergaderingen/1274143#video
Het Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur voorziet transparantie over data die in het bezit zijn van overheidsinstanties. Burgers hebben het recht om te weten welke bestuursdocumenten overheden bezitten. Dat is vastgelegd in de wet en overheden hebben de wet te respecteren.
“Dat een overheidsadministratie beslist om die transparantie niet te verlenen omdat “we ons 14 dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen bevinden” is opmerkelijk. Dat er bepaalde periodes zijn waarin de transparantie wordt opgeschort, verwacht je niet in een democratie van de 21ste eeuw”, zegt Recycling Netwerk. “Het is het recht van de belastingbetalers om te weten wat er met hun belastinggeld gebeurt in de strijd tegen zwerfvuil, en welke de verschillen zijn tussen de Vlaamse gemeenten.”
Lees ook het artikel op Apache.be: OVAM houdt ‘politiek gevoelige’ informatie over zwerfvuil geheim
Chronologie
Recycling Netwerk verzocht de OVAM op 8 augustus om informatie op basis van het Decreet betreffende de openbaarheid van bestuur. De milieuorganisatie vroeg om inzicht in de datasets die aan de basis lagen van twee studies, het “Onderzoek naar de hoeveelheden en de beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef” uitgevoerd door IDEA Consult en het “Tweejaarlijks onderzoek zwerfvuil. Methodologisch rapport” uitgevoerd door KplusV.
Hoewel OVAM de gemeenten individueel bevraagde, gaf de gepubliceerde versie van de rapporten enkel cijfers geaggregeerd per categorie van gemeenten.
“Om te kunnen inschatten welk zwerfvuilbeleid het beste werkt, is het nodig om de gegevens van de respectievelijke gemeenten te kunnen vergelijken. Zo kan een gemeente met een effectief zwerfvuilbeleid met goed resultaat, als best practice-voorbeeld dienen voor gemeenten die het zwerfvuil moeilijk onder controle krijgen. Er zijn daarnaast allerhande factoren die leiden tot zwerfvuil, zoals bijvoorbeeld de socio-demografische samenstelling van een gemeente of het aantal toeristen dat een gemeente aantrekt. Uit de data kunnen wetenschappers mogelijk zeer interessante conclusies trekken, maar dan moet OVAM daar wel toegang tot geven”, legt directeur Rob Buurman uit.
OVAM treuzelde eerste enkele weken, tot 24 augustus, en stelde toen haar antwoord uit met de volgende argumentatie : “omwille van de aard van uw vragen, de mate van detail en omdat de beslissing nav een verzoek ikv openbaarheid van bestuur door de directieraad van de OVAM moet bekrachtigd worden. De eerstvolgende directieraad (na ontvangst van uw verzoek) is pas eind augustus.”
Op 24 september, 47 dagen na de vraag om informatie, stuurde OVAM een kort antwoord met twee Excel-documenten in bijlage. Recycling Netwerk heeft expliciet gevraagd om de antwoorden van de respectievelijke gemeenten die zijn gebruikt voor de twee OVAM-studies naar de hoeveelheid en de kosten van het zwerfvuil. Maar nergens in de Excel-sheets valt af te leiden wat de individuele gemeenten hebben geantwoord. Op 27 september herhaalde Recycling Netwerk het verzoek om de zwerfafvaldata per gemeente te willen ontvangen.
Vreemde argumentatie
Op 28 september kwam een officieel antwoord vanuit OVAM met enkele vreemde passages:
“4. Gelet op de gevoeligheid van het thema zwerfvuil en het feit dat we ons 14 dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen bevinden en de gegevens niet noodzakelijk zijn om het rapport op te bouwen,
5. Gelet op het feit dat indien de gemeentenamen bekend worden gemaakt aan u, u beschikt over informatie die deze verkiezingen kan beïnvloeden door bijvoorbeeld het beleid van bepaalde coalities/besturen in vraag te stellen te stellen of deze cijfers individueel te publiceren, waardoor er schade zou kunnen berokkend worden;
zijn dit bijkomende argumenten om niet op uw verzoek in te gaan, gebaseerd op artikel 15, § 1, 9° van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, namelijk de vertrouwelijkheid van het handelen van een milieu-instantie, voorzover die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving, de uitvoering van een interne audit of de politieke besluitvorming.”
Reactie Recycling Netwerk
Recycling Netwerk reageert: “De bestempeling van de OVAM van het thema zwerfvuil als ‘gevoelig’ geeft vooral aan dat het thema leeft bij de burger. Maar het betreft hier geen staatsgeheimen. Het gaat over flesjes, blikjes, papiertjes en andere zwerfafval dat wordt gevonden en opgeruimd in de Vlaamse gemeenten. De burger vindt het belangrijk dat het zwerfvuil afneemt en juist daarom is het laakbaar dat de OVAM de gegevens niet wenst te verstrekken.”
“Uiteraard tekenen we beroep aan tegen deze beslissing want die is onrechtmatig. Een overheidsorganisatie die zelf politiek begint te bedrijven: wij vinden dat een heel rare gang van zaken. En nog meer dan anders is juist bij verkiezingen transparantie van overheden belangrijk. De overheid moet te controleren zijn, maar als diezelfde overheid besluit om zelfs de meest basic informatie geheim te houden, dan is er een groot probleem”, reageert Recycling Netwerk.
Recycling Netwerk besluit met licht sarcasme: “Blijkbaar vindt OVAM het normaal om te bepalen welke informatie wel, en welke informatie niet, mag bekendgemaakt worden voor de verkiezingen. Een kiezer zou wel eens op het gekke idee kunnen komen om zijn stemgedrag te laten beïnvloeden door het al dan niet doelmatige zwerfvuilbeleid in zijn gemeente. Dat kan volgens OVAM blijkbaar niet in een democratie”.
Lees ook: Marc Reynebeau in De Standaard: “Waar de verkiezingen niet over gaan“
43 koeien dood door zwerfafval, kopte Het Nieuwsblad deze maand. Wat is er aan de hand? Nauwelijks drie maanden na de oprichting van het Meldpunt scherp-ins bij runderen hebben de Vlaamse veehouders reeds tientallen dode koeien gemeld. De bevoegde Vlaamse ambtenaar zegt dat “het werkelijke aantal dode dieren (nog) hoger ligt”.
Bij het maaien worden de blikjes mee versnipperd in de maaimachine. Zo komen ze in het veevoer terecht. De stukjes blik veroorzaken wondjes in de koeienmagen, die tot ontstekingen, ziekte en de dood kunnen leiden.
Het meldpunt werd opgericht door Vlaams Minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V). De minister nam de beslissing onder druk van de media-aandacht voor het rapport over drankblikjes en koeiensterfte, dat wij publiceerden in februari 2018. Er kwamen ook parlementaire vragen.
Dat rapport, “Als blikken konden doden”, concludeerde dat in Nederland naar schatting jaarlijks gemiddeld tussen de 11.448 en 13.110 koeien scherp-in letsel oplopen als gevolg van zwerfafval, waarvan er jaarlijks tussen de 3.813 (ondergrens) en 4.244 (bovengrens) runderen overlijden, op een totale landelijke populatie van 4,29 miljoen runderen.
In Vlaanderen worden jaarlijks 5.152 tot 6.227 koeien ziek door zwerfafval, op een totale landelijke populatie van 1,3 miljoen runderen. Met de nodige statistische voorzichtigheid kan geschat worden dat daarvan in Vlaanderen jaarlijks tussen de 2.051 (ondergrens) en 2.474 (bovengrens) runderen overlijden.
De resultaten van het rapport kregen veel aandacht in het journaal van EenVandaag, VTM Nieuws en Nieuwe Oogst, in de kranten AD, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, De Morgen, De Standaard, Gazet van Antwerpen en tientallen lokale media.
Bron: EenVandaag
Steeds meer veehouders kwamen naar buiten met hun verhaal. Landbouwers Paul Lassuyt en Marc Bonnaerens zagen enkele melkkoeien creperen door restanten van blikjes. Ze pleiten daarom vurig voor de invoering van statiegeld. Onder anderen ook een boer uit Gelderland trok aan de alarmbel. Hij verloor reeds 10 koeien door stukjes aluminium blikjes in het veevoeder. “Statiegeld is dringend nodig”, zei hij aan Omroep Gelderland.
„Twee koeien op de de boerderij van mijn broer stierven vorig jaar na het eten van snippers van blikjes”, vertelt Tjalling de Wit uit Ruinen, raadslid voor het CDA in De Wolden in het Dagblad van het Noorden. „Die blikjes slingeren rond en worden door maaimachines in kleine stukjes gehakt. Een koe merkt niet eens dat hij ze eet, zo klein. Maar ze zorgen er wel voor dat de magen van zo’n koe open worden gescheurd.” Een pijnlijke dood is het gevolg. De Wit is dan ook fervent voorstander van de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes.

Ook de Facebookpost van veehouder Jacco Draaijer over zijn gestorven koe ging viraal. ,,Ze lag te creperen van de pijn. Het was net of ging een groot mes te keer in haar magen en darmen. De ontlasting was dun en pikzwart, wat duidt op veel bloed. Ik heb de dierenarts er nog bij gehaald, maar er viel niets meer aan te doen. Binnen een paar uur was ze overleden.”, vertelde hij in de Leeuwarder Courant.
,,De problemen groeien”, vertelt Malda, veearts bij Dierenkliniek Deventer aan het Algemeen Dagblad. ,,De afgelopen vier jaar is het aantal dieren met problemen door plastic of blik gestegen. Het gaat nu om één op de tien koeien.”
De enige oplossing die de veehouders zelf zien is statiegeld. In landen met statiegeld zoals Duitsland vind je immers heel weinig drankblikjes op de velden. Het statiegeld op bierflesjes zorgt ervoor dat je ze heel weinig op straat ziet. De blikjes zonder statiegeld daarentegen zijn alomtegenwoordig in het zwerfvuil.

De grootste boerenvakbond van Nederland, LTO, was geschokt door het onderzoek en sloot zich meteen aan bij de Statiegeldalliantie die de snellere invoering van statiegeld op plastic flessen en drankblikjes vraagt aan de Nederlandse en Belgische regeringen.
Ook de Vlaamse boerenorganisatie Algemeen Boerensyndicaat (ABS) sloot zich aan bij de Statiegeldalliantie en lanceerde een affichecampagne: “Politici, stop met doen alsof uw neus bloedt”. Het Algemeen Boerensyndicaat ABS was dan ook teleurgesteld dat de Vlaamse regering in haar ‘Zomerakkoord’ nog geen statiegeldregeling besliste.
De grootste boerenorganisatie van België, de Boerenbond, pleit eveneens voor de invoering van statiegeld op drankblikjes. Ook de KVLV, Vrouwen met vaart, is aangesloten bij de Statiegeldalliantie, onder meer uit bezorgdheid over de effecten van blikjes op koeien.
Het verbond tussen milieuorganisaties, gemeenten en boerenorganisaties voert de druk voor de uitbreiding van statiegeld sterk op, schreef Trouw. Recycling Netwerk en Greenpeace Nederland deden een gezamenlijke oproep naar de regering Rutte III: “En vergeet ook al die blikjes niet”.
Op 10 maart 2018 gaf de Nederlandse regering het bedrijfsleven twee jaar de tijd om beter te gaan recyclen en het aantal flesjes in het zwerfafval met 70-90% te verminderen. Lukt dat niet, dan komt er vanaf 2021 statiegeld op plastic flesjes. Deze beslissing zal de koeiensterfte niet stoppen. Staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (D66) zei immers niks over hoe de de blikjes in het zwerfvuil worden aangepakt.
In april 2018 nam de Tweede Kamer een motie aan die de regering verzoekt met het bedrijfsleven en de gemeenten afspraken te maken over een actieplan en reductiepercentage voor blikjes in 2020, met als doel het aantal blikjes in het zwerfafval te verminderen.
Anno september 2018 is er echter nog geen actieplan opgesteld of reductiedoelstelling voor blikjes geformuleerd. Ook zijn er nog geen afspraken over de te nemen sancties en/of maatregelen indien het aandeel blikjes in het zwerfvuil niet significant gaat dalen.
Een motie van Tweede Kamerleden Suzanne Kröger (GroenLinks) en Chris Stoffer (SGP), ingediend tijdens het VAO Circulaire Economie van 7 september 2018, vraagt aan de regering om ook voor blikjes, net als voor plastic flesjes, het statiegeld als beleidsmaatregel in ogenschouw te houden indien het actieplan van het bedrijfsleven onvoldoende effectief is om blikjes in het zwerfafval aan te pakken.
De motie wordt besproken in de Tweede Kamer op dinsdag 2 oktober.
Recycling Netwerk constateert al jaren dat de bedrijven die de afvalproblemen veroorzaken, erin slagen steeds meer ook het afvalbeleid te bepalen. De Rijksoverheid is op allerlei terreinen zover terug getreden dat zowel het formuleren, als het informeren over, en zelfs het controleren van milieubeleid grotendeels is overgelaten aan de belanghebbende bedrijven zelf.
De uitzending “De kunstgrasberg” van onderzoeksprogramma Zembla toont dit nogmaals treffend aan.
Recycling Netwerk heeft daarom jaren terug besloten om zich meer te richten op de handhaving van bestaande regelgeving. Wat betreft het autobandenafval op kunstgras werd ons handhavingsverzoek uit 2016 weggewimpeld door de Inspectie voor Leefomgeving en Transport. Wij denken meer te kunnen verwachten van de aangifte die we in september 2017 hebben ingediend bij de officier van justitie.
Dat ook het afval van kunstgrasvelden zelf slecht wordt verwerkt, is geen verrassing. Het onderliggende probleem is, dat binnen het milieubeleid een patroon is ontstaan waarbij het handhaven van prettig polderoverleg belangrijker is dan het handhaven van belangrijke milieumaatregelen, zegt Recycling Netwerk.
Ambtenaren die zich af doen met de makkelijkste oplossing binnen de hun beschikbare kaders, het oprekken van milieubeleid en het niet nagaan of gemaakte afspraken ook worden nagekomen, deze laksheid is een zorgelijke status quo.
Doordat de overheden niet handhaven, worden ontwikkelingen in daadwerkelijke recycling en correcte verwerking tegengehouden. Dit kan niet de bedoeling zijn van de Nederlandse ambitie voor het bereiken van een Circulaire Economie.
ECHA gaat zich nu over dat voorstel buigen en geeft in 2019 een advies aan de Europese Commissie.

Afbeelding: uittreksel van “Annex to the restriction dossier”
Het dossier van rubbergranulaat op kunstgrasvelden kwam in de Nederlandse en internationale actualiteit dankzij het Nederlandse onderzoeksprogramma Zembla, dat er meerdere uitzendingen aan wijdde.
Het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA, European Chemicals Agency) adviseert vandaag opnieuw dat mensen die op kunstgrasvelden met rubbergranulaat spelen de handen wassen, wondjes schoon maken en andere kleren aantrekken voor ze naar huis gaan.
Voor het eerst heeft ECHA het voornemen om milieurisico’s en andere gevaarlijke stoffen voor gezondheid te beoordelen.
Is it safe for you and your children 👨👩👦👦 to play on artificial #SportsPitches and #playgrounds? While ECHA’s initial report found a very low risk, there are always things to do to reduce the risk even further. #ChemicalsInOurLife #SaferChemicals #RubberCrumb pic.twitter.com/RuKj3MYZW4
— ECHA (@EU_ECHA) August 16, 2018
Milieuorganisatie Recycling Netwerk riep in juli op om een moratorium in te voeren op het versnipperen van oude autobanden op sportvelden. De milieuorganisatie vroeg dit op basis van het officiële onderzoek van het RIVM dat toont dat het rubbergranulaat bij de onderzochte sportvelden tot ernstige milieuproblemen leidt. De normen van het (Nederlandse) Besluit Bodemkwaliteit worden bij maar liefst 9 van de 10 onderzochte sportvelden overschreden.
Elk jaar kunnen non-profitorganisaties en creatieve breinen meedingen naar de Standaard Solidariteitsprijs. Het creatief bureau bigtrees, zelf partner van de Statiegeldalliantie, maakte samen met de Statiegeldalliantie deze krantenadvertentie. De Standaard publiceerde ze op 17 juli.
U kan de vraag naar statiegeld en de Statiegeldalliantie steunen door te stemmen voor de advertentie van de Statiegeldalliantie op http://www.standaard.be/solidariteitsprijs, en uw vrienden te vragen om ook te stemmen.
Hartelijk dank.

Terwijl acht op de tien Vlamingen en de helft van de Vlaamse gemeenten vragen om statiegeld in te voeren, kijkt de Vlaamse regering de kat nog even uit de boom. Begeleid door trompetgeschal van supermarkten en drankenproducenten. Ze heeft de beslissing over invoering van statiegeld opnieuw voor zich uit geschoven.
De regering presenteerde haar nieuwe Afvalplan naar goed gebruik als vooruitstrevend en zeer belangrijk. Een inzamel- en recyclagepercentage van 90% voor drankverpakkingen tegen 2022, en zoniet hoge boetes voor de bedrijven. Eigenlijk klinkt dat best wel goed, toch?
Business as usual
Maar, hoeveel drankverpakkingen worden vandaag eigenlijk gerecycleerd? We deden zelf de analyse op basis van studiewerk van de OVAM en professionele onderzoeksbureaus. Daaruit blijkt dat slechts 61 tot 67% van de plastic flessen effectief wordt gerecycleerd. Van de blikjes slechts 65 procent, volgens Recover, samenwerkingsverband van gemeenten en afvalintercommunales.
Ieder jaar rapporteert Fost Plus namens het verpakkende bedrijfsleven nieuwe recyclagecijfers. Voor 2017 claimt de afvalbeheerder een recyclage van 87,7% voor petflessen, 91% voor drankenkartons en 102% voor metalen verpakkingen waaronder de blikjes. Overschattingen van de werkelijkheid. Maar het beleid steekt zo in elkaar dat de zelfrapportage van het bedrijfsleven leidend is voor het bepalen van de officiële recyclagegraad.
De harde doelstelling van 90% van Bourgeois en co lijkt dus een grote stap vooruit, maar is volgens de bedrijven anno 2018 al realiteit. De bedrijven zullen met een gerust hart vasthouden aan business-as-usual.
Denken dat de drankenproducenten en supermarkten zonder statiegeld het zwerfvuil even doeltreffend zullen verminderen is naïef. Dus wat gaat nu precies veranderen tussen nu en 2023? We zoeken in het Afvalplan tevergeefs naar een doelstelling voor de vermindering van het zwerfafval. Gemiste kans.
We lezen dat de Vlaamse overheid het gratis verstrekken van plastic tasjes gaat verbieden. Maar dat was al Europees beslist. Sterker nog: Wallonië en Brussel staan al een stap verder. Zij hebben de plastic tasjes categorisch verboden. Vlaanderen doet niet meer dan wat minimaal vereist is.
Dat terwijl er een wereldwijde dynamiek aan de gang is. De Europese Commissie maakt werk van een verbod op plastic single-use producten. Ook voor de landen die nu nog niets recycleren, eist ze 90 procent selectieve inzameling van flesjes en blikjes, in de feiten enkel mogelijk via statiegeld. De Conservatieve regering van het Verenigd Koninkrijk maakt er werk van. Zelfs Coca-Cola publiceerde deze week nog 11 principes voor een goed statiegeldsysteem op het Britse eiland.
En wat doet Vlaanderen? Geconfronteerd met het vele zwerfvuil, hebben de meeste lokale beleidsmakers de dringendheid wel al begrepen. 168 Vlaamse gemeenten vragen samen met honderd Vlaamse organisaties om statiegeld snel in te voeren. Als een overgrote meerderheid van de bevolking een milieumaatregel wenst, valt het moeilijk te begrijpen waarom er vijf jaar mee gewacht moet worden.
Ondertussen zal het zwerfvuil de komende maanden en jaren niet afnemen. Met een stijgende consumptie onderweg, zullen we blikjes en flesjes in de berm blijven zien. De jaarlijkse opruimfactuur van 164 miljoen euro blijft verder stijgen. Dit gebeurt voor ieders voordeur. Het uitzicht van de gemeente, de vervuiling van onze stranden, het zijn zaken in de leefwereld van iedereen.
Zolang het zwerfvuil straten, velden en stranden ontsiert, zullen de Vlamingen blijven vragen naar doeltreffende oplossingen zoals statiegeld. Zolang stukjes blik koeien ziek maken, zullen de veehouders zich roeren. Het thema zal dan ook voor boeiende debatten zorgen in de campagnes voor de gemeenteraden en de volgende Vlaamse regering.
Rob Buurman & Tom Zoete
De krant De Morgen publiceerde deze opinie op 21 juli.
Zelfs een doelstelling voor het verminderen van het zwerfvuil ontbreekt in het Afvalplan, analyseert milieuorganisatie Recycling Netwerk zaterdag.
Vraag uit samenleving naar statiegeld blijft
Statiegeld reduceert het volume blikjes en flesjes in het zwerfvuil met 70 tot 90 procent. Alternatieven die even doeltreffend zijn, zijn niet voorhanden. De tegenstanders van statiegeld weten dat ook. Anders had de regering en het parlement het alternatief al maanden geleden gehoord van de betrokken bedrijven.
Denken dat de drankenproducenten en supermarkten zonder statiegeld het zwerfvuil even doeltreffend zullen verminderen is naïef. Ze pogen door uitstel uiteindelijk afstel te bekomen.
Zolang het zwerfvuil straten, velden en stranden ontsiert, zullen de Vlamingen blijven vragen naar doeltreffende oplossingen zoals statiegeld. Zolang stukjes blik koeien ziek maken, zullen de veehouders zich roeren. Zolang plastic in zee belandt, zullen consumenten zich laten horen. Zolang de opruimfactuur stijgt, zullen Vlaamse gemeenten blijven pleiten voor statiegeld.
“We stellen vast dat de vraag voor een snellere invoering nu al de brede steun van 82 procent van de burgers, 168 Vlaamse gemeenten en honderd Vlaamse organisaties geniet. Buiten de betrokken bedrijven vroeg in de samenleving niemand om te wachten tot 2023. Het wordt dus uitkijken naar initiatieven die het beslissingsproces versnellen. Het wordt boeiend hoe dit thema zal evolueren in de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen en Vlaamse verkiezingen”, besluit Recycling Netwerk.
Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk rob.buurman@recyclingnetwerk.org
Tom Zoete, communicatie Recycling netwerk tom.zoete@recy=
Nu al 168 Vlaamse gemeenten en 102 Vlaamse organisaties vragen dat de Vlaamse regering statiegeld invoert op alle plastic flessen en blikjes. Het dossier staat op de agenda van de superministerraad van vrijdag 20 juli.
De voorbije maanden groeide het aantal partners van de Nederlands-Belgische Statiegeldalliantie aan tot 751, waarvan 270 Vlaamse. Het initiatief breidt ook uit naar franstalig België.
Onder meer Stad Ronse en de gemeenten Overijse, Lede, Haaltert en Lille sloten zich de voorbije maanden aan bij het initiatief, dat het draagvlak voor de invoering van statiegeld toont. Ook de Provincie West-Vlaanderen, 4 Vlaamse waterbeheerders, creatief bureau bigtrees en de vzw Grote Routepaden kwamen er bij.
Maak Vlaanderen proper
Het vele plastic en blikken zwerfvuil stoort iedereen, vervuilt het milieu en brengt koeien letsel toe. Het opruimen van het afval kost de gemeenten en de Vlaamse belastingbetalers elk jaar 155 miljoen euro.
De vraag van de Statiegeldalliantie aan de Vlaamse, Brusselse en Waalse gewestregeringen is helder: “Voer dit jaar statiegeld in op alle plastic flessen en blikjes”. Het is een doeltreffende maatregel om het zwerfvuil te bestrijden en onze omgeving proper te krijgen. Nu is er al statiegeld op glazen bierflessen en sommige wijnflessen in België.
De uitbreiding naar alle plastic flessen en blikjes maakt integraal deel uit van het Afvalplan van minister van milieu Joke Schauvliege (CD&V). De beslissing staat geagendeerd op de ministerraad van de Vlaamse regering op vrijdag 20 juli.
De Standaard Solidariteitsprijs selecteerde de inzending van de Statiegeldalliantie en creatief bureau bigtrees overigens als een van de twintig organisaties die een gratis pagina advertentieruimte krijgen. De inzending van de Statiegeldalliantie is dinsdag gepubliceerd in de kwaliteitskrant.
L’Alliance de la Consigne
Ook in franstalig België vraagt de bevolking de invoering van statiegeld, bleek onlang uit een enquête van GfK. 82 procent van de Belgen willen de invoering van statiegeld. De Statiegeldalliantie roept bij deze dan ook franstalige organisaties en gemeenten uit Brussel en Wallonië op om zich aan te sluiten bij de Alliance de la Consigne. De website is nu ook in het Frans toegankelijk op alliance-consigne.org. De Brusselse gemeente Sint-Gillis sloot zich alvast aan bij het initiatief dat ook aan de Brusselse en Waalse regering vraagt om statiegeld in te voeren in België. Brussels staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V) pleit ook voor de invoering van statiegeld.
In Nederland vragen bijna alle gemeenten en provincies uitbreiding statiegeld
In Nederland is de vraag om statiegeld uit te breiden naar alle plastic flessen en blikjes massaal. Maar liefst 328 gemeenten, 86 procent van alle Nederlandse gemeenten, dringen er bij de regering Rutte III op aan om statiegeld uit te breiden tot alle plastic flessen en blikjes. Ook 8 van de 12 Nederlandse provincies en 20 van de 21 waterschappen sloten zich aan bij de Statiegeldalliantie.
Sinds de regering Rutte III begin maart besloot om de industrie twee jaar uitstel te geven, hebben zich nog tientallen nieuwe gemeenten en organisaties aangemeld bij de Statiegeldalliantie. Elke week zijn er nog nieuwe toetredingen. Almere besliste vorige week de toetreding. Samen vertegenwoordigen alle aangesloten Nederlandse gemeenten inmiddels 15,6 miljoen inwoners.
Meer info
De normen van het Besluit Bodemkwaliteit worden bij maar liefst 9 van de 10 onderzochte sportvelden overschreden. “Dit onderzoek zet alle lichten op rood voor rubbergranulaat op sportvelden”, reageert Recycling Netwerk, dat om een moratorium vraagt.
In de tien gemeenten waar de bermen en de sloten naast de sportvelden zijn onderzocht blijkt overal sprake van een milieuprobleem en in de meeste gevallen zijn de milieunormen overschreden voor zowel de bodem als het water.
Het onderzoek van het RIVM kwam er naar aanleiding van de reportages van onderzoeksprogramma Zembla.
“Dit onderzoek is de officiële bevestiging dat het gebruik van versnipperd autobandenafval op sportvelden onaanvaardbare milieurisico’s veroorzaakt”, zegt voorzitter Robbert van Duin van Recycling Netwerk.
Moratorium
In Nederland zijn er circa 2000 sportvelden met rubbergranulaat. “Nu de schendingen van de normen bewezen zijn, moet de overheid het versnipperen van bandenafval op sportvelden onmiddellijk stoppen: een moratorium invoeren. Parallel daaraan moeten alle sportvelden onderzocht worden. Nu er zo overduidelijk problemen zijn, mag de overheid de ogen niet meer sluiten”, zegt van Duin.
Top van de ijsberg
Het RIVM beveelt aan om maatregelen te treffen om de verspreiding van rubberkorrels naar de bermgrond te voorkomen en om de uitstoot van stoffen via het drainagewater te beperken.
Het RIVM-onderzoek was nog beperkt in reikwijdte: enkel rondom de kunstgrasvelden, niet eronder, en voor een beperkt aantal stoffen. Dat geeft STOWA ook aan.
Staatssecretaris Stientje van Veldhoven gaf de opdracht voor het onderzoek om te bepalen of er meer diepgaand onderzoek nodig is. STOWA stelt vast dat de gevolgen van de emissies van metalen, PAK’s en benzothiazolen zichtbaar zijn in de waterbodem en beveelt daarom aan meer kennis te verkrijgen. “Dit onderzoek toont dus alleen nog maar de top van de ijsberg”, merkt Robbert van Duin op.
Verkapte afvalstort
Door de versnippering van de banden komen de schadelijke stoffen makkelijker in het milieu terecht. Dit is daarmee een schoolvoorbeeld van foute recycling en in feite een verkapte afvalstort, volkomen in tegenspraak met het beleid gericht op circulaire economie.
Recycling Netwerk schreef in november 2016 de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan met het verzoek te handhaven. In september 2017 deed de milieuorganisatie aangifte bij het Openbaar Ministerie van grootschalige milieu-overtredingen met autobanden-afval. In oktober heeft het Nederlandse onderzoeksprogramma Zembla Recycling Netwerk-voorzitter Robbert van Duin geïnterviewd over deze aangifte, in de reportage Tot op de bodem. “Er zijn grote fouten gemaakt. De verantwoordelijkheden moeten onderzocht worden. Hoe heeft het ministerie hiermee in kunnen stemmen? Bedrijven, gemeenten en sportverenigingen hebben hier nu een zorgplicht. Wij denken dat dit onderzoek een belangrijk stuk is voor het onderzoek door de Officier van Justitie”, besluit Recycling Netwerk.
Highlights uit het STOWA-rapport:
– “Gezamenlijk over de verschillende bioassays zijn er bij vier van de tien sportaccommodaties biologische effecten vastgesteld” (p. 8)
– “bij het oudste veld (28 jaar oud) waar een volledige sterfte van watervlooien optrad die verklaarbaar is door de hoge zinkconcentraties in het drainagewater. Deze hoge emissies zijn gekoppeld aan de aanwezigheid van rubbergranulaat, op óf in het veld”. (p. 27)
– “Deze effecten zijn veroorzaakt door organische microverontreinigingen en geven aan dat er naast metalen ook verhoogde emissies van andere stoffen, zoals PAK’s en benzothiazolen, uit het rubbergranulaat plaatsvinden, hetgeen door chemische analyses wordt bevestigd. De gevolgen van deze emissies zijn zichtbaar in de waterbodem, waar op zes van de tien locaties sprake lijkt van ophoping van aan rubbergranulaat geassocieerde stoffen”. (hoofdstuk 4.3 van het rapport Verkenning milieueffecten voor het aquatisch ecosysteem).
Highlights uit het RIVM-rapport
– Het gebruik van rubbergranulaat op kunstgrasvelden kan schadelijk zijn voor het milieu in de directe omgeving van de velden. Uit de rubberkorrels kunnen stoffen lekken die terecht komen in de grond om de velden heen (de bermgrond) en in de bagger in sloten. Dat is slecht voor het ecosysteem omdat het de biodiversiteit aantast (p.3).
– In het onderzoek is de kwaliteit van het milieu rondom kunstgrasvelden met rubbergranulaat van autobanden vergeleken met de milieukwaliteit rondom echte grasvelden. Op diverse locaties overschrijden de concentraties zink, kobalt en minerale olie bij kunstgrasvelden de geldende normen voor bodem en waterbodem (Besluit bodemkwaliteit), terwijl dat bij echte grasvelden niet het geval is. Het milieu is vooral gevoelig voor hoge concentraties zink; voor de mens vormt zink geen gezondheidsrisico. (Bron: Publiekssamenvatting
Rapporten
De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) onderzocht in opdracht van de Waterschappen en publiceerde de resultaten dinsdag op https://www.stowa.nl/sites/default/files/assets/PUBLICATIES/Publicaties%202018/STOWA%202018-37%20Rubbergranulaat%20defversie.pdf
Onderzoek van het RIVM in opdracht van I&W :
https://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Wetenschappelijk/Rapporten/2018/Juli/Verkenning_milieueffecten_rubbergranulaat_bij_kunstgrasvelden
Zembla: “RIVM: water en bodem rond kunstgrasvelden vervuild”
Volkskrant: “RIVM: Rubberkorrels schadelijk voor milieu in de directe omgeving van de velden”
Voor één op twee kiezers speelt zwerfvuil bovendien een rol in zijn stemkeuze voor de gemeenteverkiezingen in oktober. Dat toont een analyse van de antwoorden die 5.134 Belgen gaven op een bevraging door GfK Social and Strategic Research.

Opmerkelijk: bij de kiezers van de N-VA en Open VLD is een hele grote meerderheid dus voorstander van statiegeld. Nochtans spraken deze twee regeringspartijen zich vooralsnog niet positief uit over statiegeld.
Bij de kiezers van CD&V is 82 procent voorstander van statiegeld, bij de kiezers van sp.a 80 en bij Groen 91 procent. Bij alle Vlaamse politieke partijen is een meerderheid van hun kiezers voor de invoering van statiegeld.
87% van de mensen is bovendien van mening dat statiegeld in België het zwerfafval kan verminderen.
Meer dan één kiezer op twee, 55 procent, zegt dat het zwerfvuil in zijn/haar gemeente een belangrijke tot heel belangrijke rol speelt bij zijn/haar stemkeuze voor de gemeenteraadsverkiezingen in oktober.
De Vlamingen willen dus dat de Vlaamse regering en andere gewestregeringen statiegeld invoeren. Het aantal voorstanders steeg ook flink door het maatschappelijk debat: van 66 procent in de enquête van Test-Aankoop in maart vorig jaar naar 82 procent vandaag, een flinke stijging op een dik jaar tijd.
Voor de supermarkten en drankenproducenten zijn deze cijfers een belangrijk signaal dat een grote meerderheid van hun klanten statiegeld wil.
Voor de politieke wereld tonen deze cijfers dat dit een belangrijk thema in de gemeenteraadsverkiezing op 14 oktober wordt. Het overgrote deel van hun kiezers is voorstander van statiegeld, over alle partijgrenzen heen.
De invoering van statiegeld als integraal onderdeel van het Afvalplan ligt sinds 18 mei op de tafel van de Vlaamse regering. De verwachtingen zijn zeer hoog. Het is nu aan de Vlaamse regering om de beslissing tot invoering van statiegeld te nemen, besluit milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux uit de enquête.
Technische gegevens van de enquête
In België worden plastic flessen en flacons, conservenblikken en drankenkartons ingezameld via de blauwe zak. Andere verpakkingen moeten bij het restafval. Het systeem van de blauwe zak is goed ingeburgerd. Er is een prijsprikkel voor de burger om de blauwe zak te gebruiken en doordat de inzameling aan huis gebeurt, is het voor de burger interessant en gemakkelijk om eraan deel te nemen.
Fost Plus is verantwoordelijk voor de blauwe zak. Deze organisatie organiseert in opdracht van supermarkten en drankenproducenten de inzameling en recyclage van de verpakkingen. Fost Plus publiceerde in mei 2018 haar recyclagecijfers van de op de markt gebrachte verpakkingen. Recycling Netwerk neemt in deze factcheck de cijfers onder de loep. De cijfers blijken hoger te liggen dan wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus (over 2017) wordt 89,1% van alle verpakkingen gerecycleerd. De berekening van de recyclage gaat als volgt. In België wordt het ingezamelde gewicht als gerecycleerd geteld. Bedrijven die producten op de markt brengen geven aan bij Fost Plus hoeveel het totale gewicht ervan is. Fost Plus zamelt die verpakkingen in via de blauwe zak en bepaalt het gewicht van de verschillende ingezamelde verpakkingen. Dit wordt vervolgens vergeleken met het aandeel dat bij Fost Plus is gerapporteerd.
Deze aanpak leidt tot verschillende fouten in de rapportering. Stuk voor stuk leiden die fouten ertoe dat de cijfers hoger uitvallen dan realistisch is. De volgende factoren spelen hierbij een rol:
Tabel 1 hieronder laat de recyclagecijfers van Fost Plus over 2017 zien. We bespreken achtereenvolgens de recyclagecijfers van glas, van metalen (met een focus op blikjes), van drankenkartons en van plastic flessen.

Tabel 1: recyclagecijfers België zoals gerapporteerd door Fost Plus (Fost Plus. Jaarverslag 2017)

De recyclage van glas wordt volgens Fost Plus geschat op 114,5% (tabel 1). Dat is een fout van minimaal 14,5 procentpunten en waarschijnlijk zal het significant meer zijn. Ervan uitgaande dat niet gefraudeerd wordt, geeft dit aan dat het gecombineerde aandeel van free riders, buitenlandse aankopen en sorteeronnauwkeurigheden, zeer hoog ligt.
Uit de cijfers uit het jaarverslag 2017 van Fost Plus volgt dat haar leden in Vlaanderen 171.099 ton glazen verpakkingen op de markt brengen en er 195.928 ton wordt gerecycleerd (1).
In Vlaanderen komt per jaar per inwoner 2,11 kg glas verpakking in het huishoudelijk restafval (dat niet gerecycleerd wordt) terecht. Dat blijkt uit een sorteeranalyse van het huisvuil uitgevoerd door de OVAM in 2013 en 2014 (2). Met het inwoneraantal van 6.516.011 komt dat in totaal neer op 13.749 ton glas. Dat is 8,0% van het glas dat in 2017 op de markt werd gebracht, dat dus al niet gerecycleerd wordt.
De recente zwerfvuilmeting in opdracht van Limburg.net laat zien dat 13,96% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit glazen verpakkingen (3). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 3.829 ton glas in het zwerfvuil (4) (5). Hiervan bestaat een deel uit buitenlandse aankopen (5-10%) en verpakkingen van free riders (8%). Gecorrigeerd is er sprake van 3.140 tot 3.331 ton verpakkingsglas in het zwerfvuil. Dat is 1,8% tot 1,9% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus. Ook dit deel van het glas wordt niet gerecycleerd.
Opgeteld bij de 8% glas in het restafval, is er dan sprake van 9,8 tot 9,9%, glas dat niet selectief wordt ingezameld. Er kan dus maximaal 90,1 tot 90,2% van het verpakkingsglas worden gerecycleerd. De door Fost Plus opgegeven 114,5% is dus tenminste 24,3 procentpunten te hoog. In het bedrijfsrestafval en in het niet opgeruimde zwerfvuil zit ook nog glas, waardoor de werkelijke recyclagecijfers waarschijnlijk nog lager liggen.
Specifiek voor glas valt nog op te merken dat (gebroken) glazen producten zoals vazen, glazen of kaarsjeshouders ook bij het glazen verpakkingsafval terecht kunnen komen. Verder kan het ook zo zijn dat een deel van de hervulbare flessen wordt meegeteld bij de recyclagecijfers van de eenmalige glazen verpakkingen. Het leidt ertoe dat bovenstaande berekening de werkelijke recyclage van glas vermoedelijk nog altijd te hoog inschat.
De Belgische markt van glazen verpakkingen verschuift verder steeds meer naar eenmalige drankverpakkingen. De hoeveelheid herbruikbare flessen daalt al jaren achtereenvolgens (zie grafiek 1 hieronder). Deze informatie is niet terug te vinden in het jaarverslag van Fost Plus, maar staat in het activiteitenverslag van de Interregionale Verpakkingscommissie (6).

Grafiek 1: Evolutie herbruikbare drankverpakkingen
Volgens artikel 3,§1, 2º van het Samenwerkingsakkoord dat in 1996 is vastgesteld, moet worden gewaarborgd dat: “het aandeel van de herbruikbare verpakkingen voor dezelfde goederen die in de handel zijn gebracht, niet vermindert in vergelijking tot het voorgaande jaar.” (7) Deze passage werd opnieuw bevestigd in het Samenwerkingsakkoord van 2008 tussen de gewesten en het is van toepassing op het bedrijfsleven (8).
De afname van herbruikbare verpakkingen in een markt die juist stijgt, betekent dat er een verschuiving van herbruikbare verpakkingen richting wegwerpverpakkingen plaatsvindt. Hierdoor wordt het Samenwerkingsakkoord, wat de basis is voor de erkenning van Fost Plus, geschonden.

De recyclage van metalen verpakkingen zoals drankblikjes en conservenblikken wordt door Fost Plus geschat op 102,6%. Maar volgens de statiegeldstudie van de OVAM wordt slechts 51% van de blikjes via de blauwe zak ingezameld (9). Van de 19.465 ton blikjes (aluminium plus staal), wordt namelijk slechts 9.999 ton selectief ingezameld (zie ook tabel 2 hieronder). De hoge recyclagecijfers worden verkregen doordat metalen uit de bodemassen van verbrandingsovens worden opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen.

Tabel 2: Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen
Hierbij worden ook metaal van niet-verpakkingen die uit bodemassen worden gehaald, opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen. Zo draagt bijvoorbeeld het metaal van een kleerhanger bij tot de score van gerecycleerd blik. Er ontstaat op deze manier een willekeurig en te hoog recyclagecijfer, opnieuw doordat de teller van de breuk stijgt zonder dat de noemer wordt aangepast.
Uit een Nederlandse studie naar de kosten en effecten van statiegeld blijkt daarnaast dat er ongeveer 38% van het aluminium verloren gaat wanneer het terecht komt in een verbrandingsoven (10). Nederland heeft echter modernere afvalverbrandingscentrales met modernere aluminium-scheidingsinstallaties. De verwachting is dat de verliezen in Vlaanderen hoger zijn.

De recyclage van drankenkartons schat Fost Plus op 91,0%. Dit is 8,4% lager dan in 2016. Deze sterke daling wordt niet toegelicht in het jaarverslag van Fost Plus.
Volgens de eerder genoemde sorteeranalyse van OVAM komt 1,45 kg drankenkartons per inwoner terecht in het restafval, dat niet gerecycleerd wordt (11). In tegenstelling tot metalen kunnen drankenkartons niet worden gerecupereerd uit bodemassen van verbrandingsovens. Voor heel Vlaanderen gaat het dan over 9.448 ton drankkartons die verloren gaan via het restafval.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus wordt 17.427 ton op de markt gezet in België. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het dan om 10.029 ton.
Als we buiten beschouwing laten dat een deel van de drankenkartons terecht komen in het zwerfafval, de openbare afvalbakken en de restafvalbakken van bedrijven, dan is er dus sprake (10.029-9.448)/10.029 = 5,8% recyclage.
Dit getal is zonder enige twijfel een sterke onderschatting van het daadwerkelijke recyclagecijfer. Een mogelijke verklaring is dat er bij drankenkartons nog veel meer dan bij andere verpakkingen sprake is van een zeer hoge vervuilingsgraad. Dat maakt zowel de verpakkingen in het restafval als in de blauwe zak zwaarder. Dat zou ook kunnen verklaren waarom beide cijfers zo ver uit elkaar liggen.
In Vlaanderen is niet vastgesteld wat de vervuilingsgraad van drankenkartons is, maar in Nederland zijn daar wel analyses van. Volgens een recente analyse van Eureco maken drankenkartons 2,6% van het Nederlandse restafval uit. Meer dan de helft daarvan (1,5%, oftewel relatief 57,7%) bestaat uit vocht en vuil (12). Als we op basis van de Nederlandse data het aandeel vocht en vuil aftrekken van de drankenkartons in het Vlaamse restafval, dan concluderen we dat 9.448*(1-0,577) = 3.997 ton drankverpakkingen niet worden gerecycleerd. We hanteren verder de aanname dat hiervan 5-10% uit het buitenland afkomstig is en dat 8% afkomstig is van zogenaamde freeriders. Als hiervoor wordt gecorrigeerd dan blijkt dat 3.277 ton tot 3.477 ton van de door de leden van Fost Plus op de markt gebrachte drankenkartons niet wordt gerecycleerd.
De recente meting van Limburg.net laat zien dat 0,24% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit drankenkartons (13). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 23 tot 24 ton drankenkartons in het zwerfvuil (14) (15). Gecorrigeerd voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht en vuil is dat 0,2% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus.
Uit de berekeningen blijkt dat ongeveer 3.300 tot 3.501 ton drankenkartons niet selectief wordt ingezameld en dus niet wordt gerecycleerd. Hieruit volgt dat maximaal 64,4 tot 66,4% van de drankenkartons via de blauwe zak wordt ingezameld en gerecycleerd.
Als ook nog wordt gecorrigeerd voor het aandeel drankenkartons in de restafvalbakken bij bedrijven, dan zal het recyclagecijfer lager uitvallen.
Tot slot merken we hierbij op dat deze berekening vooral inzicht moet geven in de mate waarin het recyclagecijfer van 91,0% is overschat.

Rekenmethode 1
De recyclage van plastic flessen en flacons schat Fost Plus op 82,9%.
Jaarlijks wordt door de leden van Fost Plus 84.990 ton plastic flessen en flacons op de Belgische markt gebracht. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het om 48.913 ton plastic flessen en flacons die op de markt worden gebracht.
Volgens het jaarverslag van Fost Plus is het recyclagepercentage voor enkel de PET-flessen zelfs nog hoger, namelijk 87,7%. Maar het is niet waarschijnlijk dat het inzamelpercentage specifiek voor PET-flessen hoger ligt dan het gemiddelde percentage voor flessen en flacons, omdat een aanzienlijk deel van de PET-flessen buitenshuis worden geconsumeerd en daar ook wordt weggegooid. Voor verdere berekeningen gaan we daarom uit van het cijfer van 82,9%.
Eerder in deze nota is aangegeven op welke manier recyclagecijfers van verpakkingen kunnen worden overschat. Als we corrigeren voor de verschillende redenen die leiden tot een overschatting van de recyclage van plastic flessen, dan kunnen we stellen dat er waarschijnlijk minimaal 20-25% overschatting is voor de ingezamelde plastic drankflessen (op 100% van de verpakkingen) (16).
Het cijfer van 82,9% wordt dan gecorrigeerd; maximaal 62,2 tot 66,3% van de plastic flessen wordt gerecycleerd.
Het recyclagepercentage valt nog lager uit wanneer ook de sorteerfouten en/of recyclageverliezen worden meegeteld.
Rekenmethode 2

Het is ook interessant om te kijken naar de sorteeranalyse die de OVAM heeft uitgevoerd. Volgens deze sorteeranalyse komt er per burger gemiddeld 2,98 kg, dus voor heel Vlaanderen 19.104 ton plastic flessen en flacons in de restafvalzak terecht (17).
Uit de Vlaamse statiegeldstudie (zie tabel 2 hieronder), blijkt dat in 2014 in totaal 32.040 ton PET op de Vlaamse markt werd gezet op een totaal van 50.170 ton plastic flessen en flacons. We hanteren de aanname dat er relatief net zoveel plastic flessen als flacons in het restafval terecht komen.
Dit betekent dat 32.040/50.170*19.104 = 12.200 ton van de plastic flessen bij het restafval terecht komt. Dat staat gelijk aan een percentage van 38,1%. Als we hier corrigeren voor ongeveer 20-25% buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, dan constateren we dat ongeveer 28,6 tot 30,5% van de plastic flessen op de Vlaamse markt in het restafval terecht komt (9.150 tot 9.760 ton).
Volgens de statiegeldstudie uit 2015 bestaat ongeveer 19 tot 33% van het gewicht van het zwerfafval en het afval in openbare afvalbakken uit plastic flesjes en blikjes (18). De recente studie van Limburg.net geeft een gewichtspercentage van 11,34% voor blikjes en 6,67% voor plastic flesjes, wat samen 18,01% is. Voor verdere berekeningen wordt daarom een range van 18 tot 33% gehanteerd.
Volgens de OVAM werd in 2015 27.427 ton zwerfvuil en vermeden zwerfvuil (openbare afvalbakken) door gemeenten en andere publieke partijen zoals gemeenten en agentschappen, opgeruimd (19). Om de verhouding tussen blikjes en flesjes te bepalen gaan we uit van de recente zwerfvuiltelling van Limburg.net. Daarbij is in totaal 52,4 kg aan blikjes en 30,8 kg aan flesjes geteld. Dat betekent dat de flesjes een gewichtsaandeel van 37,0% uitmaken op het gecombineerde aandeel flesjes en blikjes in het zwerfvuil.
Uitgaande van 27.427 ton afval, waarvan 18 tot 33% drankverpakkingen zijn en waarvan 37% flesjes zijn, spreken we over 1.828 – 3.351 ton plastic flesjes die niet worden gerecycled maar in het milieu terechtkomen of in de afvalbakken op straat worden weggegooid. Ook deze cijfers corrigeren we voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, waardoor kan worden vastgesteld dat 1.371 tot 2.680 ton van de plastic flessen van de leden van Fost Plus in het Vlaamse zwerfvuil of in de openbare afvalbakken terecht komt.
Als we dit optellen bij de 9.150 -9.760 ton plastic flesjes die in het restafval zitten, dan kunnen we vaststellen dat 10.521 ton (32,8%) tot 12.441 ton (38,8%) van de plastic flesjes niet wordt gerecycleerd.
De conclusie volgens rekenmethode 2 is dan ook dat maximaal 61,2% tot 67,2% van de plastic flesjes wordt gerecycleerd.
In deze berekeningen zitten enkele onzekerheden :
Meer info: Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk Benelux rob.buurman@recyclingnetwerk.org
1. Fost Plus rapporteert cijfers over heel België. Voor deze en ook volgende berekeningen, rekenen we terug naar geproduceerde en gerecycleerde hoeveelheden afval voor Vlaanderen op basis van het inwonertal van Vlaanderen (6.516.011) en België (11.322.088) op 1 januari 2017. Dit maakt de cijfers vergelijkbaar met andere cijfers die op Vlaams niveau worden verzameld.
2. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.
3. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
4. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
5. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel glas in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.
6. IVC. 2017. Activiteitenverslag 2016.
7. 5 maart 1997 – Samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
8. 4 november 2008 – Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
9. OVAM. 2015. “Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen.”
10. CE Delft. 2017. “Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes.”
11. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.
12. Rijkswaterstaat. 2017. “Samenstelling van het huishoudelijk restafval, sorteeranalyses 2016”
13. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
14. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
15. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel drankenkartons in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.
16. Buitenlands aankopen 5-10%, freeriders 8%, vocht en vuil 7% (In Vlaanderen zijn er naar ons weten geen openbare studies beschikbaar die de mate van contaminatie bij gesorteerde PET-flessen in kaart brengen. In Nederland is hier wel onderzoek naar gedaan. In een studie in opdracht van het Afvalfonds (de Nederlandse tegenhanger van Fost Plus) wordt geschat dat de gesorteerde stroom PET voor 7% bestaat uit vocht en vuil. Bron: Wageningen UR Food & Biobased Research. 2016.).
17. Voor deze berekening wordt gebruikt gemaakt van het bevolkingscijfer van 1 januari 2014 omdat ook gerekend wordt met de hoeveelheid PET op de Vlaamse markt in 2014. Op dat moment had Vlaanderen 6.410.705 inwoners.
18. OVAM. 2015. Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen; OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.
19. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.
De verpakkingsindustrie stelt geen bijkomende of nieuwe maatregelen voor om het zwerfvuil en de plastic soep aan te pakken, blijkt woensdag uit de berichtgeving in De Morgen.
“De drankenproducenten en supermarkten tonen dus geen goede wil om verantwoordelijkheid voor een proper Vlaanderen op te nemen. Dan zal het van de Vlaamse regering afhangen om de industrie ertoe te verplichten”, zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux woensdagochtend in reactie op de berichtgeving in De Morgen over het afvalplan van de industrie.
“Het is nu dus aan de Vlaamse regering om met een beslissing te komen die de meest voorkomende types producten doeltreffend uit het zwerfvuil haalt. Voor de grootste fractie in het zwerfvuil, plastic flessen en blikjes die 43% van het zwerfvuil uitmaken, is dat uiteraard statiegeld. Enkel statiegeld is doeltreffend om flessen en blikjes uit het zwerfvuil te houden, toont de praktijk in Scandinavië en Duitsland. Voor de plastic zakjes is dat een verbod. Voor de overige fracties (peuken, kauwgommen, single-use koffiebekers en ander zwerfvuil) zal ook een specifiek systeem moeten komen om de 100% producentenverantwoordelijkheid concreet te maken”, zegt directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.
De producenten hebben heel lang – decennia – de tijd gehad, om zelf met oplossingen te komen voor het zwerfvuil. Ze weigeren dat te doen omdat blijkbaar enkele extra procentjes meer nettowinst belangrijker worden geacht dan duurzaamheid. De jaren uitstel die de industrie zichzelf wil geven is stuitend op een moment dat elke minuut het equivalent van een vrachtwagen plastic afval in zee belandt.
“Dan is het aan de Vlaamse en andere regeringen om de reductie van het zwerfvuil op te leggen aan de industrie, met scherpe reductiedoelstellingen boven de 90%. Anders blijft de Vlaamse belastingbetaler de factuur van 155 miljoen euro per jaar op op zijn bord krijgen en blijven we in gebreke tegenover wat de Europese Commissie vraagt”, besluit Recycling Netwerk.
Beeld: Gert Verbelen (@destandaard op Twitter)
De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.

De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje. Met de zo ingezamelde en opgeraapte flesjes hebben de organisaties maandag nog een plan.
Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Met de actie, die maandag 28 mei nog een vervolg krijgt, roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.
Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux brengen op maandag 28 mei honderden plastic flesjes die Spa zondag uitdeelde terug naar het Spadel-hoofdkantoor in Brussel. “U bent uw plastic afval gisteren vergeten op de 20 km van Brussel”, zeggen de ngo’s samen met een marathonloper aan de topman van Spadel.
De actie in het VTM journaal (vanaf 37:30)
![]() |
![]() |
Deze actie kadert in de Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Met deze campagne vraagt de milieuorganisatie samen met vele burgers de drankenproducenten om hun lobbyverzet tegen statiegeld op te geven.
“De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelde zondag tijdens de 20 km van Brussel opnieuw honderdduizenden flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dat is hypocriet”, zeggen de organisaties.

Zondag zijn er tussen de 300.000 en 350.000 plastic wegwerpflessen uitgedeeld. Met dit aantal kan men een route van plastic flesjes uitstippelen van tussen de 49 en 58 kilometer. Dat is bijna van drie keer de afstand van de marathon, ofwel van Brussel naar Gent .
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan deze plastic flessen naar de verbrandingsoven, net zoals doorheen het jaar gebeurt. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
Spadel-topman Marc du Bois liet zich eind maart laatdunkend uit over statiegeld. “Wij vinden het niet normaal dat een bedrijf, dat zijn imago bouwt rond proper bronwater en propere natuur, zich zo hard verzet tegen een maatregel die hun plastic verpakkingen uit de natuur kan houden”, aldus Recycling Netwerk en Conscious Crew. “Wij vragen Spa daarom om zich positief uit te spreken voor statiegeld”.
Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedseltoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Spadel heeft alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoord van Spadel op een enquête van Greenpeace.
De deelnemers aan de Back to Sender-campagne rapen PET-flessen en blikjes op uit het zwerfvuil en sturen ze terug naar drankenproducenten, met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen.
Achtergrond: Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?
Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.
Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.
In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.
In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.
In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.
Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.
Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.
Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.
Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.
Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.
De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.
Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.
“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.

Ook de marketing van Spadel is doordrenkt van het zuivere-natuurimago (screenshot website)
Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.
De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.
Conclusie:
1. Spadel heeft een grote plastic voetafdruk;
2. Dit is ongewenst voor natuur en past niet binnen imago en eigen doelstellingen Spadel;
3. De plastic voetafdruk en de ecologische voetafdruk in bredere zin zijn beiden te verminderen met een statiegeldsysteem
4. Spadel heeft als marktleider in verschillende landen de verantwoordelijkheid maar ook slagkracht om een verschil te maken en met recht haar product ‘zuiver’ te noemen.
“U bent uw plastic afval gisteren vergeten op de 20 km van Brussel”, zeggen de ngo’s samen met een marathonloper aan de topman van Spadel.
Bekijk de reportage over de actie op Bruzz
Deze actie kadert in de Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Met deze campagne vraagt de milieuorganisatie samen met vele burgers de drankenproducenten om hun lobbyverzet tegen statiegeld op te geven.
“De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelde zondag tijdens de 20 km van Brussel opnieuw honderdduizenden flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dat is hypocriet”, zeggen de organisaties.
Zondag zijn er tussen de 300.000 en 350.000 plastic wegwerpflessen uitgedeeld. Met dit aantal kan men een route van plastic flesjes uitstippelen van tussen de 49 en 58 kilometer. Dat is bijna van drie keer de afstand van de marathon, ofwel van Brussel naar Gent .
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan deze plastic flessen naar de verbrandingsoven, net zoals doorheen het jaar gebeurt. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
Spadel-topman Marc du Bois liet zich eind maart laatdunkend uit over statiegeld. “Wij vinden het niet normaal dat een bedrijf, dat zijn imago bouwt rond proper bronwater en propere natuur, zich zo hard verzet tegen een maatregel die hun plastic verpakkingen uit de natuur kan houden”, aldus Recycling Netwerk en Conscious Crew. “Wij vragen Spa daarom om zich positief uit te spreken voor statiegeld”.
Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedseltoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Spadel heeft alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoord van Spadel op een enquête van Greenpeace.
De deelnemers aan de Back to Sender-campagne rapen PET-flessen en blikjes op uit het zwerfvuil en sturen ze terug naar drankenproducenten, met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen.
De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.
De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.
Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.
De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje.
Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.
Met de actie roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.
Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?
Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.
Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.
In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.
In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.
In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.
Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.
Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.
Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.
Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.
Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.
Spadel streeft naar “een optimale inzameling van haar verpakkingen in uniforme materiaal stromen”
De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.
Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.
“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.
Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.
De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.
Conclusie:

In Nederland zijn nu in totaal al 260 gemeenten aangesloten bij de Statiegeldalliantie, bijna honderd meer dan de laatste update.
Sinds de regering begin maart besloot om de industrie twee jaar uitstel te geven, hebben zich nog tientallen nieuwe gemeenten en organisaties aangemeld bij de Statiegeldalliantie. De teller van het totaal Vlaamse en Nederlandse partners staat nu op 646. Dagelijks zijn er nog nieuwe toetredingen. De vraag van de Statiegeldalliantie blijft dat de regering dit jaar nog definitief besluit om statiegeld uit te breiden naar alle plastic drankflessen en blikjes.
Bij de nieuwkomers behoren Rotterdam (639.587 inwoners, Zuid-Holland), Nijmegen (173.627, Gelderland), Zoetermeer (124.750, Zuid-Holland) en Leeuwarden (122.485, Friesland). Samen vertegenwoordigen alle aangesloten gemeenten inmiddels 13,5 miljoen inwoners.
Inmiddels zijn ook 18 van de in totaal 22 Nederlandse waterschappen aangesloten. En met de aansluiting van de provincies Zuid-Holland, Groningen en Overijssel versterken ondertussen al 4 van de twaalf Nederlandse provincies de vraag naar statiegeld. Ook weer 6 afvalinzamelbedrijven sloten zich aan.
Verder vervoegden 35 extra Nederlandse verenigingen, stichtingen en bedrijven de Statiegeldalliantie. Daarbij de Vereniging van Nederlandse en Belgische Kustgemeenten (KIMO), het Wereld Natuur Fonds, de Keizersgrachtkerk uit Amsterdam, Rotaryclub Zwijndrecht Waal en Devel, het Nederlandse waterbedrijf Vitens en de politieke jongerenorganisaties DWARS en de Jonge Democraten.
In zowel Nederland als Vlaanderen blijven de partners van de Statiegeldalliantie hun oproep aan beide regeringen herhalen om in 2018 te besluiten tot de invoering van statiegeld op alle PET-flessen en blikjes.
De volledige lijst van partners van de Statiegeldalliantie vindt u op de website van de Statiegeldalliantie.
Deze opinie werd gepubliceerd op Knack.
De uitbreiding van het systeem, dat nu al bestaat voor bierflesjes naar alle plastic en blikken drankverpakkingen brengt veranderingen met zich mee. Dat de kleinhandelaar wat terughoudend reageert, is menselijk.
Maar een systeem van statiegeld is niet per definitie goed of slecht voor de lokale handelaar. Alles hangt af van hoe het georganiseerd is en welke rol de kleine handelaar daar in krijgt.
Inspiratie in het Noorden
Net op dat punt is milieuminister Joke Schauvliege heel vooruitziend geweest. Ze nam het Noorse statiegeldsysteem als model voor haar Afvalplan. Dat voorziet in een financiële compensatie voor het aantal ingenomen lege drankverpakkingen.
Hoe werkt het Noorse systeem? De Noorse producenten betalen 0,52 cent per blikje en 1,56 cent per flesje dat ze op de markt brengen aan een centrale systeembeheerder, Infinitum (waar Coca-Cola overigens in de raad van bestuur zit). Daarnaast is er de opbrengst van de verkoop van hoge-kwaliteit PET en blik. Tenslotte zijn er inkomsten van de plastic flesjes en blikjes die niet worden ingeleverd en waarvan het statiegeld meehelpt het systeem te financieren.
Vanuit die grote pot geld worden de supermarkten en de winkeliers vergoed met een zogenaamde ‘handling fee’. Omdat het gaat over honderdduizenden flesjes en blikjes per machine, lopen de inkomsten jaarlijks in de duizenden euro’s.
Volgens Infinitum, de centrale systeembeheerder in Noorwegen, verdienen de supermarkten hiermee hun investeringen binnen ongeveer 3 jaar terug. De geschatte levensduur van een statiegeldmachine is echter 7 tot 10 jaar, wat betekent dat de statiegeldmachines na 3 jaar echte geldmachines worden.
Lessen voor Vlaanderen
Vanuit milieuperspectief bekeken zijn de lokale kleinhandelaars beter dan megalomane shoppingcentra die mensen dwingen kilometers te rijden om hun boodschappen te doen. Het zou dan ook eerlijk zijn dat de financiële compensatie voor de kleinhandel in Vlaanderen voldoende hoog is om het systeem voor hen kostendekkend te maken.
Trouwens, een lokale handelaar die per dag een handvol klanten heeft die enkele blikjes en flesjes terugbrengen, hoeft helemaal geen statiegeldmachine aan te schaffen. In Duitsland zie je bijvoorbeeld dat die flesjes en blikjes zonder enig probleem handmatig worden ingenomen.
De uitwerking van het statiegeldsysteem in Vlaanderen zou voor winkels met een kleine oppervlakte ook de vrijwilligheid kunnen voorzien. Dan worden de kleine winkels niet gedwongen om mee te doen, maar mogen ze wel als ze de concurrentie van supermarkten zouden vrezen.
Impulsaankopen
Sowieso zijn er nog potentiële voordelen aan statiegeld voor de lokale handelaar. Iemand die zijn blikje leeg drinkt op het moment dat hij een winkel passeert, zal snel even binnenstappen.. In het vakjargon wordt dan gezegd dat de traffic wordt vergroot.
Wie weet doet deze toevallige passant wel een impulsaankoop. En met een goede service zit er misschien een trouwe klant in. Winkels investeren soms duizenden euro’s in etalages of promo-acties, enkel om klanten over de drempel te krijgen. Statiegeld doet net dat. Veel van de klanten die lege drankverpakkingen inleveren, kopen iets “nu ze toch in de winkel zijn”.
De winkelier kan via een statiegeldsysteem de band met zijn klanten aanhalen. Hij kan zo het verschil maken met de online leveranciers. De klant kan zijn flesjes niet meegeven aan de loopjongen van PostNL, DHL of UPS die voor zijn deur staat. Maar hij kan er wel mee terecht bij zijn lokale retailer. Dit is een uniek voordeel voor de lokale handelaar in de bikkelharde concurrentiestrijd met de online verkoop. De lokale sociale band en het contact dat ontstaat via statiegeld kan goud waard zijn.
De middenstand van Duitsland en Schotland
Het is interessant te weten dat retailers in statiegeldlanden veel positiever denken over het systeem. LIDL in Duitsland bijvoorbeeld heeft de loop zelf volledig gesloten en is daar ook trots op. Ze hebben zelf de faciliteiten om de flessen te produceren, te vullen en te recyclen. Zo slagen ze er ook in om hun flessen voor minstens 50% uit recyclaat te maken. Dat kan helaas niet met het minder schone plastic uit de blauwe zak. Dat statiegeld voor de kleinhandel positief kan zijn, was ook de conclusie van een Schotse retailfederatie die ook aangaf dat ze het belangrijk vinden om hun verantwoordelijkheid op te nemen.
Het is tijd dat de supermarkten en drankenproducenten andere keuzes gaan maken. We weten dat er binnen de sectoren ook positieve geluiden zijn over statiegeld. Het systeem is na 3 jaar winstgevend, versterkt de klantenbinding en vergroot het milieuvriendelijk imago. Laat de koplopers in de circulaire economie dus maar opstaan.
De beslissing van de regering Rutte om de uitbreiding van statiegeld uit te stellen is een slechte zaak voor het milieu. Het uitstel negeert bovendien de roep van meer dan 200 gemeenten om statiegeld dit jaar uit te breiden. De methodes van de industrie om zwerfafval te verminderen leiden niet tot resultaat. Het leidt er enkel toe dat statiegeld wordt geblokkeerd. Dat zeggen de milieuorganisaties Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee in reactie op de brief van de staatssecretaris van I & W aan de Tweede Kamer over zwerfafval en statiegeld.
Directeur Rob Buurman reageert op staatssecretaris Stientje Van Veldhoven.
“Drie jaar uitstel betekent miljoenen extra flesjes en doppen in het milieu die bijdragen aan de wereldwijde plastic soup voordat statiegeld – misschien – wordt uitgebreid. De beslissing van de regering stelt ons teleur”, zeggen de milieuorganisaties Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee zaterdagochtend in een gezamenlijke mededeling.
Een overgrote meerderheid van 80 procent van de Nederlanders vraagt de uitbreiding van statiegeld tot alle flessen en blikjes. Van de CDA-kiezers steunt 83% de uitbreiding ervan en bij de VVD-kiezers is dat 79%. Bij D66, de partij van staatssecretaris Stientje van Veldhoven, vraagt 85% van de kiezers om statiegeld uit te breiden naar plastic flesjes en blikjes. Dat bleek vrijdag uit een onderzoek van GfK.
De communicatiecampagnes van de verpakkingssector lopen al decennia, maar hebben onze straten en stranden niet schoon gekregen. In 2002 verijdelde het bedrijfsleven de uitbreiding van statiegeld door te beloven de flesjes én blikjes in het zwerfafval met 80% te verminderen in 3 jaar tijd. De doelstelling werd nooit gehaald, maar statiegeld werd niet ingevoerd. Nu, zestien jaar later, dreigt de geschiedenis zich te herhalen: uitstel en daarmee afstel.
Bekijk hier de reportage van Radar over het lobbywerk van de supermarkten
We weten dat de weg van het statiegeld wel werkt. Bewijzen zijn er in Scandinavië en Duitsland. Ook meer dan 200 gemeenten komen zelf tot die conclusie en hebben zich aangesloten bij de statiegeldalliantie. De federaties van de boeren en van de vissers zijn voor. En ook 80 procent van de bevolking ziet dit zitten. “Het valt niet uit te leggen aan de bevolking dat een eenvoudige milieumaatregel die de steun heeft van 80 procent van de Nederlanders en meer dan 200 gemeenten, wordt uitgesteld”, zeggen de milieuorganisaties.
Belangen landbouw, visserij en gemeenten
De brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zwijgt bovendien in alle talen over de blikjes. Halve maatregelen hebben grote risico’s. Er komt dus geen oplossing voor de blikjes in de natuur, en ook geen oplossing voor de veehouders waarvan koeien vlijmscherpe stukjes blik in hun maag krijgen. Die discussie over de uitbreiding van statiegeld naar blikjes gaat echter niet weg. Vorige week linkte LTO Nederland zich aan de Statiegeldalliantie. Ook VisNed pleitte vorige week voor uitbreiding van statiegeld in het belang van een schone zee.
Duizenden koeien dood door zwerfafval. De volledige reportage van EenVandaag.
De gemeenten blijven ondertussen ‘dweilen met de kraan open’. De strijd tegen zwerfafval kost hen zo’n 250 miljoen euro aan belastinggeld per jaar. Statiegeld op alle flesjes en blikjes zou de aanwezigheid ervan in de natuur met 70 tot 90 procent van het volume reduceren. Meer dan 200 Nederlandse gemeenten werden partner van de Statiegeldalliantie, met de vraag om statiegeld dit jaar nog uit te breiden.
Tweede Kamer
Het kabinet Rutte III beloofde het groenste kabinet ooit te worden, maar lijkt dit op het vlak van circulaire economie en statiegeld niet te zullen waarmaken.
De milieuorganisaties hopen dat de Tweede Kamer op 15 maart werk maakt van de onmiddellijke uitbreiding van statiegeld tot alle flessen en blikjes. “Het is heel belangrijk dat we en de regering verdere stappen zetten op de weg die wél werkt, de weg van statiegeld. Daarom moet Den Haag, regering en Tweede Kamer, heel snel concrete stappen zetten op de weg naar uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes”, besluiten Recycling Netwerk, Greenpeace Nederland, Plastic Soup Foundation en Stichting De Noordzee.
Recycling Netwerk – Rob Buurman, directeur +31 6 16401040. Tom Zoete, communicatie +31 616 10 10 50
Greenpeace Nederland – contactpersoon Meike Rijksen, campagneleider: +31639201986
Plastic Soup Foundation – contactpersoon Jeroen Dagevos, +31 6 46 83 78 86
Stichting De Noordzee – contactpersoon Marijke Boonstra, projectleider Schone Zee: +31 6 34401874
Lees ook: NOS, Vanaf 2021 statiegeld op petflesjes, tenzij industrie meer recyclet, 9 maart 2018
83 procent van de kiezers die bij de landelijke Tweede Kamer verkiezing voor het CDA stemden is op dit moment voorstander van de uitbreiding van statiegeld. Onder de D66-kiezers en ChristenUnie-kiezers gaat het in beide gevallen om 85%. Zelfs van de kiezers van de VVD, die zich nog niet voor statiegeld uitsprak, wil 79 procent uitbreiding van statiegeld naar kleine plastic flesjes en blikjes.
Dat blijkt uit de antwoorden van bijna 25.000 respondenten in een GfK-onderzoek. Het stemgedrag werd meteen na de Tweede-Kamerverkiezing in 2017 vastgelegd. De vragen met betrekking tot de uitbreiding van het statiegeld werden uitgevraagd in de periode van 8 februari tot 21 februari 2018.
Deze cijfers van GfK liggen in lijn met de cijfers die EenVandaag publiceerde op basis van een onderzoek onder het Opiniepanel.
De uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes staat op de agenda van het Algemeen Overleg circulaire economie in de Tweede Kamer, dat doorgaat op 15 maart.
“Opmerkelijk is dat er ook bij de regeringspartijen die zich nog niet uitspraken of standpunten tegen statiegeld innamen, er een hele ruime meerderheid van hun kiezers voorstander is van statiegeld”, analyseert directeur Rob Buurman van milieuorganisatie Recycling Netwerk.
Ook bij het electoraat van de oppositiepartijen is telkens een meerderheid voorstander van de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes: bij de kiezers van GroenLinks 90%, bij SP 84%, bij PvdA 88% en bij PVV 76%.
“Het is dus overduidelijk dat de meerderheid van Nederlanders die statiegeld willen, over alle partijgrenzen heen bestaat. Werkelijk bij alle partijen die landelijk opkomen bij de gemeenteraadsverkiezingen, is een grote meerderheid van hun kiezers voorstander van statiegeld”, stelt Rob Buurman vast.
Zwerfvuil factor voor stemkeuze gemeenteraadsverkiezingen
Bovendien speelt het zwerfafval in de gemeenten voor een grote groep (38 procent) van de kiezers een belangrijke rol in hun stemkeuze voor de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart. Kiezers die voor de vier partijen in het kabinet Rutte III stemden vinden de aanpak van zwerfvuil een belangrijke factor in hun stemkeuze voor de lokale verkiezingen: bij VVD gaat het om 32%, bij het CDA 36%, bij D66 37% en bij ChristenUnie 33%.
Algemeen Overleg Tweede Kamer op 15 maart
Het gemiddelde percentage van 81% voorstanders voor statiegelduitbreiding over alle partijen heen ligt ook in lijn met eerdere enquêtes over statiegeld.
Statiegeld doet het volume van flesjes en blikjes in de natuur met 70 tot 90 procent dalen. Dat is nodig omdat de strijd tegen zwerfafval de gemeenten miljoenen kost, het is nodig voor properder wijken, gezonde koeien en een plasticvrije Noordzee.
“Ook de mensen die voor partijen van het kabinet Rutte stemden, vinden de strijd tegen zwerfvuil belangrijk en vragen in meerderheid de uitbreiding van statiegeld. Wij zien dus geen enkele reden dat de regering en Tweede Kamer nog verder zou wachten met de uitbreiding van statiegeld tot alle flesjes en blikjes te stemmen. Het kabinet-Rutte beloofde de meest groene regering ooit te worden. De verwachtingen naar het Algemeen Overleg op 15 maart zijn zeer hoog”, besluit directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.
De uitkomsten van het onderzoek zijn gewogen en representatief naar geslacht, leeftijd, opleiding, regio en huishoudgrootte.
Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk
Perscontact: Tom Zoete, communicatie Recycling Netwerk
tom.zoete@recyclingnetwerk.org +31 6 16101050
Op nauwelijks een maand verdubbelde het aantal aangesloten Vlaamse gemeenten: van 36 begin februari tot 88 gemeenten eind februari. De steden en gemeenten tellen samen 2,15 miljoen inwoners. Bij de nieuwkomers onder meer Maasmechelen, Dilbeek, Turnhout, Beveren, Sint-Niklaas, Mechelen en Brugge.
De Statiegeldalliantie verenigt organisaties, bedrijven, steden en gemeenten achter één duidelijke vraag gericht aan de regering: “Voer in 2018 statiegeld op alle plastic flesjes en blikjes in.” De alliantie toont het brede draagvlak voor die maatregel.
Er kwamen in februari ook 15 nieuwe Vlaamse bedrijven en organisaties bij. De teller van het totaal aantal partners in Nederland en Vlaanderen is de kaap van een indrukwekkende 400 partners overschreden.
Eerder sloten ook energiecoöperatieve Ecopower, het Boomtown festival en de Provincie Limburg zich aan bij de eis. De grootste consumentenorganisatie Test-Aankoop en de grootste vrouwenbeweging KVLV waren bij de oprichters van de Statiegeldalliantie.
Op de politieke agenda
Zwerfafval leidt duidelijk tot grote ergernis bij mensen, organisaties en gemeenten. Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. De strijd tegen zwerfvuil kost de Vlaamse gemeenten handenvol belastinggeld. Elk jaar 155 miljoen euro in Vlaanderen, volgens het recentste onderzoek van OVAM. De strijd tegen het zwerfvuil duikt steeds meer op in de debatten over de gemeenteraadsverkiezingen dit najaar.
Dat zowel gemeenten, bedrijven, milieuorganisaties als middenveldorganisaties dezelfde vraag steunen, geeft aan dat het draagvlak voor statiegeld heel breed is. De snelle groei toont dat er een momentum is.
De Statiegeldalliantie verwacht dan ook van de Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD dat ze binnenkort voor de invoering van statiegeld beslist.
In Nederland steeg het aantal gemeenten aangesloten bij de Statiegeldalliantie tot bijna 200.
Ook de Nederlandse supermarktketen Ekoplaza sloot aan. De grootste boerenorganisatie van Nederland, Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) linkte zich vorige week aan de Statiegeldalliantie. LTO Nederland vertegenwoordigt bijna 50.000 agrarische ondernemers in Nederland.
Perscontact
Tom Zoete
Communicatie
+32 497 04 27 96
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
Lijst met nieuwe aansluitingen in de maand februari
NB: Deze lijst werd afgerond op 28 februari. Dagelijks zijn er nieuwe aanmeldingen, die we nauwkeurig verifiëren. Er zijn dus nog nieuwe aanmeldingen in behandeling (bijvoorbeeld de kustgemeenten die al de toetreding beslisten, maar zich nog niet formeel aangemeld hebben).
Lokale overheden
Gemeenten en steden (52 nieuwe in februari)
| Provincie |
Inwoners |
|
| Gemeente Vorselaar | Antwerpen |
7.778 |
| Gemeente Rijkevorsel | Antwerpen |
11.915 |
| Gemeente Boechout | Antwerpen |
12.908 |
| Gemeente Oud-Turnhout | Antwerpen |
13.447 |
| Gemeente Boom | Antwerpen |
17.955 |
| Gemeente Putte | Antwerpen |
18.000 |
| Gemeente Ranst | Antwerpen |
18.981 |
| Gemeente Zwijndrecht | Antwerpen |
18.991 |
| Gemeente Kontich | Antwerpen |
20.952 |
| Gemeente Westerlo | Antwerpen |
24.688 |
| Stad Mortsel | Antwerpen |
25.588 |
| Gemeente Mol | Antwerpen |
36.506 |
| Stad Turnhout | Antwerpen |
43.467 |
| Stad Mechelen | Antwerpen |
85.665 |
| Gemeente Zutendaal | Limburg |
7.270 |
| Gemeente Borgloon | Limburg |
10.668 |
| Gemeente Lummen | Limburg |
14.776 |
| Gemeente Tessenderlo | Limburg |
18.507 |
| Gemeente Heusden-Zolder | Limburg |
33.135 |
| Stad Lommel | Limburg |
33.996 |
| Gemeente Maasmechelen | Limburg |
37.655 |
| Gemeente Lierde | Oost-Vlaanderen |
6.563 |
| Gemeente Zomergem | Oost-Vlaanderen |
8.426 |
| Gemeente Melle | Oost-Vlaanderen |
11.321 |
| Gemeente Laarne | Oost-Vlaanderen |
12.520 |
| Gemeente Brakel | Oost-Vlaanderen |
14.797 |
| Gemeente Herzele | Oost-Vlaanderen |
17.766 |
| Gemeente Lebbeke | Oost-Vlaanderen |
19.066 |
| Gemeente Temse | Oost-Vlaanderen |
29.515 |
| Stad Deinze | Oost-Vlaanderen |
31.055 |
| Gemeente Beveren | Oost-Vlaanderen |
48.162 |
| Stad Sint-Niklaas | Oost-Vlaanderen |
76.028 |
| Gemeente Pepingen | Vlaams-Brabant |
4.409 |
| Gemeente Kapelle-op-den-Bos | Vlaams-Brabant |
9.382 |
| Gemeente Machelen | Vlaams-Brabant |
15.398 |
| Gemeente Ternat | Vlaams-Brabant |
15.428 |
| Gemeente Merchtem | Vlaams-Brabant |
16.302 |
| Stad Aarschot | Vlaams-Brabant |
29.654 |
| Gemeente Tienen | Vlaams-Brabant |
34.185 |
| Stad Halle | Vlaams-Brabant |
39.074 |
| Gemeente Dilbeek | Vlaams-Brabant |
42.024 |
| Gemeente Pittem | West-Vlaanderen |
6.702 |
| Gemeente Langemark-Poelkapelle | West-Vlaanderen |
7.948 |
| Gemeente De Panne | West-Vlaanderen |
10.915 |
| Gemeente Staden | West-Vlaanderen |
11.314 |
| Stad Nieuwpoort | West-Vlaanderen |
11.351 |
| Gemeente Zonnebeke | West-Vlaanderen |
12.352 |
| Stad Diksmuide | West-Vlaanderen |
16.650 |
| Gemeente Bredene | West-Vlaanderen |
17.585 |
| Stad Harelbeke | West-Vlaanderen |
27.500 |
| Stad Ieper | West-Vlaanderen |
34.950 |
| Stad Brugge | West-Vlaanderen |
118.225 |
Organisaties en bedrijven
| Aardman | is lokaal handwerk, interieur design met humor, upcylced stuff met een hoek af. |
| Gezondverstandig.be | een nieuwssite die zich richt tot iedereen die zijn ecologische voetafdruk op een leuke manier wil beperken. |
| Sisters At Work | zijn twee zussen die als ECO partyplanners zo weinig mogelijk afval proberen te genereren bij ieder project dat ze realiseren. |
| Woordbrigade | een redactiebureau dat (duurzame) bedrijven helpt om hun imago als expert op te bouwen en te behouden. |
| Aardewerk | beweging voor fundamentele sociaal-ecologische verandering |
| Algemeen Boerensyndicaat | met ca. 4.000 leden, voor iedere land- en tuinbouwer die begaan is met de toekomst zijn familiebedrijf. |
| Brugs Alternatief Forum | Een lokaal platform voor sociaal en ecologisch geëngageerde Bruggelingen. |
| BVBA Demeij – Rotsaert | |
| De Koer | een plek in volle ontwikkeling; een beweeglijk speelveld voor vele projecten en initiatieven: ciné rio, residentiewerking, collectief bouwproces, concerten, om zeep, keuken én een wispelturig café. |
| Masereelfonds | een kritisch, progressief en onafhankelijk cultuurfonds. |
| Natuurpunt en Partners Meetjesland vzw | regionale natuur- en milieuvereniging. |
| Transitie Limburg vzw | gezellige, lokale burgerinitiatieven voor meer veerkracht |
| Vreucht van eigen bodem | organiseert markten met lokale producten en diensten: de korte keten vermijdt transporten en verpakkingen. |
| Zennegroen vzw | |
| Pulse Transitienetwerk Cultuur Jeugd Media | ijvert voor een sociaal-rechtvaardige en duurzame samenleving. |
Bijna 200 Nederlandse gemeenten vragen via de Statiegeldalliantie aan het kabinet Rutte en de Tweede Kamer om statiegeld uit te breiden naar blikjes en kleine plastic flesjes. Ze hebben hoge verwachtingen van het Algemeen Overleg over statiegeld in de Tweede Kamer, dat doorgaat op 15 maart.
De gemeenten sluiten in steeds grotere getale aan bij de Statiegeldalliantie. Die zag het aantal aangesloten gemeenten meer dan verdubbelen op één maand tijd, tot bijna 200. Begin februari waren 72 Nederlandse gemeenten partner van de Statiegeldalliantie. Dagelijks komen er meerdere aanmeldingen bij.
Volgens Math Oehlen, ambtenaar afvalbeleid in de gemeente Weert, hebben de tweehonderd Nederlandse gemeenten opgeteld meer dan elf miljoen inwoners. Weert was afgelopen november de eerste gemeente die zich aansloot bij de Statiegeldalliantie.
Vorige week sloot Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) aan bij de Statiegeldalliantie. LTO vertegenwoordigt bijna 50.000 agrarische ondernemers en maakt zich sterk voor hun economische en maatschappelijke positie.
Ekoplaza, Nederlandse biologische supermarktketen met 75 vestigingen in Nederland vervoegde eerder al de alliantie. Ook tientallen milieuorganisaties zijn partner. Acht Waterschappen en provincie Noord-Brabant vervoegden de alliantie.
In totaal zijn er inmiddels meer dan 400 lokale overheden, bedrijven en organisaties aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Deze ongeziene beweging, heel divers en over de Nederlands-Belgische landsgrens heen, toont dat zwerfafval heel veel bedrijven, organisaties, gemeenten, waterschappen en provincies dwars zit.
Ze oordelen dat het permanente opruimen ‘dweilen met de kraan open’ is, en dat er via statiegeld eindelijk een structurele oplossing moet komen. De vraag van al die partners aan de regering is dezelfde: “Voer in 2018 statiegeld op alle plastic flesjes en blikjes in.” De alliantie toont zo het brede draagvlak steeds groter wordt.
De druk op het kabinet-Rutte en de Tweede-Kamerleden om te beslissen om statiegeld uit te breiden wordt zo steeds groter. Op 15 maart houdt de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over statiegeld. De Statiegeldalliantie en haar partners vragen dat de Tweede Kamerleden voor de uitbreiding van statiegeld naar blikjes en kleine plastic flesjes stemmen.
De lijst van nieuwe Nederlandse gemeenten die de alliantie in februari vervoegden vindt u hier: https://statiegeldalliantie.org/2018/03/bijna-200-gemeenten-vragen-den-haag-nu-statiegeld-uit-te-breiden/
Het goede nieuws is dat tapijten ook kunnen gemaakt worden zonder gevaarlijke stoffen. Deze kunnen worden teruggedrongen door niet-giftige alternatieven te gebruiken. Er zijn ook methodes om de componenten van tapijten weer te kunnen scheiden. Nu zorgt het gebruik van onomkeerbare verlijming echter nog dikwijls voor contaminatie van de componenten, waardoor tapijten onbruikbaar en onveilig worden voor recycling. Daarnaast zijn materialen dikwijls met elkaar vermengd wat recycling gecompliceerd maakt.
Europa is wereldwijd de tweede grootste afzetmarkt voor tapijt. De branche toont bereidwilligheid om te veranderen richting meer duurzaamheid en recycling. Marktleiders Desso (onderdeel van Tarkett) en Interface (grootste producent van tapijttegels ter wereld) willen in 2020 respectievelijk volledig cradle-2-cradle zijn en de milieu-impact teruggedrongen hebben naar 0. Ze zijn al jaren aan het onderzoeken hoe ze gevaarlijke stoffen kunnen terugdringen en hergebruik en recycling kunnen verhogen. Joint-venture DSM-Niaga heeft het hele productieproces geherevalueerd en circulaire economie als uitgangspunt voor het tapijt-ontwerpproces genomen.
Uitdagingen
De tapijtsector heeft dus het potentieel om circulair te worden. Een van de belangrijkste obstakels voor het recyclen van tapijt is echter nog dat het grootste deel van de vloerbedekking zoals die vandaag de dag wordt verkocht, niet is ontworpen met het oog op hergebruik en recycling.
Een obstakel voor transitie naar een circulair systeem is het gebruik van potentieel schadelijke stoffen in tapijt. Een rapport van Anthesis, in opdracht van Changing Markets, identificeert 59 chemische stoffen die mogelijk in tapijten aanwezig zijn en risico’s voor gezondheid of milieu kunnen betekenen., Onder meer hormoonverstoorders, carcinogene, mutagene of reproductietoxische stoffen zijn soms verwerkt in pool-vezels, rug, lijm en additieven als vlamvertragers, verf, vlekwerende en anti-microbiotische middelen. Dat maakt een veilige recycling lastig te garanderen doordat het kostbaar en ingewikkeld is om tapijtonderdelen van elkaar te scheiden en secundaire grondstoffen gecontamineerd kunnen raken.
De transite naar een veilige en circulaire economie kan dus best beginnen bij de designfase en een andere benadering van de levenscyclus van tapijten.
Ontwerpfase
Met het herontwerpen van het design, kunnen veel obstakels ondervangen worden. Door bijvoorbeeld een verminderde complexiteit – dankzij het gebruik van bijvoorbeeld mono-materialen – ontstaan er geen complicaties door contaminatie met ongewenste chemicaliën. Ook het elimineren van de noodzaak voor schadelijke additieven maakt recycling een stuk eenvoudiger. Ook een streven naar het gebruik van veilige alternatieven, welke bestaan dankzij vernuftige innovaties, in plaats van schadelijke stoffen zou positief zijn. Wanneer mechanische recycling volstaat voor het veilig verwerken van einde-levensfase tapijten tot secundaire grondstoffen wordt recycling kostenefficiënter.
Circulair business model
De uitdaging ligt in het verhogen van de transparantie over stoffen. Door deze informatie beschikbaar te maken gedurende de hele levenscyclus van tapijt, kan nagegaan worden waaraan men eventueel blootgesteld wordt, en hoe het onderhouden moet worden. Ook wordt zo duidelijk hoe de verwerking en de ontkoppeling van componenten moet plaatsvinden, welke secundaire grondstoffen het oplevert en waar die weer ingezet kunnen worden.
Het inzamelen van tapijten zou bij de verkoop van het tapijt al vastgesteld kunnen worden, zodat de waardevolle secundaire grondstoffen in het vizier blijven en weer teruggehaald kunnen worden.
Recycling Netwerk Benelux meent samengevat dat gesprekken met alle belangenpartijen in de keten mooie perspectieven kan bieden om verdere stappen te zetten in de verduurzaming van de tapijtsector in lijn met de ambities van Circular Economy Package van de Europese Commissie en de Nederlandse Transitie-Agenda Circulaire Economie.
De economische schade voor de Vlaamse veehouderijsector loopt in de miljoenen.
Dat blijkt uit een studie van een Masterstudent Economie van Wageningen Universiteit in opdracht van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux, die de financiële impact van zwerfafval op de veehouderij voor het eerst in kaart poogt te brengen.
Bij het maaien belanden er soms stukjes van weggegooide blikjes of ander zwerfvuil in het veevoeder. Die stukjes veroorzaken letsels in de magen van runderen. Veeartsen kennen dit letsel als “scherp-in”. Dat kan leiden tot verminderde melkproductie, ziekte en soms tot sterfte van het dier.
De aantallen in Vlaanderen
145 Vlaamse veehouders antwoordden op de enquête over hun ervaringen met “scherp-in” in de voorbije vijf jaar. De enquête werd daarmee beantwoord door 1,48 procent van de totale beroepsgroep van Vlaamse veehouders.
In de antwoorden op de online survey zeiden 68,3 procent van de bevraagde Vlaamse veehouders in de voorbije vijf jaar minstens één ziek dier door scherp-in gehad te hebben.
Zij schatten dat zwerfafval in 79 procent van de gevallen de oorzaak van het letsel is. Bij de bevraagde veehouders gaat het naar schatting om 381 dieren die de afgelopen vijf jaar ziek werden door zwerfafval, op hun gerapporteerde veestapel van 19.655 dieren. Hiervan zouden 165 dieren zijn overleden.
Om de mogelijke bias – waarbij slachtoffers sneller ingaan op een enquête over het probleem – te corrigeren, werd bovendien een referentie-onderzoek gedaan. Mogelijke oververtegenwoordiging in de enquête van benadeelde veehouders werd dan ook met een wegingsfactor gecorrigeerd. Daardoor zijn extrapolaties naar de volledige Vlaamse veehouderijsector mogelijk. Die statistieken moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd, en daarom zijn telkens foutenmarges van de schatting aangegeven.
Gewogen door het referentie-onderzoek en geëxtrapoleerd naar de totale Vlaamse runderpopulatie, geeft dit de volgende schattingen:
In Vlaanderen worden jaarlijks 5.152 tot 6.227 koeien ziek door zwerfafval, op een totale landelijke populatie van 1,3 miljoen runderen.
Met de nodige statistische voorzichtigheid kan geschat worden dat daarvan in Vlaanderen jaarlijks tussen de 2.051 (ondergrens) en 2.474 (bovengrens) runderen overlijden.
Zware factuur voor veehouderijsector
De behandeling van zieke koeien, de verminderde melkproductie en het overlijden van koeien jagen de veehouders op kosten. Ze spenderen ook werktijd aan het opruimen van het land, om te pogen te vermijden dat koeien stukjes zwerfafval binnen krijgen. Dit onderzoek schat de totale economische kost voor de volledige Vlaamse veehouderijsector in op 4,5 tot 6,8 miljoen euro jaarlijks. De veehouders zijn zo het slachtoffer van vervuiling waar zij geen grip op hebben.
Voor milieu-organisatie Recycling Netwerk Benelux zijn de cijfers van dit onderzoek een belangrijke bron van informatie voor het actuele politieke debat over de aanpak van zwerfvuil. Het leed dat blikjes veroorzaken bij koeien, en de economische kost voor de veehouders, komen bovenop de hoge kosten van de strijd tegen zwerfvuil, 155 miljoen per jaar, waar de Vlaamse gemeenten reeds mee geconfronteerd worden.
Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. Vooral de scherpe stukjes blik zijn gevaarlijk voor de koeien. De uitbreiding van statiegeld kan het volume van flesjes en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent doen dalen, berekende het Nederlandse onderzoeksbureau CE Delft in september in een studie in opdracht van de Nederlandse regering.
Zwerfafval veroorzaakt elke dag zieke koeien. Er is dus urgentie. De Vlaamse regering van N-VA, CD&V en Open VLD beloofde om te beslissen over de invoering van statiegeld in 2018. Recycling Netwerk vraagt dan ook dat de Vlaamse regering er vaart achter zet, en op korte termijn de invoering van statiegeld op alle plastic flessen en blikjes beslist.
Perscontact:
Tom Zoete
Communicatie Recycling Netwerk Benelux
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
+32 497 04 27 96
EenVandaag, maandag 26 februari 2018.
Dat blijkt uit een studie van een Masterstudent Economie van Wageningen Universiteit in opdracht van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux, die de financiële impact van zwerfafval op de veehouderij voor het eerst in kaart poogt te brengen.
Bij het maaien belanden er soms stukjes van weggegooide blikjes of ander zwerfafval in het veevoeder. Die stukjes veroorzaken letsels in de magen van runderen. Veeartsen kennen dit letsel als “scherp-in”. Dat kan leiden tot verminderde melkproductie, ziekte en soms tot sterfte van het dier.
De aantallen
250 veehouders uit Nederland antwoordden op de enquête over hun ervaringen met “scherp-in” in de voorbije vijf jaar. De enquête werd daarmee beantwoord door 0,95 procent van de totale beroepsgroep van Nederlandse veehouders.
In de antwoorden op de online survey zeiden 151 van de 250 Nederlandse respondenten-veehouders, dus 60,4 procent, in de voorbije vijf jaar minstens één dier met scherp-in gehad te hebben. Zij schatten dat zwerfafval in 73 procent van de gevallen de oorzaak van het letsel is. Bij de 250 veehouders gaat het naar verwachting om 520 dieren die de afgelopen vijf jaar scherp-in letsel opliepen als gevolg van zwerfafval, op hun gerapporteerde veestapel van 40.577 dieren. Hiervan zouden 184 dieren zijn overleden.
Om de mogelijke bias – waarbij slachtoffers sneller ingaan op een enquête over het probleem – te corrigeren, werd bovendien een referentie-onderzoek gedaan. Mogelijke oververtegenwoordiging in de enquête van benadeelde veehouders werd dan ook met een wegingsfactor gecorrigeerd. Daardoor zijn extrapolaties naar de volledige Nederlandse veehouderijsector mogelijk. Die statistieken moeten met de nodige voorzichtigheid worden gehanteerd, en daarom zijn telkens foutenmarges van de schatting aangegeven.
Gewogen door het referentie-onderzoek en geëxtrapoleerd naar de totale Nederlandse runderpopulatie, geeft dit de volgende schatting: in Nederland lopen jaarlijks gemiddeld tussen de 11.448 en 13.110 koeien scherp-in letsel op als gevolg van zwerfafval, waarvan er jaarlijks tussen de 3.813 (ondergrens) en 4.244 (bovengrens) runderen overlijden, op een totale landelijke populatie van 4,29 miljoen runderen.
Flinke rekening voor veehouders
De behandeling van zieke koeien, de verminderde melkproductie en het overlijden van koeien jagen de veehouders op kosten. Ze spenderen ook werktijd aan het opruimen van het land, om te pogen te vermijden dat koeien stukjes zwerfafval binnen krijgen. Al met al schat dit onderzoek de totale economische kost voor de volledige Nederlandse veehouderijsector in op 10,8 tot 16,6 miljoen euro jaarlijks. De veehouders zijn zo het slachtoffer van vervuiling waar zij geen grip op hebben.
De Tweede Kamer bespreekt op 15 maart in het Algemeen Overleg de thema’s circulaire economie, de strijd tegen zwerfvuil en de uitbreiding van statiegeld. Voor milieu-organisatie Recycling Netwerk Benelux zijn de cijfers van dit onderzoek een belangrijke bron van informatie voor dat politieke debat. Het leed dat blikjes veroorzaken bij koeien en de economische kost voor de veehouders, komen bovenop de hoge opruimkosten voor zwerfafval waar de Nederlandse gemeenten reeds mee geconfronteerd worden.
De strijd tegen zwerfvuil is dus nog belangrijker dan gedacht. Flesjes en blikjes maken 40 procent uit van het volume zwerfafval. Vooral de scherpe stukjes blik zijn gevaarlijk voor de koeien. De uitbreiding van statiegeld zal het volume van flesjes en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent doen dalen, meldde onderzoeksbureau CE Delft in september.
Zwerfafval veroorzaakt elke dag zieke koeien. Er is dus urgentie. Recycling Netwerk vraagt dan ook dat de Tweede Kamer in maart zonder dralen voor de uitbreiding van statiegeld tot alle plastic flessen en blikjes stemt.
Perscontact:
Tom Zoete
Communicatie Recycling Netwerk
tom.zoete@recyclingnetwerk.org
+31 6 16101050