De statiegelddiscussie in België

Waarom is er (nog) geen statiegeld op plastic flesjes en blikjes in België?

 

We hebben toch al statiegeld in België?

In België hebben de meeste hervulbare glazen bierflesjes statiegeld. Deze kun je inleveren bij supermarkten, nachtwinkels en slijterijen. In België staan 1.250 automaten volgens de statiegeldstudie van de OVAM, op de overige locaties wordt handmatig ingenomen. Er is geen statiegeld op grote of kleine PET-flessen en blikjes.

 

Hoe is de inzameling en recyclage van PET-flessen en blikjes momenteel geregeld?

Plastic flessen en blikjes worden momenteel via de blauwe zak, het restafval en de vuilnisbakken op straat ingezameld. Daarnaast komt nog een aanzienlijk deel terecht in het zwerfvuil. De plastic flessen en blikjes die via de blauwe zak worden ingezameld, worden uitgesorteerd en gerecycled. De blauwe zak wordt huis aan huis ingezameld.

Volgens de afvalbeheerder van de Belgische verpakkingsbedrijven, Fost Plus, wordt 87,7% van PET-flessen en 102,6% van de metalen verpakkingen, zoals drankblikjes en conservenblikken, gerecycleerd. Een nadere blik op deze cijfers laat zien dat deze cijfers een zware overschatting zijn van wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd. Lees meer hierover in ons artikel: Factcheck: Werkelijke recyclagecijfers zijn lager dan wat Fost Plus beweert.

 

Impactanalyse invoering statiegeld in Vlaanderen

België kent tot nog toe alleen statiegeld op hervulbare glazen bierflesjes, en hervulbare glazen water- en frisdrankflessen in bijvoorbeeld horeca, maar overweegt al enige tijd bredere invoering van statiegeld.

In het Vlaamse coalitieakkoord van 2014 werd afgesproken dat zou worden onderzocht wat de mogelijke impact is van het invoeren van statiegeld op eenmalige drankverpakkingen. In 2015 liet OVAM een kosten-batenanalyse uitvoeren. De studie berekende de kosten en baten voor een vijftal scenario’s, waarin gevarieerd werd tussen een statiegeldsysteem met alle drankverpakkingen of alleen drankverpakkingen van minder dan 0,75 liter en tussen statiegeld op alle verpakkingsmaterialen of uitsluitend PET-plastic en blik. In alle scenario’s werd uitgegaan van 25 eurocent statiegeld en in vier van de vijf scenario’s werd uitgegaan van 15 procent handmatige inname.

 

Kosten en baten

De bruto kosten voor de vijf statiegeldscenario’s worden berekend op een bedrag tussen de 36 en 95 miljoen euro, afhankelijk van de omvang van het statiegeldsysteem. Het gaat hierbij vooral om kosten op inname-locaties (65 à 70 procent) en voor transport (15 à 20 procent).

Tegenover de bruto kosten voor het statiegeldsysteem staan opbrengsten van niet-geïnd statiegeld en verhoogde opbrengsten door meer en betere recyclage. Die opbrengsten worden geschat op 51 tot 102 miljoen euro, waardoor de baten van het systeem gemiddeld hoger worden geschat dan de kosten.

Naast de inkomsten zorgt statiegeld ook voor een besparing van uitgaven. De studie schat in dat door statiegeld jaarlijks 20,1 miljoen euro wordt bespaard op het opruimen van zwerfvuil en het ledigen van openbare afvalbakken. Ook wordt 5,5 tot 16,1 miljoen euro bespaard op de inzameling via de blauwe zak en het restafval en draagt uitbreiding van statiegeld bij aan de klimaatdoelstellingen door CO2-reductie.

Later in 2015 werd nog een addendum aan het eindrapport toegevoegd, waarin drie aspecten van de impactanalyse werden herbekeken, rekening houdend met bijkomende informatie die door leden van de klankbordgroep werd aangebracht en met het gekozen voorkeursscenario (scenario 5) voor het invoeren van statiegeld in Vlaanderen.

In het addendum werd de jaarlijkse kost van het statiegeldsysteem op 77 miljoen euro geschat. Het addendum schat de opbrengsten van het statiegeldsysteem op 82 miljoen euro, waardoor die nog steeds hoger worden geschat dan de kosten.

Ook werd besloten tot een ruimere onzekerheidsmarge omtrent de daling van de hoeveelheid zwerfvuil en de daling van de opruimkosten werden beperkter ingeschat. Dit leidde tot een geschatte kostendaling van 9,4 tot 18,8 miljoen euro (voornamelijk bij gemeenten) op een totale Vlaamse kost van 61,5 miljoen euro voor het opruimen van het zwerfafval en het ledigen van de afvalbakken.

De totale Vlaamse kosten van het zwerfafval worden inmiddels geschat op 164,2 miljoen euro, waardoor de kostenbesparing bij een herberekening veel hoger zou uitvallen. De kostenbesparing op de inzameling via de blauwe zak en het restafval bedraagt volgens het scenario in het Addendum 9,3 miljoen euro. Dat staat in de oorspronkelijke studie en de berekening is in het Addendum niet herzien.

Tot slot wordt getracht om een inschatting te maken van de mate waarin de invoering van statiegeld aanleiding zou geven tot verschuivingen in aankoopgedrag. Robuuste resultaten werden echter niet gevonden.

 

Maatschappelijke baten en milieu

De studies berekenden niet wat de milieubaten of de maatschappelijke baten van statiegeld zijn. Het is opmerkelijk dat in de kosten-batenanalyse niet wordt meegenomen dat CO2 ook een prijs heeft. Veel bedrijven pleiten nota bene al voor een koolstoftaks. Dat het uit de hand gelopen grondstoffengebruik in de nabije toekomst ook leidt tot hogere kosten voor de maatschappij, is evenmin onderdeel van de berekening.

Zelfs de 40% minder zwerfvuil op het land, in de waterlopen, in de zee, in de magen van vogels, vissen en ook het rundvee, blijkt geen waarde te hebben in de kosten-batenanalyse van de OVAM. En dat zijn enkel de milieukosten.

Er zijn ook maatschappelijk kosten, zoals de waardedaling van huizen door zwerfvuil op straat, of het onbehagen dat zwerfvuil oplevert voor de mensen, die niet worden aangehaald in de studie.

Volgens een Schotse studie zou statiegeld een CO2-besparing van 1,5 tot 5 miljoen pond (tussen de 1,6 en 5,6 miljoen euro) opleveren. Bovendien berekende het bureau het prijskaartje van de indirecte problemen die het zwerfvuil van eenmalige drankverpakkingen veroorzaakt, waaronder een stijging van de misdaad en een daling van de vastgoedwaarde. Die verborgen kosten bedragen niet minder dan 205 miljoen pond (zo’n 230 miljoen euro).

Wie kijkt naar de totale kosten, kan niet anders concluderen dan dat statiegeld op kleine flesjes en blikjes in Vlaanderen zowel economisch als ecologisch een goede keuze is.

 

Waarom zit er in België nog steeds geen statiegeld op kleine plastic flesjes en blikjes?

Na oplevering van bovenstaande studies in 2015 nam de Vlaamse regering geen besluit over het al dan niet invoeren van statiegeld. In het Vlaamse Uitvoeringsplan Afval (2016) legde de Vlaamse regering vast dat het zwerfvuil tegen 2022 met 20% in gewicht moet zijn verminderd. Er zijn proefprojecten gestart met paarse en roze zakken, respectievelijk ter vervanging van of ter aanvulling op de blauwe PMD-zak. Minister Schauvliege wil namelijk dat vanaf 2018 ook de overige plastics, zoals zakjes, botervlootjes en yoghurtpotjes, apart van het restafval worden ingezameld.

In 2018 zou de Vlaamse overheid voor de eerste keer evalueren of er voldoende vooruitgang wordt geboekt. Van een serieuze evaluatie is geen sprake geweest. Daarnaast loopt eind 2018 ook het contract met Fost Plus af.

De overgrote meerderheid van de consumenten is positief over statiegeld op drankverpakkingen: 82% van de Belgen, aldus een opiniepeiling uitgevoerd door GfK.

Vrijdag 11 mei presenteerde Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) haar ‘Verpakkingsplan’, waarmee ze de afvalberg in Vlaanderen wil doen slinken. Het plan focust op meer recyclage van verpakkingen, een verbod op plastic zakjes, strengere straffen voor sluikstorters en de invoering van statiegeld op blikjes en flessen. Het geld voor de maatregelen wordt geclaimd bij de producenten en de multinationals die deze verpakkingen gebruiken. Milieuminister Schauvliege baseert zich op het Noorse statiegeldsysteem, waar een handling fee voor innamepunten (supermarkten, kleine ondernemers, tankstations…) de investerings- en beheerskosten compenseert. Voor een soortgelijk systeem zou ook in Vlaanderen kunnen worden gekozen. De weken die erop volgden werd er meerdere malen gedebatteerd over statiegeld, maar een besluit werd nog niet genomen.

Vlak voor het zomerreces, op 20 juli, vond de ‘superministerraad’ plaats. Hier stond het verpakkingsplan van Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V), en met name de invoering van statiegeld op plastic flesjes en blikjes, als één van de belangrijkste dossiers geagendeerd. Op 20 juli besliste de Vlaamse regering dat tegen 2022, 90 procent van de drankverpakkingen ingezameld én gerecycleerd moeten worden, en tegen 2025 wordt 95 procent van alle huishoudelijke verpakkingen gerecycleerd. Statiegeld komt er voorlopig niet. CD&V was voor de invoering van statiegeld, de N-VA en Open Vld niet. Ook de federaties Comeos en Fevia blijven zich verzetten tegen het idee. Als de doelstellingen uit het verpakkingsplan in 2023 niet zijn gerealiseerd, zal de Vlaamse regering de sector ‘vragen om een statiegeldsysteem te organiseren of een veralgemeend beloningssysteem in te voeren’.

Maar, hoeveel drankverpakkingen worden vandaag eigenlijk gerecycleerd? Uit een analyse op basis van studiewerk van de OVAM en professionele onderzoeksbureaus blijkt dat slechts 61 tot 67% van de plastic flessen effectief wordt gerecycleerd. Van de blikjes slechts 65 procent, volgens Recover, samenwerkingsverband van gemeenten en afvalintercommunales.

Ieder jaar rapporteert Fost Plus namens het verpakkende bedrijfsleven nieuwe recyclagecijfers. Voor 2017 claimt de afvalbeheerder een recyclage van 87,7% voor petflessen, 91% voor drankenkartons en 102% voor metalen verpakkingen waaronder de blikjes. Het zijn allen overschattingen van de werkelijkheid. Maar het beleid steekt zo in elkaar dat de zelfrapportage van het bedrijfsleven leidend is voor het bepalen van de officiële recyclagegraad.

De harde doelstelling van 90% van de Vlaamse regering van Bourgeois en co lijkt dus een grote stap vooruit, maar is volgens de bedrijven anno 2018 al realiteit. De bedrijven zullen met een gerust hart vasthouden aan business-as-usual.

Er is dus tot op heden nog steeds geen definitief besluit genomen. De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven hebben het voor elkaar gekregen om alweer ‘betere’ maatregelen toe te zeggen om zo een beslissing te vertragen.

 

Wallonië

Ook in Wallonië is de discussie over statiegeld actueel. Minister Carlo Di Antonio sprak zich al in 2016 uit als voorstander, maar was bereid het niet in te voeren indien de sector in 2018 een actieplan wist uit te voeren om het afvalprobleem op te lossen.

Eind april besloot het Waals parlement te starten met proefprojecten rond het vrijwillig terugbrengen van blikjes. Wie in één van de deelnemende gemeenten een blikje terugbrengt naar een machine op een openbare plaats of handelsplaats, zal een premie van vijf eurocent krijgen. CDH wil dat de Waalse regering na de evaluatie van de proefprojecten vanaf 1 juli 2019 uiteindelijk statiegeld invoert op blikjes. Nochtans werd in het regeerakkoord met MR – dat meer afkerig is van het systeem – vastgelegd de kwestie te laten rusten, om eerst de mogelijke nadelige effecten in kaart te brengen.

Deze proefprojecten zijn echter geen echte statiegeldsystemen. De compensatie is een bonus, in plaats van een terugbetaling. Bovendien omvatten pilotprojecten geen PET-flessen.

 

Brussel

Ook in het Brussels Gewest zal eind 2018 een proefproject worden gestart om de aanbetaling te testen blikjes, wachtend op de test van Hongaarse machines. Volgens de minister van Brussel van Omgeving Céline Fremault, we kunnen een representatief statiegeldsysteem hebben alleen als het wijdverspreid is in het hele land. In het voorjaar van 2018 sprak Brusselse gemeente Jette zich uit voor statiegeld en sloot Sint-Gillis zich als eerste Brusselse gemeente aan bij de Statiegeldalliantie.

 

 

 

 

Lees meer over statiegeld