Nederland’s grondstoffenstrategie: Belangrijk voor digitale- en energietransitie, maar gemiste kans voor ‘minder productie en consumptie’

Nederland’s grondstoffenstrategie: Belangrijk voor digitale- en energietransitie, maar gemiste kans voor ‘minder productie en consumptie’

De energietransitie vraagt om veel zeldzame en kritieke grondstoffen, waarvoor we afhankelijk zijn van landen zoals China en Rusland. De Nationale Grondstoffenstrategie is daarom een cruciale aanvulling op bestaand beleid, maar het minder en anders produceren en consumeren van producten blijft onbenoemd.

12 april 2023

De Nationale grondstoffenstrategie richt zich op leveringszekerheid van grondstoffen op de middellange (ofwel relatief korte) termijn voor de eigen Nederlandse economie. Een gemiste kans is het niet agenderen van een strategie voor minder grondstoffengebruik door minder en ander productgebruik. Dat is nodig om ook de kinderen van onze kinderen, en minder rijke werelddelen in onze welvaart te kunnen laten delen. Ook daar gaat de Nationale grondstoffenstrategie niet echt op in.

Een nationale grondstoffenstrategie voor de Nederlandse economie

December 2022 heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) Nederlands Nationale grondstoffenstrategie aan de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee geeft EZK invulling aan de motie Hagen die vroeg om de strategische onafhankelijkheid van Nederland te vergroten door het ontwikkelen van een grondstoffenstrategie. Aanleiding voor dit verzoek zijn de oorlog in Oekraïne en andere geopolitieke ontwikkelingen die de leveringszekerheid van cruciale grondstoffen voor de energietransitie onder druk zetten. De corona-crisis toonde eerder al de internationale verwevenheid van onze toeleveringsketens.

De energietransitie en toenemende digitalisering maken de zogenoemde kritieke grondstoffen zoals lithium, kobalt en zeldzame aardmetalen inderdaad steeds belangrijker. Nederland en de Europese Unie importeren veel van deze kritieke grondstoffen of halffabricaten ervan uit derde landen.

Figuur 1: Bronlanden waar grondstoffen voor Europa vandaan komen (Rietveld et al., 2022)

 

Minstens 20% afkomstig uit China 

Minstens 20% afkomstig uit Rusland

Dit maakt Nederland en Europa economisch afhankelijk en ook geopolitiek kwetsbaar. China heeft in 2010 al eens een export-quotum voor zeldzame aardmetalen ingesteld. En sinds begin dit jaar bant de Europese Unie de invoer van Russische olie

Een derde probleem zijn de milieu- en sociale problemen die vastzitten aan de grondstofwinning en -raffinage in sommige landen. Hiervan is vooral maar niet alleen sprake in de zogenoemde artisanale kleinschalige mijnbouw. Mijnbouw leidt tot ontbossing, verlies van biodiversiteit en waterschaarste. Minstens 60% van de mondiale kobalt-productie komt uit Congo waar de kobalt-mijnwerkers uit meer dan 20% kinderen en 30% vrouwen bestaan. 

De Nationale grondstoffenstrategie constateert dat weliswaar grondstoffenexport veel bijdraagt aan de economie van vooral lagere en midden-inkomenslanden. Anderzijds zorgt gebrek aan betrouwbare politiek-economische instituties in verschillende van deze landen ervoor dat duurzame ontwikkeling daar achter blijft. 

Nationale grondstoffenstrategie

Volgens de Nationale grondstoffenstrategie is “Het voorkomen van negatieve impact op mens en milieu [is] een randvoorwaarde bij het streven naar grotere leveringszekerheid”. Het is dus geen doel op zich, hoewel één van de onderscheiden handelingsperspectieven zich hier wel op richt (zie hieronder).

De Nationale grondstoffenstrategie zegt over haar centrale doel: “Door de energietransitie is de kans op schaarste aan kritieke grondstoffen toegenomen en geopolitieke ontwikkelingen kunnen de internationale toevoer onder druk zetten. Dit vergroot de risico’s voor onze toeleveringsketens en daarmee voor de Nederlandse economie. Daarom is het van cruciaal belang om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen waar mogelijk te vergroten. Dit is dan ook het centrale doel van deze strategie.”. Dit wil de Nationale grondstoffenstrategie bereiken met de volgende handelingsperspectieven:

  1. Circulariteit en innovatie voor een meer efficiënte omgang met kritieke grondstoffen
  2. Eigen duurzame Europese mijnbouw en raffinage van kritieke grondstoffen
  3. Diversificatie van de bronlanden voor import van kritieke grondstoffen
  4. Verduurzaming van internationale ketens om de Nederlandse doelen voor duurzame ontwikkeling, klimaat en milieu te bereiken
  5. Kennisopbouw en monitoring als basis voor proactief kritieke grondstoffenbeleid

Deze handelingsperspectieven sluiten aan bij al bestaande beleidsinitiatieven, en worden in de grondstoffenstrategie nog niet in detail uitgewerkt. EZK streeft ernaar om de Tweede Kamer rond de zomer van 2023 te informeren over een nadere uitwerking van het één en ander. 

Evaluatie van de Nationale grondstoffenstrategie

De focus in de Nationale grondstoffenstrategie ligt op kritieke grondstoffen. Dit sluit op zich aan bij de motie Hagen die leveringszekerheid van cruciale ofwel kritieke grondstoffen voor de energietransitie specifiek als aanleiding noemt. De focus op kritieke grondstoffen is op zich geen probleem, maar het weglaten daarvan in de titel suggereert dat de Nationale grondstoffenstrategie ook over niet-kritieke grondstoffen gaat. In de Nationale grondstoffenstrategie vallen buiten de definitie van kritieke grondstoffen onder andere “…fossiele grondstoffen zoals aardolie en aardgas, biotische grondstoffen zoals suiker, graan of hout en farmaceutische ingrediënten voor medicijnen…”.

Met het eerste handelingsperspectief sluit de Nationale grondstoffenstrategie aan bij de vraag in de motie Hagen om een grondstoffenstrategie die onder andere de circulaire economie versnelt. Voor versnelling van de circulaire economie zegt de Nationale grondstoffenstrategie te willen aansluiten bij de circulariteitsladder en substitutiestrategie zoals recent door PBL Planbureau van de Leefomgeving samengevat in de volgende hoofdstrategieën voor circulariteit:

  1. Narrow the loop (minder producten gebruiken; R0-2), 
  2. Slow the loop (producten en hun onderdelen langer gebruiken; R3-7)
  3. Close the loop (hoogwaardige recycling van materialen uit afgedankte producten; R8), en 
  4. Substitutie van eindige door hernieuwbare grondstoffen en secundaire materialen

Op de laatste drie strategieën gaat de Nationale grondstoffenstrategie wel in, maar niet op de eerste strategie van het minder gebruiken van producten (door hiervan af te zien, ze te delen of efficiënter te maken). Dat laatste is merkwaardig omdat juist de digitale revolutie bijvoorbeeld autodelen faciliteert en CDs en DVD’s overbodig heeft gemaakt met online diensten als Spotify en Netflix. 

Het is jammer dat de Nationale grondstoffenstrategie niet ingaat op het minder en efficiënter gebruiken van producten. Niet alleen is dit zeer effectief om het grondstoffengebruik terug te dringen, maar zo blijft de noodzaak hiervan voor eerlijk delen met volgende generaties en minder welvarende landen feitelijk buiten beeld. De olifant in de kamer blijft daardoor dus onzichtbaar, namelijk dat we als Nederland moeten gaan nadenken over hoe we minder en anders kunnen gaan consumeren (wat niet perse minder welvaart betekent).

Tot slot

Samenvattend richt de Nationale grondstoffenstrategie zich alleen op kritieke en niet op niet-kritieke grondstoffen, en gaat eigenlijk niet in op de circulariteitsstrategie van het minder gebruiken van producten terwijl het wél expliciet als deel-handelingsperspectief wordt genoemd. Ook gaat de Nationale grondstoffenstrategie hoofdzakelijk over hoe de levering van kritieke grondstoffen voor de Nederlandse (en Europese) economie kan worden veiliggesteld.

Natuurlijk hoeft niet elke beleidsnotitie altijd de volle breedte van een issue te bespreken, en de Nationale grondstoffenstrategie biedt ook met deze smallere focus veel waardevolle aanknopingspunten. Toch vindt Recycling Netwerk het een (alweer) gemiste kans om het minder gebruiken van producten ferm op de politieke en maatschappelijke agenda te krijgen.