Inzamelcijfers kleine plastic flesjes tonen noodzaak voor politieke bijsturing statiegeldsysteem

Metingen van Rijkswaterstaat tonen dat het aantal plastic flesjes in het zwerfafval met 41% is gedaald sinds de invoering van statiegeld. Daarmee is statiegeld nu al effectiever dan welk eerder optreden tegen zwerfafval, maar de resultaten liggen nog ver af van wat het moet zijn. Politieke bijsturing is daarom nodig.

6 april 2022 Suze Govers

In de tweede helft van 2021 telde Rijkswaterstaat 41 procent minder kleine plastic flesjes in het zwerfafval dan in de tweede helft van 2020. Dit blijkt uit de monitoringsresultaten van Rijkswaterstaat die vandaag door staatssecretaris Vivianne Heijnen openbaar zijn gemaakt (zie Grafiek 1).

Grafiek 1

Onderzoek van Zwerfinator Dirk Groot wees eerder ook uit dat het aandeel kleine plastic flesjes in het zwerfafval is afgenomen sinds de invoering van statiegeld op 1 juli 2021. In het laatste kwartaal van 2021 registreerde hij 70,2 procent minder plastic flesjes per kilometer dan het gemiddelde van de laatste kwartalen van de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 (zie grafiek 2 voor metingen Rijkswaterstaat en Dirk Groot). 

Grafiek 2

Het verwachte minimum van 70% minder plastic flesjes in het milieu nog niet gehaald

In de brief aan de Tweede Kamer laat staatssecretaris Heijnen zich positief uit over de daling van 41 procent, maar een statiegeldsysteem heeft de potentie om het aantal flesjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te verminderen. Dat concludeerde CE Delft in de statiegeldstudie in opdracht van de Nederlandse overheid. Deze cijfers lagen ook ten grondslag aan de prestatie-eis die toenmalig staatssecretaris Stientje van Veldhoven aan het bedrijfsleven stelde: de industrie moest voor 2020 het aandeel plastic flesjes in het zwerfafval met minstens 70 procent terug weten te dringen. Toen dit niet lukte, nam de regering het besluit om statiegeld in te voeren. 

Nu de monitoringsresultaten van Rijkswaterstaat bekend zijn, blijkt dat deze 70 procent reductie van het aantal plastic flesjes in het zwerfafval op dit moment niet eenduidig wordt behaald met het Nederlandse statiegeldsysteem. Het is belangrijk te beseffen dat dit een ondergrens is; met een goed ingericht statiegeldsysteem kan het aandeel plastic flesjes dat in het milieu belandt zelfs met 90 procent worden teruggedrongen. Dit is dan ook de ambitie die we van de Nederlandse overheid verwachten – en eisen. 

Ook inzamelcijfers tonen tekortkomingen statiegeldsysteem kleine plastic flesjes

Naast de verwachting van een sterke daling van het aantal flesjes in het zwerfafval, ligt er ook de wettelijke verplichting om tegen 2022 90 procent van de plastic flessen gescheiden in te zamelen. Het inzamelpercentage van de plastic flessen is daarmee nog een graadmeter die helpt om vast te stellen hoe goed het statiegeldsysteem functioneert. 

Tijdens het tweeminutendebat op 3 februari 2022 vroeg Tweede Kamerlid Eva van Esch van Partij voor de Dieren daarom bij staatssecretaris Heijnen de inzamelpercentages op van kleine plastic flesjes. De staatssecretaris gaf aan op 1 augustus 2022 verslag hierover te verwachten van het bedrijfsleven en kort daarna de Tweede Kamer te kunnen informeren. Op 23 februari 2022 publiceerde Statiegeld Nederland zelf een persbericht waarin zij aangaf dat “sinds de start van het nieuwe statiegeldsysteem medio 2021 […] gemiddeld 70% van de plastic flessen retour kwam”. 

Hieruit blijkt dat het statiegeldsysteem momenteel de gescheiden inzameldoelstelling van 90 procent nog lang niet haalt. Een andere belangrijke kanttekening bij dit percentage is dat dit zowel kleine als grote plastic flessen betreft. En dit betekent dat het cijfer omhoog wordt getrokken door het retourpercentage van de grote plastic flessen, wat op ongeveer 95 procent ligt. Hieruit blijkt dat het inzamelpercentage voor de kleine plastic flesjes nog significant onder de 70 procent ligt. En het zijn juist die kleine flesjes die tot nu toe in grote getalen in het milieu belanden en waarvoor om die reden het nieuwe beleid is gevormd. 

Politieke bijsturing is nodig

Er is meer data en meer tijd nodig om een duidelijke trend vast te kunnen stellen en om te zien hoe dit zich verder ontwikkelt, maar de cijfers geven op dit moment al voldoende reden tot politieke bijsturing. 

In een tussentijdse evaluatie hebben wij eerder al enkele manco’s in de huidige opzet van het statiegeldsysteem voor kleine flesjes geïdentificeerd. Deze kunnen nu als handleiding dienen voor de politiek op welke manieren het systeem te verbeteren. 

Denk aan het ontbreken van de terugnameplicht voor verkooppunten. In vrijwel alle statiegeldlanden is een innameplicht onderdeel van de wetgeving en ook in Nederland was het eerder onderdeel van het Besluit beheer verpakkingen 2014. Door de innameplicht uit de wet te verwijderen, hebben we nu te maken met grote winkels zoals AH To Go, HEMA, Kruidvat en Action, eetgelegenheden als McDonalds en La Place en theaters, bioscopen en universiteiten die de consument geen statiegeld uitkeren wanneer die zijn/haar flesje daar (weer) in wil leveren. Verplicht daarom verkooppunten van flesjes om ook statiegeld uit te keren, met mogelijke uitzondering voor kleine handelaren.

Een ander manco is dat niet op alle plastic flesjes statiegeld zit, maar dat dranken met zuivel en sappen zijn uitgezonderd. Het is een grote verbetering dat het statiegeldsysteem recentelijk is opengesteld voor sappen, maar dit is op basis van vrijwilligheid waardoor er nog altijd veel sappen zonder statiegeld op de markt kunnen komen en wat leidt tot onduidelijkheid voor de consument. Voer daarom verplicht statiegeld in op sappen door ze op te nemen in de statiegeldwet.

Ook is het statiegeldbedrag van 15 eurocent relatief aan de lage kant, waardoor het een minder sterke incentive vormt voor consumenten om hun flesjes weer in te leveren. Verhoog daarom het minimumbedrag voor statiegeld naar 25 eurocent. 

* Toelichting bij Grafiek 2

Om de data van Rijkswaterstaat (aantal plastic flesjes in het zwerfafval) en Zwerfinator (aantal plastic flesjes per kilometer) naast elkaar te kunnen leggen, hebben we van beide datasets hun monitoringsresultaten uit het jaar 2017 als nulmeting genomen (base 100).