Opdracht voor het nieuwe Nederlandse kabinet: voer een belasting in op virgin plastic

Opdracht voor het nieuwe Nederlandse kabinet: voer een belasting in op virgin plastic

De milieuschade door plastics ligt bijna 10 keer hoger dan de marktprijs: 2,8 biljoen euro aan verborgen kosten in 2019 wereldwijd, volgens een recente studie. Het is uiteindelijk de samenleving die deze externe kosten voor milieuvervuiling betaalt. Recycling Netwerk Benelux pleit voor een belasting op virgin plastics.

21 oktober 2021 Lindsey Wuisan

Onderzoek door CE Delft bevestigt dat een belasting op virgin plastics mogelijk is.

In Nederland wordt er ieder jaar maar liefst 2 miljard kilogram aan plastic producten gekocht – zo’n 117 kilogram per persoon per jaar (CE Delft, 2021). Om de productie en het gebruik van virgin plastics (nieuw plastic op basis van aardolie of schaliegas) te ontmoedigen is een milieubelasting een potentieel effectief instrument.

Momenteel reflecteert de lage marktprijs van virgin plastics niet de kosten van milieuvervuiling. Door een belasting te heffen op virgin plastics kan dit (deels) worden rechtgetrokken. Een hogere prijs maakt het ook aantrekkelijker om recyclaat in te zetten. Minder inzet van virgin plastics leidt tot minder CO2-emissies en sluit daarmee aan bij de klimaatagenda van het kabinet.

Het Verenigd Koninkrijk gaat vanaf april 2022 een belasting van £200 per ton (ca. 235 EUR) invoeren op plastic verpakkingen die minder dan 30% gerecycled plastic bevatten (geproduceerd in het VK, of geïmporteerd). Ook het Spaanse kabinet heeft plannen om een nieuwe belasting op virgin plastics in te voeren van 0.45 EUR per kg niet-gerecycled plastic in niet-herbruikbare verpakkingen.

Mogelijkheden van een nationale heffing op virgin plastic

CE Delft heeft in opdracht van de Nederlandse overheid een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een nationale heffing op virgin plastic (naar aanleiding van een motie van Van Raan (PvdD). In de plastic keten zijn er meerdere schakels waar een belasting kan worden geheven. De heffingsgrondslag kan het volume zijn, het gewicht (ruwe aardolie, kraker-voeding, polymeren, en plastic producten), het aantal stuks (bij plastic producten) of de prijs. De twee opties die CE Delft heeft geëvalueerd zijn:

Belasting op plastic korrels

Volgens het CE Delft-rapport is een belasting het makkelijkst vorm te geven op het moment dat kunststof korrels en poeder (polymeren) worden doorverkocht aan producenten van plastic (tussen)producten. Het product dat dan wordt belast is namelijk homogeen, goed meetbaar en het aantal belastingplichtigen is relatief beperkt, namelijk 15 bedrijven en importeurs. Daarnaast lijkt recyclaat relatief makkelijk uit te zonderen van de belasting en wordt de toepassing ervan direct gestimuleerd.

Nadeel van een belasting op Nederlandse polymeren is echter dat de plastic producten die ervan worden gemaakt, mogelijk worden vervangen door import uit het buitenland waarvoor de belasting niet geldt. Hierdoor is er een risico dat de productie van virgin plastics niet afneemt maar verschuift.

Belasting op plastic eindproducten

Een belasting op plastic eindproducten, inclusief geïmporteerde producten, heeft deze weglekeffecten niet, maar is moeilijker vorm te geven vanwege het grote aantal producten en belastingplichtigen. Daarnaast is het lastiger om producten met recyclaat uit te zonderen van de belasting en is de effectiviteit afhankelijk van o.a. de prijselasticiteit. Om de invoering van de belasting te simplificeren zou de belasting kunnen worden beperkt tot eenmalige plastic verpakkingen. Voor een reductie van plastics gebruik zal de belasting de prijs van plastics wel significant moeten verhogen.

Hoe de belasting precies moet worden vormgegeven vergt nog verdere uitwerking, maar één ding staat vast: een milieubelasting op virgin en/of eenmalige plastics geeft uitvoering aan het principe ‘de vervuiler betaalt’ en stimuleert effectief de inzet van recyclaat.

%d bloggers liken dit: