Er ontbreekt een Nederlandse aanpak van wegwerpplastics

Er ontbreekt een Nederlandse aanpak van wegwerpplastics

De totstandkoming van de Europese Single Use Plastics Directive in 2019 was een mijlpaal in de aanpak van overbodige wegwerpplastics. Maar het Nederlandse Ontwerpbesluit om de Richtlijn in Nederlandse wetgeving te vatten, valt flink tegen.

11 augustus 2020 Rob Buurman

Dat in 2019 het Europees Parlement en de Europese Raad zich schaarden achter de Single Use Plastics Directive (SUP), was een enorm succes. Hoewel de Richtlijn slechts enkele plastic wegwerpproducten verbiedt en niet wegwerpproducten in brede zin aanpakt, valt het belang van de SUP niet te onderschatten. Volgens artikel 4 moeten Europese lidstaten bijvoorbeeld zorgen voor een ambitieuze en aanhoudende daling van een aantal veelvoorkomende take away plastic verpakkingen. En artikel 8 verplicht producenten onder meer om voor een aantal producten zoals plastic flesjes, composieten drankverpakkingen en plastic voedselcontainers, de kosten van het zwerfafval te betalen.

Wat bijzonder is aan de SUP, is dat de oplossing voor plastic vervuiling op het niveau van de producent en diens producten wordt gezocht, een verademing na decennia van publiekscampagnes die zich onsuccesvol hebben gericht op gedragsverandering bij de consument.

Maar de SUP kent ook gebreken: het probeert enkel wegwerpproducten van plastic aan te pakken waardoor marktverschuivingen naar andere wegwerpproducten waarschijnlijk zijn. De verboden onder artikel 5 van de SUP gelden slechts voor een beperkt aantal producten en ook de zwerfafvalkosten die worden doorvertaald naar producenten, geldt slechts voor een deel van de producten die in het zwerfafval ligt.

Bij de implementatie van de SUP kan de Nederlandse overheid deze situatie rechttrekken.  Maar hoewel wij begin van dit jaar al onze aanbevelingen hebben doorgestuurd naar het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat, zien we daar niets van terug in het Ontwerpbesluit dat op 25 juni werd gepubliceerd voor consultatie. Dat is teleurstellend. Het Ontwerpbesluit toont een gebrek aan perspectief over hoe productie- en consumptiesystemen moeten verduurzamen en geeft daarmee een zwak signaal af aan de markt. Het Ontwerpbesluit probeert niet om plastic vervuiling verder terug te dringen dan minimaal wordt vereist voor iedere Europese lidstaat. Samen met een coalitie van Nederlandse milieuorganisaties roepen we de Nederlandse Regering op meer ambitie te tonen.

 

De Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer was in 2019 al kritisch met de vaststelling dat de Nederlandse overheid geen prioriteit geeft aan beleid dat inzet op preventie en hergebruik, hoewel dit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. “Doelstellingen om de productie en het gebruik van plastics terug te dringen zijn er niet. Het huidige Nederlandse beleid is daarmee gericht op een beperkt deel van de plasticketen,” aldus de Algemene Rekenkamer. Sindsdien is hierop vanuit het overheidsbeleid nog altijd geen antwoord geformuleerd. In navolging van het Plastic Pact heeft Nederland samen met Frankrijk een Europees Plastic Pact gelanceerd, maar daar waar Frankrijk óók inzet op scherpere regelgeving met de Franse wet voor de circulaire economie, blijft Nederland achter.

We missen een Nederlandse overheid die niet alles op ofwel Europese regels ofwel op vrijwillige nationale afspraken gooit. Daartussen ligt beleidsruimte en die moet veel meer benut worden.