Recyclen of verbranden?

7 september 2009 Recycling Netwerk

De recycling van afval, een van de hoofddoelen van het milieubeleid in ons land, staat onder druk. Steeds meer goed te recyclen afval verdwijnt in de verbrandingsoven. Door het ongelimiteerd bijbouwen van vuilverbranders en afnemende hoeveelheden afval is er een enorme overcapaciteit aan het ontstaan. De prijzen om afval te verbranden zijn gekelderd.

Met als gevolg dat de milieudoelstellingen in gevaar komen. Ons afvalbeleid volgt immers zoveel mogelijk de ‘Ladder van Lansink’: afval zoveel mogelijk voorkomen, daarna hergebruik en recycling bevorderen, alleen als dat niet kan verbranden en in het uiterste geval storten. Met die hiërarchie als beleid groeide de afvalinzameling- en recyclingindustrie uit tot een serieuze sector met een omzet van zo’n 5 miljard euro per jaar en 80.000 mensen die er een baan in hebben.

Jaren geleden waarschuwde de afvalsector al tegen dreigende overcapaciteit. Maar we bleven doorbouwen. Nederland heeft er momenteel elf verbrandingsinstallaties (AVI’s). Dit jaar nog komt er een bij en de komende jaren staat er nog meer nieuwbouw en uitbreiding van onze verbrandingscapaciteit gepland. Terwijl het Landelijke Afvalbeheerplan (LAP) 2009-2012 voorschrijft dat er minder grof huishoudelijk restafval de ovens in mag (ongeveer 0,5 Mton afval per jaar), groeit de capaciteit om het te verbranden met ongeveer 1 Mton. Omdat de ovens moeten blijven draaien vanwege verplichtingen aan de energiesector is de vraag naar afval groot. Met als gevolg afbraakprijzen. Kostte het eerst ruim boven de 100 euro per ton afval om het te laten verbranden, nu ligt dat rond de 57 euro. Met als gevolg: het wordt financieel aantrekkelijker om afval te verbranden dan het recyclen.

Het Recycling Netwerk roept samen met de recyclingsector dan ook de overheid op om op te treden. Om de regie terug te nemen op deze markt. En dat vergt handhaving van de in het LAP vastgelegde minimumstandaarden. Die handhaving schiet echter vooralsnog tekort. Op de vrije afvalmarkt trekt de recyclingsector vaak aan het kortste eind. Het LAP biedt op korte termijn overigens geen oplossing voor het overcapaciteitsprobleem. Het plan moedigt afvalinstallaties juist aan om meer energie nuttig toe te passen, zoals voor elektriciteit voor huishoudens en stadswarmte. Dat is op zich aan te prijzen, maar het moedigt het verbranden van afval aan. Dat wordt zo een directe concurrentie voor gescheiden inzamelen en recycling. En ook al winnen we via verbranding een deel van de energie terug, er gaat toch een hoop verloren. Bovendien levert verbranden driemaal minder CO2-reductie op dan recycling en worden bruikbare grondstoffen vernietigd.