Serieus werk maken van de gewenste omzetting van de huidige lineaire economie naar een circulaire economie vergt forse inspanningen van onze overheid. Maar Recycling Netwerk kan geen enkele hoop putten uit de maatregelen die zijn aangekondigd in het zogenaamd groene regeerakkoord.

Robbert van Duin, voorzitter van Recycling Netwerk: “Het regeerakkoord maakt zich er vanaf met een paar puntjes in de paragraaf ‘Nederland wordt duurzaam’. Circulaire economie is bewaard tot de twee aller-aller-laatste puntjes van in totaal 136 punten in de duurzaamheidsparagraaf. En daar staat weinig om vrolijk van te worden: De bestaande afspraken worden nagekomen, maar de aandacht gaat vooral uit naar communicatie en zogenaamde ‘knelpunten’ bij de bestaande regelgeving.”

Verder constateert Recycling Netwerk dat het regeerakkoord ook op het gebied van afval en recycling weinig tot niets aan vernieuwing brengt. Robbert van Duin: “Wat betreft afval lezen we alleen wat over hogere belasting op verbranden en storten. De aanpak van zuiveringsslib en biomassa-energiecentrales rechtvaardigen dat. Iedere Nederlander gaat drie euro per jaar meer betalen.”

Tot slot vindt Recycling Netwerk het bedroevend dat bij de toedeling van de 49% reductieopgave voor CO2 (in 2030) wel 1 Mton wordt ingeboekt aan recycling in het domein Industrie, maar dat volledig is voorbijgegaan aan de winst die kan worden geboekt in het domein “Consumenten”.

Robbert van Duin: “In onze ‘Saving Materials’-studie berekende het Copernicus instituut van de Universiteit Utrecht dat er alleen al door de recycling van consumptie-afval twee keer zoveel kan worden gereduceerd. Dan hebben we het nog niet eens over de reducties die mogelijk zijn door veranderingen in de consumptie zelf. En verder had in de slotparagraaf over leefomgeving natuurlijk ook iets horen te staan over de aanpak van zwerfafval, statiegeld, en de plastic soep.”

Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233

+31 6 40 50 40 20

Dit delen:

Dat zegt Rob Buurman van Recycling Netwerk woensdag in reactie op de onthulling in De Standaard dat de vervuilende verpakkingsindustrie de salarissen financiert van de OVAM-ambtenaren die toezien op het zwerfvuilbeleid en de monitoring van het zwerfvuil.

Rob Buurman: “De OVAM-ambtenaren moeten volledig onafhankelijk kunnen werken. Daarom moet de Vlaamse regering en milieuminister Joke Schauvliege (CD&V) onmiddellijk die invloed van de vervuilende drank- en verpakkingsindustrie weren uit OVAM. Zowel financieel als operationeel.”

Om het milieu schoner te krijgen, moet het beleid zich baseren op cijfers die de realiteit weergeven. De drank- en verpakkingsindustrie heeft er uiteraard alle belang bij om de stijging van het zwerfvuil te minimaliseren. Daarom is het niet gezond dat de industrie de financierder is van de afdeling van OVAM die de cijfers over zwerfvuil registreert. De ambtenaren die het zwerfvuil monitoren moeten hun werk in volledige onafhankelijkheid kunnen doen. De Vlaamse overheid moet dan ook als enige instaan voor hun loon.

Een studie van OVAM lekte in april al uit. Maar OVAM heeft ze vandaag nog steeds niet gepubliceerd. Die studie was op 20 maart 2017 afgerond, maar is nooit openbaar gemaakt. De studie heeft duidelijk een sterke beleidscomponent: het is de maatstaf op basis waarvan de doelstelling van minister Joke Schauvliege (CD&V) en de OVAM van 20% minder zwerfafval in 2022 is gebaseerd. Die doelstelling geldt ten opzichte van de getallen uit de studie van 2015.

De studie toonde echter dat het zwerfvuil in Vlaanderen in stijgende lijn gaat. De hoeveelheid zwerfvuil is met 40% toegenomen, blijkt uit de evaluatie over 2015 tegenover 2013. Dat terwijl de hoeveelheid zwerfvuil voor de regering moet dalen met 20% tegen 2022. Ook de kosten van het zwerfvuil stegen, van 61 miljoen naar 103 miljoen euro tussen 2013 en 2015.

“Die cijfers zouden de regering ertoe kunnen aanzetten om in te grijpen met een meer performante aanpak, via statiegeld bijvoorbeeld. Daarom heeft de industrie er alle belang bij dat deze studie niet officieel wordt”, merkt Rob Buurman op.

 

Debat in het Vlaams parlement

Bekijk hier het debat dat het Vlaams parlement op 4 oktober 2017 voerde over de financiering van Mooimakers.

 

 

 

Achtergrondinfo

Wie doet de monitoring van zwerfafval?

De monitoring van de evolutie van het zwerfafval gebeurt door Vlaanderen Mooi, ook bekend als Mooimakers. Mooimakers is het Vlaamse initiatief tegen zwerfvuil en sluikstort. Het is een samenwerking van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), de bedrijven die verpakte producten op de Belgische markt brengen verenigd in Fost Plus, en de VVSG. (bron: http://mooimakers.be/over-mooimakers). Op die manier is Mooimakers het samenwerkingsverband van bedrijven (in Fost Plus) en overheid (OVAM).

 

Door wie wordt Vlaanderen Mooi/Mooimakers betaald?

Het totale budget over twee jaar, is 19,2 miljoen euro over twee jaar (screenshot van begroting).

Dat stemt dus perfect overeen met de bijdrage van de industrie van 9,6 miljoen per jaar, zoals die werd afgesproken: Het verpakkende bedrijfsleven, vertegenwoordigd door Fost Plus, stelt jaarlijks 9,6 miljoen euro ter beschikking.

Mooimakers wordt dus volledig betaald door Fost Plus (en dus in feite door de bijdrage van het bedrijfsleven, oftewel Coca-Cola, Spa, Colruyt, etc). De financiering is dus niet voor een deel industrie en een deel overheid. Dat wil dus zeggen dat ook het personeel, de ambtenaren die bij Mooimakers werken, worden betaald door geld dat van de industrie komt! Bij punt 7 staat immers de kostenpost personeel. Bij Mooimakers werken 2 mensen van Fost Plus, 1 van VVSG en 7 ambtenaren. Het aangegeven budget is voor alle 10 mensen.

 

Meer info:

Rob Buurman

Directeur Recycling Netwerk

+31 6 16401040

rob.buurman@recyclingnetwerk.org

 

Lees ook de artikels van De Standaard “De vervuiler betaalt … acht ‘mooimakers’” (paywall) en Metro “Industrie kan monitoring zwerfvuil door OVAM niet mee financieren”

Lees ook het verslag van het debat in het Vlaams parlement over het dossier.

Dit delen:

Aldi-winkels in Nederland stoppen met verkoop eenmalige draagtassen


10 augustus 2017 – “Dit is goed nieuws voor het milieu, want de wegwerp-draagtassen van plastic komen al te vaak als zwerfvuil in natuur en zee terecht”, reageert Rob Buurman van milieuorganisatie Recycling Netwerk donderdag op de beslissing van Aldi om in haar Nederlandse winkels geen wegwerp-draagtassen meer aan te bieden. “We hopen dat de andere supermarkten en winkels in Nederland en België deze positieve tendens snel zullen volgen”.

“Het is wel belangrijk dat de eenmalige plastic tassen niet worden vervangen door een papieren variant. In Nederland betaal je nu enkel voor plastic tassen waardoor veel winkels zijn overgestapt op papier. We moeten overschakelen op tassen die bedoeld zijn om meer dan honderd keer gebruikt te worden en bijvoorbeeld van linnen of gerecyclede plastics gemaakt zijn”, legt Buurman uit.

Op dit moment worden er jaarlijks 100 miljard tassen gebruikt in Europa. “Het probleem is dat plastic tassen in de natuur en uiteindelijk in zeeën en oceanen belanden. Daar vormen ze een gevaar voor vissen en andere zeedieren die erin verstrikt raken. En als het plastic afbreekt tot kleinere stukjes, microplastics, kunnen ze in onze voedselketen terecht komen”, aldus directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.

 

Dit delen:

18 september 2017 We vinden het oprecht mooi om te zien dat mensen meedoen aan Keep It Clean Day. Deze actie is opgezet door overtuigde vrijwilligers die de beste bedoelingen hebben om hun wijken en de natuur proper te krijgen.

Toch hebben we gemengde gevoelens bij de communicatie die Nederland Schoon rond deze acties doet. Nederland Schoon is een stichting die wordt gefinancierd door het verpakkende bedrijfsleven. Deze stichting stelt de opruimacties voor als de ultieme oplossing voor zwerfvuil.

Nederland Schoon voert bewustwordingscampagnes, maar houdt zich ver van maatregelen die de leefomgeving preventief en structureel schoner houden. Coca-Cola zit in de Raad van Toezicht van Nederland Schoon. Het doet ons vermoeden dat de multinational hier enkel aan meedoet omwille van zijn imago.

Verantwoordelijkheid

Drankenproducenten zoals Coca-Cola zijn immers verantwoordelijk voor de vele lege blikjes en flesjes die rondslingeren. De hele voedingsindustrie zet het laatste decennium keihard in op on the go-consumptie. Zij delen jaarlijks 2,7 miljard eenmalig bruikbare blikjes en flesjes uit aan de Nederlandse consument .

Maar de drankindustrie neemt geen verantwoordelijkheid voor wat er na gebruik met de verpakking gebeurt. De boodschap is: “Hier is je drankje, drink het op, wat je daarna doet met het lege flesje kan ons niets schelen.” Maar zo belanden jaarlijks tot wel 156 miljoen blikjes en 98 miljoen flesjes in het zwerfafval . Het opruimen hiervan laten ze over aan de gemeenten, en aan vrijwilligers die zwerfafval oprapen.

Met de kraan van meer dan 5 000 flesjes en blikjes per minuut wagenwijd open, wekt het eigenlijk weinig verbazing dat er zoveel troep rondslingert. Opruimacties zijn dan wel goed bedoeld. Maar helaas blijven ze meestal dweilen met de kraan open.

Voorkomen is beter dan genezen

Bovendien verzetten Coca-Cola en andere drankenproducenten zich tegen de invoering van statiegeld. Ze doen dit enkel omdat ze hun winstcijfers belangrijker vinden dan de leefomgeving.

Statiegeld is het meest doeltreffende en meest preventieve middel tegen het aandeel van blikjes en flesjes, 40 procent van het zwerfafval. Een nieuwe studie, in opdracht van demissionair staatssecretaris Sharon Dijksma, concludeert dat statiegeld de hoeveelheid zwerfafval decimeert. Noorwegen en Duitsland laten zien dat met statiegeld een indrukwekkende 95 procent van de blikjes en flesjes terugkeert naar de supermarkt. In Nederland zouden daarmee de uitgaven van de gemeenten voor het opruimen van zwerfvuil tot 80 miljoen euro per jaar dalen. Dat is goed nieuws voor de begroting van de gemeenten. En dus goed nieuws voor elke belastingbetaler.

Goede bedoelingen

Daarom hebben we gemengde gevoelens vandaag.

We vinden het geweldig dat mensen in het kader van Keep It Clean Day hun leefomgeving schoner willen maken. Een propere leefomgeving is ook onze missie als milieuorganisatie.

Maar zolang er miljoenen drankverpakkingen worden verkocht die waardeloos zijn als ze leeg zijn, zal er steeds weer troep bijkomen.

Het is dan ook heel jammer dat Coca-Cola Nederland, via haar zetel in de Raad van Toezicht van Nederland Schoon, wel voluit oproept om te dweilen, maar tegelijkertijd samen met andere drankenproducenten (met haar verzet tegen statiegeld) de kraan wijd open houdt .

Coca-Cola Schotland doet het anders

Dat het anders kan, bewijst Coca-Cola Schotland, die begin dit jaar haar verzet tegen statiegeld liet vallen. Dit leidde ertoe dat de Schotse first minister Nicola Sturgeon vorige week aankondigde dat er statiegeld komt in Schotland.

Je mag er zeker van zijn dat er binnenkort minder opruimacties nodig zijn in Schotland. Want flesjes en blikjes staan voor 40 procent van het zwerfafval. Net zoals in Duitsland en Noorwegen, die al jaren statiegeld kennen, zullen er in Schotland geen blikjes of flesjes meer rondslingeren. En dat het hele jaar door. Zo hopen we dat de duizenden vrijwilligers die vandaag op pad zijn, beloond worden met een propere omgeving – het hele jaar door.

Inge Luyten

Project- en campagnecoördinator zwerfafval

Recycling Netwerk

inge.luyten@recyclingnetwerk.org

 

Dit delen:


“Dat is geen goede recycling, maar een overtreding van de afvalwetgeving. Daarom stappen we naar het Openbaar Ministerie”, verklaart Robbert van Duin, voorzitter van Recycling Netwerk.

De zogeheten ‘rubberkorrels’ die op duizenden sportvelden in Nederland werden uitgestrooid zijn eigenlijk snippers van autobanden van enkele millimeters groot. In iedere autoband zit ongeveer 1% zink, bij vrachtwagenbanden zelfs 2%.

“De totale uitloging op al die kunstgrasvelden in Nederland is meer dan 10.000 kilo zink per jaar. Wanneer er een drainagesysteem is aangebracht blijft een deel van het zink in de bovenste lavalaag zitten. Het meeste zink verdwijnt echter naar de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Daarnaast brengen de rubbersnippers ook risico’s voor milieu en gezondheid met zich mee doordat ze bijvoorbeeld verwaaien naar bermen en sloten en door andere milieuschadelijke stoffen die vrijkomen uit het rubber”, legt Robbert van Duin uit.

Verantwoordelijkheid

Volgens Recycling Netwerk zijn in de eerste plaats een aantal bedrijven verantwoordelijk voor deze milieu-overtredingen: de bedrijven die hebben gekozen voor dit soort afvalverwerking en de uitvoerende bedrijven. Zij overtreden de afvalwetgeving én voldoen niet aan hun wettelijke zorgplicht.

“Daarnaast klagen we de terreineigenaren en -beheerders aan voor het tekortschieten bij de aanleg en het beheer van de kunstgrasvelden. En de gemeenten en instanties die belast zijn met controle en handhaving”, zegt de voorzitter van Recycling Netwerk, een coalitie van milieu-organisaties in Nederland en België.

Wetgeving  

De grote emissie van zink zou verboden zijn volgens het Besluit Bodemkwaliteit, maar die wetgeving geldt alleen voor een steenachtig materiaal. “Rubbersnippers zijn uiteraard niet steenachtig. Maar de milieuschade is er niet minder om”, benadrukt Robbert van Duin.

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) is er trouwens al in 2006 door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op gewezen dat zinkconcentraties in oppervlaktewater en grondwater de milieukwaliteitscriteria overschrijden.

Desondanks heeft het ministerie van VROM niet ingegrepen en heeft zij na gepolder met de bandenbranche volstaan met het wijzen op ieders zorgplicht. Vervolgens zijn enkele duizenden kunstgrasvelden aangelegd met gebruik van rubbersnippers op en onder die velden. Daarbij zijn allerlei soorten autobanden gebruikt, op allerlei soorten bodem en met allerlei soorten drainagesystemen, zonder goede controle op aanleg en beheer.

“Tussen de overheid en de bandenindustrie werd hierover flink gepolderd. De regelgeving over afval is daarbij handig uit het zicht gewerkt. Gevolg is nu wel dat er grote hoeveelheden zink en andere schadelijke stoffen in de bodem en het water terechtkomen. Wij noemen dit poldercriminaliteit”, zegt van Duin.

Milieugevolgen autobandenafval op kunstgrasvelden

Het verwerken van oude autobanden tot rubberkorrels voor sportvelden is een schoolvoorbeeld van foute recycling. Het levert geen milieuwinst op, maar juist door de versnippering komen er allerlei schadelijke stoffen sneller in het milieu terecht. Want er is meer dan de zinkuitloging. Die rubbersnippers verspreiden zich ook naar de omgeving: microdeeltjes en nanodeeltjes worden meegenomen door bijvoorbeeld de wind of aan schoenen en kleding.

Ieder jaar moeten de rubbersnippers weer worden aangevuld. Voor heel Nederland wordt alleen al daarvoor jaarlijks meer dan 500.000 kilo autobanden afval op sportvelden gestort. Dat zijn tientallen volle vrachtwagens per jaar. Die rubbersnippers leiden tot ecologische schade rond de velden, komen terecht in het voedsel van dieren. Een deel ervan spoelt uiteindelijk naar zee, en draagt zo bij aan de plastic soep.

“Als milieubeweging willen we milieuwinst, en niet zoveel mogelijk recycling tegen elke prijs. Daarom zetten wij ons in vóór goede recycling, en tegen foute recycling. De bandenindustrie is blij dat ze versnipperde oude banden kan uitstorten op sportvelden, en er nog geld voor krijgt ook. Maar de risico’s van de zinkuitloging voor het milieu zijn groot. Die rubberkorrels op sportvelden, dat is gewoon nog altijd afval. Daarom moeten de overheden het ook als afval behandelen”, besluit Robbert van Duin.

Voorgeschiedenis

Eerder adviseerde professor Jan Tytgat, diensthoofd van de afdeling toxicologie van de KU Leuven (België), gemeenten om “rubberkorrels te vermijden en voor het veilige alternatief te kiezen”. De Amsterdamse voetbalclub Ajax besliste al om de rubberkorrels op zijn kunstgrasvelden te verwijderen. De stad Sint-Truiden en de gemeente Houthalen-Helchteren in Belgisch Limburg verboden het voetballen op de kunstgrasvelden en inmiddels is over bijna 80% van de kunstgrasvelden in Belgisch Limburg besloten om deze zo snel mogelijk ‘rubbervrij’ te maken.

Meer informatie
Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233
+31 640 504 020

 

Lees ook:

  ZEMBLA onthult: Aangifte tegen kunstgrasbranche vanwege korrels

Trouw: Strafklacht om rubberkorrels op sportvelden

NOS: Aangifte om rubberkorrels op sportvelden

Radar: Aangifte om milieuonvriendelijke rubberkorrels op sportvelden

 

Dit delen:

De volgende maanden hebben de politici in ons land dé kans om iets aan de miljardenstroom plastic flessen te doen. Met een statiegeldsysteem wordt de stroom aan PET-flessen helemaal zuiver gereed voor recyclage.

Op onze kleine planeet worden elke minuut een miljoen plastic flessen verkocht. De cijfers die The Guardian op haar voorpagina plaatste, zijn hallucinant. Als je alle flesjes van de laatste twee jaar achter elkaar zou leggen, kom je aan de afstand van de aarde tot de zon, berekende de Britse krant. Het gaat over een megabusiness van welgeteld 480 miljard flesjes per jaar. Schokkend feit: slechts de helft van deze flesjes wordt gerecycleerd.

Onze Noordzee is bedreigd

Ook voor Vlaanderen zijn de cijfers indrukwekkend: elk jaar komen er 1,2 miljard PET-flessen op onze markt. Het jaarlijks gewicht van PET-flessen in Vlaanderen vertegenwoordigt 32.040 ton plastic.

Doordat nauwelijks de helft van die flesjes gerecycleerd worden, komen er jaarlijks tonnen plastic in zee terecht. Daar breekt het plastic af tot kleinere stukjes, microplastics. Vogels, vissen en andere zeedieren slikken die plastic deeltjes in. The Guardian citeert ook de studie van de Universiteit Gent die toont dat mensen die vis en zeevruchten eten, elk jaar 11.000 stukjes microplastic binnenkrijgen. Zoals de ijsbeer wordt bedreigd door de klimaatverandering, zo worden de Noordzee en onze mosselen bedreigd door de plastic soep.

Miljardenbusiness

Om iets aan die microplastics te doen, moeten we naar de plastic drankverpakkingen kijken, zegt het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Het probleem is dat de drankenproducenten grote winsten maakt dankzij hun manier van verpakken. Ze verpakken hun drank in de voor hen goedkoopste verpakking. U betaalt ervoor, drinkt het op. Maar wat er daarna met die miljarden verpakkingen gebeurt, daar trekken de drankenproducenten hun handen af. ‘Single-use’, zeggen ze.

Nog niet zo lang geleden was dat anders. Drank werd toen vooral verkocht in glazen verpakkingen. Die keerden terug naar de drankenproducent, werden gewassen en opnieuw gebruikt. Maar glas weegt zwaarder en neemt meer volume in. Plastic flessen zijn goedkoper voor de producenten en supermarkten. Waardoor die dus massaal op plastic zijn overgestapt.

Schauvliege kan deel van de oplossing zijn

De vervuiling door plastic hangt dus nauw samen met de winsten die de drankenindustrie maakt. Men moet dus niet verwachten dat die industrie het probleem zelf aanpakt. In dergelijke situaties moeten de regeringen ingrijpen om te verhinderen dat we in het plastic verzuipen. Anders zit er binnen 33 jaar meer plastic dan vis in de zee. Het is niet een radicale milieuorganisatie die dat zegt, maar wel de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres.

Die wereldwijde evolutie kunnen we natuurlijk niet op ons eentje uit Vlaanderen stoppen. Maar elke regering en overheid zal wel haar deel moeten doen om de miljardenstroom van plastic onder controle te krijgen. Dus ook onze Vlaamse regering, waarbij minister van Natuur Joke Schauvliege (CD&V) de sleutels in handen heeft.

Foute en goede recyclage

Recyclage is een essentieel deel van de oplossing om de impact op het milieu in te dijken. Maar het moet wel op een slimme manier gebeuren om doeltreffend te zijn.

De drankenproducenten en hun organisatie Fost Plus bazuinen graag uit dat ‘Vlaanderen kampioen recycleren’ zou zijn. Dat is helaas niet zo eenvoudig.

De Vlamingen zijn doorgaans milieubewust. De meeste mensen doen al het mogelijke om afval te sorteren. Ze steken thuis hun plastic flessen in de blauwe zak, en die flessen worden gerecycleerd. Tot zover gaat het goed.

Maar uit de sorteeranalyse van OVAM blijkt dat slechts 2 op 3 flesjes in de blauwe zak terecht komt. 1 op 3 komt in het restafval terecht. En een aanzienlijk deel in openbare vuilbakken of in het milieu. Zo goed is het recyclagesysteem in Vlaanderen nu ook weer niet.

Zuivere grondstof

Het huidige systeem is ook een gemiste kans vanuit economisch oogpunt. Die PET-flessen zijn immers prima grondstof om nieuwe flessen mee te maken. Maar dan moet het wel een zuivere stroom van PET-flessen zijn. Met het huidig systeem van de blauwe zak is dat onvoldoende. In de blauwe zakken zitten namelijk ook drankkartons, en dat doet de waarde van de PET-flessen dalen. Met een statiegeldsysteem, waarbij mensen hun plastic flessen naar de supermarkt kunnen brengen en statiegeld terug krijgen, wordt de stroom aan PET-flessen helemaal zuiver. En helemaal gereed voor recyclage.

In een reactie aan The Guardian beweert Coca-Cola dat er niet genoeg kwaliteitsvolle grondstof is om de PET-flessen voor 100 procent uit recyclagemateriaal te maken. Maar tegelijkertijd vecht Coca-Cola actief tegen statiegeld, dat net die kwaliteitsvolle grondstof zou opleveren. Ze zijn dus zelf de reden van het tekort!
Scandinavië en Duitsland tonen de weg

In Noorwegen en Duitsland voerde de regering een statiegeldsysteem in dat kostenefficiënt, technisch en juridisch solide is. Met een statiegeldsysteem kan de consument lege blikjes en plastic flesjes gewoon teruggeven in de supermarkt. Dan krijgt hij statiegeld terug, zoals bij ons nu al met glazen flesjes gebeurt.

Dit systeem levert de perfect zuivere PET-grondstof op om gerecyclede PET-flessen te maken. En op straat of in de natuur vind je nog nauwelijks een weggegooid blikje of plastic flesje. Dat scheelt ook nog eens de kost van ophalen en opruimen door de gemeente, waar de burger via haar gemeentebelasting uiteindelijk voor betaalt. Het statiegeldsysteem is makkelijk over te nemen in Vlaanderen. De supermarkten en kleine handelszaken hoeven er niets voor te betalen want ze worden vergoed door de producent. De burger krijgt zijn statiegeld terug voor de volle pot.

Alternatieven voor de blauwe zak

Schauvliege bestudeert momenteel terecht alternatieven voor de blauwe zak. Het contract met Fost Plus loopt eind 2018 af. Dit is dus hét moment om nieuwe politieke keuzes te maken. De volgende maanden hebben de politici in ons land de kans om iets aan de miljardenstroom plastic flessen te doen.

Er is een duidelijke oplossing die zowel het beste is voor de circulaire economie als de aanpak van het zwerfvuil. Zorg ervoor dat andere plastics ook welkom zijn in de blauwe zak, die dan de zogenaamde paarse zak wordt, én voer statiegeld in voor flesjes en blikjes. Op deze manier worden meer plastics gerecycleerd, gebeurt dat op de best mogelijke manier en neemt het zwerfvuil af met 40 procent.

Antwerpen en Gent hebben al laten weten dat zo een paarse zak hun voorkeur heeft. Maar Fost Plus, die de proefprojecten uitvoert, negeert de piste van statiegeld. Ze gaan eerder richting een éxtra roze zak, waar de overige plastics in zouden moeten. Maar puur een extra zak gaat niets verhelpen aan de lege flesjes die op straat, strand en natuur komen.

Hopelijk brengen deze miljardencijfers van The Guardian Schauvliege en haar regeringspartners N-VA en Open VLD tot de slimste keuze: plastics, drankkartons en conservenblikken in de paarse zak. En plastic flessen en blikjes via statiegeld terug naar de supermarkt.

Dan wordt de drankindustrie eindelijk mee verantwoordelijk voor de miljoenen wegwerpverpakkingen die het produceert. En waarborgen we een gezonde toekomst voor mosselen en vissen. En zo ook voor onszelf en onze kinderen.

Knack.be publiceerde deze opinie van Recycling Netwerk op 1 juli 2017.

Dit delen: