De oproep van stichting Komvandatgras af en milieuorganisatie Recycling Netwerk komt er na de schokkende Zembla-uitzending van afgelopen woensdag over de vervuilende werking van rubbergranulaat op en onder sportvelden.

 

“We verzoeken politici de verklaring te tekenen, een foto van zichzelf – met de ondertekende verklaring in de hand – op sociale media te plaatsen en 3 van hun collega’s uit te dagen hetzelfde te doen,” legt Sebas Veenstra, voorzitter van Kom van dat gras af uit.

 

“In het jaar dat we nu actief zijn, hebben we reeds veel politici ontmoet die ernstig bezorgd zijn over de toepassing van SBR op en onder kunstgrasvelden. Met deze actie willen we zichtbaar maken dat vele Europese, nationale, provinciale en lokale politici willen strijden tegen het vervuilende rubbergranulaat op onze sportvelden.”

 

De verklaring is kort en krachtig:

Download hier de verklaring (PDF) “#stopSBR In het belang van sporters, kinderen, het milieu en de volksgezondheid verklaren wij ons in te zetten tegen de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden met SBR rubbergranulaat en vóór de uitfasering van bestaande kunstgrasvelden met deze infill.”

Deze mensen ondertekenden de verklaring al:

#StopSBR Tweets

 

Komvandatgrasaf is een community van en voor- verontruste ouders van kinderen die sporten op met SBR rubbergranulaat ingestrooid kunstgras. Recycling Netwerk is een milieuorganisatie die zich inzet voor een beter milieu door goede zorg voor afval en grondstoffen. “Met deze actie willen we gezamenlijk tonen dat veel mensen willen opkomen voor de gezondheid en het milieu. Politici, die zich dus verzetten tegen deze vervuilende afvalpraktijk,” aldus de beide organisaties.

 

In september deed Recycling Netwerk aangifte bij het Openbaar Ministerie met de bedoeling een einde te maken aan het storten van rubberbandenafval op en onder kunstgrasvelden.

Komvandatgrasaf onderzoekt en verzamelt informatie over SBR rubbergranulaat en ondersteunt hiermee actief ouders, clubvoorzitters en politici teneinde gefundeerd in dialoog te kunnen treden met beleidsmakers met successen in Leeuwarden, Emmen, Heiloo, Valkenswaard, Deventer en Geldrop-Mierlo. Het RIVM erkende in maart 2017 aan een van deze ouders dat hun in december 2016 gepresenteerde rapport niet volledig genoeg is om alle gezondheidsrisico’s door SBR uit te sluiten en dat meer onderzoek – met name naar hormoonverstorende stoffen en immuunziekten – noodzakelijk is.

Dit delen:

Het onderzoek dat het RIVM en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nu gaan doen moet voldoende representatief en vertrouwenwekkend zijn, zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk naar aanleiding van de Zembla-reportage woensdagavond.

“Om van een grondig en representatief onderzoek te kunnen spreken, zal het wel aan de nodige voorwaarden moeten voldoen. Niet weer van die onderzoekjes naar vier of vijf van de duizenden kunstgrasvelden, zoals die zijn opgeleverd door de autobandenbranche. Nodig is  een breed onderzoek, dat bijvoorbeeld ook rekening houdt met de grote verscheidenheid aan rubberkorrels, sportvelden en ondergrond”, benadrukt Robbert van Duin, voorzitter van milieuorganisatie Recycling Netwerk.

Voor Recycling Netwerk moet dit onderzoek de milieugevolgen kwantificeren met daarbij de  bandbreedte die het gevolg is van allerlei verschillen bij het gebruik van het bandenafval.

Daarbij zijn vooral de volgende factoren van belang:

⦁ De verschillen in soorten versnipperde autobanden. Het gaat om snippers en korrels van verschillende grootte, van zowel auto- als vrachtwagenbanden, van verschillende merken, uit verschillende landen en dus met een verschillende samenstelling.

⦁ De types kunstgrasvelden. Het gaat niet alleen om officiële voetbalvelden, maar ook om honderden trainingsvelden, trapveldjes, hockeyvelden, korfbalvelden, rugbyvelden, etc.

⦁ De verschillende manieren van aanleg. Het gaat om rubbersnippers op velden met een drainagelaag, maar ook om korrels in die laag en om situaties zonder drainagelaag.

⦁ De wijze van afwatering: op het riool of op sloten of ander oppervlaktewater.

⦁ De diversiteit in bodemtypes.

Het onderzoek moet zich richten op emissies van zware metalen zoals zink, maar ook op minerale oliën, de uitstoot van poly aromatische koolwaterstoffen (PAKs), octylphenol en andere organische stoffen.

“Daartoe moeten niet alleen de bodem en de bermen, maar ook het grondwater, het oppervlaktewater en het slib geanalyseerd worden. Het volstaat dus niet om enkele drainageputjes te analyseren nadat ze zijn schoongespoeld door een regenbui”, zegt Robbert van Duin: “En om representatief te zijn, moet het dus een grootschalig onderzoek worden van waarschijnlijk honderden terreinen. Want het ene kunstgrasveld is het andere niet”, analyseert van Duin.

Ten slotte moet het RIVM ook de aantasting van de biodiversiteit door het omschakelen van echt gras naar kunstgras in rekening nemen. “Laten we niet vergeten dat in een stad de sportvelden, na de parken, de grootste groene oppervlakte vormen. Het overschakelen naar kunstgras heeft dus sowieso een impact op de natuur en de biodiversiteit in de steden”, besluit de voorzitter van Recycling Netwerk.

Meer informatie:

 

Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233

+31 6 40 50 40 20

Dit delen:

Herbekijk hier de volledige uitzending van Zembla.

 

Hier vindt u meer info over een onderdeel van het programma, namelijk de aangifte die milieuorganisatie Recycling Netwerk bij het Openbaar Ministerie deed om deze milieuvervuiling te stoppen.

Het gaat om grootschalige milieu-overtredingen met autobandenafval, stelt Recycling Netwerk in de aangifte die aan bod komt in de reportage van Zembla. “Het bedekken van duizenden sportvelden met  vele miljoenen kilo’s versnipperde autobanden leidt tot uitloging van grote hoeveelheden zink en diverse andere milieurisico’s. Dat is geen goede recycling, maar hele foute recycling, en een overtreding van de afvalwetgeving. Daarom stappen we naar het Openbaar Ministerie”, verklaart Robbert van Duin, voorzitter van Recycling Netwerk, in de uitzending van Zembla.

De zogeheten ‘rubberkorrels’ die op duizenden sportvelden in Nederland werden uitgestrooid zijn eigenlijk snippers van autobanden, van enkele millimeters groot. In iedere autoband zit ongeveer 1% zink, bij vrachtwagenbanden zelfs 2%.

“De totale uitloging op al die kunstgrasvelden in Nederland is meer dan 10.000 kilo zink per jaar. Wanneer er een drainagesysteem is aangebracht blijft een deel van het zink in de bovenste lavalaag zitten. Het meeste zink verdwijnt echter naar de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Daarnaast brengen de rubbersnippers ook risico’s voor milieu en gezondheid met zich mee doordat ze bijvoorbeeld verwaaien naar bermen en sloten en door andere milieuschadelijke stoffen die vrijkomen uit het rubber”, legt Robbert van Duin uit.

 

Verantwoordelijkheid

Volgens Recycling Netwerk zijn in de eerste plaats een aantal bedrijven verantwoordelijk voor deze milieu-overtredingen: de bedrijven die hebben gekozen voor dit soort afvalverwerking en de uitvoerende bedrijven. Zij overtreden de afvalwetgeving én voldoen niet aan hun wettelijke zorgplicht.

“Daarnaast klagen we de terreineigenaren en -beheerders aan voor het tekortschieten bij de aanleg en het beheer van de kunstgrasvelden. En de gemeenten en instanties die belast zijn met controle en handhaving”, zegt de voorzitter van Recycling Netwerk, een coalitie van milieu-organisaties in Nederland en België, in de reportage van Zembla

Videofragment van Zembla:

Wetgeving

De grote emissie van zink zou verboden zijn volgens het Besluit Bodemkwaliteit, maar die wetgeving geldt alleen voor een steenachtig materiaal. Rubbersnippers zijn uiteraard niet steenachtig. Maar de milieuschade is er niet minder om.

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) is er trouwens al in 2006 door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op gewezen dat zinkconcentraties in oppervlaktewater en grondwater de milieukwaliteitscriteria overschrijden.

Desondanks heeft het ministerie van VROM niet ingegrepen. Zij  heeft na gepolder met de bandenbranche volstaan met het wijzen op ieders zorgplicht. Vervolgens zijn enkele duizenden kunstgrasvelden aangelegd met gebruik van rubbersnippers op en onder die velden. Daarbij zijn allerlei soorten autobanden gebruikt, op allerlei soorten bodems en met allerlei soorten drainagesystemen, zonder goede controle op aanleg en beheer.

“Tussen de overheid en de bandenindustrie werd hierover flink gepolderd. De regelgeving over afval is daarbij handig uit het zicht gewerkt. Gevolg is nu wel dat er grote hoeveelheden zink en andere schadelijke stoffen in de bodem en het water terechtkomen. Wij noemen dit poldercriminaliteit”, zegt van Duin.

 

Milieugevolgen autobandenafval op kunstgrasvelden

Het verwerken van oude autobanden tot rubberkorrels voor sportvelden is een schoolvoorbeeld van foute recycling. Het levert geen milieuwinst op, maar juist door de versnippering komen er allerlei schadelijke stoffen sneller in het milieu terecht. Want er is meer dan de zinkuitloging. Die rubbersnippers verspreiden zich ook naar de omgeving: microdeeltjes en nanodeeltjes worden meegenomen door bijvoorbeeld de wind of aan schoenen en kleding.

Videofragment van Zembla:

Ieder jaar moeten de rubbersnippers weer worden aangevuld. Voor heel Nederland wordt alleen al daarvoor jaarlijks meer dan 500.000 kilo autobanden afval op sportvelden gestort. Dat zijn tientallen volle vrachtwagens per jaar. Die rubbersnippers leiden tot ecologische schade rond de velden, komen terecht in het voedsel van dieren. Een deel ervan spoelt uiteindelijk naar zee, en draagt zo bij aan de plastic soep.

“Als milieubeweging willen we milieuwinst, en niet zoveel mogelijk recycling tegen elke prijs. Daarom zetten wij ons in vóór goede recycling, en tegen foute recycling. De bandenindustrie is blij dat ze versnipperde oude banden kan uitstorten op sportvelden, en er nog geld voor krijgt ook. Maar de risico’s van de zinkuitloging voor het milieu zijn groot. Die rubberkorrels op sportvelden, dat is gewoon nog altijd afval. Daarom moeten de overheden het ook als afval behandelen. Het doel van onze juridische aangifte is bereikt als deze milieuvervuilende praktijk wordt stopgezet”, besluit Robbert van Duin.

 

Videofragment van Zembla:

Meer informatie:

Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233

 

Voorgeschiedenis

In oktober 2016 richtte Recycling Netwerk een brief aan het ILT over de rubberkorrels op sportvelden.

Professor Jan Tytgat, diensthoofd van de afdeling toxicologie van de KU Leuven (België), gemeenten om “rubberkorrels te vermijden en voor het veilige alternatief te kiezen”. De Amsterdamse voetbalclub Ajax besliste al om de rubberkorrels op zijn kunstgrasvelden te verwijderen. De stad Sint-Truiden en de gemeente Houthalen-Helchteren in Belgisch Limburg verboden het voetballen op de kunstgrasvelden en inmiddels is over bijna 80% van de kunstgrasvelden in Belgisch Limburg besloten om deze zo snel mogelijk ‘rubbervrij’ te maken.

Zie ook: Zembla: Tijdlijn kunstgras: Wat gebeurde er sinds de eerste uitzending?  

 

 

Update: Naar aanleiding van de Zembla-uitzending komt er een debat in het Europees Parlement over de risico’s van rubberkorrels op en onder kunstgras.

Dit delen:

Serieus werk maken van de gewenste omzetting van de huidige lineaire economie naar een circulaire economie vergt forse inspanningen van onze overheid. Maar Recycling Netwerk kan geen enkele hoop putten uit de maatregelen die zijn aangekondigd in het zogenaamd groene regeerakkoord.

Robbert van Duin, voorzitter van Recycling Netwerk: “Het regeerakkoord maakt zich er vanaf met een paar puntjes in de paragraaf ‘Nederland wordt duurzaam’. Circulaire economie is bewaard tot de twee aller-aller-laatste puntjes van in totaal 136 punten in de duurzaamheidsparagraaf. En daar staat weinig om vrolijk van te worden: De bestaande afspraken worden nagekomen, maar de aandacht gaat vooral uit naar communicatie en zogenaamde ‘knelpunten’ bij de bestaande regelgeving.”

Verder constateert Recycling Netwerk dat het regeerakkoord ook op het gebied van afval en recycling weinig tot niets aan vernieuwing brengt. Robbert van Duin: “Wat betreft afval lezen we alleen wat over hogere belasting op verbranden en storten. De aanpak van zuiveringsslib en biomassa-energiecentrales rechtvaardigen dat. Iedere Nederlander gaat drie euro per jaar meer betalen.”

Tot slot vindt Recycling Netwerk het bedroevend dat bij de toedeling van de 49% reductieopgave voor CO2 (in 2030) wel 1 Mton wordt ingeboekt aan recycling in het domein Industrie, maar dat volledig is voorbijgegaan aan de winst die kan worden geboekt in het domein “Consumenten”.

Robbert van Duin: “In onze ‘Saving Materials’-studie berekende het Copernicus instituut van de Universiteit Utrecht dat er alleen al door de recycling van consumptie-afval twee keer zoveel kan worden gereduceerd. Dan hebben we het nog niet eens over de reducties die mogelijk zijn door veranderingen in de consumptie zelf. En verder had in de slotparagraaf over leefomgeving natuurlijk ook iets horen te staan over de aanpak van zwerfafval, statiegeld, en de plastic soep.”

Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233

+31 6 40 50 40 20

Dit delen:

Dat zegt Rob Buurman van Recycling Netwerk woensdag in reactie op de onthulling in De Standaard dat de vervuilende verpakkingsindustrie de salarissen financiert van de OVAM-ambtenaren die toezien op het zwerfvuilbeleid en de monitoring van het zwerfvuil.

Rob Buurman: “De OVAM-ambtenaren moeten volledig onafhankelijk kunnen werken. Daarom moet de Vlaamse regering en milieuminister Joke Schauvliege (CD&V) onmiddellijk die invloed van de vervuilende drank- en verpakkingsindustrie weren uit OVAM. Zowel financieel als operationeel.”

Om het milieu schoner te krijgen, moet het beleid zich baseren op cijfers die de realiteit weergeven. De drank- en verpakkingsindustrie heeft er uiteraard alle belang bij om de stijging van het zwerfvuil te minimaliseren. Daarom is het niet gezond dat de industrie de financierder is van de afdeling van OVAM die de cijfers over zwerfvuil registreert. De ambtenaren die het zwerfvuil monitoren moeten hun werk in volledige onafhankelijkheid kunnen doen. De Vlaamse overheid moet dan ook als enige instaan voor hun loon.

Een studie van OVAM lekte in april al uit. Maar OVAM heeft ze vandaag nog steeds niet gepubliceerd. Die studie was op 20 maart 2017 afgerond, maar is nooit openbaar gemaakt. De studie heeft duidelijk een sterke beleidscomponent: het is de maatstaf op basis waarvan de doelstelling van minister Joke Schauvliege (CD&V) en de OVAM van 20% minder zwerfafval in 2022 is gebaseerd. Die doelstelling geldt ten opzichte van de getallen uit de studie van 2015.

De studie toonde echter dat het zwerfvuil in Vlaanderen in stijgende lijn gaat. De hoeveelheid zwerfvuil is met 40% toegenomen, blijkt uit de evaluatie over 2015 tegenover 2013. Dat terwijl de hoeveelheid zwerfvuil voor de regering moet dalen met 20% tegen 2022. Ook de kosten van het zwerfvuil stegen, van 61 miljoen naar 103 miljoen euro tussen 2013 en 2015.

“Die cijfers zouden de regering ertoe kunnen aanzetten om in te grijpen met een meer performante aanpak, via statiegeld bijvoorbeeld. Daarom heeft de industrie er alle belang bij dat deze studie niet officieel wordt”, merkt Rob Buurman op.

 

Debat in het Vlaams parlement

Bekijk hier het debat dat het Vlaams parlement op 4 oktober 2017 voerde over de financiering van Mooimakers.

 

 

 

Achtergrondinfo

Wie doet de monitoring van zwerfafval?

De monitoring van de evolutie van het zwerfafval gebeurt door Vlaanderen Mooi, ook bekend als Mooimakers. Mooimakers is het Vlaamse initiatief tegen zwerfvuil en sluikstort. Het is een samenwerking van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), de bedrijven die verpakte producten op de Belgische markt brengen verenigd in Fost Plus, en de VVSG. (bron: http://mooimakers.be/over-mooimakers). Op die manier is Mooimakers het samenwerkingsverband van bedrijven (in Fost Plus) en overheid (OVAM).

 

Door wie wordt Vlaanderen Mooi/Mooimakers betaald?

Het totale budget over twee jaar, is 19,2 miljoen euro over twee jaar (screenshot van begroting).

Dat stemt dus perfect overeen met de bijdrage van de industrie van 9,6 miljoen per jaar, zoals die werd afgesproken: Het verpakkende bedrijfsleven, vertegenwoordigd door Fost Plus, stelt jaarlijks 9,6 miljoen euro ter beschikking.

Mooimakers wordt dus volledig betaald door Fost Plus (en dus in feite door de bijdrage van het bedrijfsleven, oftewel Coca-Cola, Spa, Colruyt, etc). De financiering is dus niet voor een deel industrie en een deel overheid. Dat wil dus zeggen dat ook het personeel, de ambtenaren die bij Mooimakers werken, worden betaald door geld dat van de industrie komt! Bij punt 7 staat immers de kostenpost personeel. Bij Mooimakers werken 2 mensen van Fost Plus, 1 van VVSG en 7 ambtenaren. Het aangegeven budget is voor alle 10 mensen.

 

Meer info:

Rob Buurman

Directeur Recycling Netwerk

+31 6 16401040

rob.buurman@recyclingnetwerk.org

 

Lees ook de artikels van De Standaard “De vervuiler betaalt … acht ‘mooimakers’” (paywall) en Metro “Industrie kan monitoring zwerfvuil door OVAM niet mee financieren”

Lees ook het verslag van het debat in het Vlaams parlement over het dossier.

Dit delen:

Aldi-winkels in Nederland stoppen met verkoop eenmalige draagtassen


10 augustus 2017 – “Dit is goed nieuws voor het milieu, want de wegwerp-draagtassen van plastic komen al te vaak als zwerfvuil in natuur en zee terecht”, reageert Rob Buurman van milieuorganisatie Recycling Netwerk donderdag op de beslissing van Aldi om in haar Nederlandse winkels geen wegwerp-draagtassen meer aan te bieden. “We hopen dat de andere supermarkten en winkels in Nederland en België deze positieve tendens snel zullen volgen”.

“Het is wel belangrijk dat de eenmalige plastic tassen niet worden vervangen door een papieren variant. In Nederland betaal je nu enkel voor plastic tassen waardoor veel winkels zijn overgestapt op papier. We moeten overschakelen op tassen die bedoeld zijn om meer dan honderd keer gebruikt te worden en bijvoorbeeld van linnen of gerecyclede plastics gemaakt zijn”, legt Buurman uit.

Op dit moment worden er jaarlijks 100 miljard tassen gebruikt in Europa. “Het probleem is dat plastic tassen in de natuur en uiteindelijk in zeeën en oceanen belanden. Daar vormen ze een gevaar voor vissen en andere zeedieren die erin verstrikt raken. En als het plastic afbreekt tot kleinere stukjes, microplastics, kunnen ze in onze voedselketen terecht komen”, aldus directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.

 

Dit delen: