Rubbergranulaat

De bodem onder veel kunstgrasvelden raakt sterk vervuild. In waarschijnlijk tientallen gevallen zijn inmiddels de normen overschreden van het Besluit Bodemkwaliteit. De oorzaak is het uitlogen van onder meer zware metalen als zink en minerale oliën uit de vermalen voertuigbanden die gebruikt worden als instrooirubber.

Het verwerken van oude autobanden tot rubberkorrels voor sportvelden is een schoolvoorbeeld van foute recycling. Het levert geen milieuwinst op, maar juist door de versnippering komen er allerlei schadelijke stoffen sneller in het milieu terecht en leiden daardoor tot ecologische schade rondom het veld. Naast grote hoeveelheden zink, die in bodem, grond- en oppervlaktewater verdwijnen, verspreidt het rubbergranulaat zich naar de omgeving: dieren eten ze op, micro- en nanodeeltjes blijven aan kleding en schoenen plakken of worden door de wind meegenomen, komen in de bodem en het oppervlaktewater terecht en spoelen uiteindelijk naar zee, waar ze bijdragen aan de plastic soep.

Aangezien het granulaat gemaakt wordt enkel door oude voertuigbanden te versnipperen, en er geen andere technieken worden toegepast om Zeer Zorgwekkende Stoffen en zware metalen uit het materiaal te onttrekken, betwist Recycling Netwerk dat met SBR rubbergranulaat hoogwaardige recycling wordt gerealiseerd. De milieu-impact van de uitloging van deze stoffen is immers groot. Verdient SBR-rubbergranulaat de einde-afvalstatus en mag het dus op de markt gebracht worden? Of is hier sprake is van grootschalige, verkapte afvalstort op circa 2000 Nederlandse kunstgrasvelden?

Recycling Netwerk wil meer aandacht voor de kwaliteit van recycling en schreef in november 2016 de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan met het verzoek te handhaven. Na een onbevredigend onderbouwd antwoord van de milieu-inspectie en een bezwaar daarop van Recycling Netwerk, is in september 2017 besloten bij het Openbaar Ministerie aangifte te doen van grootschalige milieu-overtredingen met autobanden-afval.

In oktober heeft het Nederlandse onderzoeksprogramma Zembla Recycling Netwerk-voorzitter Robbert van Duin geïnterviewd over deze aangifte, in de reportage Tot op de bodem. De verantwoordelijkheid voor de milieuschade door rubbergranulaat ligt niet bij één partij, maar bij de hele keten van producenten tot installateurs, van gemeenten en instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving tot terreineigenaren en -beheerders.

Naar aanleiding van deze reportage hebben kamerleden Diertens en van Eijs eind november parlementaire vragen gesteld over de toepassing van rubbergranulaat en het gegeven dat de Waterschappen de emissies van gevaarlijke stoffen uit SBR naar grond- en oppervlaktewater nooit hebben gemonitord. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven zegt daarop toe het RIVM de opdracht te verstrekken om de milieueffecten door de verspreiding van SBR rubbergranulaat naar de omgeving in beeld te brengen. Hiervoor verrichten RIVM en Stichting Toegepast Wateronderzoek (STOWA) gezamenlijk onderzoek naar aangetroffen waarden van metalen, waaronder zink, minerale olie, benzothiazolen en PAK’s in de bermen om de kunstgrasvelden heen, de waterbodem van de omliggende sloten, het drainage-, grond- en oppervlaktewater. In december ontvangt Recycling Netwerk de uitnodiging om zitting te nemen in de maatschappelijke klankbordgroep van dit RIVM-STOWA onderzoek dat in februari 2018 aanvangt en waarvan de publicatie naar verwachting in juli volgt.

Recente artikels over rubbergranulaat

 

Fragment Zembla 11 oktober 2017