Batterijen

Beleid

Doelstellingen van het afvalbeleid voor batterijen zijn in de afgelopen twintig jaar aanzienlijk afgezwakt. Het “Implementatieplan Batterijen” (uit 1992) had tot taak om de gescheiden inzameling van batterijen op te voeren van een geschatte 40% naar 100% in het jaar 2000. In een zogenaamd ‘eventualiteitenplan’ werd hierbij aangekondigd dat ook een wettelijke regeling (AMvB) werd voorbereid: er zou een verplicht retourpremie of statiegeldsysteem worden ingevoerd tenzij “in de operationaliseringsfase van het implementatieplan blijkt dat de doelstelling op een andere manier gerealiseerd kan worden”.
Het is anders gelopen: de doelstelling ging bij het oud vuil en de AMvB kwam er ook niet. In 2012 kwam er uiteindelijk een wettelijke regeling die verplichtte tot gescheiden inzameling van ten minste 25% van alle verkochte draagbare batterijen (berekend met gemiddelde verkoopcijfers van 3 jaar). In 2016 wordt dit percentage verhoogd naar 45%. Ook het streven naar afvalpreventie heeft niet tot resultaten geleid, ondanks de grote mogelijkheden van oplaadbare batterijen. In 1992 werd uitgegaan van een jaarafzet van 100 miljoen stuks. In 2011 blijken er meer dan 390 miljoen batterijen te zijn verkocht.

Mening Recycling Netwerk

  1. Jubelverhalen over de succesrijke inzameling en recycling van batterijen zijn niet terecht.
  2. Het aantal batterijen dat jaarlijks wordt verkocht groeit zo snel dat vastgesteld moet worden dat het beleid gericht op afvalpreventie niet werkt. Meermalig gebruik van (goede) oplaadbare batterijen moet meer worden gestimuleerd.
  3. Na 20 jaar afvalbeleid voor batterijen is het inzamelpercentage onaanvaardbaar laag. De afgelopen 10 jaar werden er zelfs steeds meer batterijen niet gescheiden ingezameld en gerecycled.
  4. Cijfers over de inzamel- en recyclingresultaten zijn nog niet voldoende transparant.
  5. Invoering van een retourpremie of statiegeld op batterijen is gewenst.

Acht veelgestelde vragen

  1. Groeit de verkoop van batterijen echt zo hard?
  2. Er worden toch steeds meer oplaadbare batterijen verkocht?
  3. Welk deel van de afgedankte batterijen wordt gescheiden ingezameld en gerecycled?
  4. Is het waar dat de meeste batterijen uiteindelijk worden gerecycled?
  5. Wat deugt er niet aan de monitoringcijfers van STIBAT?
  6. Wat doet de overheid eigenlijk aan de duurzaamheid van batterijen?
  7. Wie is verantwoordelijk voor de milieuschade door afgedankte batterijen?
  8. Is dat geen wild idee: statiegeld op batterijen?

 

1. Groeit de verkoop van batterijen echt zo hard ?

Ja, de verkoop van batterijen is de afgelopen 20 jaar zeer sterk toegenomen. Twintig jaar geleden werden er iets meer dan 100 miljoen batterijen per jaar verkocht. Tien jaar later was dat meer dan verdubbeld (224 miljoen stuks in 2002). Onder invloed van de crisis is de groei de afgelopen jaren wel verminderd, maar toch bleek de verkoop van batterijen het afgelopen jaar te zijn gestegen tot rond de 400 miljoen stuks; een verdubbeling ten opzichte van het jaar 2000.[1][2]

batterijenverkocht

2. Er worden toch steeds meer oplaadbare batterijen verkocht ?

Dat valt erg tegen. In aantallen worden er wel meer oplaadbare batterijen verkocht, maar het aandeel oplaadbare batterijen stijgt nauwelijks. Twintig jaar geleden was het aandeel van oplaadbare batterijen zo’n 6,5%.[1] Tien jaar geleden was het aandeel oplaadbaar gestegen tot ongeveer 10%. Het laatst door Stibat gerapporteerde aandeel is 12% (voor 2007).[2] Geschat wordt dat het aandeel oplaadbare batterijen sindsdien gestegen is tot thans rond de 15%.

oplaadbarebatterijen

3. Welk deel van de afgedankte batterijen wordt gescheiden ingezameld en gerecycled ?

Opgegeven wordt dat 42% van de verkochte batterijen gescheiden is ingezameld. Dat is tenminste het inzamelpercentage dat voor de jaren 2010 en 2011 door producentenorganisatie STIBAT werd berekend op de door de EU voorgeschreven wijze. Na aftrek van 2% sorteerverlies komt het recyclingpercentage dan op ca. 40%. Op basis van dezelfde bron, het STIBAT jaarverslag, kan het recyclingpercentage echter ook anders worden berekend. In 2010 werd van de in totaal 10.328 ton verkochte draagbare en industriële batterijen (pag. 19) na sortering slechts 3.348 ton aangeboden aan de recyclingbedrijven (pag. 13). Dat leidt tot een recyclingpercentage van (3.348/10.328 =) slechts 32%.[2]

4. Is het waar dat de meeste batterijen uiteindelijk worden gerecycled ?

Nee, de meeste batterijen worden niet gerecycled. Van de verkochte batterijen wordt jaarlijks slechts 42% gescheiden ingezameld voor recycling. Na sortering wordt dit nog minder.[2] Wij berekenden een aandeel van 32% (zie hierboven). Hierbij moet worden bedacht, dat ook dit cijfer nog een geflatteerd beeld geeft, doordat het niet berekend is op basis van het aantal stuks. Het gaat om 32 gewichtsprocent, waarbij wij de indruk hebben dat de zwaardere batterijen hierin een relatief groot aandeel hebben. Het aantal batterijen dat wordt gerecycled is dan minder dan 30%.

5. Wat deugt er niet aan de monitoringcijfers van STIBAT ?

Producentenorganisatie STIBAT schermt met een inzamelpercentage van 85%, waarbij zij de ingezamelde hoeveelheid deelt op een door hen ingeschatte hoeveelheid ‘afgedankte batterijen’. STIBAT motiveert dit door te wijzen op de grote hoeveelheid batterijen die bij de mensen thuis zou blijven liggen (zonder te worden afgedankt).[2] Naar onze mening is dat kul: De afgelopen tien jaar is bijna 50 miljoen kilo batterijen niet gescheiden ingezameld (van de 78 miljoen kilo die werd verkocht). Dat gaat dan om ruim 2 miljard batterijen, waarvan volgens STIBAT bijna 90% niet zou zijn afgedankt. Wanneer we de redenering van Stibat volgen zouden er in een gemiddeld huishouden nog meer dan 250 batterijen liggen te wachten op afdanking. Dat is zeer ongeloofwaardig. In de praktijk verdwijnen batterijen in allerlei afvalstromen: in het huishoudelijk restafval, in afgedankte apparaten, in afval van kantoren, winkels en andere bedrijven, etc. Alleen al uit de sorteeranalyses van het huishoudelijk restafval blijkt dat er veel meer batterijen worden weggegooid dan STIBAT aanneemt.[3]

6. Wat doet de overheid eigenlijk aan de duurzaamheid van batterijen ?

De overheid verricht minimale inspanningen om het gebruik van batterijen te verduurzamen. De doelstelling in 2012 was om 25% van de batterijen gescheiden in te zamelen. Dit is natuurlijk een zeer laag percentage. In 2016 moet Nederland echter voldoen aan de Europese doelstelling: 45% inzameling. Dat gaat nog lastig worden! De overheid vertrouwt al meer dan twintig jaar op de vrijwillige aanpak van producenten verenigd in de STIBAT. Die wordt ondersteund met beleid dat winkels verplicht om de batterijen die ze verkopen ook weer in te nemen. Ook is het sinds 2009 verplicht om, naast consumentenbatterijen, ook industriële batterijen in te nemen zoals batterijen van elektrische fietsen en scooters.[4] Het is niet waarschijnlijk dat de verder vrijblijvende aanpak in 2016 het benodigde resultaat gaat opleveren zonder de invoering van een retourpremie of statiegeld.

Uit milieu-oogpunt is het verder veel beter om te voorkomen dat er zoveel batterijen worden afgedankt. Inzameling van een klein deel van de batterijen mag geen vrijbrief zijn om ongestoord door te gaan met het verkopen van wegwerpbatterijen. De overheid zou veel meer moeten aansturen op de verkoop van oplaadbare batterijen. Al met al laat de overheid veel te veel over aan STIBAT en oefent zij zelf te weinig invloed uit op het verduurzamen van batterijen.

7. Wie is verantwoordelijk voor de milieuschade door afgedankte batterijen ?

Om afvalproblemen te voorkomen en milieuschade te beperken is de inzet nodig van burgers, overheid en bedrijven. Zeker óók de fabrikanten en importeurs van batterijen zijn verantwoordelijk voor batterijen die afgedankt worden. Dit  verantwoordelijkheids-beginsel werd al in 1990 neergelegd in een brief van de Minister van Milieu aan de Tweede Kamer en later werd de zogenaamde “producentenverantwoordelijkheid” één van de hoekstenen van het Europese afvalstoffenbeleid.[5]

Uiteraard zijn consumenten verantwoordelijk voor hun weggooigedrag. Helaas heeft men vaak weinig besef van de milieugevolgen wanneer de batterijen in het restafval of op straat worden weggegooid. Restafval wordt meestal verbrand en verbranden van batterijen is slecht voor het milieu. Ook kunnen batterijen die in het zwerfafval terecht gekomen zijn gaan lekken en daardoor schade veroorzaken. Gegeven hun (mede)verantwoordelijkheid zouden overheid en bedrijfsleven moeten zorgen voor de benodigde informatie én voor een gemakkelijk, motiverend en goed functionerend inzamelsysteem. Daarbij is het alleen maar logisch om een retourpremie of statiegeldsysteem in te voeren.

8. Is dat geen wild idee: statiegeld op batterijen ?

Statiegeld op producten of verpakkingen maakt dat die dingen geld waard zijn en consumenten eerder geneigd zijn ze in te leveren. In de praktijk zorgt dat ervoor dat statiegeldsystemen zeer hoge inzamelpercentages opleveren: de respons is meestal meer dan 80%.

Al ruim twintig jaar geleden werd door de Minister van Milieu het voornemen bekend gemaakt om zowel voor eenmalige als voor oplaadbare batterijen een retourpremie-systeem te introduceren. Daarbij werd verwezen naar het lage inzamelpercentage van toen 40% (!) dat moest worden opgevoerd richting 100% en “De minister ziet zijn beleidsvoornemen gesteund door een motie van de leden van de Tweede Kamer d.d. 13 september 1990, nr 21.137/38 , waarin werd verzocht om statiegeldregelingen om bepaalde afvalstoffen uit de afvalstroom te houden …” (Implementatieplan Batterijen; pag. 31).[1]

Statiegeld op batterijen is dus geen wild idee, maar een oud idee, dat heel effectief zal zijn om de blijvend lage inzamelrespons van batterijen écht te verhogen naar het gewenste niveau.

Bronnen bij deze pagina

Download hier de PDF-versie van deze notitie