Op woensdag 14 februari, Valentijn, stappen buurtbewoners in een tiental Nederlandse gemeenten naar hun lokale AH-supermarkt met een Valentijnskaart en AH-flesje of blikje dat ze in het zwerfafval hebben gevonden. Zo vragen ze de supermarktketen vriendelijk om zich vóór statiegeld uit te spreken.

#ValentHeijn Tweets

Albert Heijn is één van de partijen die nu nog het hardste lobbyt tegen de uitbreiding van statiegeld tot alle plastic flessen en blikjes. Deze actie, die ook op sociale media loopt met hashtag #ValentHeijn, stimuleert de Albert Heijn-keten om het voorbeeld van supermarkt Ekoplaza te volgen. Ekoplaza sprak zich als eerste supermarktketen uit vóór statiegeld als middel om zwerfafval te bestrijden.

De Tweede Kamer houdt op 15 maart een Algemeen Overleg over circulaire economie en meer bepaald statiegeld. De “warme hartewens” van de actievoerders is dat Albert Heijn voor die tijd laat weten met statiegeld akkoord te gaan. Om het met de woorden van de Valentijnskaart te zeggen : “Lieve Albert, wil jij mijn ValentHeijn zijn? Draag dan statiegeld ook een warm hart toe”.

De ValentHeijn-actie is deel van de succesvolle Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Mensen sturen flesjes en blikjes, die ze op straat of in de natuur vinden, terug naar de fabrikant met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen. Dit gebeurt op social media met hashtag #BackToSender. Daarnaast sturen vele mensen de drankverpakkingen ook daadwerkelijk per post, naar de gratis antwoordnummers van de fabrikanten.

Plastic flesjes en blikjes maken maar liefst 40% uit van het volume van het zwerfafval. Uit een peiling van Radar blijkt dat 74 procent van de Nederlanders positief is over de uitbreiding van het statiegeldsysteem naar kleine flesjes en blikjes. Onderzoek van CE Delft op toont aan dat met statiegeld het volume van blikjes en flesjes in het zwerfvuil met 70 tot 90 procent zal dalen. Het Verenigd Koninkrijk staat op het punt statiegeld in te voeren en ook de Franse regering denkt eraan.

Dit delen:

Recycling Netwerk maakt zich zorgen over een aantal dreigende tekortkomingen. De milieuorganisatie heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgeroepen het nieuwe RIVM-onderzoek op een aantal cruciale punten niet in te perken.

“Het is goed dat het Ministerie van I&W heeft besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar de milieusituatie rond deze kunstgrasvelden. Wij onderschrijven het belang van een snelle oplevering van onderzoeksresultaten. Maar we plaatsen wel kanttekeningen bij dit onderzoek van slechts 10 van de ruim 2.000 kunstgrasvelden. Het gaat er onder meer om welke sportvelden en welke emissies worden onderzocht”, zegt Robbert van Duin van Recycling Netwerk.

Selectie

In een uitgebreide brief aan het Ministerie van I&W noemt Recycling Netwerk diverse punten die meer of betere aandacht behoeven. De onderzoeksresultaten worden sterk bepaald door de selectie van de sportvelden die zullen worden onderzocht.

Bij die selectie moet volgens Recycling Netwerk goed rekening worden gehouden met de grote verschillen die er zijn tussen de verschillende locaties. Het gaat daarbij zowel om verschillende soorten rubberafval die kunnen zijn gebruikt, als om verschillende kenmerken van de locaties zelf, zoals bijvoorbeeld de bodemgesteldheid ter plaatse.

De milieuorganisatie benadrukt verder dat het niet alleen mag gaan om de milieugevolgen van rubberafval dat op het kunstgras is opgebracht, maar ook om de effecten van rubberafval dat in de funderingslaag onder de kunstgrasmat is verwerkt.

Een ander belangrijk punt is dat het onderzoek alle relevante emissies zou moeten bestuderen, dus naast bijvoorbeeld de emissies van zink en PAKs ook de emissie van minerale olie.

Tot slot wijst de milieu-organisatie op seizoensinvloeden die het moeilijk maken om op basis van kortlopende emissiemetingen te komen tot betrouwbare jaarcijfers en op de noodzaak van een check op het verlies van componenten zoals zink uit het langer liggende rubbergranulaat.

Met dit onderzoek zou dan moeten worden vastgesteld of en hoe een eventueel vervolgonderzoek kan worden beperkt tot een selectie uit hopelijk hooguit een paar honderd of misschien enkele tientallen verdachte velden, besluit Robbert van Duin.

Lees hier de volledige brief van Recycling Netwerk aan het ministerie van I&W.

 

 

Meer informatie:

Robbert van Duin

voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

 

Dit delen:

Die conclusies blijken uit de evaluatie van het project Schoon Belonen, die werd uitgevoerd door afvaladvocaat Rogier Hörchner. “Je kan met de methode van Schoon Belonen dus nooit heel Nederland schoon krijgen”, stelt Rob Buurman van Recycling Netwerk vast.

Schoon Belonen is een 2-jarige pilot waarbij scholen en verenigingen een financiële vergoeding krijgen voor het inzamelen van kleine PET-flesjes en blikjes. Zo zou zwerfvuil moeten worden voorkomen en opgeruimd. Het project is een compromis tussen voormalig Staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu en het bedrijfsleven, die koste wat kost de invoering van statiegeld op blikjes en flesjes wil voorkomen.

Het Afvalfonds Verpakkingen, Stichting Natuur en Milieu en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) begeleiden de uitvoering van de pilot, die van 2015 tot en met eind 2017 plaatsvindt. Volgens Staatssecretaris Mansfeld moest deze pilot de basis zijn voor een, in 2018 uit te rollen, opschaalbaar, kopieerbaar en kostenefficiënt landelijk dekkend zwerfafvalplan.

Hörchner deed voor zijn onderzoek 160 Wob-verzoeken bij de ruim 80 deelnemende gemeenten en Rijkswaterstaat. Ondanks de vele duizenden pagina’s aan reactie die hij heeft ontvangen, konden maar weinig gemeenten antwoord geven op vragen over de gemaakte kosten en ambtelijke uren, het aantal deelnemers en de grootte van het het onder handen genomen grondgebied binnen de gemeente.

 

De pijnpunten: kleinschalig, duur en moeilijk te monitoren

Hörchners onderzoek onthult enkele belangrijke pijnpunten van het pilootproject Schoon Belonen.

Door gebrekkige metingen en een afwijkende scope van veel van de initiatieven, kan dus geen conclusie worden getrokken over het effect van Schoon Belonen op de hoeveelheid flesjes en blikjes in het zwerfafval.

“Veel van de deelnemende gemeenten hebben hun best gedaan om Schoon Belonen tot een succes te maken”, zegt Buurman. “Maar het pilootproject levert geen zicht op een opschaalbaar en kostenefficiënt landelijk dekkend en hanteerbaar systeem”.

“Schoon Belonen heeft dan ook geen concurrerend alternatief opgeleverd voor de uitbreiding van statiegeld naar flesjes en blikjes waarover CE Delft op 1 september 2017 heeft gerapporteerd. Statiegeld geeft een vermindering van 70 tot 90 procent van flesjes en blikjes. Het is dus stukken effectiever en goedkoper dan het systeem van Schoon Belonen”, besluit Rob Buurman van Recycling Netwerk.

Rob Buurman

Directeur Recycling Netwerk

rob.buurman@recyclingnetwerk.org

Dit delen:

Met de campagne #BackToSender wil milieuorganisatie Recycling Netwerk de drankenproducenten aansporen om de uitbreiding van statiegeld te steunen.

[rotatingtweets search=’#BackToSender’ official_format=’1′]

“Als milieuorganisatie vinden wij dat de producenten zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun wegwerpverpakkingen. Ze verkopen wereldwijd 1 miljoen plastic flessen per minuut, maar dragen geen zorg voor wat hiermee gebeurt na gebruik. Met onze actie vragen we hen om zich positief uit te spreken over de uitbreiding van statiegeld. Zodat hun verpakkingen niet meer in de natuur terechtkomen”, legt directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk uit.

Het idee is dat Nederlanders en Vlamingen die buitenshuis een lege drankverpakking vinden, deze eenvoudig kunnen terugsturen naar de producent. Dat kan per post (gratis naar het antwoordnummer, of gefrankeerd naar het postadres) of door een foto van de verpakking te nemen en deze op social media te plaatsen met de hashtag #BackToSender.

“Zo kan je aan de drankenproducent laten weten dat zijn afval jou stoort, en je om een structurele oplossing vraagt”, legt Rob Buurman van Recycling Netwerk uit. De milieuorganisatie zal ook zelf iedere dag een drankverpakking terugsturen en bereidt zich voor op verdere acties.

Meer en meer mensen storen zich immers aan zwerfafval. 40 procent daarvan zijn lege blikjes en plastic flesjes. Tegenover zo’n stroom aan afval zijn sensibilisatiecampagnes en opruimacties niet opgewassen. De kosten voor opruiming swingen inmiddels de pan uit. Die factuur komt terecht bij de gemeenten – en dus uiteindelijk de belastingbetalers.

Een statiegeldsysteem is de enige methode waarvan bewezen is dat het 90 procent minder plastic flessen in zwerfafval kan realiseren. Statiegeld is ook een voorwaarde om van circulaire economie en klimaatbeleid te kunnen spreken: het garandeert veel meer hergebruik van grondstoffen en minder CO2-uitstoot.

Met Anheuser-Busch InBev (producent van onder meer Jupiler) en Heineken Holding herbergen België en Nederland respectievelijk de nummer 3 en 5 van de drankenproducenten in de Forbes Global 2000-lijst. Pepsico is het grootste drankenbedrijf, Coca-Cola het tweede.

“Naast Coca-Cola en Heineken vinden we in het zwerfafval ook veel blikjes en flesjes terug van Red Bull en Spa”, legt Buurman uit. “Als al die bedrijven het voorbeeld van Coca-Cola in Schotland zouden volgen, en instemmen met een statiegeldsysteem, zou dat een grote stap vooruit zijn voor onze wijken en natuur. De first mover zou bovendien een imagobonus genieten”, besluit Recycling Netwerk.

De BackToSender-campagne kan je volgen op deze platformen:

Dit delen:

Coca-Cola verklaarde op 17 oktober in het parlement van het Verenigd Koninkrijk een statiegeldsysteem te wensen in het volledige Verenigd Koninkrijk, niet enkel in Schotland.

Nick Brown, head of sustainability van Coca-Cola in Europa, deed de aankondiging dinsdagmiddag tijdens de hoorzitting van het Commons Environmental Audit Committee over statiegeld en plastic vervuiling.

Die hoorzitting kwam er nadat de Britse minister van milieu Michael Gove (Conservatives) opriep voor een systeem waarbij mensen geld terugkrijgen als ze een lege drankverpakking terugbrengen. Begin september besliste de Schotse prime minister Nicola Sturgeon (SNP, de sociaaldemocratische onafhankelijkheidspartij) om statiegeld in te voeren in Schotland. Deze vraag is nu dus ook aan de orde in het volledige Koninkrijk.

In de hoorzitting in het Brits parlement deed Nick Brown, head of sustainability van Coca-Cola in Europa, enkele opmerkelijke uitspraken (bron: Commons Environmental Audit Committee, Disposable Packaging: Coffee Cups and Plastic Bottles inquiry):

 

U-turn van Coca-Cola

Dat Coca-Cola haar verzet opgeeft tegen statiegeldsystemen, eerst in Schotland en nu ook in het Verenigd Koninkrijk, is een U-turn van 180 graden voor de Amerikaanse multinational.

Tijdens de hoorzitting in het Britse parlement vroeg de voorzitter aan Nick Brown wat precies de reden was van de ommekeer. In zijn antwoord legt Brown de nadruk op producten die buitenshuis worden geconsumeerd en die daardoor ook veel vaker in het zwerfafval te vinden zijn. Er ontbreekt een effectieve aanpak om deze producten te recyclen en te voorkomen dat ze in het zwerfafval terecht komen.

Brown: “how do we encourage better design for recyclability; how do we encourage better use of recyclable materials; how does industry contribute funds better to local authority collection systems and to on-the-go collection systems? I think all those things can be delivered through a producer responsibility reform. A DRS (statiegeldsysteem, nvdr) could complement that further by specifically targeting the on-the-go elements.”

Tijdens de hoorzitting herinnerde de voorzitter Coca-Cola aan zijn eigen doelstellingen. Tegen 2015 zouden de flessen van Coca-Cola UK voor 25% uit gerecycled of hernieuwbaar materiaal moeten bestaan (en volgens Brown wordt die doelstelling gehaald), maar de nieuwe doelstelling is dat de flessen van alle twintig merken van Coca-Cola voor 50% uit rPET bestaan. Zonder een vorm van statiegeld is het onwaarschijnlijk dat deze doelstelling wordt gehaald.

Die doelstelling ligt hoger dan de doelstelling van Coca-Cola België, die tegen 2020 streeft naar een gecombineerd aandeel van 40% rPET én hernieuwbaar materiaal.

Coca-Cola Nederland heeft nog geen doelstelling geformuleerd voor 2020, maar het stelt in een besloten bijeenkomst op 8 november 2017 zijn nieuwe duurzaamheidsplannen voor.

Overigens is in het verduurzamingsplan voor de volledige Nederlandse Water, Sappen en Frisdrankenbranche afgesproken dat de grote PET-flessen in 2018 voor gemiddeld 37% uit rPET bestaan en de kleine flessen voor gemiddeld 32%. Dit is geformuleerd als het ‘hoogst haalbare doel’. Met statiegeld op alle plastic drankflessen zijn echter percentages van 70 tot 80% haalbaar.

In Nederland levert het statiegeldsysteem op grote flessen goede kwaliteit materiaal op, maar bij de inzameling van de kleine flessen via het Nederlandse afvalsysteem Plastic Heroes zijn de verliezen vrij hoog. Bovendien is dat materiaal niet geschikt om in contact te komen met voedselproducten.

Ook in België ligt het volume van ingezamelde flessen via het Fost Plus-systeem lager dan bij een statiegeldsysteem het geval zou zijn en ook dat materiaal mag niet in contact komen met voedsel. Dat heeft te maken met de vereiste dat niet meer dan 5% van rPET uit non-food mag komen. Bij rPET uit een statiegeldsysteem is dat gegarandeerd.

Het verhogen van het aandeel rPET is voor producenten een belangrijke manier om de voetafdruk van hun verpakkingen te verminderen. Door virgin PET te vervangen door rPET kan de totale CO2-afdruk van de verpakking sterk verminderen. Volgens de Ecoinvent dataset (v3.4  voor  IPCC 2013 GWP 100a), is de afdruk van rPET slechts 0,472 CO2 eq/kg. De afdruk van virgin PET is vijf keer zo groot: 2,92 CO2 eq/kg.

 

Rob Buurman

Directeur Recycling Netwerk

Dit delen:

Het onderzoek dat het RIVM en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nu gaan doen moet voldoende representatief en vertrouwenwekkend zijn, zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk naar aanleiding van de Zembla-reportage woensdagavond.

“Om van een grondig en representatief onderzoek te kunnen spreken, zal het wel aan de nodige voorwaarden moeten voldoen. Niet weer van die onderzoekjes naar vier of vijf van de duizenden kunstgrasvelden, zoals die zijn opgeleverd door de autobandenbranche. Nodig is  een breed onderzoek, dat bijvoorbeeld ook rekening houdt met de grote verscheidenheid aan rubberkorrels, sportvelden en ondergrond”, benadrukt Robbert van Duin, voorzitter van milieuorganisatie Recycling Netwerk.

Voor Recycling Netwerk moet dit onderzoek de milieugevolgen kwantificeren met daarbij de  bandbreedte die het gevolg is van allerlei verschillen bij het gebruik van het bandenafval.

Daarbij zijn vooral de volgende factoren van belang:

⦁ De verschillen in soorten versnipperde autobanden. Het gaat om snippers en korrels van verschillende grootte, van zowel auto- als vrachtwagenbanden, van verschillende merken, uit verschillende landen en dus met een verschillende samenstelling.

⦁ De types kunstgrasvelden. Het gaat niet alleen om officiële voetbalvelden, maar ook om honderden trainingsvelden, trapveldjes, hockeyvelden, korfbalvelden, rugbyvelden, etc.

⦁ De verschillende manieren van aanleg. Het gaat om rubbersnippers op velden met een drainagelaag, maar ook om korrels in die laag en om situaties zonder drainagelaag.

⦁ De wijze van afwatering: op het riool of op sloten of ander oppervlaktewater.

⦁ De diversiteit in bodemtypes.

Het onderzoek moet zich richten op emissies van zware metalen zoals zink, maar ook op minerale oliën, de uitstoot van poly aromatische koolwaterstoffen (PAKs), octylphenol en andere organische stoffen.

“Daartoe moeten niet alleen de bodem en de bermen, maar ook het grondwater, het oppervlaktewater en het slib geanalyseerd worden. Het volstaat dus niet om enkele drainageputjes te analyseren nadat ze zijn schoongespoeld door een regenbui”, zegt Robbert van Duin: “En om representatief te zijn, moet het dus een grootschalig onderzoek worden van waarschijnlijk honderden terreinen. Want het ene kunstgrasveld is het andere niet”, analyseert van Duin.

Ten slotte moet het RIVM ook de aantasting van de biodiversiteit door het omschakelen van echt gras naar kunstgras in rekening nemen. “Laten we niet vergeten dat in een stad de sportvelden, na de parken, de grootste groene oppervlakte vormen. Het overschakelen naar kunstgras heeft dus sowieso een impact op de natuur en de biodiversiteit in de steden”, besluit de voorzitter van Recycling Netwerk.

Meer informatie:

 

Robbert van Duin

Voorzitter Recycling Netwerk

robbertvanduin@recyclingnetwerk.org

+31 578 662 233

+31 6 40 50 40 20

Dit delen: