In België worden plastic flessen en flacons, conservenblikken en drankenkartons ingezameld via de blauwe zak. Andere verpakkingen moeten bij het restafval. Het systeem van de blauwe zak is goed ingeburgerd. Er is een prijsprikkel voor de burger om de blauwe zak te gebruiken en doordat de inzameling aan huis gebeurt, is het voor de burger interessant en gemakkelijk om eraan deel te nemen.

Fost Plus is verantwoordelijk voor de blauwe zak. Deze organisatie organiseert in opdracht van supermarkten en drankenproducenten de inzameling en recyclage van de verpakkingen. Fost Plus publiceerde in mei 2018 haar recyclagecijfers van de op de markt gebrachte verpakkingen. Recycling Netwerk neemt in deze factcheck de cijfers onder de loep. De cijfers blijken hoger te liggen dan wat daadwerkelijk wordt gerecycleerd.

 

Recyclagecijfers volgens Fost Plus

Volgens het jaarverslag van Fost Plus (over 2017) wordt 89,1% van alle verpakkingen gerecycleerd. De berekening van de recyclage gaat als volgt. In België wordt het ingezamelde gewicht als gerecycleerd geteld. Bedrijven die producten op de markt brengen geven aan bij Fost Plus hoeveel het totale gewicht ervan is. Fost Plus zamelt die verpakkingen in via de blauwe zak en bepaalt het gewicht van de verschillende ingezamelde verpakkingen. Dit wordt vervolgens vergeleken met het aandeel dat bij Fost Plus is gerapporteerd.

Deze aanpak leidt tot verschillende fouten in de rapportering. Stuk voor stuk leiden die fouten ertoe dat de cijfers hoger uitvallen dan realistisch is. De volgende factoren spelen hierbij een rol:

  1. Ongeveer 5 tot 10% van de verpakkingen in de blauwe zak, wordt aangekocht in andere landen (voornamelijk Nederland en Frankrijk). Die verpakkingen worden opgeteld bij de recyclagecijfers (de teller van de breuk) maar ontbreken in de cijfers van verpakkingen die op de markt worden gebracht (de noemer van de breuk). Door prijsverschillen tussen de landen is het omgekeerde effect veel kleiner.
  2. Het gaat om zelfrapportering door de bedrijven die de verpakkingen op de markt zetten. Dit leidt tot twee problemen.
    Allereerst is er de kwestie van free riders: bedrijven die verpakkingen op de markt brengen in België maar die niet rapporteren bij Fost Plus. De statiegeldstudie van de OVAM schat dit op zo’n 8%. De verpakkingen van deze bedrijven komen wel terecht in de blauwe zak (de teller van de breuk) en drijven de recyclagecijfers dus kunstmatig omhoog.  Ten tweede, de zelfrapportage is niet waterdicht. Er kan sprake zijn van onderrapportage wat opnieuw zou leiden tot kunstmatig hoge recyclagecijfers. Het is niet duidelijk hoe groot dit effect is.
  3. Tot slot is de sortering en bepaling van het aandeel verpakkingsafval ook niet perfect. Na sortering zullen er verpakkingen tussen de stroom zitten van ander materiaal, of van het juiste materiaal maar betreft het geen fles of flacon, of er zit nog aanhangend vuil en vocht bij. Het effect hiervan verschilt per afvalstroom.

Tabel 1 hieronder laat de recyclagecijfers van Fost Plus over 2017 zien. We bespreken achtereenvolgens de recyclagecijfers van glas, van metalen (met een focus op blikjes), van drankenkartons en van plastic flessen.

Tabel 1: recyclagecijfers België zoals gerapporteerd door Fost Plus (Fost Plus. Jaarverslag 2017)

 

 

1. Glas

De recyclage van glas wordt volgens Fost Plus geschat op 114,5% (tabel 1). Dat is een fout van minimaal 14,5 procentpunten en waarschijnlijk zal het significant meer zijn. Ervan uitgaande dat niet gefraudeerd wordt, geeft dit aan dat het gecombineerde aandeel van free riders, buitenlandse aankopen en sorteeronnauwkeurigheden, zeer hoog ligt.

Uit de cijfers uit het jaarverslag 2017 van Fost Plus volgt dat haar leden in Vlaanderen 171.099 ton glazen verpakkingen op de markt brengen en er 195.928 ton wordt gerecycleerd (1).

In Vlaanderen komt per jaar per inwoner 2,11 kg glas verpakking in het huishoudelijk restafval (dat niet gerecycleerd wordt) terecht. Dat blijkt uit een sorteeranalyse van het huisvuil uitgevoerd door de OVAM in 2013 en 2014 (2). Met het inwoneraantal van 6.516.011 komt dat in totaal neer op 13.749 ton glas. Dat is 8,0% van het glas dat in 2017 op de markt werd gebracht, dat dus al niet gerecycleerd wordt.

De recentezwerfvuilmeting in opdracht van Limburg.net laat zien dat 13,96% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit glazen verpakkingen (3). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 3.829 ton glas in het zwerfvuil (4) (5). Hiervan bestaat een deel uit buitenlandse aankopen (5-10%) en verpakkingen van free riders (8%). Gecorrigeerd is er sprake van 3.140 tot 3.331 ton verpakkingsglas in het zwerfvuil. Dat is 1,8% tot 1,9% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus. Ook dit deel van het glas wordt niet gerecycleerd.

Opgeteld bij de 8% glas in het restafval, is er dan sprake van 9,8 tot 9,9%, glas dat niet selectief wordt ingezameld. Er kan dus maximaal 90,1 tot 90,2% van het verpakkingsglas worden gerecycleerd. De door Fost Plus opgegeven 114,5% is dus tenminste 24,3 procentpunten te hoog. In het bedrijfsrestafval en in het niet opgeruimde zwerfvuil zit ook nog glas, waardoor de werkelijke recyclagecijfers waarschijnlijk nog lager liggen.

Specifiek voor glas valt nog op te merken dat (gebroken) glazen producten zoals vazen, glazen of kaarsjeshouders ook bij het glazen verpakkingsafval terecht kunnen komen. Verder kan het ook zo zijn dat een deel van de hervulbare flessen wordt meegeteld bij de recyclagecijfers van de eenmalige glazen verpakkingen. Het leidt ertoe dat bovenstaande berekening de werkelijke recyclage van glas vermoedelijk nog altijd te hoog inschat.

De Belgische markt van glazen verpakkingen verschuift verder steeds meer naar eenmalige drankverpakkingen. De hoeveelheid herbruikbare flessen daalt al jaren achtereenvolgens (zie grafiek 1 hieronder). Deze informatie is niet terug te vinden in het jaarverslag van Fost Plus, maar staat in het activiteitenverslag van de Interregionale Verpakkingscommissie (6).

Grafiek 1: Evolutie herbruikbare drankverpakkingen

Volgens artikel 3,§1, 2º van het Samenwerkingsakkoord dat in 1996 is vastgesteld, moet worden gewaarborgd dat: “het aandeel van de herbruikbare verpakkingen voor dezelfde goederen die in de handel zijn gebracht, niet vermindert in vergelijking tot het voorgaande jaar.” (7) Deze passage werd opnieuw bevestigd in het Samenwerkingsakkoord van 2008 tussen de gewesten en het is van toepassing op het bedrijfsleven (8).

De afname van herbruikbare verpakkingen in een markt die juist stijgt, betekent dat er een verschuiving van herbruikbare verpakkingen richting wegwerpverpakkingen plaatsvindt. Hierdoor wordt het Samenwerkingsakkoord, wat de basis is voor de erkenning van Fost Plus, geschonden.

 

2. Metaal

De recyclage van metalen verpakkingen zoals drankblikjes en conservenblikken wordt door Fost Plus geschat op 102,6%. Maar volgens de statiegeldstudie van de OVAM wordt slechts 51% van de blikjes via de blauwe zak ingezameld (9). Van de 19.465 ton blikjes (aluminium plus staal), wordt namelijk slechts 9.999 ton selectief ingezameld (zie ook tabel 2 hieronder). De hoge recyclagecijfers worden verkregen doordat metalen uit de bodemassen van verbrandingsovens worden opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen.

Tabel 2: Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen

 

Hierbij worden ook metaal van niet-verpakkingen die uit bodemassen worden gehaald, opgeteld bij de recyclagecijfers van verpakkingen. Zo draagt bijvoorbeeld het metaal van een kleerhanger bij tot de score van gerecycleerd blik. Er ontstaat op deze manier een willekeurig en te hoog recyclagecijfer, opnieuw doordat de teller van de breuk stijgt zonder dat de noemer wordt aangepast.

Uit een Nederlandse studie naar de kosten en effecten van statiegeld blijkt daarnaast dat er ongeveer 38% van het aluminium verloren gaat wanneer het terecht komt in een verbrandingsoven (10). Nederland heeft echter modernere afvalverbrandingscentrales met modernere aluminium-scheidingsinstallaties. De verwachting is dat de verliezen in Vlaanderen hoger zijn.

 

3. Drankenkartons

De recyclage van drankenkartons schat Fost Plus op 91,0%. Dit is 8,4% lager dan in 2016. Deze sterke daling wordt niet toegelicht in het jaarverslag van Fost Plus.

Volgens de eerder genoemde sorteeranalyse van OVAM komt 1,45 kg drankenkartons per inwoner terecht in het restafval, dat niet gerecycleerd wordt (11). In tegenstelling tot metalen kunnen drankenkartons niet worden gerecupereerd uit bodemassen van verbrandingsovens. Voor heel Vlaanderen gaat het dan over 9.448 ton drankkartons die verloren gaan via het restafval.

Volgens het jaarverslag van Fost Plus wordt 17.427 ton op de markt gezet in België. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het dan om 10.029 ton.

Als we buiten beschouwing laten dat een deel van de drankenkartons terecht komen in het zwerfafval, de openbare afvalbakken en de restafvalbakken van bedrijven, dan is er dus sprake (10.029-9.448)/10.029 = 5,8% recyclage.

Dit getal is zonder enige twijfel een sterke onderschatting van het daadwerkelijke recyclagecijfer. Een mogelijke verklaring is dat er bij drankenkartons nog veel meer dan bij andere verpakkingen sprake is van een zeer hoge vervuilingsgraad. Dat maakt zowel de verpakkingen in het restafval als in de blauwe zak zwaarder. Dat zou ook kunnen verklaren waarom beide cijfers zo ver uit elkaar liggen.

In Vlaanderen is niet vastgesteld wat de vervuilingsgraad van drankenkartons is, maar in Nederland zijn daar wel analyses van. Volgens een recente analyse van Eureco maken drankenkartons 2,6% van het Nederlandse restafval uit. Meer dan de helft daarvan (1,5%, oftewel relatief 57,7%) bestaat uit vocht en vuil (12). Als we op basis van de Nederlandse data het aandeel vocht en vuil aftrekken van de drankenkartons in het Vlaamse restafval, dan concluderen we dat 9.448*(1-0,577) = 3.997 ton drankverpakkingen niet worden gerecycleerd. We hanteren verder de aanname dat hiervan 5-10% uit het buitenland afkomstig is en dat 8% afkomstig is van zogenaamde freeriders. Als hiervoor wordt gecorrigeerd dan blijkt dat 3.277 ton tot 3.477 ton van de door de leden van Fost Plus op de markt gebrachte drankenkartons niet wordt gerecycleerd.

De recente meting van Limburg.net laat zien dat 0,24% van het gewicht van het zwerfvuil bestaat uit drankenkartons (13). Dat percentage toegepast op de totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 van 27.427 ton, komt neer op ongeveer 23 tot 24 ton drankenkartons in het zwerfvuil (14) (15). Gecorrigeerd voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht en vuil is dat 0,2% van wat er in 2017 op de Vlaamse markt werd gezet door de leden van Fost Plus.

Uit de berekeningen blijkt dat ongeveer 3.300 tot 3.501 ton drankenkartons niet selectief wordt ingezameld en dus niet wordt gerecycleerd. Hieruit volgt dat maximaal 64,4 tot 66,4% van de drankenkartons via de blauwe zak wordt ingezameld en gerecycleerd.

Als ook nog wordt gecorrigeerd voor het aandeel drankenkartons in de restafvalbakken bij bedrijven, dan zal het recyclagecijfer lager uitvallen.

Tot slot merken we hierbij op dat deze berekening vooral inzicht moet geven in de mate waarin het recyclagecijfer van 91,0% is overschat.

 

4. Plastic flessen en flacons

 

Rekenmethode 1

De recyclage van plastic flessen en flacons schat Fost Plus op 82,9%.

Jaarlijks wordt door de leden van Fost Plus 84.990 ton plastic flessen en flacons op de Belgische markt gebracht. Omgerekend naar Vlaanderen gaat het om 48.913 ton plastic flessen en flacons die op de markt worden gebracht.

Volgens het jaarverslag van Fost Plus is het recyclagepercentage voor enkel de PET-flessen zelfs nog hoger, namelijk 87,7%. Maar het is niet waarschijnlijk dat het inzamelpercentage specifiek voor PET-flessen hoger ligt dan het gemiddelde percentage voor flessen en flacons, omdat een aanzienlijk deel van de PET-flessen buitenshuis worden geconsumeerd en daar ook wordt weggegooid. Voor verdere berekeningen gaan we daarom uit van het cijfer van 82,9%.

Eerder in deze nota is aangegeven op welke manier recyclagecijfers van verpakkingen kunnen worden overschat. Als we corrigeren voor de verschillende redenen die leiden tot een overschatting van de recyclage van plastic flessen, dan kunnen we stellen dat er waarschijnlijk minimaal 20-25% overschatting is voor de ingezamelde plastic drankflessen (op 100% van de verpakkingen) (16).

Het cijfer van 82,9% wordt dan gecorrigeerd; maximaal 62,2 tot 66,3% van de plastic flessen wordt gerecycleerd.

Het recyclagepercentage valt nog lager uit wanneer ook de sorteerfouten en/of recyclageverliezen worden meegeteld.

 

Rekenmethode 2

Het is ook interessant om te kijken naar de sorteeranalyse die de OVAM heeft uitgevoerd. Volgens deze sorteeranalyse komt er per burger gemiddeld 2,98 kg, dus voor heel Vlaanderen 19.104 ton plastic flessen en flacons in de restafvalzak terecht (17).

Uit de Vlaamse statiegeldstudie (zie tabel 2 hieronder), blijkt dat in 2014 in totaal 32.040 ton PET op de Vlaamse markt werd gezet op een totaal van 50.170 ton plastic flessen en flacons. We hanteren de aanname dat er relatief net zoveel plastic flessen als flacons in het restafval terecht komen.

Dit betekent dat 32.040/50.170*19.104 = 12.200 ton van de plastic flessen bij het restafval terecht komt. Dat staat gelijk aan een percentage van 38,1%. Als we hier corrigeren voor ongeveer 20-25% buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, dan constateren we dat ongeveer 28,6 tot 30,5% van de plastic flessen op de Vlaamse markt in het restafval terecht komt (9.150 tot 9.760 ton).

Volgens de statiegeldstudie uit 2015 bestaat ongeveer 19 tot 33% van het gewicht van het zwerfafval en het afval in openbare afvalbakken uit plastic flesjes en blikjes (18). De recente studie van Limburg.net geeft een gewichtspercentage van 11,34% voor blikjes en 6,67% voor plastic flesjes, wat samen 18,01% is. Voor verdere berekeningen wordt daarom een range van 18 tot 33% gehanteerd.

Volgens de OVAM werd in 2015 27.427 ton zwerfvuil en vermeden zwerfvuil (openbare afvalbakken) door gemeenten en andere publieke partijen zoals gemeenten en agentschappen, opgeruimd (19). Om de verhouding tussen blikjes en flesjes te bepalen gaan we uit van de recente zwerfvuiltelling van Limburg.net. Daarbij is in totaal 52,4 kg aan blikjes en 30,8 kg aan flesjes geteld. Dat betekent dat de flesjes een gewichtsaandeel van 37,0% uitmaken op het gecombineerde aandeel flesjes en blikjes in het zwerfvuil.

Uitgaande van 27.427 ton afval, waarvan 18 tot 33% drankverpakkingen zijn en waarvan 37% flesjes zijn, spreken we over 1.828 – 3.351 ton plastic flesjes die niet worden gerecycled maar in het milieu terechtkomen of in de afvalbakken op straat worden weggegooid. Ook deze cijfers corrigeren we voor buitenlandse aankopen, freeriders en vocht/vuil, waardoor kan worden vastgesteld dat 1.371 tot 2.680 ton van de plastic flessen van de leden van Fost Plus in het Vlaamse zwerfvuil of in de openbare afvalbakken terecht komt.

Als we dit optellen bij de 9.150 -9.760 ton plastic flesjes die in het restafval zitten, dan kunnen we vaststellen dat 10.521 ton (32,8%) tot 12.441 ton (38,8%) van de plastic flesjes niet wordt gerecycleerd.

De conclusie volgens rekenmethode 2 is dan ook dat maximaal 61,2% tot 67,2% van de plastic flesjes wordt gerecycleerd.

In deze berekeningen zitten enkele onzekerheden :

  1. De sorteeranalyse van het restafval kent ook meetonnauwkeurigheden. De verschillen in uitkomsten tussen de seizoenen waarin is gemeten, zijn echter beperkt.
  2. Er ontbreekt het aandeel plastic flesjes dat bijvoorbeeld via het restafval bij bedrijven wordt ingezameld. Als dit in kaart wordt gebracht dan wordt het recyclagecijfer naar beneden bijgesteld.
  3. Er ontbreekt het aandeel plastic flessen dat via de straten, bermen en natuur niet wordt opgeruimd maar terechtkomt in de plastic soep. Als dit in kaart wordt gebracht dan wordt het recyclagecijfer naar beneden bijgesteld.
  4. Op basis van studiewerk van het zwerfafval gaan we ervan uit dat 18 tot 33% van het gewicht van het zwerfafval uit plastic flessen en blikjes bestaan. We hebben aangenomen dat dit ook geldt voor het afval dat in de openbare afvalbakken wordt aangetroffen.
  5. Een deel van het afval in het milieu wordt niet als zwerfafval maar als sluikstort aangemerkt. Denk bijvoorbeeld aan een vuilniszak vol met huishoudelijk afval. Hier zit ook een deel plastic flessen in, maar dit aandeel is onbekend. Als dit in kaart wordt gebracht dan wordt het recyclagecijfer naar beneden bijgesteld.

 

 

Meer info: Rob Buurman, directeur Recycling Netwerk Benelux rob.buurman@recyclingnetwerk.org

 

 

Voetnoten

1. Fost Plus rapporteert cijfers over heel België. Voor deze en ook volgende berekeningen, rekenen we terug naar geproduceerde en gerecycleerde hoeveelheden afval voor Vlaanderen op basis van het inwonertal van Vlaanderen (6.516.011) en België (11.322.088) op 1 januari 2017. Dit maakt de cijfers vergelijkbaar met andere cijfers die op Vlaams niveau worden verzameld.

2. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.

3. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.

4. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.

5. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel glas in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.

6. IVC. 2017. Activiteitenverslag 2016.

7. 5 maart 1997 – Samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.

8. 4 november 2008 – Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.

9. OVAM. 2015. “Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen.”

10. CE Delft. 2017. “Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes.”

11. OVAM. 2015. Sorteeranalyse-onderzoek huisval 2013-2014.

12. Rijkswaterstaat. 2017. “Samenstelling van het huishoudelijk restafval, sorteeranalyses 2016”

13. OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.

14. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.

15. De totale hoeveelheid zwerfvuil in 2015 bevat ook het vermeden zwerfvuil dat in de openbare afvalbakken terecht komt. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat het relatieve aandeel drankenkartons in de openbare afvalbakken gelijk is aan wat uit de meting in opdracht van Limburg.net blijkt.

16. Buitenlands aankopen 5-10%, freeriders 8%, vocht en vuil 7% (In Vlaanderen zijn er naar ons weten geen openbare studies beschikbaar die de mate van contaminatie bij gesorteerde PET-flessen in kaart brengen. In Nederland is hier wel onderzoek naar gedaan. In een studie in opdracht van het Afvalfonds (de Nederlandse tegenhanger van Fost Plus) wordt geschat dat de gesorteerde stroom PET voor 7% bestaat uit vocht en vuil. Bron: Wageningen UR Food & Biobased Research. 2016.).

17. Voor deze berekening wordt gebruikt gemaakt van het bevolkingscijfer van 1 januari 2014 omdat ook gerekend wordt met de hoeveelheid PET op de Vlaamse markt in 2014. Op dat moment had Vlaanderen 6.410.705 inwoners.

18. OVAM. 2015. Impactanalyse invoering statiegeld op eenmalige drankverpakkingen; OWS. 2018. Samenstelling zwerfvuil van Limburg.net.

19. IDEA Consult. 2018. Onderzoek naar de hoeveelheden en beleidskosten van zwerfvuil in Vlaanderen – Theoretisch model, clusteranalyse, steekproef.

Dit delen:

De verpakkingsindustrie stelt geen bijkomende of nieuwe maatregelen voor om het zwerfvuil en de plastic soep aan te pakken, blijkt woensdag uit de berichtgeving in De Morgen.

“De drankenproducenten en supermarkten tonen dus geen goede wil om verantwoordelijkheid voor een proper Vlaanderen op te nemen. Dan zal het van de Vlaamse regering afhangen om de industrie ertoe te verplichten”, zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux woensdagochtend in reactie op de berichtgeving in De Morgen over het afvalplan van de industrie.

“Het is nu dus aan de Vlaamse regering om met een beslissing te komen die de meest voorkomende types producten doeltreffend uit het zwerfvuil haalt. Voor de grootste fractie in het zwerfvuil, plastic flessen en blikjes die 43% van het zwerfvuil uitmaken, is dat uiteraard statiegeld. Enkel statiegeld is doeltreffend om flessen en blikjes uit het zwerfvuil te houden, toont de praktijk in Scandinavië en Duitsland. Voor de plastic zakjes is dat een verbod. Voor de overige fracties (peuken, kauwgommen, single-use koffiebekers en ander zwerfvuil) zal ook een specifiek systeem moeten komen om de 100% producentenverantwoordelijkheid concreet te maken”, zegt directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.

De producenten hebben heel lang – decennia – de tijd gehad, om zelf met oplossingen te komen voor het zwerfvuil. Ze weigeren dat te doen omdat blijkbaar enkele extra procentjes meer nettowinst belangrijker worden geacht dan duurzaamheid. De jaren uitstel die de industrie zichzelf wil geven is stuitend op een moment dat elke minuut het equivalent van een vrachtwagen plastic afval in zee belandt.

“Dan is het aan de Vlaamse en andere regeringen om de reductie van het zwerfvuil op te leggen aan de industrie, met scherpe reductiedoelstellingen boven de 90%. Anders blijft de Vlaamse belastingbetaler de factuur van 155 miljoen euro per jaar op op zijn bord krijgen en blijven we in gebreke tegenover wat de Europese Commissie vraagt”, besluit Recycling Netwerk.

Beeld: Gert Verbelen (@destandaard op Twitter)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

___________________________

 

 

 

Reactie op [plan] van de industrie

Met deze slappe hap verliest Nederland de strijd tegen de plastic soep

Het [“….plan] van de verpakkende industrie is slappe hap. De regering moet dan ook zélf ingrijpen om Nederland schoner te krijgen, de koeien te beschermen tegen blikjes en de plastic soep in de Noordzee te verminderen. Dat zegt milieuorganisatie Recycling Netwerk in reactie op het [“…..plan”] dat de verpakkingsindustrie [….dag] voorstelde.

In het plan van de [industrie/CBL] wordt vooral ‘meer’ beloofd. Meer [sensibilisering, meer afvalbakken, meer campagnes]. “Alleen weten we nu al dat die recepten niet werken. Ze worden immers al decennia toegepast. Maar toch ligt er nog troep in onze wijken, bermen, velden, stranden en zee. Nu belooft de industrie om meer van hetzelfde te doen. Maar meer doen met een slecht recept, leidt niet tot een goed resultaat”, analyseert directeur Rob Buurman van Recycling Netwerk.

De industrie wil met dit plan een alternatief voor statiegeldsystemen bieden. Voor de regering Rutte III en de bevoegde staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) is dit plan blijkbaar voldoende om de uitbreiding van statiegeld met twee jaar uit te stellen. “Dit is bijzonder schrijnend, omdat eigenlijk nu al duidelijk is dat de industrie met dezelfde oude recepten de doelen niet zal halen. Ondertussen blijft de plastic soep vanuit Nederland twee jaar toenemen”, legt Buurman uit.

Nochtans vragen al meer dan 500 Nederlandse en Vlaamse organisaties, gemeenten, waterschappen, provincies en bedrijven dat de regering dit jaar nog beslist om statiegeld nog uit te breiden naar alle flessen en blikjes. Zij sloten zich aan bij de Statiegeldalliantie, die het brede draagvlak voor statiegeld zichtbaar maakt. Ook peilingen tonen dat 80 procent van de Nederlanders statiegeld wil.

Met dit plan van de industrie mist Nederland – en haar bedrijven – de kans om koploper in circulaire economie te worden. Het Verenigd Koninkrijk daarentegen besliste eind maart wel om statiegeld in te voeren op plastic flessen en blik in de strijd tegen de vervuiling van de zee. Het plan van de industrie laat ook de veehouders in de kou. Zij zien koeien ziek worden en zelfs sterven als er stukjes van weggegooide blikjes in hun voer belanden.

“Dit plan van de industrie is ondermaats. De verpakkende bedrijven schuiven de verantwoordelijkheid van zich af naar de consument. In dergelijke situaties moet een regering zich herpakken en zelf met maatregelen komen. Daarvoor moet de regering kijken naar die maatregelen, zoals statiegeld, die in het buitenland al bewezen hebben dat ze de vervuiling met blik en plastic wél doeltreffend aanpakken”, besluit Recycling Netwerk.

Dit delen:

De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.

Interview op VTM

De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.

Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.

 

De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje. Met de zo ingezamelde en opgeraapte flesjes hebben de organisaties maandag nog een plan.

Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.

Met de actie, die maandag 28 mei nog een vervolg krijgt, roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.

 

Actievoerders brengen plastic afvalberg terug naar waterproducent Spa

Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux brengen op maandag 28 mei honderden plastic flesjes die Spa zondag uitdeelde terug naar het Spadel-hoofdkantoor in Brussel. “U bent uw plastic afval gisteren vergeten op de 20 km van Brussel”, zeggen de ngo’s samen met een marathonloper aan de topman van Spadel.

De actie in het VTM journaal (vanaf 37:30)

De actie in het VRT Journaal

De actie op Bruzz

 Deze actie kadert in de Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Met deze campagne vraagt de milieuorganisatie samen met vele burgers de drankenproducenten om hun lobbyverzet tegen statiegeld op te geven.

“De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelde zondag tijdens de 20 km van Brussel opnieuw honderdduizenden flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dat is hypocriet”, zeggen de organisaties.

Zondag zijn er tussen de 300.000 en 350.000 plastic wegwerpflessen uitgedeeld. Met dit aantal kan men een route van plastic flesjes uitstippelen van tussen de 49 en 58 kilometer. Dat is bijna van drie keer de afstand van de marathon, ofwel van Brussel naar Gent .

Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan deze plastic flessen naar de verbrandingsoven, net zoals doorheen het jaar gebeurt. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.

Spadel-topman Marc du Bois liet zich eind maart laatdunkend uit over statiegeld. “Wij vinden het niet normaal dat een bedrijf, dat zijn imago bouwt rond proper bronwater en propere natuur, zich zo hard verzet tegen een maatregel die hun plastic verpakkingen uit de natuur kan houden”, aldus Recycling Netwerk en Conscious Crew. “Wij vragen Spa daarom om zich positief uit te spreken voor statiegeld”.

Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedseltoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.

Spadel heeft alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoord van Spadel op een enquête van Greenpeace.

De deelnemers aan de Back to Sender-campagne rapen PET-flessen en blikjes op uit het zwerfvuil en sturen ze terug naar drankenproducenten, met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen.

Achtergrond: Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?

Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.

Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.

In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.

In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.

In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.

Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.

Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.

Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.

  1. Spadel zegt haar ecologische voetafdruk te willen verkleinen

Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.

Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.

  1. Spadel streeft naar “een optimale inzameling van haar verpakkingen in uniforme materiaal stromen”

De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.

Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.

  1. Spadel geeft aan zwerfafval te willen voorkomen

“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.

Ook de marketing van Spadel is doordrenkt van het zuivere-natuurimago (screenshot website)

Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.

De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.

Conclusie:

1. Spadel heeft een grote plastic voetafdruk;

2. Dit is ongewenst voor natuur en past niet binnen imago en eigen doelstellingen Spadel;

3. De plastic voetafdruk en de ecologische voetafdruk in bredere zin zijn beiden te verminderen met een statiegeldsysteem

4. Spadel heeft als marktleider in verschillende landen de verantwoordelijkheid maar ook slagkracht om een verschil te maken en met recht haar product ‘zuiver’ te noemen.

 

 

Dit delen:

De producent van Spa deelt zondag meer dan 300.000 wegwerpflesjes uit op het sportevenement “20 km door Brussel”. Dit jaarlijkse hoogtepunt van uitdelen van plastic wegwerpverpakkingen valt dit jaar binnen Mei PlasticVrij. Het is voor Conscious Crew en Recycling Netwerk Benelux de aanleiding om met een actie de hypocrisie van het bedrijf Spadel aan te klagen.

De producent van Spa bouwt zijn hele imago op rond milieuvriendelijkheid, maar deelt bij de marathon wel meer dan 300.000 flesjes uit die bedoeld zijn om na enkele minuten al weer weg te gooien. Dit is een schrijnend symbool voor het verkoopmodel van wegwerp, dat het hele jaar door tot zwerfvuil leidt.

Als ze in een openbare vuilnisbak belanden, gaan ze naar de verbrandingsoven. Als ze in de berm belanden, is het opruimen van die troep voor rekening van de stadsreinigingsdiensten – en dus de belastingbetalers. Wanneer ze niet worden opgeruimd, komen ze via onze waterstromen uiteindelijk in de plastic soep terecht.

De organisaties bieden de mensen gratis een hervulbare waterfles aan in ruil voor een Spa-wegwerpflesje.

Marc du Bois, gedelegeerd bestuurder van Spadel, liet zich eind maart laatdunkend uit over een statiegeldsysteem. Het bedrijf beweert dan weer wel dat alle uitgedeelde flessen 100% van gerecycled materiaal gemaakt zijn. Dat is goed natuurlijk. Maar wel ironisch dat het bedrijf de grondstof voor die flessen moet halen uit landen met een statiegeldsysteem. Vanwege voedselveiligheid moet 95% van het gerecycled PET dat men gebruikt namelijk afkomstig zijn van voedingstoepassingen. Dit kan men via inzameling met de Belgische blauwe zak simpelweg niet garanderen.

Met de actie roepen de ngo’s het bedrijf Spadel op om haar verzet te laten vallen en zich positief uit te spreken pro statiegeld.

 

Waarom vragen we precies aan Spadel om haar verzet tegen statiegeld op te geven?

Spadel is nummer 1 marktleider flessenwater in de Benelux, waar zij haar merken Spa en Bru verkoopt. In totaal bezit Spadel zes merken van mineraal- en bronwater: Spa, Bru, Watwiller, Carola, Brecon Carreg en sinds 2017 het Bulgaarse DEVIN. Deze merken zet Spadel af in 22 verschillende landen wereldwijd en maken dit bedrijf tot regionaal marktleider in de Elzas en Wales en nationaal marktleider in Bulgarije.

Spadel heeft als marktleider zowel de verantwoordelijkheid als de slagkracht om een verschil te maken.

In 2017 draaide het familiebedrijf onder leiding van gedelegeerd bestuurder Marc du Bois een omzet van €289,0 miljoen en steeg haar nettowinst met 53,4% naar €26,4 miljoen. Voor deze resultaten verkocht Spadel in totaal 846,7 miljoen liter flessenwater. Daarmee creëert Spadel een grote plastic voetafdruk.

In 2016 was ruim 88% van het totaal aantal flessen dat Spadel op de Nederlandse markt bracht een plastic fles. Spadel heeft daarmee alleen al in Nederland een jaarlijkse plastic voetafdruk van 4.141 ton aan plastic verpakkingen. Daarvan is 2.634 ton virgin plastic, zo blijkt uit antwoorden van Spadel op een enquête van Greenpeace Nederland. Ter vergelijking: Spadel brengt in Nederland jaarlijks meer virgin plastic op de markt dan het gewicht van het Atomium in Brussel – of het totaalgewicht van zo’n 439 Savanne-olifanten.

In België zal deze plastic voetafdruk van Spadel mogelijk nog groter zijn, aangezien Spadel hier naast Spa ook het merk Bru verkoopt en Belgen in vergelijking veel meer mineraal- en bronwater drinken: gemiddeld 129 per persoon per jaar in België ten opzichte van gemiddeld 22 liter per persoon per jaar in Nederland. De 440 miljoen liter drank die voor het merk Spa in België werd gebotteld, zorgde in 2016 in ieder geval al voor een plastic voetafdruk tussen de 7.744 ton en 9.680 ton aan eenmalig plastic verpakkingen.

Alle plastic flessen die Spadel in Nederland en België op de markt brengt, zijn bovendien voor eenmalig gebruik. In België kan deze wegwerpfles op drie manieren eindigen. De PET-fles wordt samen met veel verschillende andere plastics ingezameld in de blauwe zak waarna hij wordt gedowncycled; in een openbare prullenbak geworpen of opgeruimd door de reinigingsdienst waarna hij in de verbrandingsoven terecht komt; of de plastic fles eindigt als zwerfvuil en voegt zich uiteindelijk bij de groeiende plastic soep.

Dat het laatste scenario niet onwaarschijnlijk is, bewijst een Nederlandse meting waaruit blijkt dat het merk Spa op nummer 2 staat van de meeste in het zwerfvuil aangetroffen plastic flesjes naar merk. Als drankenproducent draagt Spadel bovendien met een aandeel van ruim 21% veruit het meest bij aan het Nederlandse zwerfvuil van alle gevonden watermerken.

Het is bijzonder dat Spadel zich nog niet als voorstander van statiegeld heeft uitgesproken. Naast het feit dat Spadel zichzelf neerzet als een bedrijf met hart voor het milieu en de natuur, heeft Spadel enkele doelstellingen geformuleerd waarbij statiegeld een logische of zelfs noodzakelijke tool zou zijn.

 

 

 

Sinds 2017 heeft Spadel 6 productiesites, verdeeld over 4 landen (België, Frankrijk, Wales en Bulgarije). Het bedrijf zet haar drank af in 22 verschillende landen. Deze gevulde flessen leggen niet alleen grote afstanden af in het land waar de drank gebotteld is, maar gaan zelfs landsgrenzen over. Dit transport bepaalt mede de grote ecologische voetafdruk van flessenwater ten opzichte van kraanwater. De totale carbon footprint van Spadel Groep in 2016 bedroeg 102 kiloton CO2-equivalent. Logistiek had een aandeel van 22% van deze footprint, en activiteit op de productielocatie was verantwoordelijk voor 20%. Bij elkaar opgeteld is dit echter nog minder dan het CO2-equivalent dat Spadel uitstoot voor haar verpakkingen en ingrediënten: verpakkingsmateriaal veroorzaakt 55% van de totale carbon footprint van Spadel Groep. In 2016 bedroeg dit 56,1 kiloton CO2-eq. Een studie uit 2009 toonde aan dat de ecologische voetafdruk en de koolstofvoetafdruk van flessenwater gemiddeld 300 keer zo hoog ligt als dat van kraantjeswater.

Met een statiegeldsysteem kan het bedrijf grote stappen zetten in het verkleinen van haar ecologische voetafdruk. Met statiegeld komt er een grotere zuivere stroom aan gerecycled PET ter beschikking. Het virgin materiaalgebruik zal hierdoor dalen. Bovendien belanden er minder plastic flessen in de verbrandingsoven. Zoals Spadel aangeeft in haar Verslag Duurzaam Ondernemen 2015-2016 leidt het gebruik van gerecycled PET simpelweg tot een lagere CO2-afdruk, en in 2020 wil Spadel volledig carbon-neutraal zijn.

 

Spadel streeft naar “een optimale inzameling van haar verpakkingen in uniforme materiaal stromen”

De brancheorganisatie voor flessenwater waar ook Spadel bij aangesloten is, the European Federation of Bottled Waters, kondigde op 15 mei 2018 aan dat de flessenwater industrie tegen 2025 in Europa gemiddeld 90% van haar PET flessen wil inzamelen om hier onder andere nieuwe PET flessen van te laten maken.

Slechts in landen met een statiegeldsysteem, zoals Noorwegen, worden dergelijke inzamelpercentages gehaald. Daarnaast voorziet inzameling via de blauwe zak niet in de door Spadel gewenste uniforme materiaalstroom. Daarom voldoet het met de huidige blauwe zak ingezamelde plastic niet aan de eisen om nieuwe flessen van te maken. Alleen met statiegeld is de zuiverheid van de PET-grondstof gegarandeerd en kunnen van het ingenomen materiaal weer flessen worden gemaakt.

 

 

 

 

“Spadel streeft ernaar dat geen enkele van haar verpakkingen in het milieu terecht komen, niet op land en niet in de oceanen”, is een krachtige uitspraak die Spadel deed in reactie op de enquête van Greenpeace.

Wanneer Spadel oprecht is in het preventief willen aanpakken van zwerfvuil, is het tijd dat zij zich uitspreekt als voorstander van statiegeld.

De ironie wil dat Spadel gerecycled PET gebruikt voor haar plastic flessen. Op haar website geeft Spadel aan dat haar Spa Reine flessen in de Benelux voor 50% bestaan uit gerecycled PET. De Spa-flesjes die zijn uitgedeeld tijdens de 20 kilometer van Brussel waren volgens het bedrijf zelfs “volledig uit gerecycleerd materiaal (…) vervaardigd“. De productiesites van Spadel staan in landen waar geen statiegeld wordt geheven, wat betekent dat Spadel haar gerecycled PET aankoopt in andere landen waar wel een statiegeldsysteem in werking is. Dit is niet lokaal circulair. Bovendien maakt Spadel goede sier met gerecycled materiaal wat verkregen is uit een systeem waar zij zich in eigen land tegen verzet.

 

Conclusie:

  1. Spadel heeft een grote plastic voetafdruk;
  2. Dit is ongewenst voor natuur en past niet binnen imago en eigen doelstellingen Spadel;
  3. De plastic voetafdruk en de ecologische voetafdruk in bredere zin zijn beiden te verminderen met een statiegeldsysteem
  4. Spadel heeft als marktleider in verschillende landen de verantwoordelijkheid maar ook slagkracht om een verschil te maken en met recht haar product ‘zuiver’ te noemen

Dit delen:

Het goede nieuws is dat tapijten ook kunnen gemaakt worden zonder gevaarlijke stoffen. Deze kunnen worden teruggedrongen door niet-giftige alternatieven te gebruiken. Er zijn ook methodes om de componenten van tapijten weer te kunnen scheiden. Nu zorgt het gebruik van onomkeerbare verlijming echter nog dikwijls voor contaminatie van de componenten, waardoor tapijten onbruikbaar en onveilig worden voor recycling. Daarnaast zijn materialen dikwijls met elkaar vermengd wat recycling gecompliceerd maakt.

Europa is wereldwijd de tweede grootste afzetmarkt voor tapijt. De branche toont bereidwilligheid om te veranderen richting meer duurzaamheid en recycling. Marktleiders Desso (onderdeel van Tarkett) en Interface (grootste producent van tapijttegels ter wereld) willen in 2020 respectievelijk volledig cradle-2-cradle zijn en de milieu-impact teruggedrongen hebben naar 0. Ze zijn al jaren aan het onderzoeken hoe ze gevaarlijke stoffen kunnen terugdringen en hergebruik en recycling kunnen verhogen. Joint-venture DSM-Niaga heeft het hele productieproces geherevalueerd en circulaire economie als uitgangspunt voor het tapijt-ontwerpproces genomen.

Uitdagingen

De tapijtsector heeft dus het potentieel om circulair te worden. Een van de belangrijkste obstakels voor het recyclen van tapijt is echter nog dat het grootste deel van de vloerbedekking zoals die vandaag de dag wordt verkocht, niet is ontworpen met het oog op hergebruik en recycling.

Een obstakel voor transitie naar een circulair systeem is het gebruik van potentieel schadelijke stoffen in tapijt. Een rapport van Anthesis, in opdracht van Changing Markets, identificeert 59 chemische stoffen die mogelijk in tapijten aanwezig zijn en risico’s voor gezondheid of milieu kunnen betekenen., Onder meer hormoonverstoorders, carcinogene, mutagene of reproductietoxische stoffen zijn soms verwerkt in pool-vezels, rug, lijm en additieven als vlamvertragers, verf, vlekwerende en anti-microbiotische middelen. Dat maakt een veilige recycling lastig te garanderen doordat het kostbaar en ingewikkeld is om tapijtonderdelen van elkaar te scheiden en secundaire grondstoffen gecontamineerd kunnen raken.

De transite naar een veilige en circulaire economie kan dus best beginnen bij de designfase en een andere benadering van de levenscyclus van tapijten.

Ontwerpfase

Met het herontwerpen van het design, kunnen veel obstakels ondervangen worden. Door bijvoorbeeld een verminderde complexiteit – dankzij het gebruik van bijvoorbeeld mono-materialen – ontstaan er geen complicaties door contaminatie met ongewenste chemicaliën. Ook het elimineren van de noodzaak voor schadelijke additieven maakt recycling een stuk eenvoudiger. Ook een streven naar het gebruik van veilige alternatieven, welke bestaan dankzij vernuftige innovaties, in plaats van schadelijke stoffen zou positief zijn. Wanneer mechanische recycling volstaat voor het veilig verwerken van einde-levensfase tapijten tot secundaire grondstoffen wordt recycling kostenefficiënter.

Circulair business model

De uitdaging ligt in het verhogen van de transparantie over stoffen. Door deze informatie beschikbaar te maken gedurende de hele levenscyclus van tapijt, kan nagegaan worden waaraan men eventueel blootgesteld wordt, en hoe het onderhouden moet worden. Ook wordt zo duidelijk hoe de verwerking en de ontkoppeling van componenten moet plaatsvinden, welke secundaire grondstoffen het oplevert en waar die weer ingezet kunnen worden.

Het inzamelen van tapijten zou bij de verkoop van het tapijt al vastgesteld kunnen worden, zodat de waardevolle secundaire grondstoffen in het vizier blijven en weer teruggehaald kunnen worden.

Recycling Netwerk Benelux meent samengevat dat gesprekken met alle belangenpartijen in de keten mooie perspectieven kan bieden om verdere stappen te zetten in de verduurzaming van de tapijtsector in lijn met de ambities van Circular Economy Package van de Europese Commissie en de Nederlandse Transitie-Agenda Circulaire Economie.

Dit delen:

Op woensdag 14 februari, Valentijn, stappen buurtbewoners in een tiental Nederlandse gemeenten naar hun lokale AH-supermarkt met een Valentijnskaart en AH-flesje of blikje dat ze in het zwerfafval hebben gevonden. Zo vragen ze de supermarktketen vriendelijk om zich vóór statiegeld uit te spreken.

#ValentHeijn Tweets

Albert Heijn is één van de partijen die nu nog het hardste lobbyt tegen de uitbreiding van statiegeld tot alle plastic flessen en blikjes. Deze actie, die ook op sociale media loopt met hashtag #ValentHeijn, stimuleert de Albert Heijn-keten om het voorbeeld van supermarkt Ekoplaza te volgen. Ekoplaza sprak zich als eerste supermarktketen uit vóór statiegeld als middel om zwerfafval te bestrijden.

De Tweede Kamer houdt op 15 maart een Algemeen Overleg over circulaire economie en meer bepaald statiegeld. De “warme hartewens” van de actievoerders is dat Albert Heijn voor die tijd laat weten met statiegeld akkoord te gaan. Om het met de woorden van de Valentijnskaart te zeggen : “Lieve Albert, wil jij mijn ValentHeijn zijn? Draag dan statiegeld ook een warm hart toe”.

De ValentHeijn-actie is deel van de succesvolle Back to Sender-campagne van milieuorganisatie Recycling Netwerk Benelux. Mensen sturen flesjes en blikjes, die ze op straat of in de natuur vinden, terug naar de fabrikant met de vraag om de invoering van statiegeld te steunen. Dit gebeurt op social media met hashtag #BackToSender. Daarnaast sturen vele mensen de drankverpakkingen ook daadwerkelijk per post, naar de gratis antwoordnummers van de fabrikanten.

Plastic flesjes en blikjes maken maar liefst 40% uit van het volume van het zwerfafval. Uit een peiling van Radar blijkt dat 74 procent van de Nederlanders positief is over de uitbreiding van het statiegeldsysteem naar kleine flesjes en blikjes. Onderzoek van CE Delft op toont aan dat met statiegeld het volume van blikjes en flesjes in het zwerfvuil met 70 tot 90 procent zal dalen. Het Verenigd Koninkrijk staat op het punt statiegeld in te voeren en ook de Franse regering denkt eraan.

Dit delen: