Nieuw drama rond ingezameld plastic afval

25 oktober 2010 Recycling Netwerk Link naar dit artikel

Ministerie voor Milieu moet regie nemen en zorgen voor onafhankelijk toezicht Het gaat niet goed rond de recycling van het plastic afval dat bij huishoudens wordt ingezameld. De lobby- en uitvoeringsorganisatie Nedvang is hiervoor verantwoordelijk en zegt dat 78% wordt “afgezet voor materiaalhergebruik”. Daartegenover stelt Van Gansewinkel, het grootste Nederlandse afvalbedrijf: “Het gaat voor 50% de verbrandingsoven in.” Wie spreekt de waarheid? De milieubeweging wil meer regie door de overheid, meer onafhankelijk toezicht en meer handhaving.

Vandaag (26 oktober 2010) verscheen in dagblad Trouw een bericht op de voorpagina naar aanleiding van het eveneens vandaag uitgekomen artikel in het P+ magazine -een interview van Ruud Sondag, CEO van de Van Gansewinkel Groep- waarin de hierboven geciteerde uitspraak is opgenomen, dus dat de helft van het ingezamelde kunststof-afval zou worden verbrand in Duitse verbrandingsovens. De milieuwinst die wordt bereikt met de huidige inzameling van plastic verpakkingsafval staat opnieuw ter discussie. Over het ingezamelde plastic afval zegt Ruud Sondag, de CEO van verreweg het grootste Nederlandse afvalbedrijf: “Daar kun je nog wel een leuk bankje van maken in het park, maar dat is het dan ook wel. Het wordt dus in Duitsland uiteindelijk verbrand. Het gaat voor 50% de verbrandingsoven in. Omdat ze er ook daar niks mee kunnen.”

Recycling Netwerk, de afvalkoepel van milieu-organisaties zoals Greenpeace Nederland, Milieudefensie en Natuur en Milieu, heeft al eerder grote vraagtekens gezet bij de huidige aanpak van plastic inzameling en recycling. De recyclingpercentages die door lobby- en uitvoeringsorganisatie Nedvang worden gepresenteerd, zijn door voorzitter Robbert van Duin bestempeld als ‘volstrekt onbetrouwbaar’ en als ‘schaamteloze groene marketing’. Toch schrikt ook hij van de nieuwe berichten: “We zijn er al eerder tegenaan gelopen dat recyclingcijfers sterk worden gemanipuleerd. Maar het is toch niet te geloven dat de helft van wat we hier inzamelen uiteindelijk zou worden verbrand. Al die moeite voor niks? Maar anderzijds, zoiets verzin je toch niet?” Van Duin wijst er daarbij op, dat “78% afzet voor materiaalhergebruik” nog niet betekent dat de afvalbedrijven daarvan niets laten verbranden. Hij wijst daarbij op schandalen in Duitsland en België rondom dezelfde recycling van verpakkingsafval. “Volgens Europese wetgeving zijn producenten en importeurs verantwoordelijk voor recycling van het verpakkingsafval dat uiteindelijk ontstaat. Die zogenaamde producentenverantwoordelijkheid is vertaald naar uitvoeringsorganisaties met mooie jaarverslagen die bijvoorbeeld rapporteren over afvalstromen die voor 122% (!) worden gerecycled. Die cijfers kunnen niet deugen. En in Duitsland staat het monitoring systeem voor verpakkingsafval net weer ter discussie omdat er 50 miljoen kilo verpakkingsmateriaal ‘zoek’ is.”

De huidige discussie over wat er nu gebeurt met het ingezamelde verpakkingsafval had voorkomen kunnen worden met een betrouwbaar en transparant systeem van monitoring. Recycling Netwerk heeft daar al eerder voor gepleit. Daarbij moet worden bedacht dat de hele inzameling van plastic verpakkingsafval een onderhandelingsresultaat is, waarmee de invoering van statiegeld op kleine flesjes is voorkomen. Dit voorjaar nog werd in het parlement de motie-Boelhouwer aangenomen, die zegt dat er alsnog statiegeld op die PET-flesjes komt als er dit jaar te weinig kunststof afval wordt gerecycled. Ook daarom is onafhankelijk toezicht op de recycling van kunststof verpakkingsafval absolute noodzaak.