Zonder verpakkingenbelasting maken we het… leuker?

18 oktober 2010 Recycling Netwerk Link naar dit artikel

Op de verpakkingenbelasting bestaat veel kritiek. Van vele kanten. Vanuit het bedrijfsleven wordt sterk geklaagd over de administratieve lastendruk, bij de Belastingdienst vraagt men zich af of al die moeite voor zo’n lage opbrengst wel verstandig is en vanuit de milieubeweging wordt de uitwerking van de verpakkingen-belasting absoluut onvoldoende genoemd.

Dat er inderdaad veel schort aan de huidige verpakkingenbelasting wordt bevestigd in een recent onderzoek van CE Delft, in opdracht van het Ministerie van Financiën. Het beeld dat de uitgevoerde evaluatie oplevert is dat de verpakkingenbelasting slechts een beperkt effect heeft gehad op de verpakkingenmarkt. Als eerste reden hiervoor wordt genoemd het feit dat deze belasting een te kleine financiële prikkel geeft. Ook wordt gewezen op “het ontbreken van een stabiel beleidskader”. Tot slot wordt geconcludeerd: “De effecten van de verpakkingenbelasting zouden vergroot kunnen worden door de belastingtarieven substantieel te verhogen. Een verhoging van de tarieven met een factor vier of vijf zou bijvoorbeeld in de drankensector kunnen leiden tot significante aanpassingen van de verpakkingenstrategie.”

Achtergrond van de verpakkingenbelasting

In het Regeerakkoord 2010 wordt aan alle kritiek de conclusie verbonden om de bijdrage aan het Afvalfonds te schrappen. Zal de verpakkingenbelasting dus worden afgeschaft? Om die vraag te kunnen beantwoorden, kijken we eerst nog wat verder naar deze belasting.

Na langdurige onderhandelingen tussen Belastingdienst en een afvaardiging vanuit het bedrijfsleven zijn bepaalde soorten verpakkingen vrijgesteld van verpakkingenbelasting en is het aantal bedrijven dat de verpakkingenbelasting moet opbrengen sterk verminderd. Bedrijven zijn nu vrijgesteld wanneer ze minder dan 50.000 kilo verpakkingsmateriaal gebruiken voor de producten die ze op de markt brengen. Desondanks zou de verpakkingenbelasting vanaf 2009 jaarlijks 365 miljoen euro moeten opbrengen, maar de uiteindelijke opbrengst was vorig jaar zo’n 25% minder. Onduidelijk is waaraan de bijna 100 miljoen euro lagere opbrengst te wijten is. Feit is wel dat de hoeveelheid verpakkingsmateriaal waarover belasting is betaald (de schijnbare input) veel kleiner is dan de hoeveelheid die wordt teruggevonden in het afval (de output). Vooral bij de verpakkingsmaterialen papier-karton en kunststof is de hoeveelheid verpakkingsafval die wordt gevonden fors groter dan de hoeveelheid die wordt gemeten met de cijfers van de Belastingdienst.

Van de 365 miljoen euro die de verpakkingenbelasting zou moeten opbrengen is ruim tweederde bestemd voor de schatkist en 115 miljoen euro voor een Afvalfonds dat daarmee activiteiten moet financieren voor de aanpak van verpakkingsafval. Het meeste geld wordt besteed aan inzamelactiviteiten van gemeenten, met name voor de inzameling van kunststof verpakkingsafval. Daarnaast worden jaarlijks vele miljoenen besteed aan andere verpakkingsmaterialen en de aanpak van zwerfafval (11 miljoen euro). En tot slot ontvangt ook Nedvang de nodige miljoenen die worden besteed aan organisatorische werkzaamheden en voor hun reclame en lobby activiteiten.

Hoe verder zonder verpakkingenbelasting?

Wanneer het Afvalfonds geen geld meer binnenkrijgt vanuit de verpakkingenbelasting (volgens het concept regeerakkoord gebeurt dat vanaf 2013) ontstaan er forse problemen met de financiering van belangrijke delen van het afvalbeheer. Dat is niet alleen vervelend voor de bezuinigende gemeenten. Ook de werkzaamheden van de uitvoerings- en lobbyorganisatie Nedvang worden in dat geval niet meer betaald. En producentenverantwoordelijkheid zal dan vorm moeten krijgen zonder dat de Belastingdienst werkt als kassier voor de betrokken bedrijven. In de jaren die voorafgingen aan de introductie van deze belasting bleek het onmogelijk om met contributies aan de koepelorganisatie SVM-pact zelf de financiering te regelen.

Afschaffing van de verpakkingenbelasting zal dus niet leiden tot administratieve lastenverlichting, maar zal juist zorgen voor weer een hoop gedoe bij de zeg 4000 bedrijven die nu voor de betaling opdraaien. Alle geklaag vanuit het bedrijfsleven heeft de VVD er toe gebracht om moties in te dienen voor de afschaffing van de verpakkingenbelasting en in het regeerakkoord op te nemen dat de uitgaven voor het Afvalfonds per 2013 worden afgeschaft. Wij verwachten echter dat er nu vanuit het bedrijfsleven zal worden gepleit vóór behoud van een door de overheid gevuld Afvalfonds, al dan niet vanuit een verpakkingenbelasting.

Op naar een patstelling

Uiteraard willen ook de gemeentes dat er betaald blijft worden voor de afvalinzameling. Lagere overheden hebben duidelijk gemaakt dat zij op allerlei terreinen zullen moeten stoppen met het uitvoeren van taken waarvoor volgens het regeerakkoord niet meer zal worden betaald: geen geld, geen Zwitsers. De meeste gemeenten zullen ook niet zelf willen opdraaien voor de kosten van de inzameling van kunststofafval. Dat worden dan dus moeizame onderhandelingen tussen VNG en Nedvang over de nieuwe (per 2013) inzamelvergoedingen. Hoe dan ook zal hierover zowel door gemeenten als door bedrijfsleven stevig worden gelobbyd. Er is nog twee jaar en de reclamepotten van Nedvang worden regelmatig bijgevuld met geld van de verpakkingenbelasting…

De uitkomst van het komende lobby- en onderhandelingscircus laat zich raden. Zonder verpakkingenbelasting wordt het zeker niet gemakkelijker, hooguit leuker. Gevreesd moet worden dat de bijdrage aan het Afvalfonds hoe dan ook zal worden gehandhaafd, maar dat de bedragen die de gemeenten zullen ontvangen voor hun inzamelactiviteiten omlaag worden onderhandeld. De kunststofrecycling wordt dan het kind van de rekening.